2014: A Space Odyssey

Door Lorin Parys op 17 juni 2014, over deze onderwerpen: Economie

De relatie tussen mens en machine stamt al van voor 1750, maar vorige week werd op dat vlak geschiedenis geschreven. Althans volgens The Washington Post, NBC News en The Guardian, die schreven dat ‘een computerprogramma dat zich voordeed als een dertienjarige jongen was geslaagd in de Turingtest'.

Computer says no

De Turingtest houdt in dat een computer een mens kan doen geloven dat hij geen computer, maar een mens is. De computer wint als hij 30 procent van zijn menselijke ondervragers om de tuin kan leiden in chatconversaties die ten minste vijf minuten duren. Een programma dat zich voordeed als de 13-jarige Oekraïense jongen Eugene had, volgens een persbericht, 33 procent van de jury verschalkt.

Dualisme vs. materialisme

Alan Turing, een kwantummechanicus die tijdens de Tweede Wereldoorlog nazi-codes kraakte, formuleerde zijn bekende proef in 1950 met een essay dat begon met de vraag: ‘Kan een computer denken?' Al sinds Descartes woedt er een debat tussen materialisten die ons brein als loutere optelsom van fysieke karakteristieken zien en dualisten die aan ons verstand ook niet-fysieke kenmerken toeschrijven. De aanhangers van het materialisme geloven dat het mogelijk is om intelligentie na te bootsen. Als je daarvoor een computer nodig hebt die de complexiteit van het menselijk brein evenaart, denken wetenschappers dat je daar 8 miljoen gigabyte geheugen voor moet hebben. Iets wat in 2029 een feit zou kunnen zijn.

Communicatie is wat ons van de dieren onderscheidt

Communicatie is wat ons van de dieren onderscheidt, nuance is wat ons menselijk maakt. Maar wat als dat adagium niet langer opgaat? Als computers ook nuance brengen in conversaties, rijst een fundamentele vraag: wat maakt ons dan nog mens? Scott Hutchins schreef er onlangs een prachtig boek over: Een werkhypothese van de liefde (De Bezige Bij, 2013). Daarin werkt Neil Bassett, een recent gescheiden dertiger, aan een softwareprogramma om de allereerste emotioneel intelligente computer op de wereld te zetten. Hij doet dat aan de hand van de dagboeken van zijn overleden vader. Bassett en zijn baas dromen van iets waar ook Ray Kurzweil, grote baas bij Google, van droomt. Het punt waarop menselijke en artificiële intelligentie samensmelten en onze persoonlijkheden worden opgeladen in tijdloze computers. Al is Bassett in het boek prozaïscher dan Kurzweil, hij beseft dat zijn project ‘bewustzijn voor machines nastreeft, maar zal eindigen in een nieuw automatisch antwoordsysteem voor United Airlines'.

Wat als machines slimmer worden dan wij?

Maar stel dat we meer op machines lijken dan we willen toegeven, dan moeten we ook een andere hypothese onder ogen zien. Wij mensen bepalen vandaag de toekomst omdat we de slimste zijn, maar wat als dat op een dag niet meer zo is? Dat is ook het centrale thema waar documentairemaker James Barrat een groot aantal mensen over geïnterviewd heeft. Hij leerde dat computers vandaag al beter zijn dan mensen in schakendataminen, telefoons afluisteren en geautomatiseerd doden. Het is dus maar een kwestie van tijd voor er computers zijn die beter zijn dan wij in het onderzoek naar artificiële intelligentie.

Volgens het Machine Intelligence Research Institute ‘houdt artificiële intelligentie niet van ons en haat het ons ook niet, maar zijn we wel gemaakt van atomen die het kan gebruiken voor iets anders'. Met andere woorden, we gaan er veel te makkelijk vanuit dat artificiële intelligentie tot positieve effecten zal leiden.

Dom

Ik vind dat fascinerend. Voorlopig moet ik daar nog een beetje meewarig mee glimlachen. Zeker als je weet dat mijn computer nog steeds zo dom is dat hij aanneemt dat ik werkelijk ‘nee' wilde antwoorden op de vraag of ik het schrijfsel waar ik uren op heb zitten zweten wilde opslaan. Om op een mens te lijken moet een computer vooral onlogisch zijn. Maar af en toe twijfel ik en vrees ik dat mijn meewarigheid over een paar jaar gewoon domheid zal heten.

Ons HAL 9000 moment

Want als het bericht over de Turingtest klopt - al duikt er heel wat twijfel op over het experiment - dan is ons HAL-moment aangebroken. Het moment uit Stanley Kubricks klassieker A space odyssey waarop de intelligente computer HAL 9000 beslist geen mensen meer nodig te hebben en de strijd tussen mens en machine losbarst. Of zoals de schrijver Rick Cook ooit zei: ‘Programmeren is een race tussen software-ingenieurs die proberen grotere en betere idiootbestendige programma's te bouwen en het universum dat probeert grotere en betere idioten voort te brengen. Voorlopig wint het universum.'

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is