Het halverwege rapport van het Leuvens stadsbestuur

Door Lorin Parys op 14 januari 2022, over deze onderwerpen: Leuven, Vlaams-Brabant

“Het beleid is te veel bezig met marketing en te weinig met de zorgen van de Leuvenaar.”

 

Drie jaar nadat de huidige meerderheid met Vooruit, Groen en CD&V aan de legislatuur begon, maakt N-VA Leuven een tussentijdse balans op en stelt het haar Halverwege Rapport van het stadsbestuur voor. Lorin Parys, Katrien Houtmeyers en Zeger Debyser: “Halverwege de bestuursperiode is het tijd om terug te blikken en vooruit te kijken. We hebben per beleidsdomein in kaart gebracht wat goed is, wat beter kan en hoe wij het anders zouden doen. We zijn tevreden over initiatieven zoals Leuven helpt, extra investeringen in fietsinfrastructuur en de daklozentelling. Maar wij vrezen dat Leuven een marketingstad wordt en dat dit belastingscollege ervoor zorgt dat er straks in Leuven enkel plek is voor wie heel arm of heel rijk is. Wij willen evenwicht en aandacht voor de hardwerkende middenklasse die hier geen huis meer kan kopen, zijn auto niet meer kwijtgeraakt en zijn stem niet meer gehoord vindt.”

 

Bij haar aantreden in 2019 bulkte het stadsbestuur van de ambitie: het nieuwe bestuur zou van Leuven één van de meest zorgzame, groene en welvarende steden maken. En de weg daar naartoe zou verlopen via dialoog en verbinding. “Stuk voor stuk nobele doelstellingen, maar drie jaar later is Leuven vooral een marketingstad geworden. Tastbare verwezenlijkingen ten behoeve van de gewone Leuvenaar, moeten al te vaak plaats maken voor prestigeprojecten en de internationale profileringsdrang van het stadsbestuur. Onze boodschap aan het stadsbestuur is dan ook duidelijk: zet de Leuvenaars de komende drie jaar centraal in het beleid. We hebben nood aan lagere belastingen op wonen, een betere bereikbaarheid en veilige stoepen & straten. Er zijn dus andere prioriteiten en uitdagingen in Leuven dan het ontwikkelen van een nieuw logo, het dekoloniseren van de publieke ruimte, het bouwen van een zwembad aan de Vaart en het uitpakken met een peperdure Podiumkunstenzaal. Zo woedt er in Leuven nog steeds een nooit geziene wooncrisis, worden de financiële reserves die de voorbije jaren werden opgebouwd steeds kleiner, worden de eigen klimaatdoelstellingen niet gehaald en ontbreekt het op het vlak van mobiliteit aan een evenwichtige aanpak. Op het vlak van inspraak is er nog een lange weg af te leggen en is er van alle beloftes die voor de verkiezingen werden gemaakt te weinig in huis gekomen. Een stadsbestuur moet luisteren naar de bezorgdheden van àlle Leuvenaars en niet alleen verbinden met gelijkgezinden, zoals jammer genoeg nu vaak het geval is.”

 

Wooncrisis: de ambitie is er wel, maar de aanpak schiet te kort

Lorin Parys: “Jaar na jaar blijkt Leuven de duurste Vlaamse centrumstad te zijn om in te wonen. En de prijzen blijven nog steeds stijgen. Zowel voor de verkiezingen als bij haar aantreden sprak de schepen van wonen de ambitie uit om van betaalbaar wonen in Leuven een prioriteit te maken. Een ambitie die wij uiteraard toejuichen. Alleen blijft het voor ons een absoluut raadsel hoe deze ambitie te rijmen valt met de doorgevoerde verhoging van de onroerende voorheffing met 10%. Met deze belastingverhoging heeft het stadsbestuur wonen in Leuven zélf nog duurder gemaakt. Dit is gewoon een slechte maatregel die op geen enkele manier bijdraagt aan het bestrijden van de wooncrisis, maar er enkel op gericht is extra middelen op te halen om de prestigeprojecten van het roodgroene belastingscollege te financieren. Wij blijven er dan ook voor pleiten dat deze belastingverhoging wordt teruggedraaid.

Op het vlak van sociale woningen, is Leuven aan een broodnodige inhaalbeweging bezig en lijkt het erop dat het bindend sociaal objectief tegen 2025 gehaald zal worden. Dat is een goede zaak. Dat het stadsbestuur blijft weigeren in te zetten op onderzoek naar fraude met eigendom in het buitenland, begrijpen wij dan weer niet. Als er door dit onderzoek ook maar één Leuvenaar is die wel het dak boven zijn hoofd krijgt waar hij recht op heeft, dan is dit al de moeite. Ook het Community Land Trust-principe steunen wij, maar het stadsbestuur mag zich hier niet op blindstaren zoals nu al te veel het geval is. Als het stadsbestuur wil voorkomen dat Leuven een duale stad wordt van rijken en armen, zullen er ook andere maatregelen moeten getroffen worden. Niet alleen komen heel wat Leuvenaars die het ook moeilijk hebben op de Leuvense woonmarkt eenvoudigweg niet in aanmerking voor Community Land Trust, zelfs binnen de groep die wel in aanmerking komt, zullen er slechts enkele gelukkigen kunnen deelnemen. Er kunnen immers maar zoveel mensen deelnemen als er gronden beschikbaar zijn en dat aantal is eindig en voorlopig zelfs beperkt. In die zin is de invloed van een Community Land Trust op de problematiek van duur wonen eerder klein en symbolisch.

