Tag cloud
innovatie creativiteit economie leuven crisis open vld europa campagne ondernemerschap ondernemen begroting belastingen jobs onderwijs vlaanderen ondernemers vrouwen eu taal flanders dc kapitalisme subsidies banken overheid voorzittermei/2013 apr/2013 maa/2013 feb/2013 jan/2013 dec/2012 nov/2012 okt/2012 sep/2012 aug/2012 jul/2012 jun/2012 mei/2012 apr/2012 maa/2012 feb/2012 jan/2012 dec/2011 nov/2011 okt/2011 sep/2011 aug/2011 jul/2011 jun/2011 mei/2011 apr/2011 maa/2011 feb/2011 jan/2011 dec/2010 nov/2010 okt/2010 sep/2010 aug/2010 jul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
Blogitems met de tag: Onderwijs
De Morgen - Lorin Parys: Ons onderwijs heeft geen fastfood maar Michelin model nodig
Lorin Parys stelt dat ons onderwijs te eenzijdig gebaseerd is op kennis-overdracht.
Als we ons talent willen klaarstomen voor de creatieve kenniseconomie moeten we ons onderwijs stoelen op het Michelinmodel. Dat is een probleem, want vandaag regeert het fastfoodmodel: alles is gestandaardiseerd en smaakt hetzelfde. Sterrenrestaurants daarentegen zijn kwalitatief hoogstaand en allemaal verschillend, en zo moet ook ons onderwijs zijn. Dat is de essentie van het verhaal van Sir Ken Robinson, een wereldvermaarde expert in onderwijs en creativiteit. Hij sprak gisteren op een Forum dat Flanders DC in Antwerpen organiseert voor 1.200 leerkrachten uit de Proeftuinen.
De vakbonden hadden alvast protest beloofd, zij zijn de veranderingen beu. Maar als de enige constante in onze wereld verandering is, kunnen we onze kinderen en leerkrachten toch niet grootbrengen in een stilstaande omgeving? Dan dreigen we hen te veroordelen tot de werkloosheid, zeker nu met de crisis wel eens de Grote Knop zou kunnen omdraaien naar de creatieve economie.
De blauwdruk van enkele ideeën voor een grote ommezwaai in ons secundair onderwijs werd eerder al bekend. Zo'n oefening komt geen seconde te vroeg, want de fundamenten van ons onderwijs zijn gestoeld op het kennistijdperk, en dat is dood. Voor echte innovatie op school moeten we alles durven te herdenken maar ook de moed hebben om te behouden wat goed is. Daarvoor moeten we niet alleen komaf maken met het fastfoodmodel, maar moeten we ook de lineaire mythe van ons onderwijs bij het grofvuil zetten. In een interview met Roy Van Dalm zegt Robinson dat "de reden dat ons talent zo slecht ontwikkeld wordt en onze creativiteit niet floreert" uit die lineaire mythe stamt. Het systeem van opeenvolgende leerjaren die een doorgaande lijn in de tijd vormen, is een overblijfsel van een industrieel verleden.
Nu leven we in een tijdperk van ideeën, waarin mensen uit het overaanbod van informatie de juiste dingen moeten halen, nieuwe verbanden leggen en daar iets mee ondernemen. We hebben nood aan kritische, inventieve en ondernemende Vlamingen. Mensen die de zaken waar we al lang zeker van zijn in vraag kunnen en durven stellen. Daar zijn Vlaamse tieners niet op voorbereid wanneer ze van ons secundair onderwijs afzwaaien. Want dat onderwijs is te eenzijdig gebaseerd op kennisoverdracht.
Uit de technologie-index van het Wereld Economisch Forum blijkt dat ons onderwijs het goed doet op vlak van bijvoorbeeld wiskunde en wetenschappen. Maar dat is niet genoeg. Want zaken zoals kritisch en creatief denken meten we niet, maar we weten wel dat we daarin niet aan de top staan. Niet dat onze kinderen niet creatief zijn. 'Elk kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven', zei Picasso ooit. En gelijk had hij. George Land en Beth Jarman onderzochten de capaciteit om creatief te denken bij kinderen tussen 3 en 5 jaar oud en volgden hen tot ze 25 waren. Wat bleek? Van de 3- tot 5-jarigen dacht 98 procent erg creatief, maar op hun 25ste, dus na een hogere opleiding, was nog maar 2 procent van de jongeren een creatieve denker.
