Blogitems met de tag: Overheid

Paradox van Parys: L’Etat C’est Moi

We stijgen een plaatsje in de lijst van competitieve landen die het Wereld Economisch Forum (WEF) gisteren bekend maakte. Hoera. Maar wat blijkt? De overheid, die de smeerolie moet zijn in ons economisch radarwerk, is de stok in ons wiel. Nu weet ik wel dat sinds de gebeurtenissen van een jaar geleden de roep om meer overheid steeds luider klinkt. De redenering is dan dat te weinig overheid ons genekt heeft en we meer regels moeten verzinnen om minder heibel te krijgen in de toekomst.

De nieuwste cijfers van het WEF zouden de aanhangers van die theorie reden twee keer moeten doen nadenken. Volgens het nieuwste Competitiviteitsrapport is de overheid in ons land al lang geen deel van de oplossing meer, maar maakte ze deel uit van het probleem.

In dat rapport rangschikt het WEF 133 landen en gebruikt het daarvoor een aantal factoren. Globaal bezetten we plek 18 in die lijst. Maar drie factoren hangen als een economische albatros rond onze nek. Het aantal overheidsregels zet ons op plaats 112 in de tabel. Ecuador, Ivoorkust en Kameroen doen het beter; enkel landen als Zimbabwe, Bangladesh en Rusland hebben nog meer regels. Niet echt iets om trots op te zijn. Bovendien hebben we van de 133 landen de op tien na zwaarste schuldgraad. En de kers op de taart is onze belastingsdruk: met plaats 130 doen enkel Argentinië, Hongarije en Brazilië slechter.

Nu we krap bij kas zitten is de omvang van ons overheidsapparaat trouwens een bijzonder relevante discussie. België telde in 2004 meer dan 34 ambtenaren per 1.000 inwoners. In Nederland waren dat er 23. In Cyprus 4. Het zou natuurlijk kunnen dat we al die overheidswerknemers nodig hebben om performant te zijn. Maar ook dat blijkt niet waar. In internationale vergelijkingen halen we een performantiescore van 79%, veel slechter dan de score van onze Noorderburen met een kleiner overheidsapparaat. Ergens gaat er dus iets fout. Daar moeten we het echt eens over hebben. Uw en mijn kinderen zullen er binnen een paar jaar niet mee kunnen lachen als we laten betijen en de lont aan een bom onder hun toekomst aansteken.

Maar het is een beetje makkelijk om alles op het aantal ambtenaren te steken want de overheid dat zijn u en ik. Dat vraagt een mentaliteitswijziging, ook bij onze ondernemers. Nog niet zo lang geleden zat ik in een panelgesprek over economie en innovatie. Daarbij viel me op dat onze verwachtingen ten opzichte van de overheid haast genetisch bepaald lijken. Ten eerste had de moderator de neiging om elke vraag aan een panellid te beginnen met ‘Wat moet de overheid daaraan doen?'. En ieder panellid pikte daar plichtsbewust op in met een antwoord dat steevast begon met ‘De overheid moet...'.
Maar moet de overheid wel zoveel? En moeten wij wel zoveel verwachten? Is het niet makkelijker een zaak te beginnen, te innoveren en te internationaliseren met minder regels? Waarom is het bijvoorbeeld nodig dat de overheid in een socio-economische vergunning bepaalt hoeveel sokken een winkelier mag verkopen en hoe zijn assortiment eruit ziet? En waarom moeten daar mensen op toezien met sancties en boetes? Zoiets gaat mijn pet te boven.

