De middenstand is nog niet dood

Door Lorin Parys op 26 juni 2014, over deze onderwerpen: Economie, Leuven, Ondernemen
Een winkeltje in Brugge

Sinds 2000 verdwenen 36 procent van de slagerijen, 30 procent van de vishandels, 23 procent van de bakkers en 19,5 procent van de kruideniers. We hebben nu bijna een derde krantenwinkels minder dan bij de eeuwwisseling en een vijfde minder schoenwinkels, volgens berekeningen van De Tijd. Voeg daarbij dat vorig jaar het licht uitging bij een op de 24 horecazaken in dit land is en je hebt een recept voor stijgende leegstand. Hoe komt dat? Veranderende gewoontes, heet het. Concurrentie van de periferie. Hoge loonkosten. Online aankopen. Dat verhaal kennen we en elk van die elementen is een strop om de hals van menig middenstander. Maar elk verhaal heeft ook zijn keerzijde.

Andere voorbeelden

Ongeveer drie jaar geleden besloten buren van me zonder enige ervaring in horeca of retail om hun schouders te zetten onder een wijn- en antiekwinkel op een plek in de stad die je moet weten liggen. Riskant. Op een boogscheut daarvandaan in een vergeten straatje zag een boekenwinkeltje het levenslicht terwijl elke boekenboer steen en been klaagt over dalende omzetten. En begin dit jaar begonnen twee kennissen een krantenkiosk en koffiebar terwijl steeds meer Vlamingen de krant op hun iPad lezen en de magazinemarkt naar de bodem boort.

De sloep en de tanker

De wijn- en antiekwinkel breidde onlangs uit met een traiteurzaak. Die huist een paar deuren van hun eerste twee panden. In de boekenwinkel is het op elk ogenblik van de dag zoeken naar een plekje om een kop koffie te drinken en de jongste literaire levering te ontdekken. En de krantenkiosk denkt aan nieuwe winkels. Hoe komt het dat zij geen slachtoffer lijken te worden van de middenstandmalaise? Daar zijn waarschijnlijk veel redenen voor, maar wat ze allemaal gemeen hebben, is dat ze van hun zwakte hun sterkte maken. Ze concurreren niet op prijs, maar spelen het gigantische voordeel uit dat een zelfstandige heeft ten opzichte van de molochs: zijn boot is veel wendbaarder dan het vliegdekschip van de concurrentie.

Omdat ze dicht bij hun klanten staan en vaak zelf kapitein zijn, kunnen ze snel beslissen om op vragen van hun klanten in te spelen en bijvoorbeeld ook wijnreizen aan te bieden. Ze maken een slimme mix van concepten en spelen hun persoonlijke passie en authenticiteit uit. Woorden die je terugvindt in elke presentatie over de toekomst van de retail, maar die zij elke dag in de praktijk brengen. En zo wordt een wijnbar een antiekwinkel, een traiteur en ook een beetje reisbureau.

Popping-up

De vraag is dan hoe we zo veel mogelijk middenstanders op die innovatietrein krijgen? Een van de antwoorden daarop heet pop-up. Pop-upbars, -restaurants, -kappers en -kledingzaken slaan tijdelijk hun tenten op in een leegstaand pand. Ze geven nieuwe ondernemers de kans hun producten te testen zonder veel risico, trekken nieuw cliënteel aan en helpen eigenaars van een leegstand pand een gebouw opnieuw in de markt te zetten. Dat is wat we zo graag een win-win­situatie noemen. Maar in de praktijk maken we het kleinhandelaars vaak knap lastig om te experimenteren omdat onze regels niet zijn aangepast. De essentie van pop-up is snelheid en flexibiliteit en die botst vandaag frontaal met de traagheid en rigiditeit van ons systeem.

Leuven

Een voorbeeld. Leuven gaat binnenkort een contract aan met een bedrijf dat erop moet toezien dat leegstaande panden tijdelijk worden ingevuld. Prima initiatief. Maar stel dat je in Leuven gedurende zes weken een zomerbar wil openen en dat je daarvoor in juni een pand huurt waar vroeger een krantenwinkel zat, dan moet je tot augustus wachten op toelating. De stad heeft namelijk 71 dagen nodig om een ‘functiewijziging' van een pand voor kleinhandel naar horeca goed te keuren. Als pop-upuitbater ben je tegen dan allang failliet. Omdat je maar een korte tijd hebt om je investering en huur terug te verdienen, kan geen enkele pop-upondernemer twee maanden huur betalen zonder inkomsten te kunnen genereren. Dat soort regels fnuikt dus niet alleen innovatiedynamiek maar in dit geval ook letterlijk de pop-upondernemer. Dat moet veranderen.

Overlijdensberichten zijn voorbarig

Maar er zijn zeker nog kansen in de kleinhandel. Zoals voor wie vandaag een slagerij, viswinkel of bakkerij begint. Volgens een enquete van iVox en KBC zijn het net deze winkels waar de Vlaming om smeekt in zijn buurt. De overlijdensberichten van de middenstand zijn dan ook voorbarig.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is