Waar wij ons tot slot ook zorgen over maken, is de eenzijdige focus van het stadsbestuur op steeds dezelfde groep. Alle inspanningen die het stadsbestuur levert, zijn uitsluitend gericht op de meest kwetsbaren. En die aandacht voor de meest kwetsbaren moet er uiteraard zijn, maar dat mag er niet toe leiden dat een grote groep Leuvenaars met een gemiddeld inkomen simpelweg wordt vergeten zoals nu het geval. Op deze manier dreigt Leuven verder te evolueren naar een stad waar de rijken een woning kunnen kopen omdat ze over voldoende financiële middelen beschikken en de armen een woning vinden omdat ze op steun van de stad kunnen rekenen. Maar wat met de middengroep en de Leuvense jongeren die het alsmaar moeilijker krijgen op de Leuvense woningmarkt? Wat heeft het stadsbestuur op het vlak van wonen voor deze Leuvenaars gedaan, behalve het verhogen van de onroerende voorheffing?”

 

Stadsfinanciën: Uiteindelijk raakt het geld op                                                                                                                                  

Lorin Parys en Zeger Debyser: “Een investeringscollege. Zo zet het stadsbestuur zichzelf graag in de markt. Maar in werkelijkheid is het een belastings- en prestigecollege. Hoewel slechts één Vlaamse centrumstad meer lokale belastingen en retributies ophaalt bij haar inwoners dan Leuven, heeft het stadsbestuur bij haar aantreden toch beslist om de onroerende voorheffing te verhogen en zo 5 miljoen euro per jaar extra op te halen bij de Leuvenaars. De enige reden hiervoor bestaat in het financieren van marketing of één van de vele prestigeprojecten die in de pipeline zitten. En ook de ANPR-camera’s blijken voor dit college vooral een bron van inkomsten te zijn veeleer dan een middel om het verkeer te sturen en de criminaliteit aan te pakken.

Ondanks deze belastingverhoging gaf het stadsbestuur in 2020 toch nog 37 miljoen euro meer uit te geven dan er binnen kwam. Financiële soberheid is iets wat dit stadsbestuur duidelijk niet kent. En terwijl Leuven tijdens de vorige legislaturen een mooie financiële reserve heeft opgebouwd, werden deze de voorbije 3 jaar ook al aangesproken. Hierdoor daalde het gecumuleerd budgettair resultaat, dat is het saldo van alle ontvangsten en uitgaven met inbegrip van het saldo van de vorige jaren, vorig jaar op 1 jaar tijd met maar liefst 71 % van 38,8 miljoen euro naar 11,2 miljoen euro. Buiten Zoutleeuw kent geen enkele andere stad of gemeente in Vlaams-Brabant een lager gecumuleerd budgettair resultaat per inwoner. Geen resultaten om fier op te zijn, dus. Zeker niet als je weet dat heel wat van de investeringen die gebudgetteerd waren, gewoon niet werden uitgevoerd en ondertussen al geschrapt zijn. En waar ze dan wel investeren, investeren ze fout. Zo investeert stadsbestuur wel in asfaltlagen voor het WK in een openluchtzwembad aan de Vaart en een nieuwe huisstijl van 100.000 euro, maar bespaart het 10 miljoen euro op de Parkschool, een school voor bijzonder onderwijs, waar kinderen in containers uit 1993 les moeten volgen.

Op budgettair vlak roepen wij het stadsbestuur dan ook op om de komende drie jaar veel zuiniger om te springen met het geld van de Leuvenaars. In de plaats van de belastingen te verhogen om prestigeprojecten te financieren, zouden wij liever zien dat het stadsbestuur de schulden laag houdt, de Leuvenaars een financieel duwtje in de rug geeft door onder meer de verhoging van de onroerende voorheffing terug te draaien en de in het verleden opgebouwde reserves als buffer behoudt voor de economische relance na de coronacrisis.”

