Een verhaal over pleegzorg & holebi-adoptie

Door Lorin Parys op 4 april 2016, over deze onderwerpen: Adoptie, Pleegzorg
Bron: Marco Mertens

Lorin Parys en zijn echtgenoot Bart hebben zich meer dan 6 jaar geleden na lang wikken en wegen, aangemeld als kandidaat adoptieouders voor binnenlandse adoptie. Bijna tegelijkertijd meldden ze zich ook aan als pleegouders. Intussen vormen ze een gelukkig gezin met 3 kinderen: 2 pleegkinderen en 1 adoptiekind.

“Binnenlandse adoptie was voor ons de meest logische keuze. Er zijn nu eenmaal weinig andere landen die adopties door homo-gezinnen toelaten. We moeten trots zijn op wie we zijn, op onze waarden, maar tegelijkertijd mogen we ook niet naïef zijn en denken dat ze in China bijvoorbeeld op dezelfde manier naar alles kijken zoals wij dat doen. Als een land ermee dreigt om al zijn adopties naar Vlaanderen stop te zetten uit angst dat een kind in een homo-gezin terecht zou komen, dan is dat en feit waar we voorlopig mee moeten leven. Natuurlijk vragen wij aan de adoptie-ambtenaar en de adoptiediensten om op zoek te gaan naar landen waar het wel kan om als koppel van hetzelfde geslacht te adopteren. Vlaanderen slaagt daar ook in, bijvoorbeeld door recent adopties uit de Verenigde Staten mogelijk te maken. Maar risico’s nemen in adoptiekanalen die daardoor zouden kunnen verdwijnen, dat zou ik zelf niet willen.”

“Toen we startten aan ons traject en we in Antwerpen naar de infosessie gingen, zaten we in een grote zaal met heel veel mensen. Een spreker nam het woord en vertelde vrij snel: kijk links van jou, kijk rechts van jou, dat zijn de mensen die gaan afvallen. Dat was wel heel confronterend. Na de pauze vielen de lege stoelen meteen op. Opvallend was ook dat er heel veel homo’s in het publiek zaten.”

Een uniek gezin

“Vandaag hebben we, vind ik zelf, een prachtig gezin, met verschillende lagen. Dat maakt het allemaal zo speciaal en uniek. Het is een gezin met twee papa’s, een gezin met pleeg- en adoptiekinderen, een gezin met een kleurtje. Niet zo alledaags dus. (lacht) Ons gezin is een mix, maar tot hiertoe mixt dat perfect.”

“Ik had al redelijk snel door dat ik wel een kinderwens had, ook toen ik jonger was. Natuurlijk heb ik mezelf ook wel afgevraagd of ik dit wel echt wilde. Zouden onze kinderen niet gepest worden? Wilde ik dat onze kinderen wel ‘aandoen’ om op te groeien in een gezin met 2 papa’s? Dat zijn vragen die we ons gesteld hebben. Als ouders van hetzelfde geslacht, kan je niet anders dan heel bewuste ouders te zijn. Ik besef heel goed dat als ik 10 jaar eerder was geboren, we dit allemaal niet had kunnen doen. Niet voor onze kinderen, maar ook niet voor onszelf. Het is knap dat de maatschappij zo snel is geëvolueerd.”

“Als koppel van hetzelfde geslacht vind ik het heel belangrijk om eerlijk te zijn, om ons niet anders voor te doen dan we zijn. Daar is iedereen bij gebaat. Geen geheimen en geen taboes voor al de vragen die onze kinderen kunnen hebben. Er zijn studies die zeggen dat ouders van hetzelfde geslacht betere ouders zijn. Dat vind ik larie. Bart of ikzelf staan soms ook gewoon met een huilend kind aan de schoolpoort. Iedereen mag zien dat we gewone mensen zijn die net zoals alle anderen dezelfde problemen, geluksmomenten en uitdagingen hebben.”