Hoe kan dat nu? Kinderen en jongeren leren op school dat er op elke vraag maar één juist antwoord is. Fouten maken wordt afgestraft. Nochtans is een aantal van de beste uitvindingen uit vergissingen en afwijkend denken ontstaan. Denk maar aan Alexander Fleming, die penicilline ontdekte toen hij zijn preparaat bij het raam vergat, of aan de buitenissige evolutietheorie van Charles Darwin.
De sleutel tot verandering in ons onderwijs ligt dus niet alleen in het afstappen van een lineair systeem of het invoeren van een Michelinmodel. De leerkrachten en hun opleiding zijn de echte katalysatoren van innovatie. Net die leerkrachten liggen meer dan ooit onder vuur van leerlingen, (over)bezorgde ouders, inspecteurs en ministers. Vroeger maakte de onderwijzer samen met de pastoor en de notaris de dorpse top drie rond. Vandaag staat de leerkracht niet meer in de top tien van maatschappelijk aanzien. Dat moet veranderen.
Hoe? Geef hen meer vrijheid, verhoog de mobiliteit tussen onderwijs en privé, vereenvoudig de administratie en beloon hen meer naar werken en volgens resultaten. Tot slot moeten we onze leerkrachten anders opleiden en zorgen dat ze van zender van informatie verworden tot coach van talent. Dat is niet gemakkelijk. Als coach plots creativiteit aanmoedigen terwijl je daar zelf niet toe opgeleid bent is als vragen aan iemand die nooit een voetbalwedstrijd heeft gezien welke ploeg het beste speelde.
Daar willen we bij Flanders DC iets aan doen. Daarom lanceerden Flanders DC en de Proeftuinen gisteren een opleiding 'innovatiecoördinator' voor het secundair onderwijs. Die is vrijwillig, niet opgelegd, en gratis. Omdat we de mensen die er deze woelige maatschappelijke tijden iets van willen maken de nodige inzichten en vaardigheden willen meegeven. Alleen zo kunnen we een onderwijs creëren dat zijn leerlingen niet alleen de juiste antwoorden in handboeken geeft, maar hen ook nieuwe antwoorden leert geven op nieuwe vragen. En daar kunnen we als regio enkel beter van worden.
Bron: De Morgen 28 mei 2009
donderdag 28 mei 2009 - Geef je commentaar (5)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Zijn rijke Belgische kinderen slimmer?
Dat is de vraag die ik me stel bij het lezen van een artikel dat woensdag in deze krant verscheen. ‘In Vlaanderen zitten vier keer meer kansarme leerlingen in het beroepsonderwijs dan kinderen uit een gegoed milieu', zegt professor Hindriks van de UCL. In het algemeen secundair onderwijs zitten drie keer meer leerlingen uit een gegoed milieu. Het ASO is er dus voor de gegoede klasse, het TSO voor de middenklasse en het BSO voor de kansarme klasse. Het onderwijs in Vlaanderen - en Wallonië - zou moeten emanciperen maar bezondigt zich aan segregeren. Dat kan niet. Net zo min als een begaafde leerling achter mag blijven omdat hij voor ligt op de rest van zijn klas, mag een leerling zijn voorbestemd voor achterstelling louter door geboorte. De kans dat een leerling uit een bescheiden milieu zich dankzij zijn opleiding ‘opwerkt' tot een hogere sociale klasse, is bijzonder klein in België weet de studie van Hindriks nog.
Migranten
De OESO bevestigt en laat weten dat we er nog veel minder van bakken op school als het gaat over kinderen van migranten gaat. Bij de laag geschoolden vind je bij ons twee keer zo veel kinderen van migranten als Belgen. Zonen van immigranten hebben drie keer meer kans om geen werk te hebben of niet op school te zitten dan jongens uit een Belgische familie. Je kan, volgens de OESO, maar beter niet in België op school zitten als immigrant, want je kans op een baan is nergens anders in Europa slechter. Dat is ronduit een ramp als we een goed draaiende economie willen en het hoofd bieden aan de vergrijzing.
