Ik moet juist niks

Door Lorin Parys op 24 juni 2019, over deze onderwerpen: Inburgering en Integratie, LGBT

Alles komt terug. Maar dat het zo snel zou zijn, dat had ik niet verwacht. Het was een interview met Johan Leman op zaterdag, dat pijnlijk scherp stelde dat gelijke rechten nooit verworven zijn. Ook al liggen ze vast in wetten. Leman is de man die al 40 jaar integratiecentrum Foyer in Molenbeek leidt, kabinetschef was van Paula D’hondt als commissaris voor Migrantenbeleid en oprichter van de voorloper van Unia. De vraag was simpel. Moeten homo’s er zich bij neerleggen dat ze zich niet kunnen outen op straat? Het antwoord verbijsterend: ‘Er zijn plaatsen waar je dat kunt en plaatsen waar het moeilijk is. Ik verbloem dat niet. Tracht Molenbeek te begrijpen en aan te voelen wat mogelijk is. En probeer de plaatsen waar het wel kan uit te breiden.’ Waarop de interviewsters wilden weten of dit ook betekent dat je als vrouw beter niet in een zomerse korte rok rondloopt in Molenbeek?  ‘Mijn realiteitszin zegt dat als vrouwen dat doen in sommige buurten ze schunnige opmerkingen zullen krijgen. Je moet daar niet naïef in zijn. Ik zou het niet uitlokken.’

Die antwoorden waren zo ongelooflijk dat ik ze een paar keer heb moeten lezen om zeker te zijn van wat er stond. Homo’s moeten aanvoelen wat kan en Molenbeek proberen te begrijpen? Een zomerse korte rok in hartje Brussel is uitlokking? Dat is krankzinnig en de wereld op zijn kop. Voor alle duidelijkheid, ik moet juist niks ‘aanvoelen’ en vooraleer ik mezelf kan zijn en mijn echtgenoot een hand kan geven op straat, hoef ik geen uitgebreide studie te maken van het gemeentelijk grondgebied waarop ik me bevind. Vrouwen hoeven zich helemaal nergens te onderwerpen aan schunnige opmerkingen omwille van een rok. Dat uitlokking noemen, is ‘victim blaming’ in zijn reinste vorm. Maarten Boudry tweette volgende vergelijking: “Stel je voor dat Johan Leman had gezegd dat zwarte mensen maar niet in het hagelwitte Houthulst moeten komen wonen, of althans niet openlijk op straat lopen, wat dat is ‘uitlokking.’’ Tot spijt van wie het benijdt, vrouwenrechten en homorechten zijn mensenrechten, die gelden in Ransbeek, Molenbeek en Bierbeek.

Het zijn onverwachte bondgenoten die zich in een soort onheilige alliantie verenigen. Sinds donderdag zetelt Dominiek Sneppe voor het Vlaams Belang in de Kamer. Dat is de erg katholieke ‘gevormde’ dame die homo’s die trouwen en kinderen krijgen ’een brug te ver’ vindt. Daarmee vertolkt ze perfect de mening van bepaalde strekkingen binnen de islam. Aan dat vreemd bondgenootschap voegen zich nu dus ook sommige progressieven toe. Na decennia op de barricaden voor gelijke rechten en tegen bevoogding door de kerk, capituleren dezelfde vrijheidsstrijders nu voor een andere religie in de naam van integratie. Dat zoiets uitgerekend gebeurd door één van de architecten die een antwoord moest formuleren op zwarte zondag, maakt het extra zuur. Het is net de ravage die is aangericht in de jaren ´90 die we nu moeten opsoppen. En zo vinden het VB, strekkingen van de islam en bepaalde progressieven zich nu samen in hetzelfde bed, bien étonné de se trouver ensemble.

De houding van Leman illustreert waar het fout loopt in ons integratiedebat. Dit soort pragmatisme leidt tot enclaves van fundamentalisme, bijhuizen van Medina in Molenbeek. Als we van nieuwkomers niet verwachten dat ze zich onze leidcultuur eigen maken, wordt er straks verwacht dat we ons aanpassen aan vrouwonvriendelijke principes. De gelijkheid tussen man en vrouw en gelijke rechten voor holebi’s zijn een hoeksteen van hoe wij onze maatschappij inrichten. Daar mogen we fier op zijn. Daar hebben generaties voor ons voor gevochten. Daar mogen we niet over abdiceren in het zicht van een deel van de bevolking die moeilijk integreert. We verdedigen de waarden van de verlichting veel te schuchter en bedremmeld, doordrenkt als we zijn door een verlammende vorm van cultuurrelativisme. Dat contrasteert met het vuur van de overtuiging die de tegenstanders van gelijke rechten aan de dag leggen. Dat is fout van ons. We moeten recht staan en trots zijn op wie we zijn en respect afdwingen voor onze verworvenheden. En geen millimeter toegeven want we gaan niet terug in de tijd.   

Ik wacht nu al een tijdje op een antwoord op de brief die ik mevrouw Sneppe stuurde met de uitnodiging om eens met haar gezin taart te komen eten in Leuven bij het mijne. Dan konden we zelf zien hoeveel gezinnen met twee papa’s en met een mama en papa op mekaar lijken en verschillen. In het Vlaams Parlement nodigde ik alle religies uit op een interreligieuze dialoog over homoseksualiteit. De vertegenwoordigers van de islam gaven niet thuis. Ik hoop dat we met progressieven ten minste wel een debat kunnen hebben in het parlement.

Zestien jaar geleden kregen homo’s en lesbiennes gelijke rechten. We mochten voor het eerst trouwen. Wat later konden we ook kinderen adopteren. De grootste strijd leek gestreden. Ik ging er gemakshalve vanuit dat het deel van de samenleving dat nog niet klaar was voor het idee, snel zou bijdraaien. Het is tijd om in te zien dat ik me vergist heb. Daarom deze oproep: zullen we met alle kortgerokte vrouwen en elke homo en lesbienne die graag hand in hand over straat loopt afspreken om samen door Molenbeek te flaneren? Gewoon om te laten zien dat in dit land iedereen overal mag zijn wie hij of zij is. Wie het daar moeilijk mee heeft, moet daar zijn conclusies uit trekken, niet omgekeerd.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is