Pleidooi voor veiliger fietsen!

Door Lorin Parys op 21 oktober 2015, over deze onderwerpen: Mobiliteit, Verkeersveiligheid

Lorin stelde woensdag een actuele vraag aan de minister over het gebruik van de fietshelm in Vlaanderen. HIeronder leest u een bekopt verslag. Het integrale debat in de plenaire vergadering kan je hieronder herbekijken.

Lorin Parys: 

Voorzitter, minister, ik wil eigenlijk inpikken op wat de heer Schiltz daarjuist heeft gezegd. De enquête heeft aangetoond dat één op vier zich onveilig voelt in het verkeer, maar ook dat het blijkbaar goed gesteld is met de kennis van Sartre. De kop boven het artikel was immers dat de verkeersonveiligheid de fout van de andere is: ‘L’enfer, c’est les autres’.

Vooral één statistiek is me bijgebleven, namelijk dat minder dan één op tien jongeren effectief een helm draagt in het verkeer. Daar is gisteren een interessante discussie over losgebarsten. Eigenlijk zet die twee soorten argumenten tegenover elkaar.

De eerste soort zijn argumenten die op cijfers gebaseerd zijn, cijfers die rationeel zijn. We kunnen zien dat de meeste dodelijke ongevallen met fietsers, met een hoofdletsel te maken hebben, en dat wie een helm draagt tot 50 procent minder kans op een hoofdletsel heeft. Als we die cijfers toepassen op ons land, zouden er 500 minder doden en zwaargewonden in ons verkeer zijn.

Aan de andere kant zijn er een aantal meer emotionele argumenten. Die kwamen ook uit die enquête naar voren. Er werd gevraagd waarom ze dan geen helm dragen. Daarop antwoordden de mensen: “Niemand doet het” of “Het is oncool en belachelijk.” Top of the bill was: “Mijn haar geraakt ervan in de war.”

U hebt gisteren gezegd dat u over die maatregel twijfelt. Dat vind ik bijzonder lovenswaardig. Politiek gaat over twijfel, over het afwegen of de potentiële winsten bij een maatregel groter zijn dan de nadelen die wij ervan kunnen ondervinden. Ik weet dat die materie op het federale en Vlaamse niveau te paard zit rond sensibilisering en het verplicht maken. Vlaanderen heeft een stem in dat debat. Minister, op welk soort criteria zult u afwegen of het dragen van zo’n helm al dan niet effectief moet worden verplicht in uw nieuw Vlaams verkeersveiligheidsplan?

Minister Ben Weyts: 

Ons vertrekpunt is de schande van de 400 verkeersdoden in Vlaanderen. De afgelopen tien jaar hebben we een gestage daling gezien, vervolgens een stagnatie en uiteindelijk in 2014 weer een stijging. Een belangrijk element achter dat cijfer 400 is een andere vervelende waarheid, namelijk dat het aandeel zwakke weggebruikers – fietsers en voetgangers – op 10 jaar tijd op dat vlak geen goede evolutie heeft doorgemaakt. De daling van het aantal verkeersdoden is uitsluitend te schrijven op het conto van de wagenbestuurders. Waarom is dat zo? Niet zozeer omdat die wagenbestuurders veiliger zijn geworden, maar omdat die auto’s veiliger zijn geworden. Ik zeg het even uit het hoofd, maar zal er niet ver naast zitten: wat het aantal letselongevallen betreft, zijn we de laatste 10 jaar, van 2005 tot 2014, van 8900 naar 9700 gegaan. Het aantal verkeersdoden is gestegen van 90 naar 94. Dat is dus een stijging in de laatste 10 jaar in een beschaafde samenleving.

