"Waarom nog samenwerken met weeshuis als er al sprake was van ontvoeringen?"

Door Lorin Parys op 5 mei 2017, over deze onderwerpen: Adoptie, Welzijn

Waarom werd er in 2015 nog samengewerkt met het Congolese weeshuis Tumaini en met de Belgisch-Congolese Julienne Mpemba, terwijl Congolese mensenrechtenorganisaties en Interpol al in 2013 over informatie beschikten die beide in verband bracht met de ontvoering van jonge kinderen? Dat wil Vlaams parlementslid Lorin Parys (N-VA) weten van minister van Gezin Jo Vandeurzen (CD&V).

Parys diende vrijdag in het parlement een vraag om uitleg in nadat het nieuws bekend was geraakt dat minstens drie Congolese "weeskindjes" die in ons land geadopteerd werden nog biologische ouders in hun thuisland hebben. Die kinderen kwamen in 2015 in ons land aan via het weeshuis Tumaini dat gerund werd door Julienne Mpemba. Zij werd al in 2013 in verband gebracht met de verdwijning en ontvoer ing van kleine kinderen, vorig jaar werd ze in ons land opgepakt maar vrijgelaten in afwachting van een proces.

Geen van de drie betrokken kinderen woont in Vlaanderen, maar toch heeft Vlaams parlementslid Lorin Parys een paar vragen voor minister Vandeurzen over interlandelijke adoptie vanuit Congo. In de eerste plaats wil hij weten hoeveel kinderen er via Tumaini en Julienne Mpemba in Vlaanderen geadopteerd zijn.

Parys vraagt zich tevens af hoe het kan dat er in 2015 met Tumaini en Mpemba werd samengewerkt terwijl er al informatie circuleerde die beide in verband bracht met de ontvoering van jonge kinderen. En ook: "Hoe kon het dat een proefkanaal werd goedgekeurd in 2013 terwijl er al in hetzelfde jaar vermoedens van fraude bestonden?".

Enkele jaren geleden al kwam Parys erachter dat de Commissie van Opvolging en Overleg, die onder meer de verschillende adoptiediensten, de FOD Buitenlandse Zaken en de parketmagistraten samenbrengt, tussen begin 2013 en december 2015 niet samenkwam, ook al was dat wettelijk vereist. Nu vraagt Parys zich af of een vergadering twee keer per jaar de informatie vanuit Congo wel tijdig had kunnen bezorgen aan de betrokken diensten.

"Dit gaat niet zozeer over het uitvaardigen van nieuwe regels, maar over het uitvoeren van bestaande regels", legt Parys aan Belga uit. Tegelijk wordt op federaal niveau wel over een betere bevoegdheidsafbakening tussen de verschillende diensten gesproken, terwijl het Vlaams Parlement de hand legt aan een nieuw decreet interlandelijke adoptie.

Minister Vandeurzen laat weten dat hij de vragen van Parys in de commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement zal beantwoorden. Die commissie vergadert volgende week dinsdag.

Update: Op dinsdag 16 mei 2017 stelde Lorin Parys hierover enkele vragen aan de minister. De minister verzekerde dat er geen aanwijzingen voor fraude zijn opgedoken in de Vlaamse adoptiedossiers uit de Republiek Congo. In de volgende Commissie voor Opvolging en Overleg wordt besproken hoe bestaande informatie vanuit inlichtingendiensten en gerechtelijke dossiers, voor zover mogelijk, maximaal kan gedeeld worden binnen de verschillende betrokken overheden. Het volledige debat kan u hier opnieuw lezen of bekijken. 

Het interview van Lorin kan u hier herbeluisteren (vanaf 2:52). 

Bekijk meer video's van vtmnieuws op nieuws.vtm.be

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is