 

Klimaatambitie hebben is goed, de CO2 uitstoot ook effectief verlagen is nog beter

Zeger Debyser: “De klimaatambities van het stadsbestuur zijn groot. Zo wou Leuven de CO2-gassen met 20% verminderen tegen 2020, met 40 % tegen 2030 en met 80 % tegen 2050. Een mooie ambitie, maar helaas blijkt Leuven nog ver af te zijn van het behalen van deze doelstellingen. Terwijl de burgemeester op de klimaattop in Glasgow ging vertellen dat Leuven de CO2-uitstoot met 80% zal verminderen, blijkt uit de jaarlijkse CO2-emissie-inventaris immers dat in Leuven ten opzichte van 2011 voorlopig slechts een daling van 1,5% van de CO2-uitstoot werd gemeten. Bovendien doen slechts 2 Vlaamse centrumsteden het nog slechter. De doestelling voor 2020, met name een vermindering van de CO2-uitstoot met 20% werd aldus in ieder geval al niet gehaald en aan dit tempo halen we ook de doelstelling voor 2030 niet, om over 2050 nog maar te zwijgen. Er ligt dus nog heel wat werk op de plank voor het stadsbestuur wil het ook écht resultaten boeken. Het is goed prijzen te winnen en het klimaatbeleid in de etalage te zetten. Nog beter is het daadwerkelijk met concrete, haalbare en betaalbare maatregelen de CO2 uitstoot aantoonbaar te verlagen. De intentie is er al een tijdje, maar de resultaten blijven uit. Wij reiken het stadsbestuur alvast de hand om hier samen werk van te maken, maar dan veronderstelt dit natuurlijk wel dat wij niet langer worden buitengesloten van de beslissingsvorming binnen de VZW Leuven Klimaatneutraal 2030 die een centrale rol speelt in het klimaatbeleid van de stad.”

 

Ideologische strijd tegen de wagen mag niet centraal staan

Katrien Houtmeyers en Zeger Debyser: “Op het vlak van mobiliteit bewoog er heel wat de voorbije drie jaar. Dat kan niet ontkend worden. Er gebeurden enkele goede zaken, zoals de opening van de fietsspiraal en de ondertekening van het Charter Werfverkeer, op vraag van N-VA, waardoor zwaar verkeer tijdens de schoolspits zoveel mogelijk uit schoolbuurten wordt geweerd. Maar globaal gezien kenmerkt het gevoerde mobiliteitsbeleid van de voorbije drie jaar zich toch door een gebrek aan evenwicht. Denk maar aan de recent ingevoerde zone 30 op het volledige Leuvense grondgebied, ondanks het feit dat hier heel wat tegenkanting tegen is. En terwijl 80% van de Leuvenaars een auto heef en het aantal inwoners dat zegt dat er voldoende bewonersparkeerplaatsen zijn in de buurt de voorbije drie jaar verder gedaald is naar minder dan de helft, werden de voorbije drie jaar toch heel wat bewonersparkeerplaatsen geschrapt. En de ambitie van dit college is om dat aantal nog verder te verminderen. Ook voor N-VA Leuven is verkeersveiligheid een prioriteit, maar voor een ideologische strijd tegen de wagen en de autobestuurder, passen wij. We hebben nood aan een evenwichtig en slim mobiliteitsplan waar iedere weggebruiker zijn/haar plaats vindt, zonder te vervallen in fiets- of autofundamentalisme, waar het nu soms al te vaak naar neigt.”

 

Inspraak met de kleine i

Katrien Houtmeyers: “In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen werd er – over de partijgrenzen heen – van inspraak en participatie een belangrijk thema gemaakt. Terecht. En ook het stadsbestuur heeft er de mond van vol. Alleen merken wij nog al te vaak dat ‘inspraak en participatie 2.0’ in de praktijk ook onder dit bestuur maar een mager beestje is. Denk maar aan de lancering van het nieuwe stadslogo eerder deze week. Een schoolvoorbeeld van een gemiste kans op vlak van participatie: waarom werden er niet enkele voorstellen gedaan aan de Leuvenaar, die dan kon kiezen via een open stemming? En als er dan al initiatieven worden genomen, zoals bijvoorbeeld Vorm3010, wat op zich een goede zaak is, wordt er uiteindelijk nog al te vaak vooral verbonden tussen gelijkgezinden. Er wordt te weinig geluisterd naar de bezorgdheden van àlle Leuvenaars en al zeker niet naar die met een mening die niet past in de plannen van het bestuur. Denk bijvoorbeeld ook aan de kritische reacties over dekolonisatie die van de participatiewebsite werden verwijderd. Tevens zien we in Leuven een steeds groter wordend aantal actiecomités uit de grond schieten: Bruulparking, de Vaartkom, ’t Wisselspoor,…. Een stadsbestuur dient er voor iedereen zijn en niet enkel voor gelijkgezinden.”

Lorin Parys en Katrien Houtmeyers: “En ook in de gemeenteraad missen we al te vaak de échte verbondenheid. Dat een voorstel door de meerderheid wordt weggestemd louter omdat het uit de oppositie komt, is helaas niet nieuw, maar van een stadsbestuur dat verbinden verkiest boven verdelen, verwachten wij meer op dat vlak. Met onze N-VA fractie steunen we elke gemeenteraad goede voorstellen, ongeacht of ze uit de meerderheid of oppositie komen. Wij werken voor de Leuvenaars en we hebben niet het patent op alle goede ideeën in onze stad. Het zou fijn zijn als de partijen uit de meerderheid dezelfde openheid aan de dag zouden leggen. Hopelijk kan dat de komende drie jaar wel. Leuven en de Leuvenaars kunnen er alleen maar wel bij varen.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is