Dak- en thuisloosheid bij kinderen: "Een huis betekent meer dan een dak boven het hoofd'

Door Lorin Parys op 11 oktober 2016, over deze onderwerpen: Welzijn, Wonen

Dinsdag werd in het Vlaams parlement het dossier "(n)ergens kind aan huis. Dak- en thuisloosheid vanuit kindperspectief" voorgesteld door het kinderrechtencommissariaat. Tijdens het panelgesprek lieten Vlaams volksvertegenwoordiger Lorin Parys (N-VA) en Wim Wouters, raadgever voor Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen (CD&V) hun licht schijnen over waar het Vlaamse beleid naartoe moet evalueren.

"Een huis betekent meer dan gewoon een dak boven het hoofd hebben. Wonen is een essentieel onderdeel van de ontwikkeling van een kind", zegt Lorin Parys, die ook voorzitter is van de commissie Wonen, Armoedebeleid en Gelijke Kansen in het Vlaams Parlement.

Een van de grote oorzaken voor deze problematiek is het "structureel falen" van de private huurmarkt. "Weinig (middel)grote bedrijven investeren in de huurmarkt omdat het rendement te laag ligt, met als gevolg dat de markt in handen is van particulieren. De conceptnota 'Private Huur' van Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans moet hier een omslag in te brengen." 

Maar ook de 'Housing First'-aanpak, waarbij men (chronisch) daklozen eerst aan een woning helpt zonder daar meteen voorwaarden aan te koppelen, helpt. Dat beaamt ook Wim Wouters. "Die onvoorwaardelijke hulp is belangrijk om het vertrouwen van deze mensen te winnen."

Ook het preventieve woonbeleid, waar het kinderrechtencommissariaat zwaar op inzet, bewijst volgens Wouters zijn nut. Al gaat dit proces nu nog te traag. "Het probleem van deze preventie is dat we vaak te laat de begeleiding starten door de langzame informatiedoorstroming tussen de verschillende domeinen zoals bijvoorbeeld Justitie, Welzijn en Wonen."

"Bovendien", zegt Wouters, "zien we dat relatieproblemen in veel gevallen aan de basis liggen van de dak- en thuisloosheid. Daarom willen we ook meer inzetten op relatiebegeleiding en bemiddeling."

"Alles in deze problematiek is met elkaar verbonden. Een gecoördineerde aanpak is dus essentieel", zegt Parys. "Er is inderdaad werk aan de winkel rond het federaal samenwerkingsakkoord (dat in mei 2014 werd afgesloten)", beaamt Wouters.

Tot slot kwam ook de kwetsbaarste groep van jongvolwassenen aan bod. Parys maakte zich druk over de manier waarop de opvolging van jongvolwassenen na de jeugdhulp verloopt. "Die is er gewoon niet. Momenteel zijn we blind aan het varen. We investeren wel in de begeleiding van deze jongeren maar wanneer ze volwassen zijn, volgen we hen niet meer op. Zo weten we niet of we hen de bouwstenen voor hun verdere leven hebben aangereikt. Die opvolging is het eerste wat we moeten veranderen, en wat we ook zullen veranderen", besluit Parys.

Bron: Belga

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is