Grenzen bereikt
Hoe kan dit allemaal? Het is in ieder geval niet alsof het beleid heeft stil gezeten. Integendeel. Sinds de jaren zestig werken we aan de democratisering van het onderwijs. Dat is bijna gratis in ons land. We hebben hopen studiebeurzen. In de lagere school geldt de maximumfactuur, geen uitstapjes boven een bepaald plafond. We hebben Centra voor Leerlingenbegeleiding. We besteden meer dan 7.000 EUR per kind in het onderwijs. En bijna het dubbele voor kansarme leerlingen. En toch blijkt dat het allemaal weinig zoden aan de dijk zet. Je afkomst bepaalt je toekomst. Gelijke kansen op school zijn, na decennia investeren, nog steeds geen feit. Het beleid moet blijven innoveren en experimenteren met het weghalen van de beschotten tussen ASO, BSO en TSO. De aangekondigde hervorming van het middelbaar, die leerlingen toelaten later te kiezen tussen richtingen, kan hier soelaas brengen. Je kan leerlingen individueler coachen en extra ondersteuning voorzien.
Ouders aan zet
Maar als we iets moeten leren uit vijftig jaar inspanning, is dat meer van hetzelfde geen optie is. Het past niet om te roepen dat de overheid meer moet doen, er is nog nooit meer gedaan. We zitten aan de grenzen van wat de overheid kan doen. En dus is het nu tijd om te zeggen dat ook de ouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Om zoon en dochterlief te stimuleren hun talenten maximaal te laten renderen. Om kinderen gezonde ambitie bij te brengen en verder te laten springen. Om te helpen zorgen voor een rijke woordenschat bij migrantenkinderen. In Leuven help ik af en toe een jonge Marokkaanse Belg met lezen en schrijven. Zonder extra hulp redt die jongen het eenvoudigweg niet. Maar naschoolse bijles is zinloos als er thuis enkel Marokkaans wordt gesproken, als de scouts in het weekend niet kan, maar lessen Arabisch wel. Wat helpt een maximumfactuur als Nederlandstalige televisie afwezig blijft maar Al-Arabyia alomtegenwoordig is thuis? Daar zou ik het graag over hebben.
De bal ligt in het kamp van de ouders. Want rijke of Belgische kinderen zijn niet slimmer dan hun collega's uit arme of migranten gezinnen.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
donderdag 11 februari 2010 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: If you pay peanuts…
Op dinsdag las ik in deze krant een boeiend pleidooi van Bram Smits en Inge Geerardyn voor Millenium onderwijs. De Leuvense studentenvertegenwoordigers willen "kwalitatief en ondernemend onderwijs dat meegaat met de noden van zijn tijd." Daar kan niemand op tegen zijn. En zeker niet zij van ons die roerloos en stom professoren hun cursussen hebben horen aflezen voor een publiek van duizend vlijtig noterende studenten. Smits en Geerardyn schreven voorts dat : "de universiteit en haar docenten verouderde werkvormen en doelstellingen kritisch tegen het licht moeten durven houden."
Web lecture
In de Faculteit Sociale Wetenschappen hadden ze die bijdrage blijkbaar ook gelezen. Prompt voerden ze voor de generatie facebookstudenten "web lectures" in. Het is te zeggen, er was te weinig plek in de aula en om de beurt werden studenten verplicht de professor te volgen via hun computer. Dat experiment duurde letterlijk een halve dag toen het werd afgevoerd wegens te veel protest van diezelfde Millenium studenten die nieuwe werkvormen wilde. De reden waarom die zo nodig een zitje in de aula wilde was niet om vragen te stellen of deel te nemen aan het debat in de les - dat gebeurt toch niet, de reden was het sociale gebeuren voor en na de les.
Logica
De studenten blinken niet uit in logisch redeneren. Want zou het niet veel beter zijn de vervelende hoorcolleges voor honderden studenten gewoon online uit te zenden en het geld dat vrijkomt doordat er niet in extra ruimte en lessen moet geïnvesteerd worden, te besteden aan boeiende discussies met kleine groepen studenten en academisch personeel? Sociaal contact verzekerd. Of dat geld investeren in professoren die studenten echt begeleiden bij het schrijven van papers? Temeer daar er wordt geopperd dat dit capaciteitsprobleem zichzelf binnen enkele weken oplost wanneer de afhakers in de fakbar blijven plakken.
Niet echt kostendekkend
Want laat ons wel wezen, wat er aan de unief gebeurt, gebeurt er met ons belastingsgeld. De 500 euro inschrijvingsgeld of de 80 euro die een beursstudent betaalt is peanuts. Eén jaar aan de unief voor één student kost ons gemiddeld 10.000 euro. Met andere woorden, een student betaalt 5% van de kosten voor zijn studie, wij 95%. En slimme studenten zouden moeten weten dat als je peanuts betaalt, je monkeys krijgt. Alhoewel. Op Terzake pleitten diezelfde studenten wel voor hoger onderwijs dat beter gefinancierd is, maar zonder dat zij daaraan moeten meebetalen. Ons inschrijvingsgeld, dat bij de laagste van Europa hoort, mag niet verhogen.
