Welzijnsaanbod in Vlaamse Rand hinkt achterop

Door Lorin Parys op 18 september 2015, over deze onderwerpen: Vlaams-Brabant, Welzijn

De Vlaamse Rand heeft een achterstand op vlak van welzijnsinvesteringen. Volgende week maandag vindt daar een seminarie over plaats in Leuven. Ik lijst hieronder alvast op waar de nood in de Vlaamse Rand het hoogst is, gebaseerd op cijfers die ik verzamelde van de Vlaamse overheid. Ik heb geprobeerd om zo veel mogelijk data in balkjes te gieten. Zo wordt het meteen duidelijk  dat we die welzijnskloof in de Vlaamse Rand moeten dichten. Alleen komt dan de moeilijkste vraag, hoe? Voor de volhouders heb ik op het einde van dit stuk een aantal concrete ideeën. Ik zal bevoegd minister Vandeurzen daarover ondervragen in het parlement. Je leest er hier alles over wanneer ik antwoord krijg. Maar eerst dus over hoe we ervoor staan in de Rand.

Jongerenwelzijn: De helft minder aanbod dan in de rest van Vlaanderen

Een heel opvallend cijfer zien we in de Bijzondere Jeugdbijstand. Vlaams-Brabant heeft daar minder dan 6 plaatsen per 10.000 inwoners, terwijl de andere provincies 10 plaatsen of meer hebben in de Bijzondere Jeugdbijstand. Dat verschil is groot en zou moeten weggewerkt worden. Bovendien is de situatie in Halle-Vilvoorde nog een pak slechter dan in Leuven. Dat kan je lezen in onderstaande grafiek die komt van het Steunpunt Sociale Planning Vlaams-Brabant. 

Dat is straf omdat een kind in nood dat uit huis moet worden geplaatst op deze manier bijna drie keer meer kans heeft op de juiste hulp in West-Vlaanderen dan in Halle-Vilvoorde. Studies wijzen uit dat jeugdrechters hun beslissing laten afhangen van de beschikbare en aanwezige hulp. Anders gesteld, als zo’n, jeugdrechter eerst een plaatsing in een residentiële voorziening beslist maar weet dat daar toch geen plek is, zal hij zich de moeite besparen en dan bijvoorbeeld maar meteen thuisbegeleiding voorzien. Wat er dus toe leidt dat het toeval – met name de woonplaats van de ouders van een kind – bepaalt welk soort hulp een kind in nood krijgt.

Voor een heel aantal van de voorzieningen maakt het soms niet uit als er een aanbod is net over de grens met een andere provincie. Vlaanderen is één zorgregio die niet stopt aan de provinciegrenzen. Maar kinderen kunnen best niet ver van huis worden opgevangen omdat ze dan elke link met hun ‘context’ – familie, vrienden en sociaal netwerk - verliezen.

De cijfers in de eerste grafiek gaan over de voorzieningen, maar de tendens is dezelfde als je residentiële, mobiele en ambulante hulp samen neemt. 

CAW’s: Vlaming in de Rand heeft evenveel recht op hulp als iemand uit Kortrijk

Hetzelfde verhaal geldt ook voor de CAW’s trouwens. De Vlaamse Rand krijgt hier 7.5 EUR subsidie/inwoner (Halle-Vilvoorde), Oost-Brabant 14 EUR terwijl de nood in de Vlaamse Rand zeker zo hoog is als in andere regio’s.

Geestelijke gezondheidszorg: Vlaamse Rand net geen rode lantaarn

Wat geestelijke gezondheidszorg betreft, zijn de regio’s Turnhout, Mechelen, Zuid-Oost-Vlaanderen en Zuid-West-Vlaanderen de rode lantaarns. Zij krijgen respectievelijk 6,24 euro per inwoner, 7 euro voor Mechelen en Zuid-Oost-Vlaanderen en 7,64 per inwoner voor Zuid-West-Vlaanderen. De Vlaamse Rand zit aan 7,88 EUR/inwoner, arrondissement Leuven aan 8,68 euro per inwoner. Hier heeft het beleid al heel wat achterstand ingehaald maar de middelen blijven onder het gemiddelde van 9,67 EUR/inwoner. Al zijn de verschillen deels te verklaren door een aantal extra opdrachten die bepaalde Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg hebben, het blijft een vaststelling dat bepaalde regio’s een veel uitgebreider aanbod kunnen uitbouwen om aan hun vraag tegemoet te komen.

Multifunctionele Centra: minste aantal plaatsen

Maar ook in multifunctionele centra bijvoorbeeld scoort Vlaams-Brabant niet goed. Het is ook niet zo eenvoudig om die zorg ergens anders te betrekken aangezien heel wat van die MFC’s gekoppeld zijn aan scholen (buitengewoon onderwijs) om leerlingen tijdens de lesuren therapie te kunnen bieden.

