Sinds 2009 voor 505 miljoen euro en 1.000 voetbalvelden aan gronden voor sociale woningen gekocht

Door Lorin Parys op 22 juli 2015, over deze onderwerpen: Wonen

Alle sociale huisvestingsmaatschappijen samen kochten sinds 2009 meer dan 502 hectare, oftewel 5.026.303,35 vierkante meter, aan bouwgronden op om sociale woningen te bouwen. “Dat is gelijk aan de totale oppervlakte van meer dan 1.000 voetbalvelden. De totale waarde van die gronden bedraagt 505.317.081,86 euro”, zegt Lorin Parys, Vlaams Volksvertegenwoordiger voor N-VA en voorzitter van de Commissie Wonen. Hij maakte een analyse van gegevens die hij opvroeg bij de Vlaamse minister voor Wonen Liesbeth Homans (N-VA).

“De Sociale Huisvestingsmaatschappijen betaalden een gemiddelde prijs van 100 euro per vierkante meter. Deze prijs verschilt uiteraard van locatie tot locatie”, aldus Parys. Sociale huisvestingsmaatschappijen hebben gronden nodig om sociale woningen op te bouwen die ze dan later kunnen verkopen of verhuren. Die grondbank kende sinds 2009 een groei met duizenden percelen. Het gaat niet enkel om aangekochte of onteigende gronden en gronden die ter beschikking worden gesteld via erfpacht of opstal, maar ook over  onbebouwde grond, maar ook over gronden waarop zich nog te slopen gebouwen bevinden.

Sociale huisvesting in Herenthout kocht geen grond, in Ranst voor 181.000 m²

De gemeente Herenthout kocht helemaal geen gronden aan voor sociale woningen de afgelopen jaren en staat daarmee op de laatste plaats. De gemeenten Kruibeke, Borsbeek, Heuvelland en Niel kochten eveneens weinig gronden aan: respectievelijk 158, 209, 250 en 335 vierkante meter. Uitschieters aan de andere kant van het klassement zijn Nazareth, Sint-Niklaas, Gent, Beveren en Ranst. Zij vormen de top 5 van gemeenten met de grootste aankoop van gronden met respectievelijk 180.944, 130.516, 116.368, 91.329 en 81.955 vierkante meter aan bouwgronden. “Sommige gemeenten hebben historische grondvoorraden en moeten dus minder gronden aankopen om hun Bindend Sociaal Objectief (BSO) te behalen. Andere gemeenten moeten dan weer het tegenovergestelde doen: zij moeten soms een inhaalbeweging maken. Dat zijn mogelijke verklaringen voor de intergemeentelijke verschillen”, verklaart Parys.

De jaarlijkse aankoop van gronden door sociale huisvestingsmaatschappijen schommelde tussen 2009 en 2012 rond de 600.000 vierkante meter. “Een echte piek zien we in 2013 met een totale aangekochte oppervlakte van alle SHM’s van 1.200.000 vierkante meter aan bouwgrond. In 2014 daalde de aangekochte oppervlakte opnieuw naar circa 900.000 vierkante meter”, vertelt Parys. 

Amper 5% van de aangekochte gronden verbonden met de sociale last

In 2014 werden de sociale lasten uit het Grond- en Pandendecreet geschrapt. De sociale last is een verplichting voor de verkavelaar of de bouwheer om mee te helpen een sociaal woonaanbod te verwezenlijken. De sociale last kon op vier manieren verwezenlijkt worden: rechtstreeks in natura, door verhuring van woningen aan een sociaal verhuurkantoor, door het afkopen  van de verplichting of door verkoop van gronden. Op deze beslissing kwamen toen veel ongeruste reacties die vreesden dat de aankoop van gronden en panden door sociale huisvestingsmaatschappijen zou stil vallen. “Onterecht”, volgens Parys. “Als we onze cijfers analyseren, dan zien we dat sinds 2009 en tot 2014 amper 5% van alle aangekochte gronden door SHM’s gebeurd is in het kader van die sociale lasten. Als we hier het aandeel in natura bijtellen dan komen we maximaal op 10%. Dat is een overbrugbaar percentage. De onrust over het verdwijnen van deze sociale lasten is dus niet gebaseerd op de feiten. Daarenboven is dit aandeel nu niet verloren, we hopen alvast dat ontwikkelaars er blijven voor kiezen om samen te werken met SHM’s om sociale huurwoningen te verwezenlijken op vrijwillige basis.”

De Vlaamse Minister van Wonen, Liesbeth Homans, sluit hierop aan door in te zetten op vrijwilligheid. Dat staat te lezen in haar beleidsnota Wonen 2014-2019. “We steunen de minister daar in. Nu hebben we ook het bewijs: het merendeel van de sociale woningen wordt gerealiseerd buiten die sociale lasten en dus zonder verplichting”, legt Parys uit. “Door samen te werken met de woonontwikkelaars zullen we het sociale woningaanbod voldoende kunnen optrekken om het Bindend Sociaal Objectief tijdig te behalen.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is