Jeugdzorg verdient inhoudelijk debat

Door Lorin Parys op 2 april 2014, over deze onderwerpen: Welzijn, Pleegzorg en adoptie, Jeugd

Naar aanleiding van het verschijnen van mijn boek, De Vergeetput, hekelen Vera Van der Borght en Peter Gysbrechts (Open Vld) het welzijnsbeleid van de N-VA. Ze beschuldigen de N-VA ervan op twee benen te hinken en vragen zich af of ik me van partij heb vergist. Ik heb het in mijn boek net niét over welke partij boter op het hoofd heeft of welke de waarheid in pacht heeft. Ik vind het jammer dat sommigen hun grote gelijk willen halen op de kap van kwetsbare kinderen. Ik heb liever oplossingen voor die kinderen dan een debat over strategie en verwijten.

Laat ons bij het begin beginnen: de kritiek op De Vergeetput en het feit dat ik daarin aanklaag dat we op het vlak van jeugdhulp beter moeten kunnen. Het zorgen voor kinderen die niemand anders hebben om voor hen te zorgen, is een collectieve verantwoordelijkheid. Eén die bij voorkeur de partijgrenzen overstijgt en waarbij we politiek op zijn smalst best achterwege laten.

In het boek gaat het net niét over welke partij boter op het hoofd heeft en welke de waarheid in pacht heeft. Wel over hoe wij allemaal - politiek en burgers - beter kunnen zorgen voor de 27 000 kinderen die in onze jeugdzorg zitten. De ongemakkelijke waarheid is dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor hoe het systeem nu vaak de kinderen die het zegt te willen helpen, tegenwerkt. Je eigen grote gelijk willen halen op de kap van kwetsbare kinderen vind ik daarom jammer. Ik verzet me er dan ook tegen om van de kinderen in jeugdzorg, die geen stem en geen gezicht hebben, de inzet te maken van een strategisch spel in de aanloop naar de verkiezingen. Laat ons voor één keer boven onze basale politieke instincten uitstijgen en doen waar de burgers ons voor kiezen: oplossingen vinden zonder per se de winnaar van het spel te willen zijn. 

Federale bevoegdheid

In De Vergeetput klaag ik inderdaad aan dat te veel kinderen te lang moeten wachten op de zorg waar ze recht op hebben. Maar het is al te makkelijk om de fout daarvoor enkel bij de zuilen te leggen, zoals de Open Vld'ers suggereren, of bij hun verwante politieke partijen, of bij de N-VA die aan de hand van die partijen zou lopen. In al de gesprekken die aan het boek voorafgingen, kwam één pijnpunt steeds opnieuw naar boven: dat Vlaanderen maar een deel van het beleid in handen heeft.

Een jeugdrechter kan in Vlaanderen een kind of jongere met een psychiatrisch probleem niet laten opnemen in de kinderpsychiatrie. Een jeugdrechter heeft daar namelijk niets aan te zeggen, omdat dit belangrijk sluitstuk van het jeugdbeleid federaal geregeld is. Zelfde verhaal voor het statuut van pleegouders, dat er maar niet komt omdat het een federale bevoegdheid is. Terwijl heel de pleegzorgsector een Vlaamse bevoegdheid is. Dus, neen, ik heb me niet van partij vergist. Ons institutioneel kluwen mag niet langer hulp voor wie het nodig heeft in de weg staan. Het kind en niet het systeem moet centraal staan.

Om minder breuken te creëren in het traject van kinderen in jeugdzorg zou het goed zijn indien er een trajectbegeleider was. Zo iemand kan het overzicht houden van een kind zijn 'loopbaan' in jeugdzorg. Als er budgettaire ruimte is, zijn wij daar voorstander van. Maar de overheid kan niet alles. Dus moeten we durven experimenteren met vrijwilligers die de rol van trajectbegeleider op zich willen nemen. Een oma, tante of vriend kunnen in aanmerking komen. Niet alle heil komt van de overheid. Daar zou Open Vld zich toch in moeten kunnen vinden?

Politique politicienne

Van der Borght en Gysbrechts hebben het over de politique politicienne, maar reppen met geen woord over het echte debat dat De Vergeetput opent. Meer geld is niet altijd de oplossing. Dus, wat vinden zij van het mogelijk maken van andere vormen van pleegzorg, van een statuut voor pleegouders, van het heroganiseren van adoptie, van het idee om de financiering van instellingen te laten evolueren met de langetermijnevoluties die groepen kinderen maken in bepaalde instellingen, van één visie op het kind, van een woordvoerder voor kinderen in jeugdzorg en van het regelen van draagmoederschap bijvoorbeeld? Hoe willen zij de rol van het toeval in het leven van kwetsbare kinderen terugdringen in het belang van het kind? Daar had ik hen graag over gehoord. 

Andere partijen panikeren wanneer de N-VA niet blijkt te passen in de 'framing' die ze voor de partij gemaakt hebben. Wanneer de N-VA ook op sociaal vlak met vernieuwende voorstellen komt, denk maar aan onze langetermijnvisie op personen met een beperking, schoppen ze wild om zich heen. De mensen voor wie wij als politici allemaal oplossingen moeten zoeken zouden beter gediend zijn met een debat over inhoud dan met eentje over strategie en verwijten. De N-VA is klaar met concrete voorstellen. We hebben het graag over de inhoud met iedereen die echte oplossingen wil. Zodat we bijvoorbeeld die 27 000 jongeren in jeugdzorg echt vooruit kunnen helpen.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is