Het antwoord is dus niet meer overheid - want daar hebben we er al genoeg van - maar een slimmere overheid. Wereldwijd was de slinger misschien doorgeslagen naar te weinig regulering van de financiële markten maar lokaal was hij bij ons al lang uit de bocht gegaan, in de andere richting. Het is dus tijd om de slinger naar het midden op te schuiven. Meer regulering internationaal. Minder regels nationaal. Zodat ondernemers kunnen ondernemen en consumenten consumeren. En wij er allemaal wel bij kunnen varen.

vrijdag 11 september 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: My Toyota is van plastiek

Ik behoor tot de gelukzakken die zich zonder Toyota door het leven loodsen. Stel je voor dat je eerst een harperende vloermat aan je been hebt. En dat, een keer je dat euvel hebt verholpen, je moet vaststellen dat je gaspedaal een eigen leven leidt. En je dus opnieuw naar de garage moet voor een herstelling. Gevaarlijk en vervelend. Maar hopelijk schepen ze je daar bij Toyota dan niet met een Prius als vervangauto op. Want zoals ze onderhand ondervonden hebben in Japan, houdt miserie van gezelschap. Een Prius blijkt niet ongevraagd te versnellen zoals andere modellen, maar desgevraagd ook niet te stoppen. En het zat het merk niet mee want gisteren getuigde een onfortuinlijke Toyota bestuurster met de naam Akira Suzuki voor de internationale pers dat ze zich "niet langer veilig voelt in haar Toyota". O ironie.

Solden

Maar het verhaal van Toyota is voor nog een andere dan louter technische redenen interessant. Het illustreert perfect de grenzen van een systeem waarin de overheid zich met overgave in de markt gestort heeft. Neem nu de Amerikaanse Etienne Schouppe. Die paste gisteren schaamteloos het spreekwoord ‘de een zijn dood, is de ander zijn brood' toe. De minister van Transport, met de toepasselijke naam Ray La Hood (wat zoveel betekent als ‘Ray De Motorkap'), raadde gisteren aan om alle Toyota's die onder het terugroeporder vallen meteen aan de kant te zetten. Hij vermeldde er nog net niet bij dat het solden is bij Buick of dat er koopjes te doen zijn bij aanschaf van een gloednieuwe Chevy. Je kan het hem ook moeilijk kwalijk nemen want de man is als vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering natuurlijk ook eigenaar van GM. En de Amerikaanse schatkist hoestte vorig jaar 57.6 miljard dollar op om meerderheidsaandeelhouder te worden van het vlaggenschip van Detroit. In zo'n omstandigheden is elke extra verkochte Cadillac mooi meegenomen.

Japanse Etienne Schouppe

Ondertussen zit de Japanse Etienne Schouppe ook flink verveeld met de zaak. Want ja, het ministerie van transport voert een diepgaand onderzoek naar de veiligheid van de productie bij Toyota, dat spreekt. Maar wacht eens even, wie heeft er in maart van 2009 meer dan 3 miljard dollar geleend aan datzelfde Toyota? Juist, de regering van Japan. Dat onderzoek zal dus wel de nodige diepgang hebben. Maar nu ook weer niet zoveel dat het buitenlandse merken de kans zou geven om marktaandeel te winnen van Japans' nationale trots. Of de veiligheid van de bestuurders hiermee gebaat is, is nog maar de vraag. Maar per slot van rekening brengt elke onverkochte Camry de afbetaling van die lening in gevaar.

Obama

Wij in Vlaanderen weten al langer dat de wereldwijde concurrentie voor de verkoop van uitstootmonsters op het scherp van de snee en via de politiek wordt gevoerd. Uiteindelijk doet die Nick Reilly, topman van GM, ook maar wat Obama hem opdraagt. Maar we zijn meer dan eens de pineut. Als burgers betalen we belastingen die de overheid prompt pompt in noodlijdende autobedrijven. Diezelfde overheid heeft als belangrijkste taak om haar burgers te beschermen. Dat doet ze door in te grijpen met regels en sancties. Maar de staat komt zichzelf tegen als groot aandeelhouder van industriële mastodonten wanneer zo'n sancties eigen bedrijven pijn kunnen doen. Het is immers verdomd moeilijk arbiter te zijn als je ook als speler op het veld staat.

