Pleegzorg mag geen slachtoffer worden van zijn groeiend succes

Door Lorin Parys op 19 november 2015, over deze onderwerpen: Pleegzorg, Welzijn, Jongeren

Elke dag wachten er honderden kinderen in Vlaanderen op een pleeggezin. Daarom is het goed nieuws dat steeds meer Vlamingen de weg naar pleegzorg vinden. Toch is er nog werk aan de pleegzorgwinkel. De omkadering van pleegouders moet sneller volgen. Het kan niet dat we eerst alle moeite van de wereld doen om kandidaat-pleegouders te rekruteren en hen vervolgens bijna een jaar laten wachten om hun vormingstraject te starten. En ook met de bekendheid kan het nog beter. Veertig van de 100 Vlamingen die wij vroegen of ze wisten wat pleegzorg was, hoorden het in Keulen donderen. Daarbij leerden we dat het aantal mensen dat pleegzorg zou overwegen, verdubbelde in onze steekproef wanneer ze wisten dat er een duidelijk statuut voor pleegouders zou zijn. Er ligt dus nog werk op de plank.

Eerst en vooral mogen we als overheid niet schizofreen zijn. Vandaag lanceren we naar aanleiding van de week van de pleegzorg aan de ene kant een mooie campagne op radio en televisie om Vlamingen aan te moedigen zich kandidaat-pleegouder te stellen. Maar aan de andere kant laten we kandidaat-pleegouders vervolgens bijna een jaar wachten om een vorming te volgen. Ik ken kandidaat-pleegouders in West-Vlaanderen die zich tijdens de zomer hebben aangemeld en vandaag het bericht kregen dat de eerstvolgende vorming in september van 2016 plaats vindt. Er is nog één andere mogelijkheid in hun provincie en daar zou nog plek zijn in maart van volgend jaar. (Update: Ondertussen heeft Agentschap Jongerenwelzijn en Pleegzorg West-Vlaanderen bevestigd dat er bijkomende vorming wordt voorzien en hoef je geen jaar meer te wachten. In februari en maart gaan ze aan de slag met extra vormingsmomenten. Goed nieuws!) Als we meer Vlamingen willen stimuleren om zich als kandidaat-pleegouder te registreren, is het paradoxaal dat we ze vervolgens frustreren  door  ze  zo lang te laten wachten vooraleer ze aan de vorming kunnen beginnen. De begroting voor volgend jaar voorziet in een miljoen extra voor pleegzorg, maar operationeel moeten we sneller een tandje bijsteken.

Vervolgens moeten we pleegzorg nog bekender maken want onbekend is onbemind. We hebben al een behoorlijke weg afgelegd maar we kunnen nog beter. Vorig jaar was er veel media aandacht met  een Panorama uitzending en een campagne over het onderwerp en die wierpen hun vruchten af. De instroom van kandidaat-pleegouders was eind 2014 immers opmerkelijk groter dan andere jaren: meer dan duizend geïnteresseerden namen deel aan informatiesessies over pleegzorg, vooral tijdens de Week van de Pleegzorg. Die instroom heeft zich ook in de eerste maanden van dit jaar doorgezet. En meer dan 1.800 mensen hebben zich opgegeven om in het kader van de vluchtelingencrisis kinderen of jongeren op te vangen of families te ondersteunen. Het is hartverwarmend dat vorig jaar een record aantal Vlamingen, 4.036,  hun huis en hun hart openstelden om 6.332 kinderen en pleeggasten een warm nest geven.

Toch laten we nog te veel kinderen in de kou staan. Veertig percent van de Vlamingen die wij ondervroegen weet niet wat pleegzorg is. En elke pleegouder kan getuigen dat de eerste vraag die je moet beantwoorden als je ergens met je pleegkind verschijnt is: ‘Dus je hebt Onno geadopteerd?’. Elke pleegouder wordt zo willens nillens een beetje pleegzorgambassadeur. Dat is positief. Zo zien vrienden en kennissen dat pleegouders ook maar net supergewone mensen zijn zoals ze zelf. Uit onze steekproef moet ook blijken dat onze ondervraagden ook behoorlijk ok zijn met alle soorten en vormen pleeggezinnen. Een dikke tien percent niet te na gesproken die vindt dat alleenstaanden geen geschikte pleegouder kunnen zijn. Drie percent van de mensen die wij het vroegen, vindt dat koppels van hetzelfde geslacht geen pleegouder zou mogen worden. Maar wat het meest opviel is dat het aantal mensen dat pleegzorg zou overwegen steeg van 20 naar 40 percent indien er een duidelijk statuut voor pleegouders zou zijn. Ook daar is goed nieuws over. Vorig jaar legden we in de Kamer een wetsvoorstel neer dat duidelijke spelregels vastlegde voor pleegouders, ouders en kinderen. De parlementaire molen maalt traag maar ondertussen hebben we hoorzittingen met experten achter de rug en zal het parlement zich binnenkort - eindelijk - uitspreken over een statuut. Iets waar al tientallen jaren over wordt gesproken en waar nu eindelijk de landing voor in zicht is. Dan zullen pleegouders bijvoorbeeld ook het recht op contact hebben met pleegkinderen die opnieuw bij hun ouders zijn gaan wonen en kunnen ze makkelijker alledaagse beslissingen nemen. En zo nemen we opnieuw een drempel weg om meer gezinnen te vinden voor kinderen die thuis niet kunnen opgroeien.

En dan moeten we enkel nog de laatste trap van onze viertrapsraket waar maken: een verlofregeling voor pleegouders. Meer dan één op vijf pleegkinderen is tussen de nul en drie jaar en net voor die kinderen is het vaak moeilijk pleegouders te vinden. Stel je voor dat je bediende, verpleegster of leerkracht bent en je als potentiële pleegouders plots telefoon krijgt dat kleine Anja is geboren en op je ligt te wachten in het ziekenhuis. Het aantal pleegouders dat van hun hart een steen moet maken en Anja geen thuis kan geven omdat ze simpelweg geen recht hebben op pleegverlof is niet te tellen. We hebben dan ook een voorstel ingediend waarbij ook pleegouders verlofrechten krijgen en daarnaast ook ouderschapsverlof kunnen opnemen. Ook hier moet schot in de zaak komen. Die verlofregeling zal er trouwens voor een verjonging van het pleegouderbestand zorgen, vandaag is immer meer dan de helft ouder dan vijftig jaar.

Elke politicus droomt ervan de wereld te veranderen. Wij zijn ervan overtuigd dat als we ermee voor kunnen zorgen dat meer kwetsbare kinderen in een warme thuis kunnen opgroeien, de wereld er een pak anders zal uitzien. Met een snellere omkadering, meer aandacht voor pleegzorg, een duidelijk statuut en een verlofregeling voor pleegouders moet dat lukken. 

Lorin Parys, pleegpapa en Vlaams volksvertegenwoordiger N-VA
Kristien Van Vaerenbergh, federaal volksvertegenwoordiger N-VA

Lorin Parys en Kristien Van Vaerenbergh gingen ook de straat op! Hoe bekend is pleegzorg in Vlaanderen? We vroegen het aan de man in de straat! Hieronder een kort verslag:

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is