Het kind, het stemrecht en het badwater

Door Lorin Parys op 14 oktober 2014, over deze onderwerpen: Blog

Een boek schrijven waarin je aanklaagt dat kinderen in de jeugdzorg geen stem, geen gezicht en dus weinig politiek gewicht hebben en toch stemrecht voor kinderen een slecht idee vinden? Het lijkt misschien niet logisch voor sommigen, maar dat is het wel voor mij.

Stemrecht voor kinderen

Waarover gaat het? Gisteren brak kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen een lans voor stemrecht voor kinderen, zelfs jonger dan zestien (DS 13 oktober) . 'Het aparte jeugdland kan niet meer', zei hij daarover naar aanleiding van zijn jongste boek. 'Kinderen zijn geen burgers in wording, ze horen er nu al bij.' Natuurlijk horen kinderen er nu al bij, maar gelukkig horen ze erbij als kind, en niet als pseudovolwassene.

Apart jeugdland

Noem mij een conservatief of een hopeloze romanticus maar ik wil voor mijn kinderen net wél dat aparte jeugdland. Mijn kinderen zijn nog klein, ik hoop dat ze nog een tijd in Sinterklaas blijven geloven, dat ze zich geen zorgen zullen moeten maken om die twee letters uit het alfabet, I en S, en dat het grootste drama van hun jeugd niet meer dan een gebroken hart op scoutskamp zal zijn. Kortom, ik wil dat mijn kinderen zo zorgeloos mogelijk kunnen genieten van hun kinderjaren, niet afgezonderd van de wereld, maar ook niet gekluisterd aan elke aflevering van het journaal.

Rechten en plichten

Want het is net omdat het kinderen zijn, dat we hen niet mogen opzadelen met stemrecht. Elk recht gaat immers gepaard met plichten en juist die wil ik onze kinderen besparen tot ze volwassen zijn. Het recht om te stemmen als je meerderjarig wordt, draagt in zich de plicht tot verantwoordelijkheid. Die om belastingen te betalen, je land te verdedigen als je daartoe opgeroepen wordt, maar bijvoorbeeld ook om je te verantwoorden als een volledig verantwoordelijke volwassene wanneer je een misdrijf begaat.

Bye, bye jeugdsanctierecht

Wie voor het stemrecht voor kinderen pleit, schaft ook het jeugdsanctierecht af dat veel vergevingsgezinder is dan het recht voor volwassenen. Je kunt kinderen immers moeilijk stemrecht geven 'omdat ze over voldoende inzicht in de politieke situatie beschikken' om er vervolgens voor te pleiten hen apart te berechten 'omdat ze over onvoldoende inzicht beschikken om goed van kwaad te onderscheiden'.

Ik wil dat jeugdsanctierecht - waar we in Vlaanderen net voor bevoegd zijn geworden - niet zomaar de prullenmand ingooien omdat het ons de kans geeft te zoeken naar een gepast evenwicht tussen bestraffen enbeschermen voor onze jeugd.

Band tussen recht en verantwoordelijkheid niet doorknippen

Moeten we kinderen dan stemrecht geven zonder er verantwoordelijkheid aan te koppelen? Ook daar bedank ik voor. Welk signaal sturen we onze kinderen als we zelf de band tussen recht en plicht doorknippen? De Supernanny zou ons als ouders terecht op de vingers tikken wegens opvoedkundig onverantwoord. Laten we dus consequent blijven en kinderen de vrijheid gunnen kind te zijn, zonder stemrecht, maar wel met inspraak.

Jongeren zelf zijn geen vragende partij

Trouwens, als we echt naar jongeren luisteren, toch de premisse van dit voorstel, blijken ze zelf geen vragende partij om de leeftijd voor het stemrecht te verlagen. Naar aanleiding van de vorige gemeenteraadsverkiezingen peilde de Vlaamse Jongerenraad bij duizend Vlaamse jongeren naar animo voor stemrecht op zestien. Op de website van de jongerenambassadeurs staat te lezen: 'Jongeren zijn over het algemeen weinig enthousiast over de invoering van stemrecht op zestien jaar. Op lokaal niveau is 35 procent voor stemrecht vanaf zestien jaar, op Vlaams en Federaal niveau 18 procent en op Europees niveau 13 procent.' En ook: 'Jongeren geven zelf veelal aan dat de kiesgerechtigde leeftijd verlagen niet de juiste oplossing is, maar dat ze via andere kanalen officieel erkende inspraak willen krijgen.'

Echt luisteren

Laten we daar dan werk van maken. Jongeren moeten leren verantwoordelijkheid nemen in hun klas, op hun school en in de jeugdraad van de gemeente of in die van Vlaanderen. En wij moeten leren naar hen te luisteren. Want als iets mij is bijgebleven toen ik mijn boek over opgroeien in de bijzondere jeugdzorg schreef, is het dat jongeren nood hebben aan volwassenen die écht willen luisteren. Daar is geen stemrecht voor nodig. Wel tijd en een luisterend oor. En dat blijkt in de praktijk veel moeilijker dan een wet goed te keuren.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is