“Het is ook op die manier dat we in pleegzorg zijn gerold: een bevriend homokoppel met drie pleegkinderen heeft ons er alles over verteld. Wat er goed ging,  wat moeilijk was, enzovoort. En dat zonder er doekjes rond te winden. “Ja, soms is het echt niet makkelijk om samen met de geboorteouders een kind op te voeden.” Maar door er open over te praten , weet je samen wel waar je aan toe bent, en dat is heel belangrijk.”

“Natuurlijk vragen we ons wel eens af of onze geaardheid een voor- of een nadeel zou zijn, vooral omdat de afstandsmoeder mee bepaalt waar haar kindje terecht komt. Maar als je dan drie jaar geleden plotsklaps telefoon krijgt van het Adoptiehuis: “help, de homo’s zijn op”, dan moet je wel eens heel hard lachen. Wat was er gebeurd? Er waren dus twee mama’s zwanger en die wilden hun kindje alleen maar afstaan aan een homo-koppel. Je ziet dus dat er evolutie is. Toen Mabel in ons gezin is gekomen, is dat niet meer ter sprake gekomen, uiteraard was de mama daarvan wel op de hoogte.”

“We hebben zelf nooit enig nadeel ervaren als koppel van hetzelfde geslacht. Integendeel, we merken dat dit soms zelfs een voordeel is voor de mama, vooral in pleegzorg, omdat niemand hun plaats als mama inneemt. Het lijkt misschien een vreemde redenering, maar je voelt wel dat het meespeelt.”

Mama, mama, ik wil ook twee papa’s

“We beseffen heel goed dat we anders zijn, anders dan het gros van onze homo-vrienden die geen kinderen hebben en dus geen rekening moeten houden met het moment om naar huis te gaan na een avondje stappen. (lacht) Langs de andere kant ben je ook niet helemaal zoals je heterovrienden die kinderen hebben.”

“Ik kan niet zeggen dat ik me echt bekeken voel op straat. Als iemand naar ons kijkt dan vraag je je natuurlijk af waarom kijken ze: omdat we 2 papa’s zijn, omdat we 3 kinderen hebben, of omdat Mabel een andere huidskleur heeft? Ik denk dat er veel mensen zich vooral afvragen: hoe zit dat in elkaar? Twee mannen, drie kinderen. Als mensen ons dat vragen, leggen we dat graag uit. Mocht er toch een moreel oordeel komen, dan zou ik mij daar ook niets van aantrekken. Ik weet uiteraard niet wat de mensen thuis tegen elkaar zeggen. (lacht)”                                                           

“Onze kinderen zijn nog klein, en wie weet wat ons nog te wachten staat, maar tot nu toe hebben we nog nooit problemen ervaren, ook niet op school bijvoorbeeld. Soms krijg je wel situaties waardoor je dingen anders gaat bekijken. Ik weet nog dat ik onze oudste ben gaan afhalen aan de schoolpoort toen hij in de 1e kleuterklas zat. De mama van zijn beste vriendje stond naast mij en zijn vriendje kwam uit de klas gelopen en zei: “mama, mama ik wil ook twee papa’s zoals Onno”. (lacht) Daarom vind ik het ook belangrijk om af te spreken met andere koppels waarvan de kinderen 2 papa’s of 2 mama’s hebben, zodat onze kinderen zien dat ze niet de enige in die situatie zijn.”

Een minderheid met zoveel geluk

“Je bent wel gevoeliger voor minderheden, je bent er eigenlijk ook één op zoveel vlakken. Maar je beseft wel dat je een minderheid bent die met zijn gat in de boter is gevallen. Ook wij worden geconfronteerd met clichés zoals “je kinderen hebben veel geluk gehad”. Vooral in pleegzorg horen we dat, maar dat komt omdat adoptie door homo-koppels nog vrij nieuw is, waardoor die clichés nog niet zover zijn doorgedrongen. En dan zeggen wij: “neen, wij zijn met ons gat in de boter gevallen met onze kinderen”.”

“Zo vertelde een vriendin ons: jullie moeten nooit meer aan Unicef geven, jullie doen nu zoveel. Ik snapte dat eerst niet, je denkt toch niet dat wij dat ook niet voor onszelf doen? Uiteindelijk doe je dat ook uit een soort van egoïsme, net zoals mensen die zelf kinderen op de wereld zetten die dat ook doen vanuit een drijfveer die niet louter altruïstisch is. Ik probeer daar zo no nonsens mogelijk en zo eerlijk mogelijk in te zijn. Je wordt niet plots een held omdat je aan adoptie of pleegzorg doet. Je doet dat ook niet omdat je dat een marteling vindt, je doet dat omdat je daar zelf heel veel plezier uithaalt en omdat je dat plezant vindt voor jezelf en voor je kinderen. Natuurlijk wil je helpen en heb je ook goede redenen. Maar niemand moet mij komen vertellen dat die puur altruïstisch zijn, want dat geloof ik niet. Het is beter die mythe niet in stand te houden.”

“Ik verdedig ook altijd de ouders: tijdelijk of definitief afstand doen van je kinderen is een daad van liefde. Maar het is moeilijk uit te leggen aan mensen die weinig over adoptie weten.  Het is een moeilijke, maar liefdevolle beslissing wanneer de mama (meestal neemt zij die beslissing) op een bepaald moment beseft dat ze niet de beste toekomst aan haar kind kan geven en haar kind zo graag ziet, waardoor ze bereid is om er afstand van te doen. Hoeveel vraagt dat niet van een mens? Buitenstaanders beseffen dat niet altijd.”

“Ik kan stoefen over hoe mooi mijn kinderen zijn, want ik heb ze niet gemaakt, dus ik ben objectief kan ik zeggen. (lacht) Nature nurture, wat is er doorslaggevend? Een interessant onderwerp voor ons, we hebben onze kinderen zelf niet gemaakt, dus we zullen wel zien waar we uitkomen. Dat helpt ook om te relativeren. Ze zijn allemaal zo verschillend, dat hebben ze ons wel geleerd, ook al zijn ze nog zo klein. Natuurlijk hebben we de beste verwachtingen voor onze kinderen, maar het is een ander verwachtingspatroon. We stimuleren ze, maar niks moet op een bepaalde leeftijd. Het boek ‘Oei ik groei’ is bij ons vrij snel verticaal geklasseerd. We lopen onze eigen race wel. Je legt een mooi traject af met je kinderen, maar je weet niet waar naartoe en dat maakt het ook dubbel zo interessant. Dat rugzakje is al wat gevuld, en dat mag ook. Dat is ook wie ze zijn, dat maakt hen ook mooi. Als je kind kwetsbaar is, zie je hen als ouder misschien nog liever en wil je hen goed beschermen en tevens ook vrij laten, maar je bent wel dubbel op je hoede. Je kinderen zijn je kinderen niet, luidt het spreekwoord, en bij ons is dat dubbel waar.”

Nadenken over de toekomst

“We denken wel veel na over de toekomst. We hebben 1 kindje dat alleen haar 2 papa’s heeft en 2 kinderen die nog een hele familie hebben. Hoe gaan we dat later goed kunnen kaderen? De kinderen zijn nu nog te jong om daar al mee bezig te zijn. In mijn boek ‘De vergeetput’ heb ik iemand geïnterviewd die in pleegzorg zat in een gezin waar ook iemand geadopteerd was. Ik heb dan aan hem gevraagd hoe dat voor hem was. Hij wist me te vertellen dat hij altijd jaloers was op het adoptiekind, waar dat dat in mijn hoofd eerder omgekeerd zou zijn omdat pleegkinderen nog altijd een papa en een mama hebben die ze kennen en kunnen zien. Het blijft voor ons nog altijd een moeilijke vraag.”

“Voor ons is alles op korte tijd vrij van zelfsprekend geworden. Maar ik besef wel dat dit niet het verhaal is van iedereen. Elke adoptie is anders, het gaat over andere mensen en andere situaties, maar in de meeste gevallen is het een prachtig verhaal!”

 

Bron: VAG Magazine

Foto's: Marco Mertens

Foto-album

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is