Blogitems met de tag: Innovatie

Grijze tijgers

Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid telt ons land op het einde van dit jaar 99.000 extra werklozen. Volgens de Oeso zal de werkloosheidsgraad in Europa tot 10% aangegroeid zijn op het einde van het jaar. Een interessante vraag is wie die extra werklozen zullen zijn? De beschikbare cijfers laten een en ander vermoeden. Er is iets vreemds aan de hand: jongeren verliezen massaal hun job. In de categorie onder de 25 jaar zijn er 30% meer werklozen. Dat valt te verklaren omdat bedrijven vaak afscheid nemen van onlangs aangenomen personeel of uitzendwerkers. Bij de leeftijdsgroep tussen de 25 en de 50 jaar stijgt de werkloosheid 'maar' met de helft in vergelijking met de jongeren, plus 15%. Bij werknemers ouder dan 50 neemt de werkloosheid slechts met 5% toe. In de tranche tussen de 50 en 55jaar neemt ze zelfs af.

Dit fenomeen blijft niet beperkt tot België. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn er nu meer 55-plussers aan de slag dan een jaar geleden (900.000) maar minder (2,9 miljoen) uit de groep tussen de 25 en 44jaar. Dat is een vreemde trend want oudere werkkrachten zijn per definitie dure werkkrachten. En toch willen bedrijfsleiders hun oudere werknemers houden. Zoals bij Boeing, dat lering getrokken heeft uit zijn besparingen in de jaren negentig. Toen moesten er duizenden mensen afvloeien en daarvoor had het bedrijf een vrijwillig vertrekprogramma opgezet. Het resultaat was dat een flink pak oudere werknemers het voor bekeken hield. Daardoor kampte Boeing nog jaren later met een gebrek aan ervaren personeel. Eind januari kondigde het bedrijf opnieuw aan dat er 10.000 jobs moesten verdwijnen. Deze keer zonder vrijwillig vertrekprogramma uit vrees de meest geoefende medewerkers kwijt te spelen.

Dat is goed nieuws voor vijftigplussers. Maar is het ook goed nieuws voor ons allemaal? Want handicapt een economie met een groter aantal oudere werknemers zichzelf niet op het vlak van innovatie? We associëren innovatie immers met jonge breinen. Het antwoord op die vraag is 'neen'. Uit een studie van meer dan zevenhonderd Nobelprijslaureaten blijkt dat vernieuwers in een steeds kortere periode van hun carrière productief zijn. Maar de leeftijd waarop ze een doorbraak realiseren, wordt steeds hoger. In het begin van de 20ste eeuw boekten Nobelprijswinnaars gemiddeld een doorbraak rond hun 36ste. Die leeftijd schoof tussen 1935 en 1965 op met gemiddeld twee jaar. Nu ligt die leeftijd al rond de 40jaar. Vorsers beneden de30 kunnen nu veel minder dan honderd jaar geleden een inventie op hun naam schrijven, behalve wanneer het gaat over nieuwe onderzoeksterreinen. Dat zou een uitleg kunnen zijn die de doorbraken van Page, Brin en consorten op jonge leeftijd verklaart. Na de (internet)revolutie stijgt de leeftijd weer waarop wetenschappers grote ontdekkingen doen.

Dat je niet jong hoeft te zijn om met een goed idee voor de dag te komen, bewijst het tv-programma De Bedenkers. Vlamingen kozen massaal voor het Papiermaatje van senior Sonia Wyllinck en de sliplift van de nog oudere Pierre Van Den Broeck. Ook onze Belgische Nobelprijswinnaars werden op steeds latere leeftijd gelauwerd. Corneille Heymans was46 en Jules Bordet was49 toen ze de Nobelprijs geneeskunde ontvingen in respectievelijk 1938 en 1919. Christian de Duve was57 toen hij de prijs voor geneeskunde kreeg in 1974 en Ilya Prirogine60 toen hij in 1977 de Nobelprijs voor chemie in de wacht sleepte. Er zit dus nog muziek in oude knarren maar hun ervaring komt het best tot haar recht wanneer jonge en oude werknemers bewust in duo of in groep samenwerken. Meer oudere mensen aan de slag is dus niet enkel goed voor het betalen van de pensioenen, maar ook om het economisch weefsel van ons land te vernieuwen.

donderdag 02 april 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Flanders DC integreert Flanders Fashion Institute en Bizidee

Als voorzitter van Flanders DC ben ik trots op de externe evaluatie die onze organisatie heeft gekregen: een panel internationale experts, duizenden Vlamingen en bedrijven, tientallen beleidsmakers en eeb onafhankelijk Nederlands bureau hebben een half jaar onze werking geëvalueerd en zagen dat het goed was. Nu heeft de Vlaamse regering beslist onze opdracht uit te breiden naar de creatieve sectoren en ook nog meer aandacht te schenken aan ondernemerschap.

Door verdere vereenvoudiging wordt Flanders DC hub voor ondernemingscreativiteit in Vlaanderen - Op voorstel van Vlaams minister van Economie en Innovatie Patricia Ceysens stemde de Vlaamse regering vandaag (15 mei) in met de nieuwe beheersovereenkomst vzw Flanders DC 2009-2014. Flanders DC krijgt daarvoor jaarlijks 3,5 mio €.

 Flanders DC werd in 2004 opgericht door de Vlaamse regering met het doel om de Vlaamse regionale concurrentiekracht te versterken door het stimuleren van creativiteit, innovatie, ondernemerschap en internationalisering. Flanders DC focust daarbij op vier doelgroepen: onderwijs, beleid, het brede publiek en vooral de bedrijfswereld.

Na een periode van vijf jaar werd Flanders DC positief geëvalueerd door onder meer een panel van internationale experts. De evaluatoren stellen unaniem dat Flanders DC haar activiteiten in Vlaanderen moeten verder zetten, liefst in samenwerking met zoveel mogelijk partners.

Dit werd de aanleiding voor een nieuwe beheersovereenkomst voor de periode 2009-2014. In deze nieuwe beheersovereenkomst wordt een belangrijk nieuw accent gelegd. Flanders DC moet mee de creatieve sectoren aanzetten tot meer ondernemingscreativiteit. Deze creatieve sectoren worden immers steeds belangrijker in het Vlaams economisch weefsel maar ontbreken vaak een aantal ondernemersvaardigheden. Door deze bijkomende focus beoogt Flanders DC zowel ondernemend Vlaanderen creatiever te maken als creatief Vlaanderen ondernemender.

In opvolging van het rapport Soete dat een pleidooi houdt voor een vereenvoudiging van het innovatielandschap werd er bovendien voor geopteerd om de activiteiten van Flanders Fashion Institute enerzijds en van de Ondernemersplanwedstrijd - Bizidee anderzijds in te bedden in de werking van Flanders DC. Op deze wijze kan met minder middelen meer worden bereikt. Verder wordt de samenwerking tussen Flanders DC met het Agentschap Ondernemen, IWT en FIT die elk verantwoordelijk zijn voor één van de kernprocessen van een kennisgedreven economie - ondernemen, innoveren en internationaliseren - versterkt.

De performantie-indicatoren zijn opnieuw ambitieus opgesteld: jaarlijks moeten bijvoorbeeld 2.500 deelnemers uit de bedrijfswereld deelnemen aan een actie van Flanders DC; voor de onderwijswereld gaat het om een bereik van minimaal 10.000 deelnemers tegen het eind van de beheersovereenkomst in 2014. Eveneens tegen het eind van de beheersovereenkomst moet Flanders DC met zijn partners minimaal 1,2 miljoen Vlamingen hebben geconfronteerd met het belang van ondernemingscreativiteit.

Flanders DC in het kort
Flanders DC, of voluit Flanders District of Creativity vzw, is de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit, in 2004 opgericht door de Vlaamse regering. De organisatie werkt aan een cultuur van innovatie in Vlaanderen om de concurrentiekracht van onze regio op peil te houden.

• Flanders DC is bij het grote publiek vooral bekend van De Bedenkers, het ‘één'-programma dat het mee initieerde, en het Creativity World Forum.

• Verder verspreidt Flanders DC kennis over creativiteit, innovatie en ondernemerschap i.s.m. haar kenniscentrum aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Om te leren uit het buitenland heeft Flanders DC een netwerk van innovatieve regio's uit drie continenten opgezet.

• Ten slotte sensibiliseert Flanders DC rond creativiteit en een professionelere aanpak ervan. Daartoe bouwt Flanders DC hulpmiddelen voor wie creatief aan de slag wil gaan. Zo kan men een gratis online-opleiding ‘creatief denken' volgen, de creativiteit testen, een eigen ondernemend profiel opmaken, of in een online-game ontdekken hoe men als bedrijfsleider scoort op innovatie.

Meer info: www.flandersdc.be - www.flandersdc.be/blog.

 

zaterdag 16 mei 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Ondernemers kunnen de wereld veranderen.

 Heel knap filmpje dat weing commentaar behoeft. Een betere samenvatting dan waarin ik geloof had ik zelf niet kunnen maken. En goedkoop gemaakt met een boodschap die to the point en effectief is. Als iedereen zijn ondernemende kwaliteiten aanspreekt, kunnen we de wereld aan. Waar wachten we op?

dinsdag 19 mei 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Werk maken van een creatieve economie

Als voorzitter van Flanders DC ben ik trots op ons eerste boek 'Werk maken van een creatieve economie' in samenwerking met de Vlerick Leuven Gent Management School moeten lezen. Het boek bundelt vier jaar beleidsrelevant onderzoek van het Flanders DC Kenniscentrum tot vier makkelijk verteerbare delen. Vanaf 20 mei 2009 ligt het nu ook in de boekhandel.

