"Hoe minder kinderen moeten worden geadopteerd, hoe beter"

Door Lorin Parys op 20 november 2015, over deze onderwerpen: Adoptie, Pleegzorg, Welzijn

De wachtlijsten voor kandidaat-adoptieouders in ons land worden er niet korter op, maar dat is niet noodzakelijk alleen slecht nieuws. Hoe minder kinderen er voor adoptie worden opgegeven, hoe beter het met de wereldwijde jeugdbescherming is gesteld. Adoptie wordt immers als laatste mogelijkheid gebruikt als alle alternatieven zijn uitgeput. Maar wat veroorzaakt de lange wachttijden en bieden de deels-uitgevoerde en nog geplande hervormingen soelaas?

Het aantal kinderen dat in ons land wordt geadopteerd is al jaren in dalende lijn. Tegelijkertijd daalt het aantal kandidaat-adoptieouders niet. De wachtlijsten zijn daardoor zo lang dat er voor binnenlandse adoptie zelfs een inschrijvingstop is ingevoerd. Toen de stop is ingevoerd stonden al bijna 500 wensouders op de wachtlijst, terwijl er jaarlijkse slechts een 20- à 30-tal Vlaamse kinderen worden geadopteerd.

Voor buitenlandse adoptie is de situatie iets beter. Hier valt vooral op hoe snel het aantal geadopteerde kinderen aan het dalen is. Werden er 5 jaar geleden nog jaarlijks een 200-tal kinderen uit het buitenland geadopteerd, dan zijn dat er nu al minder dan 100. Naast de wachtlijst is er ook een soort prewachtlijst: mensen die de voorbereidingen hebben gevolgd, geschikt zijn bevonden om te adopteren en wachten om op de wachtlijst te kunnen komen. Per jaar kunnen daarom maar een beperkt aantal wensouders starten met de voorbereiding. Dit jaar stromen er zo 125 wensouders door.

Toch heeft blindstaren op de wachtlijsten weinig zin. "We moeten oppassen dat we de problematiek niet omkeren, want het kind moet centraal staan", zegt Vlaams parlementslid en adoptieouder Lorin Parys (N-VA). "Hoe minder kinderen moeten worden geadopteerd, hoe beter. Adoptiekinderen zijn er niet om wensouders te plezieren. En dat komt soms hard aan bij mensen met een vurige kinderwens."

De Vlaamse Adoptieambtenaar, Ariane Van den Berghe, sluit zich daar grotendeels bij aan. "Adoptie moet een uitzondering blijven. Adoptie is pas een optie als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput." Het is immers de concrete situatie van het kind die niet bij zijn biologische ouders kan opgroeien dat het adoptieproces op gang trekt, niet de kinderwens van de kandidaat-adoptieouders.

Waarom daalt het aantal adopties?

Het aantal Vlaamse adoptiekinderen is al jaren vrij stabiel. De grote daling zit bij de buitenlandse adopties en dat is volgens Van den Berghe een wereldwijd fenomeen. "Door het Haags adoptieverdrag hebben veel herkomstlanden werk gemaakt van pleegzorg en binnenlandse adopties."

Zo kwamen vroeger veel adoptiekinderen uit India of Latijns-Amerika, maar dat is fel verminderd door de boomende economie in die landen. "Niet alleen kunnen daardoor meer mensen voor hun eigen kinderen zorgen, er is ook een middenklasse ontstaan die zelf kinderen wil adopteren", zegt de Adoptieambtenaar. "Hierdoor worden heel wat kinderen die nood hebben aan een nieuw gezin, in eerste instantie daar opgevangen."

De kinderen die wel nog in het buitenland belanden, zijn vaak kinderen met een minder evident profiel: kinderen met een medisch- of ontwikkelingsprobleem, oudere kinderen, of broertjes en zusjes samen. Ondanks de lange wachtlijsten is het volgens Van den Berghe niet altijd evident om daar kandidaat-ouders voor te vinden. Het ideaalbeeld van veel wensouders blijft immers een gezonde baby. "In veel Afrikaanse landen staat de jeugdbescherming minder ver en daar komen nog vaker jonge en gezonde kinderen vandaan."