Historische achterstand voor personen met een handicap in Vlaams-Brabant

Binnen de VAPH-sector is de historische achterstand in Halle-Vilvoorde groot. In Vlaams-Brabant zijn zo maar 39 plaatsen beschikbaar per 10.000 inwoners, terwijl dat in de andere provincies op gemiddeld 47 plaatsen per 10.000 inwoners ligt. Bij de provinciale verdeling van de middelen voor het uitbreidingsbeleid 10% voorafgenomen om deze historische achterstand geleidelijk weg te werken. Het is echter ook zo dat er in Vlaanderen gemiddeld 206 actieve vragen per 100.000 inwoners zijn naar hulp binnen de VAPH-sector, terwijl dat er in Vlaams-Brabant en Brussel slechts 130 per 100.000 inwoners zijn.

Thuiszorg: het minst aanwezig in Vlaams-Brabant

Thuiszorg wil ervoor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, en daar verzorgd kunnen worden. Of ook dat mensen na een periode in het ziekenhuis bijvoorbeeld sneller naar huis kunnen. Die thuiszorg is in de ene provincie al beter georganiseerd dan in de andere. Vlaams-Brabant moet het bijvoorbeeld stellen met minder dan 0,6 voltijdse equivalenten (VTE) per 10.000 inwoners, terwijl Antwerpen en West-Vlaanderen meer dan 1 VTE hebben per 10.000 inwoners. Dat heeft niet enkel een effect op de kwantiteit van de dienstverlening, maar zeker ook op de kwaliteit.

Ook goed nieuws: ouderenzorg beent bij

Het aantal plaatsen in de ouderenzorg verschilt eveneens sterk van provincie tot provincie. In West-Vlaanderen zijn er 50 plaatsen extra in de ouderenzorg per 10.000 inwoners. De  achterstand in Vlaams-Brabant wordt de komende jaren weggewerkt omdat er 4.038 extra plaatsen in de pijplijn zitten en daarmee doen we het goed.

Buitenschoolse kinderopvang is een probleem

Ook in de kinderopvang zijn er grote verschillen te merken. Limburg en Antwerpen kampen met het grootste tekort. Limburg heeft wel meer plaatsen in de Buitenschoolse Kinderopvang: bijna 10 plaatsen per 100 kinderen tegenover gemiddeld 5,72 plaatsen per 100 kinderen in de andere provincies. Opvang voor baby’s en peuters is in zowel Limburg als Antwerpen beperkt tot ongeveer 36 plaatsen per 100 kinderen, terwijl in andere provincies gemiddeld 46 plaatsen beschikbaar zijn voor 100 kinderen. Ook hier is het aanbod erg locatiegebonden en kan je niet zomaar 50 km verderop naar de opvang.

 

Minder jobs in welzijn

Er zijn te weinig welzijnsvoorzieningen in de Vlaamse Rand rond Brussel. En dat is weerspiegeld in de cijfers van Vlaams-Brabant. Hieronder het aantal plaatsen over alle welzijnssectoren (van revalidatiecentra tot kinderopvang) heen per 10.000 inwoners. Vlaams-Brabant klokt af op 411 plaatsen. Het gemiddelde in Vlaanderen is 479 plaatsen en West-Vlaanderen telt er 112 meer dan Vlaams-Brabant, of 523. Niet alle aanbod wordt in plaatsen uitgedrukt, sommige in punten, uren of toegekende zorgperiodes, maar ook daar zie je dezelfde tendens. 

Logischerwijs vertaalt zich dat ook in het relatief beperkt aantal mensen dat in de welzijnssector werkt in Vlaams-Brabant. Het zijn er 53 per 10.000 inwoners, het Vlaams gemiddelde ligt op 60 en West-Vlaanderen heeft er 63.

Oorzaken

De verklaring voor het achterblijven van investeringen in de Vlaamse Rand is niet simpel toe te wijzen aan één oorzaak. Er is uiteraard de hoge kost om in die Vlaamse Rand aan sociaal ondernemerschap te doen. De grondprijs is hoog, het aantal beschikbare zorgprofielen is laag. Voor thuiszorg bijvoorbeeld is het moeilijk om de kloof, die zich vooral in de Vlaamse Rand situeert, weg te werken omdat initiatiefnemers daar merkelijk minder aanvragen indienen. En als er dan geld voor uitbreiding wordt voorzien voor Vlaams-Brabant, moeten we ook eerlijk bekennen dat Oost-Brabant vaak de centen binnenhaalt. Het uitbreidingsbeleid heeft in het verleden vaak expliciet of impliciet de voorkeur gegeven aan het uitbreiden van bestaande initiatieven waardoor de achterstand in de Rand nog groter werd. Het is immers logisch dat bestaande initiatieven een aantal troeven hebben op vlak van ervaring en track record, parameters die meespelen in de toekenning van extra middelen. Bovendien stimuleert het beleid terecht samenwerking maar als je een lager aanbod hebt, is dergelijke samenwerking natuurlijk problematisch.