 

"Vlaanderen heeft alle kansen om zich economisch te handhaven en zelfs te versterken. Maar daarvoor moeten beleidsmakers, ondernemers en iedereen die mee het gezicht van de Vlaamse economie bepaalt, vandaag de handen in elkaar slaan", zeggen Vlerickauteurs Isabelle De Voldere en Leo Sleuwaegen bij de lancering van hun nieuwe boek Werk maken van een creatieve economie. "We moeten het talent van de mensen die hier wonen optimaal benutten. Dat gebeurde in het verleden te weinig. In elk geval is nu de tijd rijp om er volop op in te zetten."

‘Werk maken van een creatieve economie' beschrijft uitvoerig de limieten van het huidige groeimodel in Vlaanderen en toont hoe het beleid een nieuw groeimodel kan stimuleren waarbij innovatie en ondernemerschap, de kenniseconomie en de ontwikkeling van creatieve sectoren centraal staan. Een nieuw groeimodel is nodig om onze huidige welvaart en ons welzijn te behouden.

Het mag duidelijk zijn dat we een overgang aan het maken zijn van een industriële economie waarin productiviteit het verschil maakt naar een creatieve economie waarin kennis en wat je daar mee doet het verschil maakt. "Harder werken hoeft dus niet, slimmer werken is de boodschap, om het met een boutade te zeggen", stelt Pascal Cools, algemeen directeur van Flanders DC, "We mogen niet alleen focussen op behoud, maar moeten ook nieuwe kansen aangrijpen om jobs te creëren. En die zijn er. De creatieve sectoren groeien tweemaal sneller dan de traditionele, maar in Vlaanderen is die groei veel kleiner dan in Nederland bijvoorbeeld."

Het boek bevat ook de visies van Patricia Ceysens, Karel Van Eetvelt, Philippe Muyters, Patrick Janssens, Edith Vervliet en Jan Briers op een creatieve economie. Patricia Ceysens pleit voor meer innovatie in de dienstensector, die ook achterop hinkt t.o.v. onze buurlanden.

Werk maken van een creatieve economie
Isabelle De Voldere & Leo Sleuwaegen
ISBN 978 90 209 8335 7
136 pagina's
€ 24,95

Beluister het Radio 1 interview met Leo Sleuwaegen op de site van Radio 1 www.radio1.be

maandag 25 mei 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De Morgen - Lorin Parys: Ons onderwijs heeft geen fastfood maar Michelin model nodig

Lorin Parys stelt dat ons onderwijs te eenzijdig gebaseerd is op kennis-overdracht.

 

 

 

 

 

 

Als we ons talent willen klaarstomen voor de creatieve kenniseconomie moeten we ons onderwijs stoelen op het Michelinmodel. Dat is een probleem, want vandaag regeert het fastfoodmodel: alles is gestandaardiseerd en smaakt hetzelfde. Sterrenrestaurants daarentegen zijn kwalitatief hoogstaand en allemaal verschillend, en zo moet ook ons onderwijs zijn. Dat is de essentie van het verhaal van Sir Ken Robinson, een wereldvermaarde expert in onderwijs en creativiteit. Hij sprak gisteren op een Forum dat Flanders DC in Antwerpen organiseert voor 1.200 leerkrachten uit de Proeftuinen.

De vakbonden hadden alvast protest beloofd, zij zijn de veranderingen beu. Maar als de enige constante in onze wereld verandering is, kunnen we onze kinderen en leerkrachten toch niet grootbrengen in een stilstaande omgeving? Dan dreigen we hen te veroordelen tot de werkloosheid, zeker nu met de crisis wel eens de Grote Knop zou kunnen omdraaien naar de creatieve economie.

De blauwdruk van enkele ideeën voor een grote ommezwaai in ons secundair onderwijs werd eerder al bekend. Zo'n oefening komt geen seconde te vroeg, want de fundamenten van ons onderwijs zijn gestoeld op het kennistijdperk, en dat is dood. Voor echte innovatie op school moeten we alles durven te herdenken maar ook de moed hebben om te behouden wat goed is. Daarvoor moeten we niet alleen komaf maken met het fastfoodmodel, maar moeten we ook de lineaire mythe van ons onderwijs bij het grofvuil zetten. In een interview met Roy Van Dalm zegt Robinson dat "de reden dat ons talent zo slecht ontwikkeld wordt en onze creativiteit niet floreert" uit die lineaire mythe stamt. Het systeem van opeenvolgende leerjaren die een doorgaande lijn in de tijd vormen, is een overblijfsel van een industrieel verleden.


Nu leven we in een tijdperk van ideeën, waarin mensen uit het overaanbod van informatie de juiste dingen moeten halen, nieuwe verbanden leggen en daar iets mee ondernemen. We hebben nood aan kritische, inventieve en ondernemende Vlamingen. Mensen die de zaken waar we al lang zeker van zijn in vraag kunnen en durven stellen. Daar zijn Vlaamse tieners niet op voorbereid wanneer ze van ons secundair onderwijs afzwaaien. Want dat onderwijs is te eenzijdig gebaseerd op kennisoverdracht.


Uit de technologie-index van het Wereld Economisch Forum blijkt dat ons onderwijs het goed doet op vlak van bijvoorbeeld wiskunde en wetenschappen. Maar dat is niet genoeg. Want zaken zoals kritisch en creatief denken meten we niet, maar we weten wel dat we daarin niet aan de top staan. Niet dat onze kinderen niet creatief zijn. 'Elk kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven', zei Picasso ooit. En gelijk had hij. George Land en Beth Jarman onderzochten de capaciteit om creatief te denken bij kinderen tussen 3 en 5 jaar oud en volgden hen tot ze 25 waren. Wat bleek? Van de 3- tot 5-jarigen dacht 98 procent erg creatief, maar op hun 25ste, dus na een hogere opleiding, was nog maar 2 procent van de jongeren een creatieve denker.


Hoe kan dat nu? Kinderen en jongeren leren op school dat er op elke vraag maar één juist antwoord is. Fouten maken wordt afgestraft. Nochtans is een aantal van de beste uitvindingen uit vergissingen en afwijkend denken ontstaan. Denk maar aan Alexander Fleming, die penicilline ontdekte toen hij zijn preparaat bij het raam vergat, of aan de buitenissige evolutietheorie van Charles Darwin.


De sleutel tot verandering in ons onderwijs ligt dus niet alleen in het afstappen van een lineair systeem of het invoeren van een Michelinmodel. De leerkrachten en hun opleiding zijn de echte katalysatoren van innovatie. Net die leerkrachten liggen meer dan ooit onder vuur van leerlingen, (over)bezorgde ouders, inspecteurs en ministers. Vroeger maakte de onderwijzer samen met de pastoor en de notaris de dorpse top drie rond. Vandaag staat de leerkracht niet meer in de top tien van maatschappelijk aanzien. Dat moet veranderen.


Hoe? Geef hen meer vrijheid, verhoog de mobiliteit tussen onderwijs en privé, vereenvoudig de administratie en beloon hen meer naar werken en volgens resultaten. Tot slot moeten we onze leerkrachten anders opleiden en zorgen dat ze van zender van informatie verworden tot coach van talent. Dat is niet gemakkelijk. Als coach plots creativiteit aanmoedigen terwijl je daar zelf niet toe opgeleid bent is als vragen aan iemand die nooit een voetbalwedstrijd heeft gezien welke ploeg het beste speelde.


Daar willen we bij Flanders DC iets aan doen. Daarom lanceerden Flanders DC en de Proeftuinen gisteren een opleiding 'innovatiecoördinator' voor het secundair onderwijs. Die is vrijwillig, niet opgelegd, en gratis. Omdat we de mensen die er deze woelige maatschappelijke tijden iets van willen maken de nodige inzichten en vaardigheden willen meegeven. Alleen zo kunnen we een onderwijs creëren dat zijn leerlingen niet alleen de juiste antwoorden in handboeken geeft, maar hen ook nieuwe antwoorden leert geven op nieuwe vragen. En daar kunnen we als regio enkel beter van worden.

Bron: De Morgen 28 mei 2009

 

donderdag 28 mei 2009 - Geef je commentaar (5)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys - DS 29 mei 2009: Het verloren continent?

DE PARADOX VAN PARYS - Het is vrij ongelooflijk maar waar. Deze politieke campagne heeft geen thema. Tenzij het gebrek aan thema ook meetelt. Dat tart de verbeelding omdat we de diepste economische malaise in een kleine eeuw meemaken, banen bij de vleet worden weggesnoeid en het overheidstekort spectaculair groeit. De Oeso maakte nog niet zo lang geleden bekend dat Europa de grote verliezer van de crisis dreigt te worden omdat we niet doortastend optreden en in verspreide slagorde de wapens opnemen. De Commissie staat erbij en kijkt ernaar, terwijl onze Atlantische vrienden 800 miljard euro investeren in economisch herstel en de Aziaten kilometers voorsprong nemen. Een mens zou dus voor minder denken dat er geen beter moment is om het over de uitweg uit de crisis te hebben. Fout dus.

De realiteit die Europa is, werd gisteren nog maar eens pijnlijk duidelijk. Ik mocht een panelgesprek modereren op The Benelux Venture Forum met Christiane Verhaegen, het hoofd van Unibioscreen. Een onderneemster in hart en nieren die met haar bedrijf een nieuw medicijn tegen kanker ontwikkelt. Het vooronderzoek voor het geneesmiddel is afgelopen, de proeven op dieren zijn geslaagd en sinds kort worden de medicijnen op mensen getest. Ontzettend belangrijk werk met een geweldig potentieel aan menselijk geluk en commercieel succes.

Unibioscreen test zijn middel in drie ziekenhuizen in Arizona, in Leuven en in Leiden. Dat laatste mag je letterlijk nemen. Voor de tests in Arizona had Verhaegen één aanspreekpunt, het Amerikaanse Voedsel en Medicijnen Agentschap, kortweg FDA. Omdat er al gesprekken zijn tussen alle partijen nog voor er een echte aanvraag is, heeft een nieuw geneesmiddel meer kans om goedgekeurd te worden. Vorig jaar midden mei werd de aanvraag om de nieuwe remedie te testen ingestuurd en begin juli kreeg de eerste patiënt het nieuwe medicijn toegediend. Op het oude continent was het andere koek. Voor de tests in Leuven en Leiden had het bedrijf niet minder dan vier gesprekspartners: twee nationale autoriteiten en twee ethische comités van de betrokken ziekenhuizen. De aanvraag die in maart vorig jaar werd ingediend, werd pas in oktober gehonoreerd.

Zo'n verhaal maakt me boos. De oplossing kost niet eens een pak geld, enkel een dosis gezond verstand. Toch slagen we daar niet in. En dan hebben we het nog niet gehad over het bos van regeltjes en het woud van documenten die bedrijven moeten invullen wanneer ze een beroep doen op innovatiesteun van de EU. Allemaal hemeltergend. Maar het goede nieuws is dat we niet veroordeeld zijn om het verloren continent van deze eeuw te worden. We hebben ons lot zelf in handen. Binnenkort zijn er zelfs Europese verkiezingen waar we een nieuwe richting mee kunnen bepalen.

Dus geven we hier alvast drie nieuwe ideeën om de crisis aan te pakken en innovatie en ondernemerschap aan te moedigen. En die kunnen meteen Europees worden ingevoerd. Eén, wie risico neemt, wordt beloond. We stellen beginnende bedrijven drie jaar vrij van vennootschapsbelastingen. Twee, we lossen het probleem op van de kmo die geen geld en tijd heeft om te innoveren met een innovatie-voucher. In Nederland krijg je zonder rompslomp 10.000 euro als bedrijfsleider van een klein bedrijf om aan te kloppen bij onderzoekscentra en universiteiten. Wat daar kan, kan hier ook. En drie, we gaan voor een overheid die haar ondernemers vertrouwt en niet langer wantrouwt. Het vermoeden van onschuld wordt ook van toepassing op ondernemers. Dan rest ons enkel nog te werken aan de coolness-factor van ondernemerschap Want als mensen wisten hoe spannend het is, hadden we al lang het nieuwe continent ingehaald.

Bron: http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DD2AQ2TD&kanaalid=336

vrijdag 29 mei 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: De trein is altijd een beetje afzien

Vlaanderen staat stil. Onze wegen slibben dicht en het mobiliteitsinfarct slaat toe. Dat is een behoorlijke streep door de rekening voor de economische ontwikkeling van onze regio. Een verplaatsing Leuven-Brussel duurt makkelijk meer dan een uur, drie keer zo lang als op een gemiddelde zondagmiddag, met een geweldig verlies aan productiviteit tot gevolg. Ministers komen met plannen, ondermeer om massaal te investeren in nieuwe bus- en tramlijnen. Maar een echt vernieuwende visie op openbaar vervoer in ons land zou vertrekken van de consument. Want die heeft last om van en naar zijn station te geraken en wanneer hij dan eindelijk een station betreedt wordt hij terug in de tijd gekatapulteerd.

Gisterenochtend wou ik de trein naar Parijs nemen en wilde ik in Leuven vertrekken. Niet makkelijk. Met de bus moest ik drie kwartier vroeger opstaan, om vijf uur 's ochtends is dat geen optie. Mijn auto aan het station achterlaten bleek schier onmogelijk. Een kort gesprek met de parkinguitbater liet weinig hoop. Alhoewel de parking recent werd aangelegd blijkt die nu al voor jaren volzet. Een abonnement kopen voor een parkeerplaats kan niet. Eerst kom je op een ellenlange wachtlijst terecht. Stilaan een Vlaamse specialiteit. Slaag je er toch in je auto voor een dag te parkeren dan kost je dat al gauw een slordige 15 euro. Als je dat elke dag doet, ben je makkelijk 600 euro per maand kwijt. U kan dus maar beter naast het station wonen of een flink salaris hebben wanneer u met de trein naar uw werk spoort. In pak en met koffer op de fiets was ook geen alternatief dus zat er niets anders op dan mij te laten voeren. Ook dat is niet echt voorzien want er is geen kiss & ride parking aan het nieuwe station.

Nochtans zijn die eerste en laatste kilometer net cruciaal. Met een slimme investering in ‘geïndividualiseerd openbaar vervoer' kan je het bereik van een station drie keer groter maken. Dat betekent dat de spoorwegen samen met bedrijven speciale fietsen, Segways of andere vernuftige transportmiddelen aan het station zouden voorzien om van en naar het station te pendelen. Niet iedereen ziet het immers zitten om aan het vertrek- én aankomststation een eigen fiets te hebben en die ook zelf te onderhouden. Als nu zelfs Brussel een Vélib systeem heeft, kunnen wij toch niet langer achterblijven?

Maar ook in het station is het tijd voor innovatie en renovatie. Zo is er in het station van Leuven geen wachtruimte die naam waardig. Het stationsbuffet stamt letterlijk en figuurlijk uit de vorige eeuw. En wanneer het noodlot toeslaat en u gebruik moet maken van de sanitaire voorzieningen weet u meteen hoe die er in 1830 uitzagen. In Brussel Zuid bleek dan weer één wachtruimte overvol te zitten terwijl het andere kille lokaal zo goed als leeg was. Reden? Iemand had die duidelijk als urinoir gebruikt maar geen onderhoudspersoneel te bespeuren. Bij het nuttigen van een broodje werd vervolgens mijn laptop gestolen. Niets uitzonderlijks. Eén van de meer dan twintig gevallen per dag zo bleek uit een praatje met de verbaliserende agent. En zo kan ik nog even doorgaan. Niet echt de manier om de moderne consument te verleiden om met de trein te reizen dus.

Nochtans zouden NMBS en Infrabel hun jaarrekening en hun consument een enorm plezier doen met een kleine stage in Duitsland. Hun collega's van Deutsche Bahn maken daar enorme winst met de uitbating van hun stations als moderne winkelcentra met een pak diensten zoals Post en droogkuis.

Met een beetje visie maak je van onze stations plekken waar je rustig en comfortabel een tas koffie kan drinken, de krant openslaan of je mails checken in afwachting van de volgende trein die het station komt binnenzoomen. Een beetje zoals in een hotel, en waarom niet met conciërge desk? Een plek ook waar je nog snel een aankoop doet voor het avondeten of rustig rondslentert in een aantal aangename winkels voor je je trip verder zet. Op die manier zou de trein dan toch nog een beetje reizen worden.

Bron: De Standaard http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=312B23BM

vrijdag 05 juni 2009 - Geef je commentaar (2)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Lissabon norm is contraproductief

Europa blijft erop hameren, de formateursnota van de nieuwe regering neemt haar op, de federale regering praat erover en Google geeft meer dan 340.000 zoekresultaten voor '3%' en 'Lissabon'. Waarover gaat het? Alle EU-landen hebben enkele jaren geleden afgesproken om minimaal 3% van hun bruto nationaal product te besteden aan onderzoek en ontwikkeling. Maar slechts twee van die landen halen vandaag de norm. Zowel de privésector als de overheid streeft krampachtig naar die doelstelling en bericht daar jaarlijks over in lijvige rapporten. Want meten is weten. Maar wat je meet, is ook wat je krijgt. En daar zit het probleem.

Sinds Europa de Lissabon-norm heeft vastgelegd, is de afspraak de Heilige Graal van innovatie geworden. Spendeer je als land ongeveer 3% van je BNP aan onderzoek en ontwikkeling, dan ben je per definitie innovatief. Zit je er veraf, dan ben je slecht bezig. Nochtans is zo'n 3%-benadering fout, aftands en contraproductief.

De 3%-norm is fout, omdat ze een zogenaamde 'input'-indicator is. We meten wat we investeren in het innovatiesysteem, maar niet wat eruit komt. Een land kan dus hoog scoren in het lijstje van innovatieve Europese landen, omdat het veel geld tegen innovatie aangooit of veel octrooien laat registreren. Maar wat zo'n lijstje niet vertelt, is of daar ook veel is uit voortgekomen.

Met een pak octrooien, maar geen ondernemers die daar nieuwe producten of diensten mee verzinnen, scoor je hoog voor innovatie op papier, maar laag voor competitiviteit in de realiteit. Daar ben je als samenleving dus bitter weinig mee. Terwijl je ook met één octrooi een rits nieuwe producten op de markt kunt brengen.

De norm is ook aftands, omdat ze eigenlijk gestoeld is op een louter industriële economie. Hoeveel ingenieurs we hebben en hoeveel we investeren in mechanische en elektronische vernieuwing in laboratoria, dat is wat de Lissabon-norm meet. Maar vandaag levert een innovatief businessmodel, strategische innovatie of innovatie in marketing zeker evenveel op als industriële vernieuwing.

Een bedrijfsmodel zoals de Bongo Box uit de grond stampen, Ryanair lanceren of de meubelindustrie op z'n kop zetten met een doe-het-zelf-concept zoals Ikea heeft ontelbare meerwaarden voor een samenleving. Maar de uitgaven die deze vernieuwers doen om hun droom waar te maken, worden niet meegeteld in de inspanningen om de 3%-norm voor innovatie te halen. Net zomin als de inspanningen in dienstensectoren.

Door als konijnen naar de lichtbak van de 3%-norm te staren, lopen we het risico onszelf in de voet te schieten. Ja, er moeten genoeg middelen voor onderzoek en ontwikkeling worden vrijgemaakt. Maar neen, dat betekent niet dat we ons moeten blindstaren. We moeten mee evolueren met het brede spectrum waar innovatie vandaag gelukkig voor staat.

'[Over de 3% norm] schrijven we een nieuw innovatiepact', staat er in de formateursnota van Kris Peeters. Dat is hoopgevend. Laat ons dat pact aangrijpen om die moderne benadering van innovatie in te schrijven in het regeerakkoord. Enkele knappe koppen kunnen dan een meeteenheid verzinnen die niet alleen de input, maar ook de output meet. En die rekening houdt met alle vormen van innovatie. Zo kunnen we het als samenleving niet alleen op papier, maar ook in onze portefeuille beter doen. En meteen kan Vlaanderen Europa tonen hoe het moet. Actie in Vlaanderen!

vrijdag 26 juni 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Is de Paus links?

Vorige week werd de publicatie van een belangrijk pauselijk document een weinig overschaduwd door de aardse herdenkings-plechtigheid van een zanger uit L.A. Het was speuren met een vergrootglas naar een bericht in de Vlaamse kranten. Dat zette de immer vranke Bisschop Léonard aan tot volgende bespiegeling in het Katholiek Nieuwsblad: 'Ten tijde van de idiote polemiek over het condoom vonden de Belgische volksvertegenwoordigers het nodig (...) de paus te veroordelen. Het voorwendsel was dat het woord van de paus extreem belangrijk is wegens zijn grote weerklank. En nu dit woord zich uit over grote vragen van wereldbelang (...) komt het ver achter Jackson, de G8, de fratsen van Berlusconi en de Ronde van Frankrijk!' Echt ongelijk geven kan je hem niet. Daarom, Monseigneur, vandaag een poging om de derde encycliek van deze paus onder de aandacht te brengen.

Copywriter

Caritas in Veritate, wat zoveel betekent als Liefde in Waarheid, laat het kerkelijk licht schijnen over onze economie en staat stil bij onderwerpen zoals innovatie en technologie. Interessant zou je denken. Al ga je best even zitten vooraleer je je tanden in de tekst zet die gefundenes fressen blijkt voor volleerde tekst exegeten. Geniet even mee. Hoofdstuk drie titelt ‘Broederschap, Economische Ontwikkeling en Burgerlijke Samenleving' en opent met een passage over de ervaring van de gave. De nadruk moet gelegd worden op ‘economische vormen gebaseerd op solidariteit' en er wordt aangegeven hoe ‘zowel de markt als de politiek mensen nodig heeft die openstaan voor wederzijdse gave'. Daarom doet de paus een beroep op een ‘nieuwe humanistische synthese'. Het document is gericht aan 1,1 miljard gelovigen en aan alle mensen van goede wil. Ik reken mezelf tot die laatste categorie maar verstaan doe ik dit niet. Mogen we Rome een copy writer suggereren?

Links of rechts?

De inhoud mag bij ons dan voor weinig opzien hebben gezorgd, in andere landen en in de blogosfeer is dat allerminst het geval. Bepaalde uitspraken hebben immers de indruk gewekt dat de paus globalisering afvalt in zijn encycliek en de kerk zonder pardon in de linkse hoek plaatst. Ondermeer volgende passages zouden daarop wijzen: ‘Zodra winst het uitsluitende doel wordt, verkregen door ondeugdelijke middelen en zonder oog hebbend voor het algemeen welzijn, dan kan winstbejag de welvaart vernietigen en armoede veroorzaken.' Maar ook volgende zinsnede zint vele linksgezinden: ‘De huidige economische crisis met zijn ernstige afwijkingen en misstanden vereist een geheel nieuw begrip van zakendoen,' samen met het feit dat de Heilige Vader pleit voor een ‘beschaving van de economie'.

De rechterzijde was er als de kippen bij om het tegendeel te bewijzen. Zo schrijft Benedictus XVI ook dat ‘blinde oppositie' tegen globalisering onverstandig is , omdat het de goede kanten van de groeiende wederzijdse afhankelijkheid over het hoofd ziet. De paus prijst ook de wereldhandel die miljarden mensen uit de armoede heeft getild en waarschuwt hij voor de gevaren van een alles omvattende welvaartsstaat. Een aantal conservatieven vindt dus dat de paus best economisch rechts is.

Innovatie

Het laatste hoofdstuk van de encycliek heet ‘De Ontwikkeling van Volken en Technologie'. In Rome zijn ze, zoals geweten, niet meteen grote aanhangers van alle vormen van vernieuwing. De kerk blijkt daarin te waarschuwen voor de ‘prometheïsche aanmatiging' van de mensheid die denkt ‘zichzelf te kunnen herscheppen door de ‘wonderen' van de techniek.' Want de ‘rede die alleen op de technologie vertrouwt is zonder het geloof ertoe veroordeeld zich te verliezen in de illusie van haar eigen almacht.' Niet alle mogelijke innovatie, is daarom ook wenselijk.

Conclusie

Interessant document om even bij stil te staan dus. Wat moet een mens daar nu van vinden? De helft begrijp je met gewoon Nederlands niet. De andere helft is interessant omdat ze zegt dat de mens een ethisch kader nodig heeft wanneer hij economische handelingen stelt. Maar dat wisten we eigenlijk al. Het had een stuk duidelijker en dus ook relevanter gekund. In elk geval is de conclusie: Benedictus XVI is niet links. En niet rechts. Een echte paus dus.

vrijdag 17 juli 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: De fout van Napoleon

Antwerpen, Brussel en Gent. Enkele steden waar we in Vlaanderen het meest trots op zijn. Niet enkel voor wat ze in het verleden presteerden, maar ook voor wat ze voor onze toekomst betekenen. Het zijn onze innovatieve hotspots die vooraan in de wereldwijde strijd van de kenniseconomie staan. Dat is buiten de onderzoekers van het World Economic Forum en McKinsey gerekend. Die zetten ons met een flinke dreun terug in de realiteit, die verder reikt dan onze landsgrenzen. In een internationale rangschikking van innovatieclusters bengelen ze helemaal achteraan. Zowel in Europa als in de wereld.

In een zogenaamde Innovation Heat Map hebben onderzoekers aan de hand van 700 variabelen factoren blootgelegd die een regio tot een innovatieve regio doen uitgroeien. Om te beginnen heb je infrastructuur nodig, denk maar aan snelle internetverbindingen of wegen. En een stabiele overheidsomgeving, niet meteen iets waar wij in uitblinken. Als die ingrediënten aanwezig zijn, moet je als regio durven kiezen voor specifieke sectoren. Een goed recept is om eerst specialist te worden in een nieuwe sector en dan je focus te verbreden als regio.

Maar het verdict van het rapport voor Vlaanderen is hard. Antwerpen is volgens de onderzoekers een 'krimpende plas'. Daarmee willen de onderzoekers aangeven dat de stad tussen 1997 en 2006 een negatieve groei van het aantal octrooien kende en dat slechts een betrekkelijk smalle basis van bedrijven tekent voor de economische vooruitgang van de regio. Een krimpende plas is een regio die er niet in slaagt het lijstje van zijn vernieuwers te verbreden en dus langzaam zakt in de waardeketen.

Gent valt in de categorie van de 'stille meren'. Een traag groeiend innovatie-ecosysteem dat wordt geleid door een klein aantal grote bedrijven in een beperkt aantal sectoren. Brussel doet het in dezelfde categorie van stille meren nauwelijks beter. Opsteker is wel Brugge, dat verbaast met een octrooigroei van 7 procent, al blijft ook daar het aantal bedrijven zeer beperkt. Beerse met Janssen Pharmaceutica innoveert op zijn eentje evenveel als half Antwerpen of Gent. Op Europees vlak is het dus jaloers kijken naar steden als Eindhoven, Regensburg en Kiel, die de kroon spannen. Mondiaal blijft Silicon Valley als een rots in de innovatiebranding staan en komt er een rits Aziatische steden aanzetten als nieuwe toppers.

Het feit dat we te weinig octrooien registreren en een schamel aantal bedrijven oprichten, doet ons dus de das om. Op de vraag hoe het komt dat we zo weinig ondernemend zijn in ons land, heeft professor Leo Sleuwaegen van de KU Leuven een kort maar origineel antwoord: het is de schuld van Napoleon.

De consul, keizer en koning schonk ons niet enkel de meter, de codex en het Concordaat. Hij was ook de man die een verregaande en gestandaardiseerde bureaucratie in het leven riep. Het onderwijs en de staat werden geregisseerd door uniforme regels. En iedereen die een functie bekleedde, kende zijn strak afgelijnde takenpakket. Daarbinnen was iedereen vrij. Zo verspreidde Napoleon het concept van de negatieve vrijheid - bedacht door Hobbes en Locke - in heel Europa. Het idee dat je veilig bent zolang je binnen de lijntjes kleurt, sijpelde zo door in onze collectieve psyche. Dat moeten we dus omdraaien.

We hebben nood aan positieve vrijheid als ruggengraat van onze cultuur. Vlaanderen als innovatienatie vergt Vlamingen die uitgaan van hun eigen capaciteiten om iets te realiseren, zonder zich te verschuilen achter een woud van regeltjes. Een cultuur van positieve vrijheid introduceren is niet makkelijk na 230 jaar Napoleon, maar wel de opdracht van ouders, overheid en omgeving. Of zoals T.S. Eliot zei: we moeten niet dromen van voorschriften, reglementen en regels die zo volmaakt zijn dat niemand nog uit zichzelf dient te ondernemen.

Deze column verschijnt in De Standaard http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=K82D09C7 

vrijdag 24 juli 2009 - Geef je commentaar (3)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: De 00’s

We zijn er vroeg bij dit jaar en zetten nu al een boompje op over het eind van het jaar. Want eind 2009 is niet zomaar oudjaar, 31 december luidt het afscheid van een decenium in. En omdat we alles graag in hokjes steken, verzinnen we er dan ook graag een passende naam bij. En daar is haast bij, want we er resten ons nog maar een veertigtal dagen. En daar hebben we u voor nodig. Deze week rekenen we eens op uw creativiteit, beste lezer, om het voorbije decennium van een kort en krachtig dictum te voorzien.

Naming games
Om u op weg te helpen, hierbij enkele overpeinzingen. Let the naming games begin. We zijn dus op zoek naar een lezer van De Standaard die in een epithet de essentie van de voorbije tien jaar vat. Iedereen kent de Roaring Twenties met Art Deco, jazz en de crash van 1929. De Threadbare Thirties met de Grote Depressie, de Flying Forties met de oorlog en de wederopbouw, de Nifty Fifties met spectaculaire vooruitgang op vlak van innovatie en de Golden Sixties waar het iedereen voor de wind ging, om er maar een paar te noemen. Enfin, u begrijpt het concept. Als u wat succes wil hebben op het wereldtoneel met uw uitdrukking houdt u het best eenvoudig, kiest u voor het Engels en moet de boel rijmen. Dat is op zich al een hele klus want de wereld is het nog niet eens over of we het nu over de Teens, de Primes of de Naughties (nee, niet wat u denkt, wel van het Engels voor het getal nul) moeten hebben. Maar in feite geeft u dit enkel meer mogelijkheden, daar gaan we dus niet moeilijk over doen. Dat wat de vorm betreft. De inhoud ligt een tikkeltje moeilijker.

Innovatie
Want wat definieert de laatste tien jaar? Wordt dit het eerste decennium sinds de tweede Wereldoorlog waarin we zoveel over innovatie hebben gepraat zonder er op vooruit te gaan als samenleving? De Naugthies zijn van start gegaan met het uiteenspatten van de internet bubbel en de de instorting van de Twin Towers. Daarna kwamen de oorlogen in Irak en Afghanistan, de olieprijs die door het dak ging en beurskoersen die de kelder indoken terwijl de planeet opwarmde. Niet echt verkwikkend.

13,7 miljard
Maar we zagen ook Google, twitter en facebook opduiken. De iPod, de hybride auto, en de smartphone werden geboren. Boysbands en de CD stierven een zachte dood terwijl Harry Potter, Lord of the Rings en Pirates of the Caribbean cinemazalen en harten veroverden. De euro, Enron, het einde van Detroit en CDO's drukten hun onuitwisbare stempel op onze economie. En niet te vergeten, wetenschappers wisten het eindelijk zeker: ons universum is 13.7 miljard jaar oud. En 96% van dat universum is nog steeds een zwart gat.

Het Oosten
Er waren ook gebeurtenissen die we niet elke dag zien maar daarom niet minder ingrijpend de afgelopen tien jaar definieren. Volgens mij zijn de Primes ook het tijdperk dat wij irrelevanter werden en onze buren uit het Oosten performanter. De politieke en economische balans helde elke dag geruisloos een millimeter verder over naar het Oosten. Zoals we vorige week schreven heeft het vallen van de Muur ingrijpende gevolgen gehad dit tot op vandaag zichtbaar zijn. Er was vorige week geen Obama te bespeuren bij de twintigste verjaardag van het einde van de Koude Oorlog maar in Azie was het deze week moeilijk ontsnappen aan de Amerikaanse president. Op geopolitiek vlak vielen de dominostenen met het verdwijnen van de Muur tot in China. De Indiaanse professor Chelaney argumenteert dat Europa op 9 november 1989 vrijheid kreeg en Azië rijkdom. Sinds het vallen van de muur worden de wereldwijde politieke verhoudingen eerder door economische dan militaire macht bepaald. Wie het snelste groeit trekt het laken naar zich toe. Indië bijvoorbeeld zag zijn ruilhandel met de Sovjet Unie en andere Oost-Europese landen plots verdwijnen en zag een urgente nood aan koude cash verschijnen. Vele lege staatskoffers, een stevige financiële crisis en een grondige hervorming later, is het land begonnen aan een stevige opmars naar de positie van een economische supermacht. China zette sindsdien zijn politiek van economische openheid zonder schroom verder en pikte de plek van Rusland op het wereldtoneel in. Aziatische bedrijven kopen legendarische Europese merken op en zo wordt onze wereld elke dag een beetje meer oosters. Dat hoeft geen drama te zijn als we er de kansen van inzien.

2019
Laat ons, onder de kerstboom, ons dus plechtig voornemen om de volgende tien jaar uit onze sloffen te schieten. Wie weet hoeven we in 2019 dan onze hersenen niet zo te pijnigen over een gepast verbum voor het decennium. En kunnen we dan misschien opnieuw complexloos voor de Roaring Twenties kiezen. We verwachten uw suggesties ondertussen in ieder geval oneline, per email en per gele briefkaart. U kan er eeuwige roem mee winnen.

vrijdag 20 november 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Port-au-Chagrin

Een vriend van me is net uit Port-au-Prince vertrokken waar hij voor de VN werkte. Nooit gedacht ooit blij te zijn dat hij nu in een container in de Groene Zone van Bagdad woont. Zoals hij vaak vertelt, hebben sommige mensen het ongelooflijke ongeluk niet hier maar op een eiland geboren te zijn. Als dat eiland in de Caraïbische zee ligt, jarenlang bestuurd wordt door potentaten als Papa en Baby Doc die zich aan corruptie en geweld laven, dan heb je pas echt brute pech. Want dat betekent dat je dagelijks op zoek kan naar water en eten op gevaar van je leven. Dat je huis een hut is en je hoofdstad Port-au-Prince. Als je aan die weinig benijdenswaardige cocktail een aanzienlijke aardbeving toevoegt die je familie decimeert en je hut nivelleert dan schiet de Nederlandse woordenschat te kort.

2 dollar

Sommige mensen zijn voor het geluk geboren. Jammer genoeg is Haïti al decennia lang de het bewijs dat het omgekeerde ook waar is. Het land produceert een bruto nationaal product van twee dollar per persoon per dag. 80% van de bevolking leeft in armoede. Het staat helemaal onderaan het lijstje van beste plekken om te wonen en helemaal bovenaan de rangschikking van meest corrupte regimes.

Hispaniola

Nochtans begon het allemaal beloftevol: de Haïtianen waren ooit de eerste onafhankelijke staat in Latijns Amerika, de eerste post-koloniale onafhankelijke natie in de wereld met een zwarte leider aan het roer en het enige land dat onafhankelijkheid verkreeg door een succesvolle slavenopstand. Waarom de Haïtiaanse republiek een fiasco is terwijl de Dominicaanse Republiek, de enige buur op het eiland Hispaniola, tekent voor de grootste economie van Centraal Amerika is een raadsel. Het is niet alsof Trujillo in wreedheid of corruptie het onderspit moest delven voor Papa Doc.

Opportuniteit

Zelfs voor de aardbeving was er dus weinig om vrolijk over te worden op het eiland. Maar vandaag, hoe vreemd dat ook klinkt met tienduizenden landgenoten onder het gruis, is de dag dat Haïti zijn kans moet grijpen. Want uit het puin van wat Haïti gisteren is geweest en vandaag is kan een modelstaat uit de grond rijzen die komaf maakt met de demonen uit het verleden. Het land moet niet heropgebouwd worden maar heruitgevonden. En van een ramp een trampoline voor een kwantum sprong in zijn ontwikkeling maken.

Masterplan

Professor Dercon, Vlaming en ontwikkelingseconoom aan de Universiteit van Oxford, gaat akkoord. De VN was er net in geslaagd om niet langer de totale criminaliteit te laten regeren in de straten van de hoofdstad. Met de massale instroom van hulp is het eerst en vooral belangrijk, zegt hij, om de fragiele vormen van bestuur niet opnieuw overhoop te halen en omkooppraktijken te weren. Daarna kunnen we samen met de Haïtianen een innovatief masterplan opstellen. Zo zouden de Zuid-Koreanen met hun expertise in het ontwikkelen van vooruitstrevende steden kunnen helpen. Of zou Aad Breed met zijn ‘piramide stad' van pas komen. In zo'n stad kunnen 100.000 mensen wonen en werken op één vierkante kilometer en is alles te voet bereikbaar.

Op vlak van infrastructuur moeten we niet gewoon het sanitair herstellen maar innoveren in het waterbeheerssysteem. Het heeft niet langer zin landlijnen aan te leggen. Haïti kan het eerste volledig draadloze ontwikkelingsland worden. En naast landbouw kan de internationale gemeenschap helpen om het toerisme te ontwikkelen. Of taksvrije exportzones opzetten zoals in Shanghai die producten vervaardigen voor naaste buur Amerika. Het parlement en presidentieel paleis moeten letterlijk én figuurlijk heropgebouwd worden met hulp van experts. En persoonlijk kan ik me geen beter land voorstellen om ‘one laptop per child' te introduceren.

12-12


Ik hoop dat het heruitvinden van Haïti een voorbeeld wordt van hoe collectieve emotie ook tot een positieve aardverschuiving kan leiden. Ondertussen kan u storten op 12-12. Doen. Tenslotte hebben we geen enkele verdienste aan het feit dat we hier in plaats van daar geboren zijn.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

donderdag 14 januari 2010 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Starck in mijn WC - deel 2

Het Belgisch paviljoen voor de Wereld Expo in Shanghai is gisteren voorgesteld. En ja, we ondernemen pogingen om onze creatieve industrie in de schijnwerpers te zetten. Al zullen er ongetwijfeld zijn die smalend doen over het terras met friet, wafels en ijs en de kunsthoek in het restaurant. De stoelen van Van Severen, de aankleding van Jan Hoet Jr. en de architectuur van Coninx zijn stappen in de goede richting. Vorige week hadden we hier over het onaangeroerd potentieel van onze creatieve industrie. En het gebrek aan export van onze Vlaamse iconen is daarbij een van onze pijnpunten. Hieronder zeven werken om zeven hinderpalen uit de weg te ruimen die de groei van deze belangrijke economische sector hinderen. Ze zijn bedoeld voor discussie en amendering, maar vooral voor actie.

Zeven werken

Hinderpaal één: ons onderwijs voor creatieve richtingen gaat er te vaak prat op geen ondernemerschapsvaardigheden bij te brengen. Daar dwalen we want niet is zo beknottend voor de creativiteit als een modeontwerper zonder klanten en een architect zonder bestellingen. Het eerste werk moet, bij wijze van spreken, er in bestaan om onze studenten de knepen van Excel bij te brengen. Daarmee bedoel ik dat een creatieveling op zijn minst moet beseffen dat er zoiets als bedrijfsvoering bestaat. En dat hij best een sterk team vormt met iemand die kaas gegeten heeft van ondernemen. Dat bewijst ook een doorlichting van de aanvragen bij CultuurInvest, een fonds dat startkapitaal verschaft aan creatieve ondernemers. 70% van de aanvragen wordt stopgezet omdat de indieners ‘dromers ' zonder plan zijn.

Verkokering en samenwerking

Hinderpaal twee, ons beleid is te verkokerd. Creatieve industrie beperkt zich niet tot één vakje maar gaat over cultuur, economie, onderwijs en innovatie. Gelukkig laten de beleidsbrieven van de betrokken ministers goede intenties optekenen op dat vlak. Nu omzetten in daden.

Hinderpaal drie, de sector zelf is geen toonbeeld van samenwerking. In tijden van open innovatie is dat paradoxaal. Onze Noorderburen zijn in hetzelfde bedje ziek, een recent rapport besluit: "In de creatieve industrie is amper sprake van samenwerking. Het niveau van zelforganisatie ligt zeer laag, focus en samenwerking schieten te kort." Dat kunnen we oplossen door de creatieve industrie als een cluster binnen Vlaanderen in Actie te definiëren. Zo kunnen we helpen investeren in labo's voor designers, broedplaatsen voor ontwerpers en hardware voor productontwikkelaars. En ondernemersvaardigheden aanleren.

Traditionele economie en creatieve industrie

Hinderpaal vier: het water tussen traditionele economie en creatieve industrie is te diep. Daar moeten we leren uit Mannheim waar ze een Pop Academie hebben opgericht waar nu meer dan 60 bedrijven uit de muziek industrie rond zijn gehuisvest of uit Ludwigsburg waar er meer dan 200 bedrijven rond de film school flokken.

Niet meten is niet weten

Hinderpaal vijf: we meten niet en daarom weten we niet. Dat hoopt Flanders DC op te lossen door dit voorjaar nog een kenniscentrum creatieve industrie boven de doopvont te houden. Hinderpaal zes: vandaag remt het systeem van intellectuele eigendom innovatie af in plaats van er een turbo achter te steken en is het veel te duur. Daar moeten we Europees actie ondernemen. En tenslotte, exporteert onze creatieve industrie te weinig. Daar kunnen we wat aan verhelpen door samen te werken met Flanders Investment & Trade. En niet enkel bier en frieten in ons Shangais uitstalraam te zetten.

Discussie en actie

Ondernemerschapsonderwijs, een geïntegreerd beleid, een georganiseerde sector, een eigen ViA cluster, een brug naar de traditionele economie, nieuwe vormen van intellectuele bescherming en een export gerichte creatieve industrie maken het verschil. Laat de discussie beginnen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 12 maart 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: De Wet van de Remmende Voorsprong

Congo schiet België financieel te hulp. Dat zou zo ongeveer de krantenkop zijn als je het verhaal van Brazilië en Portugal op ons land toepast. Want een honderdtal kilometer ten zuiden van Lissabon rijst binnenkort een nieuwe biodiesel raffinaderij uit de grond. De eigenaars zijn Braziliaans. De grondstof is Braziliaanse palmolie. Maar de arbeiders die in de fabriek werken zijn Portugees. Niet zo ver daar vandaan komen nog twee nieuwe fabrieken te staan, goed voor een investering van een slordige half miljard dollar. De eigenaar is het Braziliaanse Embraer. Maar de arbeiders en bedienden zijn Portugezen. Meer dan driehonderd jaar lang investeerde Portugal in zijn kolonie Brazilië kolonie en roomde het de winsten af naar Europa. Nu investeert Brazilië in zijn kolonisator Portugal en roomt het de winsten af naar Zuid-Amerika.

Schadenfreude

Wedden dat de Braziliaanse president Luis da Silva een kleine vlaag van schadenfreude niet kon onderdrukken bij zijn bezoek aan zijn naam en ambtsgenoot Silva? Die laatste is president van Portugal en zit economisch in nauwe schoentjes. Het land mag zich ondertussen gelukkig prijzen dat het meer dan één kolonie had veroverd. Want op het Iberisch schiereiland hebben ze ondertussen ook de banden met Angola aangehaald. Samen met de lokale oliegigant Sonagol hebben de twee landen een investeringsbank opgezet met een kapitaal van één miljard dollar. De voormalige wingewesten veroveren dus stilaan de economie van hun vroegere onderdrukker. Het was zelden zo duidelijk dat de wereld op zijn kop staat.

Band- en breinwerk

Want wie nog gelooft dat China en Brazilië goed zijn voor bandwerk en wij voor breinwerk, moet dringend het vliegtuig op. Wij kunnen wat opsteken over innovatie van ontwikkelingslanden die ons pijlsnel voorbij steken. The Economist wijdde nog niet zolang geleden een volledig thema aan dit fenomeen en becijferde dat er ondertussen 21.500 multinationals in ontwikkelingslanden gevestigd zijn. En bedrijven uit die landen blijken prima in de heilige graal van innovatie: het uitvinden van nieuwe businessconcepten.

Zwakte - sterkte

Het straffe is dat ze de zwaktes van hun economie omtoveren tot sterktes. Omdat veel consumenten in hun markt arm zijn moeten ondernemers goedkope producten maken en inzetten op volume. Maar omdat er altijd wel iemand op de loer ligt om een kopie te maken van hun product moeten bedrijven ook constant verbeteringen en veranderingen aanbrengen. Daarbij komt dat distributie vaak een nachtmerrie is in de derde wereld. Denk maar aan de blinkende kantoortorens in Bangalore waar je enkel komt door wegen begeven van de geiten, gaten en riksjas te gebruiken. Maar net die handicaps maken sommige ondernemingen innovatief en doen ze bloeien in bijvoorbeeld China. Iets wat Yahoo!, eBay en Google niet gelukt is.

Betalen per mobiel

En dus staan ze bijvoorbeeld in Afrika op bepaalde vlakken mijlen verder dan wij. Kenianen zouden eens hartelijk lachen als we hen zouden vertellen dat je hier enkel met je GSM kan betalen om een parkeerticketje te kopen. En ze zouden helemaal in een deuk liggen als ze zouden weten dat onze lokale kranten fiere burgemeesters net om die reden laten pronken met de vooruitstrevendheid van hun stad. In landen als Kenia kan je al langer makkelijk en snel met je mobieltje betalen en bankieren. Minder dan een kwart van de mensen heeft er een bankrekening, maar bijna 40% betaalt per GSM. Wij hinken achterop door de wet van de remmende voorsprong. We beseffen vaak pas later waarom we eerder hadden moeten switchen naar een innovatie. Dat komt dan weer omdat we vaak de eerste waren om bijvoorbeeld moderne bankrekeningen en debetkaarten te gebruiken.

Allemaal het vliegtuig op

Om dat duidelijk te maken aan onze jeugd zouden we onze jongeren best allemaal op een vliegtuig naar een innovatief ontwikkelingsland zetten. Om zelf de ambitie en motivatie voor innovatie op te doen. Ticket betaald door de staat. Zolang ze straks maar geen experts bestuurswetenschappen uit Congo meebrengen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 28 mei 2010 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Stop de innovatietrein!

Stel u even voor dat u op het perron staat van een willekeurig Belgisch station. U wilt de trein nemen naar huis maar weet niet meteen welke de snelste is. Dan surft u van op uw iPhone toch gewoon even naar iRail.be. Die routeplanner vertelt u in één, twee, drie of u op het juiste perron staat te wachten, of er een snellere verbinding is en wanneer de volgende trein komt aangestoomd. Ah, de NMBS. Eindelijk een overheidsbedrijf dat mee is en vanuit de klant denkt. Ik krijg als reiziger mijn informatie op het ogenblik dat die relevant is voor mij en in de vorm die ik wil. Op mijn telefoon. Onze nationale spoorwegen verdienen een onderscheiding voor innovatie binnen de overheid, denk ik dan.

Waanzin

Klein probleem. De iPhone toepassing is niet van de NMBS maar van een schrandere student. Die begon met iRail.be omdat de site van de spoorwegen niet leesbaar was op een mobieltje. Nu zou je denken dat de NMBS schrandere student prompt een job zou aanbieden. In plaats van een betrekking kreeg hij een boze brief, alhoewel schrandere student de Belgische spoorwegen al twee jaar geleden op de hoogte stelde van zijn routeplanner. Zij het per email. De eerste adviseur en afdelingschef heeft de site gisteren offline laten halen. Door de treinuren van de NMBS te gebruiken voor zijn applicatie maakte schrandere student zich volgens onze spoorwegen ‘schuldig aan het strafrechtelijk misdrijf van namaak'. Iemand bij de NMBS heeft dus bevolen dat die waanzin - waardoor ze meer en beter geïnformeerde reizigers zouden kunnen vervoeren - meteen moest stoppen. Ik volg niet meer.

Raw data

De NMBS zal nu ongetwijfeld uitleggen dat ze zelf ook een routeplanner aan het bouwen zijn. En dat is nu net het probleem. Niet alleen is dat rijkelijk laat, het is ook volstrekt onnodig. Als elke organisatie zelf zijn eigen toepassing maakt, kunnen applicatiebouwers niet langer databases van verschillende organisaties in één toepassing combineren. En daar ligt nu net de winst voor de consument. Niemand is geïnteresseerd in het nemen van een trein. Wat ik echt wil is een film gaan bekijken in de stad. En al wat ik wil weten is hoe ik snel van bij mij thuis naar de dichtstbijzijnde filmzaal geraak. De echte applicatie die ik dus zoek combineert de info van De Lijn, het Vlaams Verkeerscentrum, de MIVB, de NMBS en Kinepolis. En alles wat een ontwikkelaar van een toepassing daarvoor nodig heeft zijn is de data in zijn 'ruwe' vorm.

Stroom van creativiteit en ondernemerschap

Als we niet-persoonsgebonden informatie van overheid en bedrijven publiek maken, kunnen we immers een stroom aan creativiteit en ondernemerschap ontgrendelen. De overheid moet hierin de weg wijzen, niet de deur op slot doen. Stel dat de Vlaamse overheid informatie over kinderopvang of de scholenrapporten publiek beschikbaar zou maken op een gestandaardiseerde manier. Dan zou u binnenkort een huis kunnen aanklikken op een immosite en meteen de beschikbare plaatsen in de kinderopvang op een kaartje te zien krijgen samen met de beoordeling van de scholen in de buurt. Met zulke informatie van een efficiënte overheid ben ik geholpen. En nee, we hoeven niet aan elke organisatie te vragen eigen toepassingen te verzinnen. We laten daar de creativiteit van applicatiebouwers overal ter wereld op los, net zoals de iPhone AppStore dat doet. Ik ben er zeker van dat vandaag onbevroede combinaties en echte innovaties het licht zullen zien.

Van mijn erf

We hebben een kans om in het nieuwe federale regeerakkoord komaf te maken met de ‘van mijn erf' mentaliteit. Een verplichte, publieke Application Programming Interface (API) in de beheersovereenkomsten van de NMBS en van elke andere overheidsorganisatie laat applicatiebouwers toe om toepassingen te bouwen die gebruik maken van die publieke data. Net zoals dat al lang in het buitenland het geval is. Dan kunnen we onze overheid alsnog een prijs uitreiken voor het stimuleren van creativiteit en ondernemerschap.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 18 juni 2010 - Geef je commentaar (5)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De Paradox van Parys: De toekomst van De Standaard

Peter Vandermeersch verlaat de krant. De Standaard is haar gezicht en kapitein kwijt. Dat hoeft niet erg te zijn. Er lopen heus nog een paar andere mensen rond op aarde die een krant kunnen leiden. Maar in een tijdperk waarin alles wordt gepersonaliseerd, moet een krant door iemand worden geïncarneerd. En dat een krant ook een kapitein nodig heeft, wordt best geïllustreerd door de huizenhoge golven op de woelige krantenzee.

Laatste krant ter wereld
Want in oktober 2044 slaan we de laatste krant ter wereld open. Als je de jaarlijks dalende lezerstrend van de sector doortrekt, dan lezen we binnen 34 jaar onze laatste courant. Misschien wordt De Standaard, met zijn stijgende oplagecijfers, wel de laatste der Mohikanen. Ook het verdwijnen van de krant hoeft niet erg te zijn zolang we maar met iets nieuws op de proppen komen. Voor een product dat zichzelf per definitie elke dag heruitvindt, kan dat geen probleem zijn. Of toch?

Lezer wil mee beslissen
Vandaag wordt de essentie van hoe een krant gemaakt wordt, in vraag gesteld door de lezer. Die wil mee beslissen over de inhoud. Voor een krant is dat vreemd. Terwijl elk ander succesvol product gestoeld is op de wensen van het grootst mogelijk aantal klanten, is dat net omgekeerd voor kranten. Daar leest de klant wat de krant beslist hem voor te schotelen. Als enkel lezersaantallen telden was de redactie al lang overgegaan tot het dagelijks publiceren van een blote deerne op pagina drie. Kwestie van de circulatie de hoogte in te pompen. Zo werkt dat niet bij een krant als De Standaard. Een dagblad is immers een schoolvoorbeeld van ‘curated consumption'. Ik koop een krant omdat ik een ploeg vertrouw. Een ploeg die mij, een bepaald soort lezer, begrijpt. En die elke dag, met vallen en opstaan, selecteert wat ik interessant vind. Daar heb ik als lezer weinig over te zeggen. Meest gelezen artikels - genre ‘BV wereld geshockt over outing Bart en Luc' - indachtig, prijs ik me daar soms gelukkig over.

De wereld op zijn kop
Maar niets is voor altijd. Deze week start Yahoo met een nieuwe nieuwsbenadering. Zij laten lezers beslissen welke artikels moeten worden geschreven. Hoe? Simpel. Ze monitoren zoektermen en clicks en vissen zo uit waar u interesse in hebt. Zo merkte Yahoo Sports tijdens de vorige olympische spelen dat veel surfers wilden weten waarom duikers douchen na hun wedstrijd. Dus lieten ze gezwind een artikel schrijven over het ‘douchemysterie' - het heeft te maken met het soepel houden van de spieren. En kon hun commercieel departement onmiddellijk gerichte advertenties voor duik- of douchegerij bij dat artikel verkopen. Echt nieuw is de aanpak niet. Twee miljoen Koreanen lezen OhMyNews, een krant gemaakt door meer dan 30.000 burger-journalisten. En in Wisconsin beslissen lezers elke dag online wat het hoofdartikel van de krant van morgen wordt.

Keuzes
Met andere woorden, er dringen zich belangrijke keuzes op. Wat vroeger éénrichtingsverkeer was, is nu een drukke tweerichtingsstraat. Dat kan een krant niet negeren. Maar in welke mate laten ze de lezer mee regeren? En welke geloofwaardige businessmodellen kan De Standaard uit zijn ‘curator' status distilleren om te profiteren van lifestyle diensten en producten onder die naam? Pertinente vragen over vernieuwing die alleen een sterke redactie, aangevoerd door een dito algemeen hoofdredacteur, kan beantwoorden. De toekomst van De Standaard is in hun én onze handen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 09 juli 2010 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: HLW072-002

bedje

Deze week heb ik het bedenkelijk genoegen gehad om het resultaat van een reeks domme groepsbeslissingen te aanschouwen. Niet zo erg als het gebrekkig Titanic design en niet zo beroemd als de geflopte lancering van New Coke, maar in zijn eigen recht toch wel behoorlijk knudde.

Ziekenhuisinnovatie
Door omstandigheden heb ik omstandig kennis gemaakt met het nieuwste snufje ziekenhuis innovatie. Het betreft een spiksplinternieuwe kinderbedje dat je in onze ziekenhuizen aantreft. Op de website van de fabrikant wordt het aangeprezen als "kindvriendelijk, veilig en arbotechnisch optimaal". In de praktijk is het ding zo onhandig dat het het verplegend personeel, dokters en ouders tot wanhoop drijft. Zo kan je de zijwanden van het onding in drie standen omhoog schuiven. Dat zal een onfortuinlijke doktersassistente, die in luttele seconden zelf patiënte werd, zich nog lang heugen. De zware metalen spijlers schieten namelijk ongecontroleerd de hoogte in, recht tegen dokters of verpleegsters onderkin. Ze doen dat trouwens met een decibelniveau dat makkelijk de Brusselse geluidsnormen overstijgt. Met als paradoxale resultaat dat het bed elke slapende baby wekt.

Misser van formaat
Bovendien staan de spijlers nu zo dicht tegen elkaar dat een verpleegster er niet langer haar hand kan tussensteken om een patiëntje toe te dekken of medicijn toe te dienen. Met, u raadt het al, als gevolg dat de spijlers naar beneden moeten, het geluid de hoogte in gaat en de baby wakker wordt gemaakt. Nochtans is het bed best duur want uitgerust met een motor zodat je je kleine pruts makkelijk hoger of lager kunt zoomen. Maar natuurlijk niet tot op het niveau waarop ouders naast het bed zitten of slapen. En tenslotte is het ding ook een stuk onhandiger in het manoeuvreren dan zijn voorganger. Product HLW072-002 is dus een misser van formaat.

Klanten
Het wordt helemaal eigenaardig als je bedenkt dat de producent vlot afnemers vindt voor zijn waar. Ik heb ze in ieder geval bij de dozijnen zien staan. Iemand heeft het dus verstandig gevonden om die arbotechnische pareltjes aan te schaffen. In ieder geval was dat niemand die dagelijks strijd levert met de metalen monsters.

Teamblunders
Maar de echte vraag is hoe bedrijven, met teams van medewerkers, zo'n dure blunders maken. Want hoe verloopt zo'n ontwerp vergadering dan? Is er dan niemand die zijn hand de lucht insteekt en heel hard ‘stop' roept? Of weet iedereen in de kamer stiekem al lang dat het product dat op de tekentafel ligt een aankomende commerciële carcrash is? En durft gewoon niemand de tirannieke baas tegen te spreken? Of is iedereen die aan de flop meewerkte werkelijk dolenthousiast? En waarom werd bij de uitwerking en de aankoop niet eenvoudig de mening van verplegers en verpleegsters gevraagd? Allemaal voer voor groepspsychologie.

Slimmer met twee
Daaruit blijkt dat je met twee wel slimmer bent dan alleen, maar met vijf dommer dan met vier. Want de ideale groep zou uit 4.6 leden bestaan. Daarna neemt de effectiviteit van groepsbeslissingen gevoelig af. Bedrijven en organisaties die beslissingen in groep nemen moeten ook weten dat een groep mensen meer risico's neemt dan een individu. Dat komt omdat de meerderheid die een standpunt moet verdedigen tegen een minderheid, meer overtuigd raakt van zijn standpunt. En dus ook extremer wordt. Tenslotte is er in een groep sprake van gedeelde verantwoordelijkheid. Individuen vinden dat ze niet kunnen worden aangesproken op een flater die in groep is beslist is. En keuren ze dus beslissingen goed, die ze alleen nooit zouden nemen.

Kortom, een groep brengt het beste en het slechtste in een mens naar boven. Bedrijven houden daar best rekening meen, de makers van de HLW072-002 incluis.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 27 augustus 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Food for thought: Aantal octrooien per euro investering in onderzoek

b0a29805980d0c046a5a16c60fe2731e

Zoals ik al eerder schreef, spenderen we in België absoluut geen 3% van het bruto nationaal product aan onderzoek en ontwikkeling. Dat gebeurt trouwens nergens in Europa, alhoewel we dat allemaal plechtig beloofd hadden in het kader van de Lissabon strategie. Maar het prentje hierboven laat nog iets veel ergers zien. Vooraleer meer geld in onderzoek te investeren moeten we misschien wel betere keuzes maken. Want het geld dat we nu investeren, doet het onderzoek niet echt renderen.

Want voor elke euro die we wel in onderzoek pompen, zijn we in vergelijking met andere landen in de wereld, bijzonder inefficiënt. Vrij vertaald, Korea slaagt er in om voor elke Won investering in onderzoek het grootst aantal octrooien te laten registreren. Food for thought.

zaterdag 13 november 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: De bodem van de piramide

Oportunity int'lGE verkoopt al decennia elektrocardiogram machines aan ziekenhuizen. Zo'n onding kost al gauw 10.000 euro en weegt een slordige vijf kilo. Maar wat gebeurt er als je zo'n machine wil verkopen op het Indisch platteland? Dan moet zo'n ding licht zijn, een printer hebben en over een internet connectie beschikken. Zo kan een dokter in een groot ziekenhuis, ver van het afgelegen dorp waar die machine wordt gebruikt, bijstand verlenen. Dus heeft GE een EKG lezer ontwikkeld die één kilo weegt, op batterijen werkt en een sterke verbinding heeft. De prijs is 800 euro, voor een toestel met meer functionaliteiten dan de 10.000 euro versie. Ondertussen is het een verkoopssucces in Europa. Net zoals bijvoorbeeld de netbooks dat zijn in de V.S. met twee miljoen verkochte exemplaren. Ook een uitvinding gegroeid uit de nood om consumenten in arme landen een pc van rond de 100 euro aan te bieden.

Vergeet de top
Mijn punt? Vergeet uw focus op de top. Verdiep u in de bodem van de markt. Een hoop multinationale bedrijven die vandaag het mooie weer maken, investeren allemaal in de bodem van de inkomenspiramide. Dat is zowat het omgekeerde van "the long tail", de strategie die zegt dat ondernemers sloten geld kunnen verdienen door zich te richten op heel kleine niches. Want in de basis van de piramide wonen vier miljard mensen. En al verdienen die maar 2 dollar per dag, de markt is 14 triljoen dollar waard volgens C.K. Prahalad én vormt een onuitputtelijke bron van innovatie.

Armoede de wereld uit helpen
Het interessante aan dit verhaal is dat het niet enkel om de marktopportuniteit draait. Want als vernuftig ondernemer kan je mooi je brood verdienen. En helpen om het armoedeprobleem uit de wereld te helpen. Armoede ontstaat immers niet omdat er voedsel is om de wereldbevolking eten te geven, maar wel omdat een groot deel van die bevolking geen geld heeft om rijst te kopen.
Makkelijk is zo'n strategie als ondernemer niet. Eerst moet je bedrijf de mentale omslag maken en de armen van vandaag als volwaardige consumenten beschouwen met eigen noden en vragen. Daarna moet je specifieke producten en diensten ontwikkelen. En moet je uiteraard bereid zijn niet-westerse businessmodellen toe te passen en lokaal te partneren.

Ondernemers helpen
De kansen zijn gigantisch als je armoede met een ondernemersbril bekijkt. Zo liet een recent VN rapport zien dat inwoners van sloppenwijken in Mumbai 1.2 keer zoveel voor rijst betalen, tien keer meer voor medicijnen en 3.5 keer meer voor water ophoesten dan mensen uit de middenklasse die aan de andere kant van de stad wonen. Een slim bedrijf vindt dan een manier om dezelfde producten tegen een betere prijs aan die enorme markt aan te bieden.

Naaimachine
Eigenlijk is het fenomeen niet nieuw. Naaimachine producent Singer verkocht honderd jaar geleden machines voor 100 dollar. Die waren veel te duur voor hun arme klanten. Met de uitvinding vaneen afbetalingsplan voor 5 dollar per maand, werd het bedrijf de eerste Amerikaanse multinational. Net zoals Hindustan Lever goed op weg is dat te worden. Het bedrijf maakt producten voor persoonlijke verzorging in Indië en heeft 80 fabrieken, 140 kmo's als toeleveranciers die 40.000 mensen aan het werk zetten, 12.000 groothandels, 300.000 winkeleigenaars en 1.5 miljoen verkopers die voor hen werken.

Of hoe armoede ondernemerschap en innovatie aanwakkert. Als we het willen zien.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 03 december 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Bye bye Europe

ICAI42HYVCAV0ORJ0CA453F5JCA61232BCA1LJYAXCAFS0I0DCAI9VN66CALT6WT5CAND3DBJCA7DJG05CAW3RKN3CAR75I3CCAR8NBC0CAQO0RCVCA9J6GKHCA7917YUCAPQSI9CCANY60XFCAHC8W35

Eerder deze week mocht ik gaan spreken op een activiteit van de Jonge Europese Federalisten. Een internationale studentenclub die begaan is met de Europese Unie. Leuke avond, goed gezelschap, slimme vragen. Het evenement werd ingeleid met een korte uiteenzetting over hoe ons land bestuurlijk in mekaar is geflanst. U weet wel, zeven parlementen, zes regeringen, tien provincies en 180 dagen zonder enig teken van een nieuwe federale regering. Een mens wordt er niet vrolijk van.

Europa is het nieuwe België
Daarna kregen we een kort overzicht voorgeschoteld van hoe de EU werkt. 27 regeringen, een Europese Raad, een Commissie, een parlement, tien deelraden, een president, codecisie, vetorecht en geen enkel uitzicht op een nieuwe begroting voor 2011. Je werd er ook niet bepaald monter van. Na de inleiding mochten de aanwezige studenten vragen stellen over Europa en innovatie. En na al die gesprekken werd me steeds duidelijker dat Europa het nieuwe België is. En dat is geen compliment.

Moeilijker ipv eenvoudiger
Eerst en vooral doet ook de EU vaak net het tegenovergestelde dan waarvoor ze opgericht is. Een paar weken geleden hadden we het hier al over de manier waarop Spanje en Italië een eengemaakt Europees patent blokkeren omdat octrooien niet langer in elke taal van de unie zouden moeten worden vertaald. Een tiental landen wil nu toch verder gaan met het invoeren van één systeem. En zo zal de EU alweer met brio slagen in het compliceren van het leven van haar burgers en ondernemers, terwijl ze net in het leven was geroepen om te simplificeren. Een beetje zoals bij ons dus, waar in de afwezigheid van enig compromis de toestand enkel ingewikkelder wordt. En daar houdt de vergelijking niet op.

Mentale kerktoren
Ook de EU heeft last van een mentale kerktoren. Neem nu het budget voor innovatie dat al maar 1% van de totale EU-begroting uitmaakt. Dat kunnen lidstaten of regio's spenderen aan samenwerking met andere lidstaten uit de unie. Maar echte multilaterale projecten tussen China, de VS en Europa komen meestal niet in aanmerking voor betoelaging. Terwijl de rest van de wereld ons voorbij holt, trekken we die nieuwe kennis dus niet binnen wegens 'Not Invented Here'. Dat is dezelfde denkfout die wij maken met de grens van onze wereld door Hamme-Mille, Aken en Lille te trekken.

Onstporende begroting
En net zoals in ons land blijkt het schier onmogelijk om in Europa een nieuwe begroting af te spreken. Nog minder een begroting die bespaart - iets waar ook wij nog aan moeten beginnen. Terwijl Europa haar lidstaten streng aanmaant de knip op de vinger te houden, wil ze zelf de kraan opendraaien.

Scheiden kan maar is even moeilijk als samen blijven
Ten slotte wordt het duidelijk dat het splitsen van de Europese monetaire unie even moeilijk en pijnlijk is als het splitsen van Belgenland. Nu de Keltische tijger slechts een Ierse straatkat blijkt te zijn, gaan bij onze Duitse vrienden stemmen op om de muntunie te verlaten. Terwijl dat plan B enige tijd geleden als onmogelijk en ondenkbaar werd afgedaan, schreef The Economist daarover deze week dat zoiets moeilijk maar niet onmogelijk is. Een beetje zoals het splitsen van ons land.

Kortom, als Europa de meubelen wil redden, moet het dringend lessen trekken uit de staat van haar gaststaat. Zoiets brengt zelfs de meest geharde eurocraat tot inkeer.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 10 december 2010 - Geef je commentaar (4)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

- 1 / 2 - volgende pagina

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy