Stadsbestuur behoudt verhoogde onroerende voorheffing tot en met 2024

Door Lorin Parys op 28 april 2021, over deze onderwerpen: Leuven, Wonen

Eind 2019 besliste het Leuvens stadsbestuur de opcentiemen op de onroerende voorheffing te verhogen met 10%, een stijging die een gemiddeld Leuvens gezin tot 100 euro per jaar kost. Tijdens de gemeenteraad van gisteren beslisten meerderheidspartijen Vooruit, Groen en CD&V deze belastingverhoging te verlengen tot en met 2024. N-VA vindt deze maatregel asociaal en blijft, ondanks de belofte van schepen Devlies om te onderzoeken of het mogelijk is om de onroerende voorheffing te differentiëren, pleiten voor het volledig terugdraaien van de verhoging.

“Onbegrijpelijk” zo reageert Lorin Parys, fractievoorzitter op de beslissing van het Leuvens stadsbestuur de belastingverhoging te verlengen tot en met 2024. “Een stijging van de belasting op wonen is erg asociaal in een stad waar wonen al enorm duur is. En wat dan gezegd van de economische gevolgen van de coronacrisis die alle Leuvenaars momenteel voelen in hun portefeuille? Het stadsbestuur lijkt wel te denken dat wie een woning bezit geen last heeft van de crisis en die 100 euro extra per jaar gemakkelijk kan missen. De realiteit is toch net even anders. Voor veel gezinnen zet deze verhoging een onnodige bijkomende druk op de gezinsfinanciën. Zeker voor jonge gezinnen, alleenstaanden en mensen die werkzaam zijn in de meest getroffen sectoren, komt dit hard binnen. En dat zijn er heel wat. Uit een recente studie van Woonpunt Vlaanderen van eerder dit jaar blijkt dat niet minder dan 57% van de mensen die werken in de zwaarst getroffen sectoren, huiseigenaar zijn. De Leuvense cafébaas die al maanden gesloten is en een studio, appartement of woning bezit in Leuven krijgt dus aan de ene kant van het stadsbestuur wel steun voor zijn mentaal welzijn, maar aan de andere kant ook een extra factuur van 100 euro per jaar. Dat gaat er bij mij niet in.”

Lorin Parys: “Bovendien is het bijzonder naïef van het stadsbestuur te denken dat huurders niet getroffen worden door deze belastingverhoging. Als een verhuurder geconfronteerd wordt met hogere vaste kosten, dan zal dit op termijn meespelen bij het bepalen van de huurprijs en dus zal finaal ook de huurder meer betalen om in Leuven te kunnen wonen. Met deze slechte en asociale maatregel wint dus niemand, behalve de stadskas.”

Toch is er mogelijk ook een klein lichtje aan de horizon, want schepen Devlies liet zich gisteren tijdens de gemeenteraad de belofte ontvallen om uiterlijk tegen eind dit jaar te laten onderzoeken of het mogelijk is om te differentiëren in de onroerende voorheffing, zodat de verhoging al minstens zou teruggedraaid kunnen worden voor Leuvenaars die één woning bezitten. Lorin Parys: “Blijkbaar leeft bij het stadsbestuur (of toch minstens bij een deel ervan) dan toch ook het gevoel dat deze belastingverhoging asociaal is, al is er van gezwinde spoed niet meteen sprake. En  hoewel wij blijven pleiten voor het volledig terugdraaien van de verhoging van de onroerende voorheffing,  is dit toch beter dan niets. Al wil ik het toch eerst nog allemaal zien gebeuren. Schepen Devlies beloofde ook in januari 2020 al dat hij dit zou onderzoeken, maar ondertussen zijn we meer dan een jaar later en staan we nog steeds geen stap verder. En ondertussen betalen de Leuvenaars wél gewoon de verhoogde onroerende voorheffing...”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is