12de man op het veld

Daarom kies ik voor een overheid die zich toelegt op het fluiten van de wedstrijd, zonder ambiguïteit. Een overheid die slim reguleert maar niet participeert. Want de crash van Toyota is ook de crash van ons ‘nieuw' systeem waarin de overheid aan elke kant van de tafel zit en constant moet kiezen tussen de belangen en de veiligheid van alle burgers en haar rol als aandeelhouder.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 05 februari 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: De rechten van de man

vrouwen boardroom

Ik heb in mijn leven al voor vrouwelijke en mannelijke bazen gewerkt. Daar zaten geniale leiders en omhooggevallen prutsers tussen, zonder onderscheid van geslacht. Daarom heb ik me te pletter geërgerd deze week. Want terwijl er terecht hard gewerkt wordt om de onrechtvaardige verschillen tussen de geslachten op de werkvloer uit te vagen, gaan we in naam van de emancipatie bestuurszitjes toekennen op basis van geslacht. De overheid is immers van plan om minimale quota opleggen voor het aantal vrouwen in de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven. Man, man, man.

Excuustruus
Dat de overheid dit doet in publieke bedrijven waar ze aandeelhouder van is, dat kan ik nog begrijpen. Maar laat ons eerlijk zijn, er is nog geen enkel glazen plafond gesneuveld door getalenteerde vrouwen die hun weg naar de top hebben bevochten met het zweem van excuustruus op te zadelen. Want stelt u zich de raad van bestuur van Bekaert even voor. Daar zitten vandaag dertien mannen en één vrouw in. Als daar binnen een paar jaar minimum vier vrouwen moeten zitten, zal iedereen in de bestuurskamer zich smalend afvragen of die drie vrouwen er zitten vanwege hun competenties of vanwege hun geslacht. Dat is geen stap vooruit maar een sprong achteruit voor de hele vrouwelijke kunne. Want vrouw zijn, daar moet je niets voor kunnen. Het is geen competentie zoals Jo Libeer van Voka zei. Het zijn net enkel competenties die je geschiktheid voor een job moeten meten.

Hoeveel is te veel?
Mijn tweede ergernis is deze: hoeveel meer overheid gaan wij nog eindelijk te veel vinden? Het lijkt maar niet te stoppen. Onze belastingen zijn uitgegroeid tot de hoogste in Europa, job groei realiseren we voornamelijk in overheidssectoren en overheidsbemoeizucht legt ons op wanneer we mogen gaan winkelen. Nu komt diezelfde overheid zich zelfs moeien met wie ik mag afvaardigen om de centen die ik in een bedrijf investeer te vertegenwoordigen. Dit is er over. Straks dicteert de overheid nog wie er op tv mag en hoeveel migranten en homo's daarbij moeten zijn. Oeps, dat is al beslist. De overheid moet ondernemers laten ondernemen en zich beperken tot haar kerntaken. Dat blijkt al moeilijk genoeg. Ook als het om toezicht op bedrijven gaat.

Toezicht op het toezicht nodig
Neem nu de CBFA, de Commissie voor het Toezicht op het Bank en Financiewezen. De overheidswaakhond die toekijkt op de financiële sector heeft een raad van toezicht die zelf best wat toezicht kan gebruiken. Ene Martine Durez, vriendin van Elio D. uit B., zetelt in die raad en moet adviseren over de benoeming van haar zoon bij de CBFA. Een mooie ‘post' voor een wedde van 350.000 euro. Maar of zoonlief, adjunct busdirecteur bij de Henegouwse afdeling van de Waalse vervoersmaatschappij TEC en schatbewaarder van de PS in Bergen daar de meest geschikte kandidaat is, is onduidelijk.

Potentieel pervers
Mama Durez illustreert trouwens perfect het potentieel pervers effect van quota in overheidsbedrijven: dezelfde vrouwen die overal opduiken en zo disproportioneel veel invloed vergaren. Durez is niet enkel bestuurder bij de CBFA maar ook bij Belgacom en bpost. En regent bij de Nationale Bank.