Langste en duurste toelatingsproef
Een van de redenen waarom ons onderwijs zo duur is, is omdat iedereen hier aan de universiteit kan beginnen. Onze toelatingsproef is de langste en de duurste van de wereld: het eerste jaar bachelor zoals professor Hooghe schreef. En u raadt het al, de studenten zijn ook tegen een echte toelatingsproef. Die mag hoogstens oriënterend zijn.
Nieuwe beleid
Conclusie: onze studenten zijn de nieuwe conservatieven. Web lectures: tegen. Verhoging van het inschrijvingsgeld: tegen. Toelatingsproef: tegen. Ik pleit er dus voor om het inschrijvingsgeld op te trekken en het aantal studiebeurzen nog forser te verhogen. Om nieuwe lesvormen toe te laten voor colleges zonder veel toegevoegde waarde en geld te investeren in de uitwisseling van ideeën. En om een toelatingsproef te organiseren zodat we studenten helpen kiezen, het niveau verhogen en kosten besparen.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
donderdag 29 september 2011 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
It’s the schools, stupid!
Ik zal niet lang genoeg op de schoolbanken hebben gezeten, maar ik snap werkelijk niets van de plannen die het katholieke onderwijs deze week bekendmaakte om ons secundair onderwijs te hervormen. Die plannen lijken mij tot meer eenheidsworst te leiden, terwijl de toekomst net meer onderwijs op maat is. En ze zijn zo complex dat je ze aan een gemiddelde toehoorder zonder hoger diploma niet uitgelegd krijgt. Dat is jammer, want net ons onderwijs is de sleutel voor het oplossen van onze huidige problemen. Terwijl regeringsleiders in Europa en in ons land zich het hoofd breken over hoe ze groei kunnen stimuleren met een lege overheidskas, is het antwoord misschien een stuk eenvoudiger dan we denken. Hieronder mijn versie van een simpel plan dat focust op het Franstalige onderwijs in Brussel.
Zwak Franstalig onderwijs in Brussel
Eerst het slechte nieuws. De Oeso, die met de bekende Pisatests het onderwijsniveau in verschillende landen meet, concludeert dat het Franstalige onderwijs in onze hoofdstad onder het gemiddelde van de andere Oeso-landen ligt. Op een weinig benijdenswaardige statistiek scoort het Franstalige onderwijs wel relatief hoog: in weinig andere onderwijssystemen is de afkomst van je ouders zo bepalend voor je succes op school. Vrij vertaald betekent dat dat als je ouders hoger opgeleid zijn, de kans dat je het goed doet op school veel groter is dan als je ouders lager op de sociale ladder staan. Met andere woorden, het Franstalige onderwijs doet net het omgekeerde dan waar het voor uitgevonden is.
Kloof dichten = economisch groeien
Maar elk nadeel heeft zijn voordeel. De kloof tussen het Franstalige onderwijs en het Vlaamse onderwijs op de befaamde Pisa-tests bedraagt veertig punten. Als we erin slagen die kloof te dichten, creëren we haast vanzelf economische groei. Een hoger opgeleide bevolking zorgt voor meer toegevoegde waarde en inspireert de economie. Onderzoek toont aan dat een verhoging van de Pisa-score met veertig punten leidt tot een economische groei van 0,9 procent voor een land of regio. Het verbeteren van het algemeen onderwijsniveau in dit land kan ons dus een groei opleveren die voor banen zorgt. In tijden van nulgroei en recessie trekt niemand daar zijn neus voor op.
Geluk bij een ongeluk
Nu denkt u natuurlijk dat we eerst pakken euro's, die we niet hebben, in dat onderwijs zullen moeten investeren vooraleer we enig resultaat zien. Dat hoeft niet. Twee consultants van het adviesbureau McKinsey kwamen tot de vaststelling dat het onderwijsbudget per leerling in het Franstalige onderwijs in het Brusselse hoger ligt dan het gemiddelde in de Oeso-landen. Dat is een geluk bij een ongeluk. We investeren dus nu al meer dan gemiddeld voor een resultaat dat onder het gemiddelde ligt, maar meer geld is niet meteen nodig voor een beter rendement. Het veranderen van de manier waarop schooldirecties werken en het aantrekken van de beste leerkrachten levert enorme winst op. Een directeur als pedagogische coach en niet als administratieve bediende dus. Een goede leerkracht is ook veel belangrijker voor het niveau van het onderwijs dan de grootte van de klas. Uit de onderzoeken blijkt dat kleinere - en dus duurdere klassen - geen groot effect op de onderwijsresultaten hebben. Hoe goed de leerkrachten zijn, is wel doorslaggevend.
Focussen op grootste noden
Allemaal tips waar we in Vlaanderen best ook nog iets mee kunnen aanvangen. Als we daar nu mee starten alvorens de middelmaat te promoveren tot de norm met een nieuwe en onbegrijpelijke hervorming. Maar het wegwerken van het verschil tussen het Franstalige Brusselse onderwijs en dat in Vlaanderen kan ons een ontzettend grote economische groei opleveren. Zelfs zonder extra middelen. Er is dus werk aan we winkel, maar waar een wil is, is een weg.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
vrijdag 11 mei 2012 - Geef je commentaar (2)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Waar is ons onderwijs voor?
In al het tumult rond de levensbelangrijke vraag ‘waar is Bart De Wever' en de heibel rond het al dan niet blijven voortbestaan van de B-attesten in het voorstel voor het vernieuwde onderwijs, zijn we één vraag uit het oog verloren: waar is ons onderwijs eigenlijk voor? Dient het middelbaar onderwijs om jongeren klaar te stomen voor de arbeidsmarkt? Of heeft het als bedoeling mondige burgers met een brede kijk op de wereld te vormen? Wat mij betreft dat laatste. Ik vind een brede eerste graad dus best een goed idee. Humaniora staat immers letterlijk voor ‘meer mens worden' en daar dient ons onderwijs voor. Binnen dat onderwijs moeten we zoveel mogelijk mensen een gemeenschappelijke sokkel aanbieden zodat we een zo krachtig mogelijke democratie krijgen. Maar dan moet het wel een eerste graad op maat zijn. Ik ben namelijk zelf het laatste product van het vermaledijde VSO.
VSO
Dat Vernieuwd Secundair Onderwijs met een brede eerste graad als centrale pijler, uitstel van studiekeuze en algemene vorming als uitgangspunt was een grote mislukking. Daarover schreef Herman de Coninck al in 1985 dat democratie een niet al te democratisch onderwijs vraagt. Toch zijn de ideeën uit het VSO ook de centrale begrippen die opnieuw opduiken in de huidige onderwijshervorming.
Waterval surfen
Op zich zijn de principes die aan de grondslag lagen van het VSO goed, maar ik herinner me lessen waarin sommige van ons zich stierlijk verveelden terwijl anderen zich pijnlijk belachelijk moesten maken voor de rest van de klas met bijvoorbeeld hun gebrekkig talent voor talen. De verschillen waren zo groot dat de sterke leerlingen de zwakke studenten niet meer meetrokken. Die laatsten surften met plezier de befaamde waterval naar beneden. Het is niet door het afsluiten van de uitgang dat het probleem is opgelost.
Eenheidsworst
We moeten onze beste leerlingen uitdagen en onze zwakkere leerlingen optillen. Dat kan alleen als we binnen die brede vorming afstappen van de eenheidsworst. Het kan toch niet zo moeilijk zijn om ervoor te zorgen dat iedereen pakweg Engels krijgt, maar dat hoeft toch niet voor alle leerlingen op hetzelfde niveau te zijn?
Onderwijs niet overschatten
Tegelijkertijd moeten we ook stoppen met het overschatten van wat het middelbaar onderwijs kan bereiken. In 'Over de pedagogische waarde van de brand van Rome' schreef de Coninck ook al: ‘Elk middelbaar onderwijs zou er eigenlijk van uit moeten gaan dat je hoedanook alles vergeet. Ik kan geen vierkantswortel meer trekken, veel meer dan een bijzin herinner ik mij niet meer van Grieks, van aardrijkskunde blijft me voornamelijk bij dat Izegem een stad van schoenen was, en Kruishoutem van eieren, van Frans onthoud ik dat alle vrouwen van Molière graatmager waren want ze werden allemaal gespeeld door een sliertige leraar.'