Niet alle "weeskinderen" zijn wezen

Wereldwijd groeien nog miljoenen kinderen op in weeshuizen en instellingen. Met dat in het achterhoofd lijkt zo’n 100 buitenlandse adopties per jaar in België bijzonder weinig, maar dat berust volgens Van den Berghe op een misvatting. "Heel veel kinderen die in weeshuizen verblijven hebben eigenlijk nog familie en zijn daar geplaatst om andere - vaak economische - redenen", zegt ze. "Veel van die kinderen kunnen met voldoende ondersteuning wel nog terug naar huis."

Van den Berghe benadrukt ook dat armoede alleen, geen goede reden is om kinderen voor adoptie naar het buitenland op te geven. "Het feit dat het kind het hier in materiële zin beter zou hebben, is geen goede reden voor adoptie", zegt ze. "Als de band met de ouders, familie en thuisland niet moeten worden doorgeknipt, wordt daar de voorkeur aan gegeven."

Hoe minder kinderen er geadopteerd worden, des te langer de wachttijd wordt. Het aantal wensouders daalt immers niet. Het aantal aanmeldingen van kandidaat-adoptieouders voor buitenlandse adopties is vrij stabiel, bij binnenlandse adopties schommelt dat aantal iets meer.

Hervorming voor de zomer

Kan de politiek de wachtlijsten mee helpen verminderen? Sinds afgelopen zomer is de binnenlandse adoptie hervormd, de uitrol daarvan is volop bezig. De verschillende binnenlandse adoptiecentra zijn samengevoegd en de geschiktheidsprocedure en voorbereidende sessies zijn nu dezelfde voor binnen- en buitenlandse adopties. De verschillen tussen kinderen die vanuit het eigen land of het buitenland ter adoptie worden opgegeven zijn immers kleiner dan de gelijkenissen.

Voor de zomer van 2016 nog wil de politiek ook de buitenlandse adoptie tegen het licht houden. "Zo moeten we onderzoeken of we nog efficiënter kunnen werken en de vraag stellen of ook de adoptiecentra voor buitenlandse adoptie kunnen worden samengevoegd zoals dat gebeurd is bij binnenlandse adoptiediensten. We zullen moeten nagaan hoe diep het water tussen de centra is", zegt Lorin Parys (foto). Volgens Van den Berghe is de samenvoeging niet zo eenvoudig als het was bij de binnenlandse adoptiediensten. "In sommige herkomstlanden moet je bijvoorbeeld geaccrediteerd worden als adoptiedienst. We kunnen die accreditatie niet zomaar overdragen aan een andere - eengemaakte - dienst."

Ook de financiering van de centra diensten wordt onder de loep genomen. Die staat onder druk, omdat ze worden gefinancierd op basis van het - dalende - aantal geadopteerde kinderen. "Bepaalde vaste kosten blijven nu eenmaal of er nu veel of weinig kinderen worden geadopteerd. We gaan hiervoor de nodige middelen moeten vinden", zegt Parys. Die financiering leidt anders mogelijk tot een vicieuze cirkel: minder middelen, betekent minder geld voor nieuwe kanaalonderzoeken, wat leidt tot minder adopties en dat leidt op zijn beurt weer tot minder middelen.

Een andere optie is eventueel kandidaat-adoptieouders beter informeren over andere mogelijke vormen van ouderschap zoals bijvoorbeeld pleegouderschap. Het grootste deel van de pleegkinderen zit immers in de langdurige pleegzorg. "Pleegouderschap vergt een andere ingesteldheid, maar het is wel deels vergelijkbaar", zegt Parys. "In Angelsaksische landen wordt een pleegkind na ruim een jaar zonder contact met zijn biologische ouders bovendien adopteerbaar. Dat vind ik te drastisch, maar ook wij moeten de hechting van het kind centraal stellen."

De vraag blijft natuurlijk of die hervormingen veel aan de wachtlijsten zullen veranderen. Zelfs al worden er nieuwe kanalen goedgekeurd en worden centra beter gefinancierd waardoor nog meer kanalen kunnen worden onderzocht, lijken lange wachtlijsten onoverkomelijk. Hoe schrijnend dat soms kan zijn voor kandidaat-adoptieouders met een vurige kinderwens, is het natuurlijk goed nieuws dat steeds meer kinderen terechtkunnen bij hun eigen familie of bij een pleeg- of adoptiegezin in hun eigen omgeving.

Bron: deredactie.be

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is