N-VA: “Kinderen op eigen houtje naar de rechtbank laten gaan, zal net voor meer conflicten zorgen”

Door Lorin Parys op 19 januari 2021, over deze onderwerpen: Pleegzorg, Welzijn, Justitie

In de Kamercommissie Justitie ligt een wetsvoorstel klaar van DéFi om het persoonlijk contact voor broers en zussen in te schrijven in het Burgerlijk Wetboek. Alle partijen steunen het voorstel, behalve N-VA. “Wij zijn voorstander van het principiële omgangrecht tussen broers en zussen. Ook al bestaat dat recht nu ook al, het kan zeker geen kwaad om dit nog eens te versterken in het Burgerlijk Wetboek. In emotioneel moeilijke situaties is het belangrijk dat kinderen elkaar hebben”, stelt Kristien Van Vaerenbergh, die het voorstel voor de N-VA-fractie opvolgt in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Het voorstel gaat echter verder dan dat en heeft verstrekkende gevolgen die zeker niet in het belang van de kinderen zelf zijn. Zo wordt er bepaald dat broers en zussen samen geplaatst moeten worden, ‘tenzij dat niet in hun eigen belang is’. Plaatsgebrek zou hierbij géén argument mogen zijn, volgens de indieners van het voorstel. “Dat is mooi in theorie, maar wie de praktijk kent, weet dat deze wetgeving geen fictie is maar een compleet nieuw genre. Kinderen hebben beter elk een plaats apart als hun thuissituatie onveilig is, dan geen plaats samen. Er is vandaag bijvoorbeeld al een wachtlijst voor kinderen die in een pleeggezin zouden moeten terecht komen. Daarbij één pleegezin vinden dat 2 of 3 kinderen tegelijkertijd kan opvangen is zoeken naar de Heilige Graal. Zelfde verhaal bij onze voorzieningen die vaak per leeftijd georganiseerd zijn of per problematiek. Bovendien wordt in de praktijk al rekening gehouden met de gezinssituatie. Deze federale wetgeving is dus une fausse bonne idée die er dreigt voor te zorgen dat er minder kinderen in pleegzorg of in een voorziening terechtkomen en meer kinderen in een onveilige thuissituatie blijven. Dat zullen we nooit aanvaarden”, zegt Lorin Parys, Vlaams Parlementslid. Familierechters haalden in adviezen al aan dat zij bij het onderbrengen van kinderen sowieso altijd rekening houden met de familiale context en uiteraard voorkeur geven aan het zoveel mogelijk bijeen houden van broers en zussen. “De echte oplossing zit dus niet in de wetgeving maar op het terrein. Daarom hebben we in het Vlaamse regeerakkoord geschreven dat we investeren in gezinshuizen. Een vorm van professionele pleegzorg die een vervangende thuissituatie creëert voor maximaal vier kinderen. Dat is een echte oplossing die ervoor kan zorgen dat broers en zussen samen kunnen blijven. De eerste proefprojecten met gezinshuizen zijn al gestart en zijn positief.”

Daarnaast voert het voorstel ook in dat kinderen vanaf 12 jaar en kinderen jonger dan 12 jaar ‘als ze over voldoende onderscheidingsvermogen beschikken’ naar de rechtbank kunnen gaan om hun recht af te dwingen. Zij moeten hierbij wel begeleid zijn door een advocaat. “Dit aspect van het voorstel is onvoldoende besproken in de Kamer. Kunnen kinderen die langetermijngevolgen voldoende inschatten? Experts vrezen bovendien dat deze kinderen, die vaak al heel wat hebben meegemaakt, daardoor in nog conflictueuzere situaties terecht komen”, zegt Van Vaerenbergh. “Onze maatschappij evolueert steeds naar meer minnelijke oplossingen en minder gerechtelijke procedures, maar voor kwetsbare kinderen zouden we dan de omgekeerde weg opgaan. Waanzin.”

Bovendien is niet uitgewerkt hoe dit praktisch te werk zou gaan. Wie zal de advocaat betalen? Komt dit op conto van de ouders terecht? Zal het gaan om pro deo-procedures? Zoals ook uit het advies van de magistratuur blijkt, verdient dit een veel breder maatschappelijk en parlementair debat. “Het is belangrijk dat kinderen nog contact kunnen onderhouden met hun broers en zussen, zeker in precaire situaties. De jeugdhulp heeft hierbij dan ook een belangrijke rol en kan kinderen helpen. Kinderen met al een stevig mentaal rugzakje nog eens een gerechtelijke procedure laten opstarten, is in niemands belang en al het minste in dat van het kind zelf”, stelt Parys.

Het voorstel werd op woensdag 13 januari in de Kamercommissie Justitie behandeld en goedgekeurd, maar de N-VA-fractie vroeg een tweede lezing waardoor het nogmaals in de commissie besproken zal worden.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is