Wat doen we daaraan? Die schande van de vierhonderd willen we gebruiken om de samenleving te mobiliseren. Daarom hebben we ook dat Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid opgericht, met een brede vertegenwoordiging, dus niet alleen de usual suspects, de Vlaamse verkeersveiligheidsorganisaties, maar breed aangevuld met politie en parket, en daarnaast ook de automobilistenverenigingen. Zelfs de transportfederaties zitten mee aan tafel. Zij hebben de opdracht gekregen om samen met mij een Vlaams verkeersveiligheidsplan uit te werken. Ze doen dat in vier kamers, op basis van de vier e’s: educatie, engineering – infrastructuur –, enforcement – handhaving – en evaluatie. We hebben hen ook de opdracht meegegeven om speciale aandacht te besteden aan zeven doelgroepen, op basis van het onderzoek van de Universiteit Hasselt, die specifiek zeven doelgroepen naar voren heeft geschoven, bijvoorbeeld motorrijders, maar ook fietsers en voetgangers.

En dan nog eens speciaal in de bebouwde kom. Het grootste aantal verkeersdoden valt wel buiten de bebouwde kom, maar binnen het aantal doden in de bebouwde kom is er een oververtegenwoordiging van de zwakke weggebruiker. Dat lijkt evident, maar in Nederland vallen er veel meer doden binnen de bebouwde kom. Maar dit terzijde.

Dat wat het Vlaams Verkeersveiligheidsplan betreft. We werken nu ook het Fietsplan af. Dat focust enerzijds op investeringen, mevrouw Fournier. Het uitgangspunt is het behoud van het investeringsniveau. Niet ondanks maar dankzij de besparingen kunnen we dat investeringsniveau op peil houden. Met betrekking tot de gemeenten maak ik mij een beetje zorgen omdat het aandeel van de gemeenten in de investeringen in fietspaden wat terugloopt. Via het Fietsfonds stellen wij 10 miljoen euro ter beschikking op basis van de regel 40-40-20. Een gemeente neemt 20 procent van de financiering op zich, en de provincie en het gewest elk 40 procent. Uiteindelijk wordt 80 procent niet door de gemeente zelf gefinancierd. Zij financieren maar 20 procent, en toch raakt die 10 miljoen euro absoluut niet ingevuld.

Het tweede belangrijke element van dat Fietsplan is het feit dat we veel meer moeten trekken in de coördinatie. Er zijn misschien te veel spelers, te veel bestuurlijke niveaus. We zullen dat veel meer moeten coördineren en de versnippering tegengaan.

Dan is er de discussie over de fietshelm. Ik heb het meegegeven, maar dat geraakt snel ondergesneeuwd: wij zijn, voor alle duidelijkheid, hierin niet bevoegd. Het gaat eigenlijk om een aanpassing van de wegcode. Dat is dus een federale bevoegdheid. Maar er is wel een opportuniteit, in die zin dat mevrouw Galant heeft aangekondigd dat ze de wegcode wil wijzigen. Die wijziging kan, door de overlapping van de bevoegdheden, niet zonder de betrokkenheid van de deelstaten. We zullen daar sowieso advies over moeten verlenen. Er is een poging ondernomen daartoe, maar die poging is compleet gestrand. Wij zullen zeker een advies geven met verschillende punten, en dit kan er een van zijn. Dit is geen politieke discussie. In alle fracties zullen er voor- en tegenstanders zijn. Als ik mijn mailbox bekijk, zie ik een overzicht van Vlaanderen. Er is daarover verdeeldheid. Het is wel een nuttige discussie. Persoonlijk tendeer ik misschien ook meer naar een verplichting. De gordeldracht heeft ook een cultuurwijziging veroorzaakt. Iedereen die nu in de wagen stapt, gebruikt zijn veiligheidsgordel automatisch. Die analogie is dus mogelijk. Gelet op de wetenschap dat wij ongetwijfeld een advies zullen moeten geven aan de federale overheid, zal ik dit voorleggen aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid. In een tweede orde kunnen we in het parlement, op basis van dat advies, een goede discussie voeren.

Lorin Parys: 

Minister, ik ben blij te horen dat u neigt naar een analogie met de verkeersregels die van toepassing zijn op de gordels in de auto. De verplichting om een helm te dragen, gaan we toch zeer grondig bestuderen.

Ik wil ook vragen om de praktijken mee te nemen, en de effecten van de dertien landen van de Europese Unie waar zo’n verplichting van kracht is. In de Verenigde Staten zijn er 21 staten plus D.C. die dat ook al hebben ingevoerd voor jongeren. Daar kunnen we nog inspiratie gaan opdoen.

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is