Integratie is een verhaal van rechten én plichten

Door Lorin Parys op 19 september 2018

Ik heb gisteren De Stemtest van VTM en HLN bekeken. Die heeft met niet vrolijk gestemd. Op de vraag of het een goed idee is om allochtone vrouwen apart te laten zwemmen in de Leuvense zwembaden, ben ik de enige lijsttrekker die dit helemaal niet ziet zitten. Op de vraag of je akkoord bent om 'moslims die de schepen van burgerlijke stand weigeren een hand te schudden, te laten trouwen' ben ik de enige kandidaat-burgemeester die het daar helemaal niet mee eens is.

Over integratie is in deze lokale campagne nog maar weinig verteld. Het lijkt alsof iedereen bang is om het thema aan te raken. Nochtans zou het een onderwerp moeten zijn. Ik heb er de laatste cijfers van de Lokale Integratiemonitor op nageslagen, daarin kan je lezen dat Leuven aan sneltempo verkleurt. Het aantal vreemdelingen in Leuven is volgens de cijfers van de Lokale Integratiemonitor meer dan verdubbeld. Van 7.650 in 2000 naar 18.047 personen, of van 8.7% naar 18% van de bevolking. Meer dan de helft daarvan zijn niet-Europeanen. Als je iedereen met een ‘buitenlandse herkomst’ meeneemt in de cijfers zijn we geëvolueerd van 21.975 personen in 2009 naar 29.911, of van 23% van de bevolking naar 30%.

Ons integratieverhaal is helder: in Leuven is er maar één gemeenschap, die van alle Leuvenaars. Maar hier wonen komt met rechten én plichten. De waarden van de Verlichting – zoals de gelijkheid tussen man en vrouw en de scheiding van kerk en staat - zijn daarbij de hoeksteen van de plichten. Een absolute nultolerantie voor racisme en discriminatie zijn daarbij de leidraad bij de rechten.

Wat betekent dat dan voor koppels die willen trouwen maar geen hand willen geven? Koppels die willen trouwen moeten op voorhand te horen krijgen wat er van hen verwacht wordt zodat er geen verrassingen zijn op het stadhuis. Maar een koppel dat weigert de hand te schudden van een schepen, stelt zich buiten onze rechtstaat. En die is niet onderhandelbaar.

Professor aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven, Frank Fleerackers, zei daarover in De Standaard: "[M]aar iemand die zich met een teken - de weigering van een handdruk - onttrekt aan onze rechtsstaat en onze algemene rechtsbeginselen en zo de sharia boven onze wetgeving plaatst, dan kan men zich de vraag stellen of we die persoon moeten toelaten om te trouwen."

En wat dan met aparte zwemuren voor allochtone vrouwen? Wij gaan niet terug in de tijd. Wat moet ik zeggen tegen al de vrouwen die gevochten hebben voor hun emancipatie en gelijke behandeling wanneer we nu aparte zwemuren gaan invoeren in de naam van die emancipatie? Dat is de wereld op zijn kop. En wat moet ik tegen mijn mannelijke Leuvenaars zeggen die dan ook graag zouden gaan zwemmen? Dat het niet kan omdat we meehelpen de onderdrukking van een aantal allochtone vrouwen in stand te houden? Dat zal in ieder geval zonder mij zijn. Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig en daar ding ik geen millimeter op af.

Maar integratie gaat verder dan de enkel de waarden van de Verlichting. We moeten ook iedereen aan de slag krijgen als een hefboom voor integratie. Veel van de Leuvense buitenlanders werken aan de unief of bij IMEC, wat positief is omdat ze bijdragen aan de rijke schakering van onze stad en het economisch welzijn van Leuven. Maar in totaliteit werken er veel te weinig buitenlanders hier, we zitten maar aan de helft. Dat kan niet. We vragen aan iedereen om bij te dragen in tijden waar er krapte is op de arbeidsmarkt. Van de Belgen tussen de 20 en 64 in Leuven zijn er 33.110 die werken of 77%.

Maar als je daar enkele andere cijfers naast legt, zie je dat er werk aan de winkel is. Van de Leuvense buitenlanders werkt er maar 50% of 10.677 mensen op 21.261. Dat is te weinig. Van al wie in Leuven een leefloon krijgt, zijn er 259 Belgen en 1.554 niet-Belgen. Dat zijn schrijnende cijfers.