In de provincie West-Vlaanderen stond de katholieke zuil traditioneel erg sterk. Daar zijn dus ook veel voorzieningen gebouwd van het Christelijk Ziekenfonds, Caritas, enz. Die traditie speelde minder in de rand rond Brussel en dus staan er vandaag ook minder voorzieningen die op geld kunnen rekenen.

Oplossingen

Nu wordt er al rekening gehouden, bij uitbreidingsbeleid, met lokale noden. Zoiets heet de ‘programmatie.’ Een set van objectieve parameters die mee beslist wie en waar ze hoeveel extra geld krijgen, als dat er is. Dat is alvast een goed uitgangspunt is, maar het kan beter. Het is tijd om die programmatie verder te verfijnen zodat we niet in een vicieuze cirkel terecht komen:

  • Bijvoorbeeld voor Bijzondere Jeugdzorg/Integrale Jeugdhulp krijgt iedere regio een bepaald gewicht bij de toekenning van nieuwe middelen (volgens een Besluit van de Vlaamse Regering uit 2011). Dat betekent concreet dat vandaag bij uitbreiding Integrale Jeugdhulp er maar 11.5% van de middelen naar Vlaams-Brabant gaat. Daar spelen socio-economische factoren een rol – maar een provincie kan gemiddeld een goede score hebben terwijl bijvoorbeeld een regio als de Vlaamse Rand die een geheel eigen profiel heeft, daar helemaal anders kan uitkomen.
  • De instroom die een belangrijk gewicht in de verdeling van de uitbreidingsmiddelen heeft. Aangezien sommige jeugdrechters bijvoorbeeld minder geneigd zijn om in de Vlaamse Rand een residentiële plaatsing op te leggen aangezien de capaciteit er toch niet is,  dreigt de investeringsachterstand in de Vlaamse Rand op die manier toe te nemen in plaats van af te nemen. In bepaalde sectoren zijn er ook minder aanmeldingen omdat er minder voorzieningen zijn die een aanmelding kunnen maken.

Op die manier dreig je dus soms in een cirkel terecht te komen waardoor Halle-Vilvoorde bij een uitbreidingsronde opnieuw minder geld zou krijgen dan waar de inwoners van de Vlaamse Rand recht op hebben.

Als oplossing voor beide bovenstaande gevallen zouden we naar een correctie in de programmatie moeten evolueren. Zo kan je bijvoorbeeld het feit dat de Vlaamse Rand niet over een centrumstad beschikt - nu kan je vaak extra middelen krijgen als je in een centrumstad in welzijn investeert maar alhoewel Halle-Vilvoorde erg duur is, geldt dat dus niet voor de Vlaamse Rand -  corrigeert en fijnmazigere regio’s in overweging neemt.  

Daarnaast moeten we ook in een finetuning van de programmatie rekening houden met het feit dat er in Halle-Vilvoorde voor bepaalde sectoren minder aanmeldingen zijn omdat er minder plek beschikbaar is.

Voor het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) wordt de achterstand weggewerkt aan de hand van voorafnames. Antwerpen, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Vlaamse Rand kunnen zo hun zorgkloof inlopen. Bij uitbreiding van de middelen wordt 10% vooraf genomen om de historische achterstand in die drie regio’s geleidelijk weg te werken. Dat is een goede zaak en moet op termijn een oplossing bieden.

En uiteraard zijn deze cijfers een verdere aansporing om het regeerakkoord verder uit te voeren dat stelt: “We pakken de achterstand aan die de Vlaamse Rand heeft inzake welzijns- en gezondheidsaanbod. Met een nieuw instrument ‘Vlabzorginvest’ zorgen we ervoor dat gronden om nieuwe zorginitiatieven te realiseren beschikbaar komen, en het nodige kapitaal kan vrijgemaakt worden.“ Naar analogie met Vlabinvest kan dit initiatief op het terrein effectief een verschil maken. Het loont ook de moeite om te bestuderen wanneer de minister met een alternatief voor VIPA – investeringsmiddelen voor welzijn - komt om te kijken of er voor de Vlaamse Rand nog andere mogelijkheden zijn die het specifieke karakter van de regio in acht nemen.

Ik kijk alvast uit naar de studiedag ‘Wel op Weg? Welzijn in Vlaams-Brabant’ van maandag. 

Extra voor nerds

Hier en hier kan je extra tabellen vinden met meer gedetailleerde data. En hierbij de link naar de ruwe data

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is