Attitude
De hervormers van ons onderwijs zouden best dat essay nog eens van onder het stof vandaan halen want ‘misschien', schreef de Coninck, ‘zou het hele onderwijsprogramma er wel fundamenteel anders uit gaan zien, als men zich rekenschap geeft van de grondige vergeetmachine die het geheugen is, en als vakken consequent om hun attitudevorming op het programma gezet werden - want dat is het enige wat je er leert."
Er is geen enkele reden om een brok jonge klei al op zijn twaalfde tot lasser te boetseren. Laat ons dus maar een brede eerste graad op maat installeren. Zo'n onderwijs levert kritische burgers af. En is dat niet net waar de arbeidsmarkt naar op zoek is?
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
vrijdag 29 juni 2012 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Stop de vooruitgang!
In Blankenberge hebben twee scholen het lichtzinnige plan opgevat om leerlingen zoveel mogelijk opleiding op maat aan te bieden. Dat zit zo: de sterkste leerlingen zouden individueel uitgedaagd worden terwijl zwakkere leerlingen op persoonlijke begeleiding kunnen rekenen. Het instrument dat dit licht absurde voornemen mogelijk maakt, is een iPad tabletcomputer. Een proefproject dat vorig schooljaar liep, moest aantonen dat de leerlingen die toen wiskunde en Frans op een iPad volgden, betere prestaties neerzetten. Daarop besloot de schooldirectie, die klaarblijkelijk op Mars gedomicilieerd is, dat elke leerling op 1 september met een Apple op het appel moest verschijnen. Je kan niet zeggen dat ze er niet over nagedacht hebben, want je kan je eigen iPad meebrengen, elk trimester gedurende drie jaar 40 euro afbetalen om er eentje aan te schaffen of een beroep doen op de sociale kas van de school als dat niet lukt. Maar toch.
Discriminatie
Dat zoiets een regelrechte discriminatie van de papierindustrie, rekenmachine-industrie en kopieermachinevervaardigers inhoudt, is duidelijk. Om nog te zwijgen over het nekschot dat menige krijtfabriek krijgt. Maar dat de kinderen zelf hier het eerste slachtoffer van worden, staat als een paal boven het Blankenbergse zeewater.
Het Comité voor Zorgvuldig Bestuur
Gelukkig heeft een aantal ongeruste ouders, zoals dat hoort bij dit soort absurditeiten, een klacht ingediend. Niet bij het Grondwettelijk Hof - al sluit niemand dat uit. Wel bij een instelling waarvan het bestaan tot hiertoe volstrekt onbekend was, maar ons nu reeds met diepe vreugde vervult. Het Comité voor Zorgvuldig Bestuur heeft na deliberatie besloten dat hier onzorgvuldig werd bestuurd en te weinig gecommuniceerd. Het is niet duidelijk of het Comité daarmee doelde op de krantenpagina's waarin de directeur al in maart van vorig schooljaar het project aankondigde. Mogelijk volstond dat niet en ontbrak een gestencilde schoolkrant.
1 september
De scholen hebben nu beroep aangetekend en blijkbaar wordt dat zo zorgvuldig bestudeerd dat een uitspraak pas verwacht wordt na 1 september, de datum waarop elk kind zijn ouders vele honderden euro's lichter zal gemaakt hebben om vervolgens door die dekselse directie onherroepelijk aan zijn iPad te worden vast gekluisterd.
Geluk bij een ongeluk
Het is een geluk bij een groot ongeluk dat de scholen in kwestie alsnog als sanctie een deel van hun werkingsmiddelen kunnen verliezen. Een verontruste moeder verwoordde het zo: ‘De directie kan maar op één manier getroffen worden: door minder inschrijvingen binnen te halen.' Dat ze daarvoor van haar moederhart een steen moest maken en de vriendschapsbanden van dochterlief ontwrichten om haar zo te redden van een gewisse blootstelling aan de vooruitgang, nam ze er heldhaftig bij.
Warm Vlaanderen
En Vlaanderen trad haar bij want gelukkig bleef de verontwaardiging gisteren niet beperkt tot de gemeentegrenzen van Blankenberge. Overal te lande regende het hartverwarmende reacties. Eén schrijver, die kennelijk al het slachtoffer van iPad-onderwijs was geweest, formuleerde krachtig de overheersende mening op het Vlaamse internet: ‘De minister moet die school terugfluiten, de directie ontslaan en terug met pen en papier'. Wij zijn daarvoor. Op voorwaarde dat we ook de stencil opnieuw invoeren.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
vrijdag 24 augustus 2012 - Geef je commentaar (3)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.