Wat willen we daaraan doen?

  • Wij willen om de 6 maanden een lokale jobmarkt organiseren waarbij we bedrijven uit Leuven samenbrengen met werkzoekenden. We doen dit in samenwerking met Voka en Unizo en de VDAB en het OCMW.  
  • We versterken het systeem van wijkwerken, werkplekleren op lokaal niveau.
  • Als de VDAB vindt dat dit past in een traject naar regulier werk, is wijkwerken verplicht.
  • We maken een geïntegreerd loket (OCMW, stad, VDAB en andere diensten) waardoor we niet meer eerst verwachten dat inburgering achter de rug is vooraleer we met de zoektocht naar werk beginnen.
  • We maken afspraken over begeleiding op de werkvloer en werken een bonussysteem uit waardoor begeleiding intensiever is door de stad naarmate het engagement voor duurzame tewerkstelling groter is.
  • En waar mogelijk, belonen we leveranciers van de stad die stageplekken en plaatsen voor duaal leren aanbieden.

Zo wordt werk een hefboom voor succesvolle integratie.

Maar de stad moet ook zelf het goede voorbeeld geven. Slechts 113 van de 1.149 mensen die voor de stad werken is van buitenlandse herkomst. Dat is nog geen 10%, terwijl 1 op 3 Leuvenaars van buitenlandse herkomst is. Het OCMW doet beter met 183 van de 962 werkkrachten. Dat is bijna 19% mensen van buitenlandse herkomst op de loonlijst. Onze politie hinkt achterop met maar 16 mensen op 373, of 4%. Net zoals we het abnormaal zouden vinden als er alleen maar mannen of vrouwen bij de politie zouden werken, of enkel jonge of oude mensen op het stadskantoor, moeten onze diensten een betere afspiegeling zijn van de bevolking.  Moeten we dan mensen van vreemde origine voortrekken in selectieprocedures? Absoluut niet. Maar we moeten er wel voor proberen te zorgen dat er voldoende zich kandidaat stellen. Daar moet het stadsbestuur inspanningen leveren.  

De keerzijde van de medaille is dat wie voor de overheid werkt, strikt neutraal moet zijn. Dus geen hoofddoek of andere religieuze kentekens achter het loket. Deze meerderheid koos vorig jaar nog om dat wel toe te laten, bv. bij het OCMW, verdedigd door de OCMW-voorzitter, Herwig Beckers van CD&V. Vreemd genoeg stelt zijn partij in de stemtest van Het Nieuwsblad dat "CD&V voor goede en onpartijdige dienstverlening is voor alle burgers. Uiterlijke levensbeschouwelijke tekenen passen hier niet bij." Is de CD&V nu voor of tegen het dragen van een hoofddoek achter het loket? Ik weet het niet meer.

Wie integratie zegt, zegt uiteraard ook onderwijs. De samenstelling van onze Leuvense klassen verandert pijlsnel. 30% van alle kinderen in het Leuvens kleuteronderwijs spreken thuis geen Nederlands. In het lager onderwijs is dat 21%, in het secundair 18%. Ons onderwijs heeft dus een huizenhoge uitdaging, vooral onze kleuterleidsters. Nederlands is de maïzena van onze gemeenschap en creëert kansen voor individuen. Dus willen we een actief taalbeleid en ontwikkelen we een uitgebreider leesbevorderingsprogramma met een heuse leescoach voor onze scholen waar we in elke kleuterklas leesouders proberen te krijgen en gebruik maken van een App om taalachterstand preventief tegen te gaan. We denken ook aan een uitgebreidere zomerschool Nederlands tijdens de grote vakantie zoals TaalBubbels in Aalst doet. En woensdagmiddag willen we net zoals in Landen ‘Getoeter en Getater’ opzetten waar taalkansen worden geboden voor jongeren.

Zo wordt integratie een verhaal van rechten én plichten waar iedereen zich goed bij kan voelen. Want we zijn tenslotte allemaal op onze eigen unieke wijze, Leuvenaars.

 

 

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is