Een woonzorgcentrum is een mensenrecht

Door Lorin Parys op 4 juli 2020, over deze onderwerpen: Welzijn, Ouderenzorg

'Schaf de woonzorgcentra af, ze schenden de mensenrechten,' schreef gerontoloog Paul Janssens donderdag in deze krant. Het was best een prikkelend stuk, maar het was duidelijk al lang van voor Corona geleden dat de auteur voet had gezet in een modern woonzorgcentrum. Het ging volledig voorbij aan het schitterende werk én de innovatie die vandaag al in veel woonzorgcentra de praktijk is. Paradoxaal genoeg zijn onze woonzorgcentra vandaag het beste bewijs dat we allemaal steeds langer blijven thuis wonen. Daar investeert het beleid ook in. Gevolg: de gemiddelde bewoner van een woonzorgcentrum is 87 jaar. 4 op de 5 bewoners zijn zwaar zorgbehoevend. De gemiddelde verblijfsduur is minder dan 2 jaar. Wie vandaag dus verhuist naar een WZC is oud en heeft rond de klok zorg nodig die thuis niet lukt. Die zorg krijgen is óók een mensenrecht. Woonzorgcentra zijn dus zinvol, maar Covid heeft wel laten zien dat het structureel anders moet. En neen, het loopt niet overal zoals het hoort.

Net als vele honderden Rode Kruis vrijwilligers ben ik tijdens de Coronacrisis de handen uit de mouwen gaan steken in een woonzorgcentrum. Het was een ontnuchterende ervaring en een les in nederigheid. Ik mocht ontbijt serveren, kamers opruimen, bedden verversen en helpen met het eten. Iedereen, behalve de bewoners met dementie, zat toen al 5 weken op kamerisolatie. Dat betekent 5 weken geen bezoek, geen voet op de gang, geen gesprekje met je buur en geen activiteiten.

Op de eerste afdeling waar ik meedraaide waren 4 van de 14 teamleden uitgevallen terwijl 20 een volledige bezetting is. Maar al snel bleek dat Corona ook de andere zwaktes van dit WZC genadeloos bloot legde. En die zaten aan de top. De raad van bestuur had jaren geleden de maximumleeftijd voor bestuurders verhoogd van 65 naar 85 jaar. Daardoor evolueerde de raad van bestuur weliswaar naar een getrouwe weerspiegeling van de gemiddelde leeftijd van de bewoners maar ontbeerde die dynamiek en vernieuwing. De directeur nam verlof net op de dag dat de cohorte-afdeling werd opgezet. Later viel hij uit. De Coördinerende en Raadgevende Artsen (CRA) sprongen, samen met het overgebleven personeel, in de bres. Op een vrijdag kwam het bericht dat er geen mondmaskers meer waren tot maandag. De directie was tot maandag niet bereikbaar. Het was er totale chaos. Het leger werd ingeroepen voor ondersteuning.

Een medewerker van de sociale dienst vertelde me dat ze een bezorgde dochter van een bewoner aan de lijn had gehad. Haar 91-jarige vader had kanker en net Covid overleefd maar had die nacht een uur moeten wachten voor iemand zijn oproep beantwoordde. Dus gingen we kijken wie die meneer die nacht had verzorgd, maar het systeem dat zulks registreert was uitgeschakeld. De bewoner werd die dag afgevoerd naar het ziekenhuis waar hij overleden is. Meteen daarna vertrouwden een aantal zorgkundigen me toe dat ‘de nachtploeg bang is in het donker en dus doen ze alles met 4 samen. Als ze dan rechts bovenaan in het gebouw beginnen en je belt als bewoner voor assistentie in een andere vleugel, heb je pech.’ Ook aan de permanente vorming schortte er iets.  Tijdens een briefing gooide een personeelslid de thermometer waarmee ze net de koorts van een bewoner had gemeten op tafel. Een collega vroeg of ze die ging ontsmetten. “Ah, op de derde verdieping waar ik normaal gezien werk, hoeft dat niet,” was het laconieke antwoord.

Maar het zijn de verhalen van de bewoners die met het meest zijn bijgebleven. Die bewoner die er dit jaar 100 wordt en honderduit over de oorlog vertelt maar net voor het eerst gefacetimed had. De mevrouw met dementie die ik moet uitleggen dat ik haar zoon niet ben. Die andere die ik zachtjes probeer duidelijk te maken dat haar man al 12 jaar geleden gestorven is. Of die dame die zo boos was dat ze niet uit haar kamer mocht en ik daarom er nauwelijks in. En dan die mevrouw met dementie die vroeg of ik echt was. En of zij echt was. Maar die wel hard moest lachen met mijn flauwe mop. Veel gesprekken ook over de dood. Het einde dat gewis nadert. Wij die hun gezegende leeftijd nog niet hebben bereikt, wanen ons soms ongenaakbaar. Maar de kans is groot dat ook wij daar ooit terechtkomen. En de vraag is dus hoe dat anders moet.

Hoe dan? Met leefhuizen die kleiner zijn maar wel ingebed een groter geheel. Met constante ondersteuning van  ziekenhuizen die bijvoorbeeld hygiënisten sturen om personeel op te leiden. Voldoende testen en persoonlijk beschermingsmateriaal. Met inbedding in de eerstelijnszones en linken naar de geestelijk gezondheidszorg. Gebouwen die niet langer eilanden aan de rand van de gemeenten zijn, maar deel van onze dorpskern of stadscentrum. Met plek voor kinderopvang en polyvalente ruimtes die door iedereen kunnen gebruikt worden. Als een bewoner van een WZC een half uurtje per dag kan voorlezen in een kinderdagverblijf, maken we een wereld van verschil. Met bewoners mee aan het stuur en met inspraak over het uur waarop ze willen opstaan, eten en gaan slapen. Met zorgkundigen en verplegend personeel dat correct vergoed wordt, een bestaffing die rechtstreeks verband houdt met de zorgzwaarte van de bewoners. Met permanente navorming voor het personeel en een duidelijke rol voor de CRA.

En wanneer er een tweede golf van Covid19 zou komen, moeten we zorgen dat we niet elk van de 80.000 WZC bewoners opnieuw in eenzame afzondering opsluiten omwille van een lokale infectiehaard. Het nieuwe normaal moet flexibel en op maat zijn, one size fits none. Met een systeem van kleurencodes zoals de minister van Onderwijs heeft ingevoerd, kunnen we ook in de zorg duidelijkheid creëren. Het beleid moet daarom met de experten van de GEES en de sectoren een systeem uitwerken op basis van het lokaal risiconiveau. Groen betekent dat het risico op besmetting bijna onbestaand is. Bij niveau Geel is het lokale risico laag, in niveau Oranje matig en met niveau Rood hoog. Afhankelijk van de kleurencode in een zone, verscherpen of versoepelen we de maatregelen en bezoekregelingen.

Dus laat de woonzorgcentra bestaan maar denk ze om.  

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is