Nee, bedankt
Quota zijn beledigend voor vrouwen en zetten de deur open voor nog meer overheid waar die niet thuis hoort. Slimme bedrijven weten al lang dat diversiteit werkt, maar mogen ze alstublieft zelf beslissen hoe ze hun bedrijf leiden? Of wordt het nu afwachten tot de eerste man naar het Hof voor de Rechten van Mens trekt. Om discriminatie in te roepen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

vrijdag 04 maart 2011 - Geef je commentaar (2)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Weg met het verleden

capitalism-2

Gisteren heb ik een interessante middag doorgebracht met een aantal Vlaamse groeibedrijven. Stuk voor stuk sterke verhalen van Vlaamse ondernemers die elke dag in de modder ploeteren en daarbij mooie resultaten voorleggen. Mijn opdracht luidde om te grasduinen in de columns die ik de afgelopen jaren voor De Standaard had neergepend en de beste drie in een onderhoudend betoog gieten. En daarbij ontdekte ik iets wat ik zelf nog niet gezien had.

Back to the future
Dat is dat ons denkkader van vandaag nog grotendeels gestoeld is op dat van gisteren. Om meer precies te zijn, op dat van de industriële revolutie. Alsof we sindsdien ergens zijn blijven haperen. Als we onze samenleving willen moderniseren, moeten we af van die schatplichtigheid aan oude industriële paradigma's. De school, de overheid, de industrie en het bedrijf van morgen botsen op de ideeën van het verleden die het heden inspireren.

Scholen voor morgen
Neem nu de school van vandaag. Die is nog altijd grotendeels op lineaire kennisoverdracht gestoeld, netjes georganiseerd volgens geboortejaar. Maar dat is een industrieel idee dat dringend bij het tuinafval moet. Ons huidige systeem betekent dat hoe vroeger je op het jaar geboren wordt, hoe groter je voorsprong op je klasgenootjes is. Zo scoren kinderen uit het vierde leerjaar bijvoorbeeld beter op wiskundetests naarmate ze eerder op het jaar geboren zijn. Zo houden we een systeem in stand dat een selffulfilling prophecy wordt, waarbij een valse startdefinitie van succes leidt tot nieuw gedrag dat de originele, maar foutieve definitie doet uitkomen. Mieke Van Hecke, de directeur-generaal van het katholiek onderwijs, heeft het licht gezien en is ervoor te vinden klassen volgens het niveau van de leerling in te richten. Het basisdecreet onderwijs maakt dat mogelijk, maar weinig scholen zetten het om in de praktijk. De reden? Schrik van de ouders. 

Nieuwe overheid
Onze overheid is in hetzelfde bedje ziek. We hebben het hier voor een keer niet over wat er wel en niet gefederaliseerd moet worden. Veel van onze regels zijn gebaseerd op ons oude industriële verleden. De negatieve vrijheid die Napoleon introduceerde in de bureaucratie, regeert nog altijd. Dat betekent dat iedereen een strikt afgelijnde verantwoordelijkheid heeft. Elke staatsbeambte wordt geacht zich daar ook strikt aan te houden. In een wereld in verandering waar niet alles zwart en wit is, is dat een probleem. Gelukkig zijn er ook heel wat mensen die bij de overheid werken die niet langer zo denken, maar die hebben het niet altijd gemakkelijk. In plaats van eenrichtingsverkeer zou er een echte dialoog tot stand moeten komen tussen burger en overheidsapparaat.

Creatieve industrie
De maakindustrie van vandaag is de creatieve industrie. Maar tot voor kort geloofde geen kat in het economisch potentieel van mode, design, muziek en een rist andere sectoren. Daar komt stilaan verandering in. Het uniek maken van een product door er betekenis en emotie aan toe te voegen, is immers een garantie op succes vandaag.

Minder managers, meer innovatie
Tot slot zijn ook veel van onze bedrijven blijven hangen in een tijdperk dat al lang voorbij is. Iedereen is ondertussen wel ergens manager van. Maar hoe meer lagen management, hoe minder innovatie. Dat komt omdat de basisbeginselen van management nog dateren uit de late negentiende eeuw en nog altijd sterk hiërarchisch geïnspireerd zijn. De twee wereldoorlogen, die een efficiënte inzet van mensen en middelen vereisten, hebben verder hun stempel gedrukt op die opvattingen. Terwijl we ook hier naar nieuwe modellen moeten zoeken die het potentieel van het ideeëntijdperk maximaal vatten en exploiteren.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

vrijdag 24 juni 2011 - Geef je commentaar (4)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy