"Ik pas voor dit soort theater"

Door Lorin Parys op 12 november 2015, over deze onderwerpen: Welzijn

Bij een interventie in een jeugdinstelling heeft het Snelle Respons Team een 14-jarig Syrisch meisje geneutraliseerd met een bolletje uit kunststof. Een schietincident dat niemand onberoerd heeft gelaten. In het plenaire debat van 12 november 2015 probeerde Lorin de ratio te bewaren tussen alle emotionele reacties. Een deel van het verslag kan u hieronder herlezen en herbekijken. Het volledige verslag kan u herbekijken op de website van het Vlaams Parlement

 

De voorzitter: De heer Parys heeft het woord.

Lorin Parys (N-VA): Sommige collega’s van mij hebben in de pers gesproken over een drama. Ik onthoud vooral dat er een zeer moeilijke situatie is afgelopen zonder een drama. Ik vind het belangrijk om dat te onderlijnen. Mevrouw Schryvers heeft er al naar verwezen dat er inzake het optreden van de politie een doorlichting komt van het Comité P. Laat ons kijken wat het overleg met u met het Comité P oplevert om te zien of er al dan niet iets moet worden veranderd.

Ik vind het belangrijk om in dit parlement de juiste vragen te stellen. Agressie is niet nieuw in jeugdvoorzieningen. In oktober 2001 werd in Veldwezelt in Limburg in een opvangtehuis een begeleidster door een 15-jarige vermoord met een hamer. Vlaanderen heeft daar lessen uit getrokken. ICOBA, Iedereen COmpetent in het Beheersen van Agressie, werd opgericht. Er zijn heel wat trainingsprogramma’s, er is het Kwaliteitsdecreet en het vormingsbeleid dat instellingen zelf hebben. Moeten we in Vlaanderen nog meer doen dan wat we vandaag al doen? Zijn de begeleiders voldoende opgeleid? Is er preventief contact tussen een voorziening en de politie? Wordt er een korte schets gemaakt van de situatie wanneer de politie in een voorziening arriveert? Vertellen we wat de inschatting is van de reactie van de betrokken minderjarige of van andere bewoners in een instelling? Wat gebeurt er voordat een voorziening in Vlaanderen in de bijzondere jeugdhulp de politie belt? Is iedereen voldoende opgeleid? Kunnen we de ondersteuning geven aan mensen op het terrein om zo preventief mogelijk op te treden? 

Minister Jo Vandeurzen: Een incident waarbij de fysieke integriteit van een minderjarige wordt geschaad, is natuurlijk altijd een ernstig incident. In die zin is het goed dat het wordt geproblematiseerd en dat we met het vergrootglas kijken naar wat er is gebeurd.

Zoals ik het nu zie en op basis van de informatie waarover de administratie beschikt, heeft de instelling dit, op basis van wat we aan regelgevend kader hebben geïnstalleerd – recent in 2014 is de regelgeving aangepast inzake grensoverschrijdend gedrag waartoe dit soort agressie-incidenten hoort –, correct aangepakt. Ik ga daarvoor voort op de informatie waarover we nu beschikken. De regelgeving stelt dat de instelling een beleid moet hebben voor dit soort grensoverschrijdend gedrag. Er moet vorming en training worden gegeven. Er zijn methodieken ontwikkeld. We hebben een expertisecentrum in Vlaanderen dat beschikbaar is om daarover advies en vorming te geven.

In dit concrete geval heeft men ook getracht om de escalatie te vermijden. Dat wil zeggen dat men probeert te kalmeren. Als dat niet mogelijk is, worden mensen afgezonderd en probeert men andere dingen om ervoor te zorgen dat de zaak niet uit de hand loopt. Op een bepaald moment is dan beslist om een beroep te doen op de politie.

In het algemeen zegt men mij dat de jeugdhulp tevreden is over de samenwerking met de politie. Het gebeurt nogal eens dat de politie erbij wordt geroepen. Dat is zeer uitzonderlijk, maar het is zeker niet zo dat het nooit gebeurt. Als ik de verslaggeving goed interpreteer, is men er in een instelling in de periode 2014 tot en met nu een twintigtal keer niet in geslaagd om het te beheersen en is er een beroep gedaan op politionele bijstand. Er moeten dan kaders zijn en concrete afspraken worden gemaakt. Er moet bijstand worden gevraagd op het moment dat het nog niet heel erg is. Men moet inschatten wanneer men die escalatie nog kan voorkomen door een interventie. Men moet ook een briefing geven waarover het gaat. Men moet ervan uit kunnen gaan dat de politie alles doet wat ze kan om de fysieke en psychische integriteit van de minderjarige te respecteren. Wat dat laatste betreft, is nu de vraag wat er is gebeurd en wie welke inschatting heeft gemaakt.

Ik vind uiteraard dat dit moet worden uitgeklaard. Dit is geen evidente situatie, integendeel. Ons agentschap heeft zeer juist gereageerd door te zeggen dat ze onmiddellijk een gesprek willen met de korpschef om te weten hoe de zaken zijn verlopen en om na te gaan of daaruit algemene conclusies moeten worden getrokken. Blijkbaar is ook het Comité P gevat. We zullen kunnen zien of de proportionaliteit en de noodzaak van het optreden van de politie aanwezig was.

Het is belangrijk om daar naar te kijken.

Het is ook belangrijk om, in opvolging van de resolutie van dit parlement, te zien wat je kunt doen op het terrein om in die samenwerking te kijken naar de goede praktijken. Onze Zorginspectie is nu bezig met een inspectie op het terrein van de toepassing van onze regelgeving van 2014. Hebben onze voorzieningen dit soort beleid? Hebben ze regels? Hebben ze procedures? Doen ze inspanningen om de expertisebevordering ten aanzien van hun medewerkers te realiseren? We gaan in het voorjaar daar de eerste conclusies van krijgen. Daar kunnen we zeker op voortbouwen als we de volgende stappen moeten zetten.

Het cruciale in dergelijke verhalen is het moment waarop de politie beslist heeft om het speciale team daarbij te betrekken. De hele vraag voor mij is nu, aan de hand van de analyse van de casus, of wij daarover geen betere afspraken moeten maken. De voorziening heeft een beroep gedaan op de politie, maar het is dan allemaal bijzonder snel gegaan. Collega’s, tussen de oproep en het beëindigen van de situatie heeft er zich ongeveer twintig minuten afgespeeld. Ik ben het eens met de heer Parys dat we nu moeten analyseren en kijken of daar lessen uit moeten worden getrokken, maar dat we ook moeten concluderen dat de zaken niet op een dramatische manier geëscaleerd zijn en men ze toch nog heeft kunnen beheersen.

Het is tijd om te objectiveren en te analyseren. Dit incident veronderstelt een ernstige analyse. Het zal aan de hand zijn van die twee momenten, het overleg met de chef en ik neem aan het verslag van het Comité P, dat we kijken of verdere afspraken op een hoger niveau met de politie moeten worden gemaakt.

Een volgende punt is traumabegeleiding. Daar wordt terecht naar verwezen. In het kader van de Vlaamse aanpak van het vluchtelingenvraagstuk, weet u dat de regering extra geld heeft uitgetrokken om bijkomende ondersteuningscapaciteit te realiseren, specifiek voor kinderen met trauma’s opgelopen door wat ze meegemaakt hebben. Op 2 oktober hebben we daaromtrent een oproep gedaan aan de sector. We hebben gevraagd wie deze extra traumabegeleiding voor kinderen mee wil opnemen in Vlaanderen. De kandidaturen hiervoor zijn binnen. We gaan binnenkort beslissen over uitbreiding van onze mogelijkheden binnen de technieken en concepten van de integrale jeugdhulp.

Een laatste punt is: kun je op een dergelijk moment niet beter zorgen dat ook andere expertise aanwezig is dan de politionele? Daar is zeker iets voor te zeggen. We zullen de kans krijgen, ook in Antwerpen, om daarover te spreken. Het is u bekend dat federaal minister De Block budget heeft uitgetrokken voor crisishulpverlening vanuit de psychiatrie in netwerken. Dat wordt nu uitgerold. Ook in Antwerpen zullen ze daar blijkbaar in 2016 mee kunnen starten. Ik vind het perfect mogelijk om eens na te gaan of er op een dergelijk moment, als men echt in een heel moeilijke situatie zit, men niet de nodige bypasses moet maken met politioneel optreden en hoe vandaaruit eventueel bijstand kan worden verleend.

Ik wil nog eens benadrukken dat het gemakkelijk is om daar nu over te spreken en analyses te maken, maar je moet er maar voor staan, iemand voor je hebben die zichzelf serieus kan verwonden. Je moet afwegingen maken in minuten. Als je de chronologie ziet, dan heeft heel dat verhaal zich in twintig tot dertig minuten afgewikkeld. U moet mij niet kwalijk namen dat ik langs de ene kant zeer beducht ben voor een voor ons heilig principe, namelijk de integriteit van minderjarigen, die we hoog in het vaandel willen houden, en anderzijds meen dat de nodige discipline aan de dag moet worden gelegd om niet te concluderen voor we de analyse ten gronde hebben gemaakt van wat er zich op het terrein heeft voorgedaan. Als daaruit conclusies moeten worden getrokken, dan zal ik de eerste zijn om dat ook te doen, maar ik houd er persoonlijk niet van om nu al hele grote uitspraken te doen over een concrete situatie.

Er is voldoende reden om achterdochtig of minstens gealarmeerd te zijn en overleg te vragen. We moeten lessen trekken en zien wat er is gebeurd. Is er correct opgetreden? Is de ketenaanpak correct gebeurd? Dat moeten we echt kunnen beoordelen aan de hand van een concrete analyse van de feiten. Er zullen heel binnenkort momenten zijn waarop het mogelijk zal zijn om die conclusies te trekken. (Applaus bij de meerderheid)

Lorin Parys: Voorzitter, minister, collega’s, ik pas toch echt wel voor dit soort theater. (Applaus bij de N-VA)

Op basis van een dramatische situatie, die relatief goed is afgelopen, begint men vanuit zijn parlementszetel hier oordelen te vellen over een politieoptreden dat erger heeft voorkomen. (Applaus bij de N-VA)

Wij waren er niet bij. Dat stuit me echt wel tegen de borst, want het is hier tenslotte ook niet de Antwerpse gemeenteraad. Minister, daarnet is gezegd dat het Comité P, uw agentschap en de politie samen zouden zitten om hierover te overleggen. Laat ons die sereniteit gebruiken om er ook hier de nodige acties aan te verbinden, en niet in een soort opbod te belanden daarover.

Ik heb een bijkomende vraag, die ik op zijn minst even belangrijk vind, als dit klopt. Ik heb gelezen dat het meisje niet langer welkom zou zijn geweest in de instelling waar dit is gebeurd, en dat ze nu in een centrum voor volwassenenpsychiatrie is terechtgekomen. Dat lijkt me een vraag die Vlaanderen, die het Vlaams Parlement ter harte moeten nemen. We moeten ons afvragen hoe het komt dat zij nu alleen maar terechtkan in zo’n centrum, en niet in een aangepast centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. (Applaus bij de N-VA)

Minister Jo Vandeurzen: Collega’s, dat gesprek zal in de volgende weken plaatsvinden. Het is evident dat we snel rond de tafel moeten zitten om na te gaan wat er gebeurd is en of er zich geen duidelijkere afspraken opdringen.

Ik heb geen aanduidingen dat er in de instelling iets niet zou zijn gebeurd zoals we dat verwachten van een bijzondere jeugdinstelling. Zoals gezegd, is het mijn aanvoelen – maar ik houd een slag onder de arm omdat ik de feiten wil kennen in hun detail – dat men vanuit de instelling op een bepaald moment heeft geoordeeld dat ze de politie erbij moesten roepen. Dan is er beslist om het speciale team daarbij te betrekken. Dat was een kwestie van minuten.

Uiteraard neemt de instelling de bezorgdheden van de collega’s in verband met het respect voor de fysieke en psychische integriteit erg ter harte. Men roept er de politie bij omdat men een escalatie wil vermijden. Er is echter een bijkomende beslissing genomen: het convoceren van een bijkomend team. Uit de conclusies zal volgens mij wellicht blijken dat er vragen zijn bij die opeenvolging van beslissingen. Moeten we dat duidelijker maken? Kan dat beter worden afgesproken? Vanuit mijn beperkt inzicht lijkt mij dat een van de dingen die ze zullen aanhalen.

Als zou blijken dat dat het issue is en dat de instelling de zekerheid wil, dat, als ze de politie erbij roept, niet geconfronteerd wordt met een interventie op een niveau dat voor hen niet nodig is, moeten we waarschijnlijk op het niveau van Binnenlandse Zaken, van de zones een aantal zaken uitklaren en afspreken.

Ik sluit dat dus helemaal niet uit. Integendeel, intuïtief zou je denken dat we dat beter moeten uitklaren.

Collega’s, ik denk dat iedereen die in dergelijke instellingen actief is, als hulpverlener of directielid, ervan uitgaat dat het respect voor de fysieke integriteit van onze kwetsbare minderjarigen het hoogste goed is. Dat is evident. We hebben dergelijke escalatie nog nooit meegemaakt. We moeten dat, naar aanleiding van dit eerste incident, duidelijk problematiseren, rond de tafel zitten, uitklaren en concluderen. We moeten dat doen op basis van gesprek en overleg vanuit de casus en dan ook beleidsmatig op Vlaams niveau en wellicht ook op federaal niveau met de minister van Binnenlandse Zaken.

Mijnheer Parys, ik kan moeilijk iets zeggen over wat er uiteindelijk is gebeurd. Ik heb inderdaad begrepen dat de betrokkene nu in de psychiatrie verblijft. U moet het mij niet kwalijk nemen dat ik niet zeg wat er wel of niet mogelijk was. Ik kan daar om tal van redenen, ook privacyredenen, in de concrete casus moeilijk op ingaan.

Maar het is een bekend thema in dit parlement dat de geestelijke gezondheidszorg voor minderjarigen een issue is. Dat was ook de reden waarom we daarover met de federale collega’s een akkoord hebben gemaakt. Nogmaals, het is een pluim op de hoed van minister De Block dat zij daarvoor vorig jaar middelen heeft uitgetrokken die nu worden uitgerold en ook in Antwerpen in de loop van volgend jaar aanleiding zullen geven tot crisishulpverlening en meer assertieve hulpverlening vanuit de psychiatrie naar minderjarigen. Ik denk dat er op dat vlak alleszins een aantal initiatieven zijn waarvan het effect ook in Antwerpen zichtbaar zal worden.

Lorin Parys:

Ik sta achter het antwoord van de minister, waarin hij een gedegen analyse vooropstelt en daarop niet vooruit wilt lopen. We kennen de feiten niet, we waren niet aanwezig. Daarom vind ik het jammer dat de opmerkingen van Groen niet werden gegeven door mevrouw Van den Brandt, ten slotte de specialiste als het over jeugdvoorzieningen gaat, maar door de fractieleider van Groen in Antwerpen. (Opmerkingen van Wouter Vanbesien)

Ik pleit ervoor om het debat sereen te houden en het te laten gaan over hetgene waarover het moet gaan, namelijk: hoe kunnen we deze situaties preventief aanpakken en vermijden in de toekomst? Minister, ik dank u voor uw antwoord. (Applaus)

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is