Tag cloud
creativiteit innovatie economie leuven campagne open vld crisis ondernemerschap ondernemen jobs begroting creatieve economie ondernemers banken starten besparen flanders dc schuld militant onderwijs nmbs fietsen talent politiek partijjul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
Blogitems met de tag: Economie
Grijze tijgers
Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid telt ons land op het einde van dit jaar 99.000 extra werklozen. Volgens de Oeso zal de werkloosheidsgraad in Europa tot 10% aangegroeid zijn op het einde van het jaar. Een interessante vraag is wie die extra werklozen zullen zijn? De beschikbare cijfers laten een en ander vermoeden. Er is iets vreemds aan de hand: jongeren verliezen massaal hun job. In de categorie onder de 25 jaar zijn er 30% meer werklozen. Dat valt te verklaren omdat bedrijven vaak afscheid nemen van onlangs aangenomen personeel of uitzendwerkers. Bij de leeftijdsgroep tussen de 25 en de 50 jaar stijgt de werkloosheid 'maar' met de helft in vergelijking met de jongeren, plus 15%. Bij werknemers ouder dan 50 neemt de werkloosheid slechts met 5% toe. In de tranche tussen de 50 en 55jaar neemt ze zelfs af.
Dit fenomeen blijft niet beperkt tot België. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn er nu meer 55-plussers aan de slag dan een jaar geleden (900.000) maar minder (2,9 miljoen) uit de groep tussen de 25 en 44jaar. Dat is een vreemde trend want oudere werkkrachten zijn per definitie dure werkkrachten. En toch willen bedrijfsleiders hun oudere werknemers houden. Zoals bij Boeing, dat lering getrokken heeft uit zijn besparingen in de jaren negentig. Toen moesten er duizenden mensen afvloeien en daarvoor had het bedrijf een vrijwillig vertrekprogramma opgezet. Het resultaat was dat een flink pak oudere werknemers het voor bekeken hield. Daardoor kampte Boeing nog jaren later met een gebrek aan ervaren personeel. Eind januari kondigde het bedrijf opnieuw aan dat er 10.000 jobs moesten verdwijnen. Deze keer zonder vrijwillig vertrekprogramma uit vrees de meest geoefende medewerkers kwijt te spelen.
Dat is goed nieuws voor vijftigplussers. Maar is het ook goed nieuws voor ons allemaal? Want handicapt een economie met een groter aantal oudere werknemers zichzelf niet op het vlak van innovatie? We associëren innovatie immers met jonge breinen. Het antwoord op die vraag is 'neen'. Uit een studie van meer dan zevenhonderd Nobelprijslaureaten blijkt dat vernieuwers in een steeds kortere periode van hun carrière productief zijn. Maar de leeftijd waarop ze een doorbraak realiseren, wordt steeds hoger. In het begin van de 20ste eeuw boekten Nobelprijswinnaars gemiddeld een doorbraak rond hun 36ste. Die leeftijd schoof tussen 1935 en 1965 op met gemiddeld twee jaar. Nu ligt die leeftijd al rond de 40jaar. Vorsers beneden de30 kunnen nu veel minder dan honderd jaar geleden een inventie op hun naam schrijven, behalve wanneer het gaat over nieuwe onderzoeksterreinen. Dat zou een uitleg kunnen zijn die de doorbraken van Page, Brin en consorten op jonge leeftijd verklaart. Na de (internet)revolutie stijgt de leeftijd weer waarop wetenschappers grote ontdekkingen doen.
Dat je niet jong hoeft te zijn om met een goed idee voor de dag te komen, bewijst het tv-programma De Bedenkers. Vlamingen kozen massaal voor het Papiermaatje van senior Sonia Wyllinck en de sliplift van de nog oudere Pierre Van Den Broeck. Ook onze Belgische Nobelprijswinnaars werden op steeds latere leeftijd gelauwerd. Corneille Heymans was46 en Jules Bordet was49 toen ze de Nobelprijs geneeskunde ontvingen in respectievelijk 1938 en 1919. Christian de Duve was57 toen hij de prijs voor geneeskunde kreeg in 1974 en Ilya Prirogine60 toen hij in 1977 de Nobelprijs voor chemie in de wacht sleepte. Er zit dus nog muziek in oude knarren maar hun ervaring komt het best tot haar recht wanneer jonge en oude werknemers bewust in duo of in groep samenwerken. Meer oudere mensen aan de slag is dus niet enkel goed voor het betalen van de pensioenen, maar ook om het economisch weefsel van ons land te vernieuwen.
donderdag 02 april 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
We beginnen eraan: 3.000 Nieuwe jobs in Machelen-Vilvoorde
Groen licht voor superproject Machelen: 3.160 nieuwe banen
Over twee jaar kan Bart Verhaeghe eindelijk beginnen te bouwen aan het futuristische complex Uplace Machelen. Het project levert 3.160 jobs op. Had Vlaams minister Patricia Ceysens niet op de valreep groen licht gegeven voor de investering van 560 miljoen euro, dan liep de lijdensweg van Bart Verhaeghe uit tot in 2019. Ondernemer Verhaeghe (43) bouwt wereldwijd vastgoedcomplexen waarbinnen wonen, werken en vrije tijd gecombineerd worden. Uplace Machelen, op de 8,5ha van het vroegere Marly-Carcoke, moet zijn visitekaartje in eigen land worden: tienduizenden vierkante meters woningen, hotelkamers, attracties, ervaring- en conceptwinkels, kantoren en openbare ruimte. De 3.160 voltijdse jobs plus de 120.000 mandagen voor de bouw zijn een godsgeschenk voor de noordrand van Brussel.
Zie ook http://www.lorinparys.be/index.php/lp/mediatheek/
Verhaeghe zit al drie jaar ongeduldig te kijken naar zijn maquette. Want hij botste tot nog toe op een muur van regels. Zijn project moet passen in het START-plan voor Zaventem, het masterplan voor de Vlaamse rand rond Brussel en het tweede masterplan voor Vlaams-Brabant. En dan moest Uplace ook nog passen in het brownfield-decreet van twee jaar geleden. Dat moedigt ondernemers in theorie aan om vervuilde terreinen te saneren en te ontwikkelen - maar in de praktijk zorgde het vooral voor vertragingen.
In februari slaakte Verhaeghe een noodkreet: als de Vlaamse regering de knopen niet doorhakte vóór 7juni, zou zijn project nog veel meer vertraging oplopen. Vlaams minister Patricia Ceysens (Open VLD) bracht gisteren goed nieuws: er worden achttien brownfield-projecten goedgekeurd op de laatste bijeenkomst van de Vlaamse regering op 29mei. Samen zijn ze goed voor 1miljard euro investeringen en tienduizend jobs.
Met een investering van 560 miljoen euro weegt Uplace het zwaarst op deze lijst. De eveneens goedgekeurde ontwikkeling van de 75ha van Petroleum Zuid in Antwerpen is goed voor 4.000 voltijdse jobs, al komen die er pas tegen 2020. In haar lijstje gaf Ceysens Verhaeghe trouwens een speciale vermelding: 'Uplace heeft op een meer dan kennelijke wijze zijn stabiliteit, slaagkans en relevantie aangetoond.'
Bart Verhaeghe is tevreden: 'De overheid gelooft in ons en belooft ons te helpen om de volgende hordes snel en efficiënt te nemen. Een enorme aanmoediging om door te zetten, zodat we tegen 2015 kunnen openen. Zonder deze beslissing was het wellicht 2019 geworden.'
'Blijft het feit dat een ontwikkeling van tien jaar twee tot drie keer langer is dan in de buurlanden. Vlaanderen heeft de vele Europese regels zeer streng omgezet, zodat veranderen bij ons een log en langdurig proces werd. Kunnen we ons dat nog permitteren in tijden van crisis?' (fds)
Bron: Nieuwsblad 13 mei 2009
woensdag 13 mei 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Verkiezingseconomie - De Standaard 15 mei 2009
Er kan ons land in tijden van crisis niets beters overkomen dan verkiezingen. Want de kiesgang is een regelrechte zegen voor onze economie. U vindt waarschijnlijk samen met 9.900.000 andere Belgen dat we veel te vaak naar het stemhokje worden geroepen en dat onze politici in het parlement er veel te weinig van bakken. Maar wat de meeste mensen niet weten, is dat elke verkiezing een krachtige economische injectie voor ons land betekent. Dat heb ik zelf ontdekt omdat ik besloten heb om me kandidaat te stellen bij de volgende Vlaamse verkiezingen, voor Open VLD in Vlaams-Brabant.
Veel mensen denken dat de politieke partijen de campagnes van de kandidaten financieren. Niets is minder waar, zo heb ik zelf al ondervonden. Kandidaten moeten een beroep doen op hun spaarboekje om hun campagne op poten te zetten. En daarbij komt heel wat geld in de lokale economie terecht. Rekent u even mee. Elke kandidaat die in Vlaams-Brabant op een verkiesbare plaats staat plus één andere kandidaat op de lijst mag 37.500 euro uitgeven. Neem nu CD&V met vijf zitjes in de assemblee: zesmaal 37.500 levert 225.000 euro op. De rest van de lijst effectieve kandidaten en de eerste opvolger mogen 5.000 euro uitgeven. Dat is zestien keer 5.000 of 80.000 euro. De vijftien andere opvolgers kunnen maximaal 2.500 euro spenderen: vijftien keer 2.500 euro is een bedrag van 37.500 euro. De kandidaten van één partij pompen dus makkelijk een kleine 300.000 euro in onze economie.
Voor het totale bedrag dat per verkiezing wordt uitgegeven moeten we met een aantal andere factoren rekening houden. Provincies zoals Antwerpen en Oost-Vlaanderen mogen bijvoorbeeld een pak meer spenderen doordat er meer kiezers wonen. Zo heeft Antwerpen 33 gekozenen en Vlaams-Brabant maar 20. En uiteraard is er meer dan één partij. Reken even de kosten mee die mededingers uit N-VA, CD&V, SLP, PVDA+, LDD, Groen!, Open VLD en SP.A aangaan, en je zou voor het wel en wee van onze economie bijna hopen op een versplinterd partijlandschap. Samen met de Europese verkiezingen komt de totale som zo makkelijk uit op een bedrag van 15 miljoen euro dat migreert van spaarrekeningen naar onze economie. En dan hebben we het nog niet over de verkiezingen in Wallonië gehad of over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hoe meer partijen en hoe vaker verkiezingen, hoe groter de economische injectie.
Wie wordt daar nu beter van? Drukkers. De jongens en meisjes van de marketing. De houtindustrie. Kranten en tijdschriften. Televisiestations. En De Post. Een behoorlijke opsteker voor een rist sectoren in moeilijkheden. Maar ook voor onze nationale creativiteit zijn verkiezingen een goede zaak. Stelt u zich even voor: zeven partijen in Vlaanderen met elk 36 kandidaten in vijf provincies die elk een slogan en een campagne nodig hebben. Dat zijn 1.260 originele beelden die moeten worden gemaakt, evenveel frisse slogans die moeten worden verzonnen en miljoenen kaartjes en posters die moeten worden gedrukt. Bovendien zorgt onze ingewikkelde staatsstructuur ervoor dat we dat aantal nog eens kunnen verdubbelen. Enkel en alleen al door met twee grote taalgroepen samen te leven in ons land kunnen reclamebureaus dubbel zo veel prestaties aanrekenen. Want een campagne voor de SP.A is niet hetzelfde als een campagne voor de PS. En zo heeft elk nadeel zijn voordeel.
Veel verkiezingen en een ingewikkelde staatsstructuur zijn dan misschien slecht voor de bevolking, maar ze blijken goed voor onze creativiteit en de economie. Nu enkel hopen dat dit de federale regering niet op gedachten brengt om binnenkort verkiezingen uit te schrijven. Kwestie van een relanceplan te hebben.
http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=652A9QOE&kanaalid=336
vrijdag 15 mei 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Ondernemers kunnen de wereld veranderen.
Heel knap filmpje dat weing commentaar behoeft. Een betere samenvatting dan waarin ik geloof had ik zelf niet kunnen maken. En goedkoop gemaakt met een boodschap die to the point en effectief is. Als iedereen zijn ondernemende kwaliteiten aanspreekt, kunnen we de wereld aan. Waar wachten we op?
dinsdag 19 mei 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Minder geld, meer creativiteit? - De Standaard 22 mei 2009
DE PARADOX VAN PARYS - De honderd rijkste zakenfamilies van ons land werden het voorbije jaar 7,2 miljard euro armer. Dat is 288 miljard oude Belgische franken of 10 procent van hun vermogen dat als sneeuw voor de zon smolt. Ik hoor u al denken et alors? U bent waarschijnlijk zelf behoorlijk wat centen kwijt en toch niet helemaal zeker van uw baan. Waarom zou u dan slaap laten voor een aantal fatcats die heus geen boterham minder eten door de aandelenkoersen? Begrijpelijk, maar niet helemaal terecht. Het beursverlies van onze rijkste zakenfamilies is ook een aderlating voor Vlaanderen. Want geld en creativiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Dat wordt mooi geïllustreerd door het onuitroeibare cliché dat creativiteit hoogtij viert in moeilijke economische tijden. De redenering gaat als volgt. Wanneer het moeilijk gaat, wordt iedereen verplicht om meer met minder te doen en zo worden allerlei vernieuwingen geboren. Economische groei komt niet van meer te koken, maar wel van nieuwe recepten te pionieren. En die nieuwe recepten floreren wanneer de ingrediënten schaarser worden. Kortom, crisissen zijn gouden tijden voor innovatie.
Dat was ook de stelling van Joseph Schumpeter, die verkondigde dat door creatieve destructie nieuwe starters oude bedrijven uit de markt drijven met frisse ideeën. Net zoals er na een bosbrand verschillende nieuwe dier- en plantensoorten zouden ontstaan in het afgebrande gebied, kan een crisis een vruchtbare bodem zijn voor nieuwe spelers. Dat is ook wat er vandaag kan gebeuren. Op voorwaarde dat de overheid niet onnodig subsidies geeft aan bedrijven die anders niet zouden overleven. In een crisis zie je dus een groter aantal nieuwe starters met creatieve bedrijfsmodellen. Die zijn essentieel om ons economisch weefsel te vernieuwen.
Minder geld levert dan misschien meer ideeën op. Maar vandaag vindt dat groter aantal ideeën minder geld. Zelfs bestaande bedrijven met goede ideeën komen van kale bankreizen thuis. En dat nadat de overheid meer dan twee miljard kredietwaarborgen voor kmo's opzij heeft gezet. Hoe moeten nieuwe ondernemers dan aan het nodige startkapitaal geraken? De bank zegt nee tegen ondernemingen zonder geschiedenis. Venture capital-fondsen nemen de telefoon niet op, want die hebben de handen vol met hun eigen probleemportefeuilles. Friends, family and fools zijn minder scheutig om geld toe te steken na een blik op hun eigen vermogen.
Vroeger kon je dan terecht bij Vlaanderens ondernemende families. Tibotec Virco is zo'n verhaal dat zonder een paar durvers uit vermogende geslachten nooit uit de startblokken zou zijn geschoten. En zonder hen zou het bedrijf dus ook nooit een kleine vijfhonderd banen hebben gecreëerd. Ook SN Brussels Airlines kreeg vleugels door de financiële inbreng van een paar oude families. En zo zijn er ontelbare kleine en grote succesverhalen uit ons land die steunen op het geld van zakenfamilies. Maar vandaag valt het te betwijfelen of die succesverhalen nu ook nog het daglicht zouden zien. Want de families die ooit de radars van ons economisch netwerk smeerden, hebben behoorlijke averij opgelopen en houden dus de vinger op de knip.
Enkel en alleen de verschillende families die KBC verkankeren, hadden in januari van dit jaar al meer dan drie miljard euro verloren. Namen zoals Van Waeyenberghe, Vlerick-Sap, Santens, Poulussen en Gevaert lees je niet elke dag in de krant, maar ze spelen daarom geen minder belangrijke rol voor ondernemend Vlaanderen. Als zij verliezen, verliezen wij ook.
http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=122AIHIE
vrijdag 22 mei 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Werk maken van een creatieve economie
Als voorzitter van Flanders DC ben ik trots op ons eerste boek 'Werk maken van een creatieve economie' in samenwerking met de Vlerick Leuven Gent Management School moeten lezen. Het boek bundelt vier jaar beleidsrelevant onderzoek van het Flanders DC Kenniscentrum tot vier makkelijk verteerbare delen. Vanaf 20 mei 2009 ligt het nu ook in de boekhandel.
"Vlaanderen heeft alle kansen om zich economisch te handhaven en zelfs te versterken. Maar daarvoor moeten beleidsmakers, ondernemers en iedereen die mee het gezicht van de Vlaamse economie bepaalt, vandaag de handen in elkaar slaan", zeggen Vlerickauteurs Isabelle De Voldere en Leo Sleuwaegen bij de lancering van hun nieuwe boek Werk maken van een creatieve economie. "We moeten het talent van de mensen die hier wonen optimaal benutten. Dat gebeurde in het verleden te weinig. In elk geval is nu de tijd rijp om er volop op in te zetten."
‘Werk maken van een creatieve economie' beschrijft uitvoerig de limieten van het huidige groeimodel in Vlaanderen en toont hoe het beleid een nieuw groeimodel kan stimuleren waarbij innovatie en ondernemerschap, de kenniseconomie en de ontwikkeling van creatieve sectoren centraal staan. Een nieuw groeimodel is nodig om onze huidige welvaart en ons welzijn te behouden.
Het mag duidelijk zijn dat we een overgang aan het maken zijn van een industriële economie waarin productiviteit het verschil maakt naar een creatieve economie waarin kennis en wat je daar mee doet het verschil maakt. "Harder werken hoeft dus niet, slimmer werken is de boodschap, om het met een boutade te zeggen", stelt Pascal Cools, algemeen directeur van Flanders DC, "We mogen niet alleen focussen op behoud, maar moeten ook nieuwe kansen aangrijpen om jobs te creëren. En die zijn er. De creatieve sectoren groeien tweemaal sneller dan de traditionele, maar in Vlaanderen is die groei veel kleiner dan in Nederland bijvoorbeeld."
Het boek bevat ook de visies van Patricia Ceysens, Karel Van Eetvelt, Philippe Muyters, Patrick Janssens, Edith Vervliet en Jan Briers op een creatieve economie. Patricia Ceysens pleit voor meer innovatie in de dienstensector, die ook achterop hinkt t.o.v. onze buurlanden.
Werk maken van een creatieve economie
Isabelle De Voldere & Leo Sleuwaegen
ISBN 978 90 209 8335 7
136 pagina's
€ 24,95
Beluister het Radio 1 interview met Leo Sleuwaegen op de site van Radio 1 www.radio1.be
maandag 25 mei 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: De trein is altijd een beetje afzien
Vlaanderen staat stil. Onze wegen slibben dicht en het mobiliteitsinfarct slaat toe. Dat is een behoorlijke streep door de rekening voor de economische ontwikkeling van onze regio. Een verplaatsing Leuven-Brussel duurt makkelijk meer dan een uur, drie keer zo lang als op een gemiddelde zondagmiddag, met een geweldig verlies aan productiviteit tot gevolg. Ministers komen met plannen, ondermeer om massaal te investeren in nieuwe bus- en tramlijnen. Maar een echt vernieuwende visie op openbaar vervoer in ons land zou vertrekken van de consument. Want die heeft last om van en naar zijn station te geraken en wanneer hij dan eindelijk een station betreedt wordt hij terug in de tijd gekatapulteerd.
Gisterenochtend wou ik de trein naar Parijs nemen en wilde ik in Leuven vertrekken. Niet makkelijk. Met de bus moest ik drie kwartier vroeger opstaan, om vijf uur 's ochtends is dat geen optie. Mijn auto aan het station achterlaten bleek schier onmogelijk. Een kort gesprek met de parkinguitbater liet weinig hoop. Alhoewel de parking recent werd aangelegd blijkt die nu al voor jaren volzet. Een abonnement kopen voor een parkeerplaats kan niet. Eerst kom je op een ellenlange wachtlijst terecht. Stilaan een Vlaamse specialiteit. Slaag je er toch in je auto voor een dag te parkeren dan kost je dat al gauw een slordige 15 euro. Als je dat elke dag doet, ben je makkelijk 600 euro per maand kwijt. U kan dus maar beter naast het station wonen of een flink salaris hebben wanneer u met de trein naar uw werk spoort. In pak en met koffer op de fiets was ook geen alternatief dus zat er niets anders op dan mij te laten voeren. Ook dat is niet echt voorzien want er is geen kiss & ride parking aan het nieuwe station.
Nochtans zijn die eerste en laatste kilometer net cruciaal. Met een slimme investering in ‘geïndividualiseerd openbaar vervoer' kan je het bereik van een station drie keer groter maken. Dat betekent dat de spoorwegen samen met bedrijven speciale fietsen, Segways of andere vernuftige transportmiddelen aan het station zouden voorzien om van en naar het station te pendelen. Niet iedereen ziet het immers zitten om aan het vertrek- én aankomststation een eigen fiets te hebben en die ook zelf te onderhouden. Als nu zelfs Brussel een Vélib systeem heeft, kunnen wij toch niet langer achterblijven?
Maar ook in het station is het tijd voor innovatie en renovatie. Zo is er in het station van Leuven geen wachtruimte die naam waardig. Het stationsbuffet stamt letterlijk en figuurlijk uit de vorige eeuw. En wanneer het noodlot toeslaat en u gebruik moet maken van de sanitaire voorzieningen weet u meteen hoe die er in 1830 uitzagen. In Brussel Zuid bleek dan weer één wachtruimte overvol te zitten terwijl het andere kille lokaal zo goed als leeg was. Reden? Iemand had die duidelijk als urinoir gebruikt maar geen onderhoudspersoneel te bespeuren. Bij het nuttigen van een broodje werd vervolgens mijn laptop gestolen. Niets uitzonderlijks. Eén van de meer dan twintig gevallen per dag zo bleek uit een praatje met de verbaliserende agent. En zo kan ik nog even doorgaan. Niet echt de manier om de moderne consument te verleiden om met de trein te reizen dus.
Nochtans zouden NMBS en Infrabel hun jaarrekening en hun consument een enorm plezier doen met een kleine stage in Duitsland. Hun collega's van Deutsche Bahn maken daar enorme winst met de uitbating van hun stations als moderne winkelcentra met een pak diensten zoals Post en droogkuis.
Met een beetje visie maak je van onze stations plekken waar je rustig en comfortabel een tas koffie kan drinken, de krant openslaan of je mails checken in afwachting van de volgende trein die het station komt binnenzoomen. Een beetje zoals in een hotel, en waarom niet met conciërge desk? Een plek ook waar je nog snel een aankoop doet voor het avondeten of rustig rondslentert in een aantal aangename winkels voor je je trip verder zet. Op die manier zou de trein dan toch nog een beetje reizen worden.
Bron: De Standaard http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=312B23BM
vrijdag 05 juni 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Is de Paus links?
Vorige week werd de publicatie van een belangrijk pauselijk document een weinig overschaduwd door de aardse herdenkings-plechtigheid van een zanger uit L.A. Het was speuren met een vergrootglas naar een bericht in de Vlaamse kranten. Dat zette de immer vranke Bisschop Léonard aan tot volgende bespiegeling in het Katholiek Nieuwsblad: 'Ten tijde van de idiote polemiek over het condoom vonden de Belgische volksvertegenwoordigers het nodig (...) de paus te veroordelen. Het voorwendsel was dat het woord van de paus extreem belangrijk is wegens zijn grote weerklank. En nu dit woord zich uit over grote vragen van wereldbelang (...) komt het ver achter Jackson, de G8, de fratsen van Berlusconi en de Ronde van Frankrijk!' Echt ongelijk geven kan je hem niet. Daarom, Monseigneur, vandaag een poging om de derde encycliek van deze paus onder de aandacht te brengen.
Copywriter
Caritas in Veritate, wat zoveel betekent als Liefde in Waarheid, laat het kerkelijk licht schijnen over onze economie en staat stil bij onderwerpen zoals innovatie en technologie. Interessant zou je denken. Al ga je best even zitten vooraleer je je tanden in de tekst zet die gefundenes fressen blijkt voor volleerde tekst exegeten. Geniet even mee. Hoofdstuk drie titelt ‘Broederschap, Economische Ontwikkeling en Burgerlijke Samenleving' en opent met een passage over de ervaring van de gave. De nadruk moet gelegd worden op ‘economische vormen gebaseerd op solidariteit' en er wordt aangegeven hoe ‘zowel de markt als de politiek mensen nodig heeft die openstaan voor wederzijdse gave'. Daarom doet de paus een beroep op een ‘nieuwe humanistische synthese'. Het document is gericht aan 1,1 miljard gelovigen en aan alle mensen van goede wil. Ik reken mezelf tot die laatste categorie maar verstaan doe ik dit niet. Mogen we Rome een copy writer suggereren?
Links of rechts?
De inhoud mag bij ons dan voor weinig opzien hebben gezorgd, in andere landen en in de blogosfeer is dat allerminst het geval. Bepaalde uitspraken hebben immers de indruk gewekt dat de paus globalisering afvalt in zijn encycliek en de kerk zonder pardon in de linkse hoek plaatst. Ondermeer volgende passages zouden daarop wijzen: ‘Zodra winst het uitsluitende doel wordt, verkregen door ondeugdelijke middelen en zonder oog hebbend voor het algemeen welzijn, dan kan winstbejag de welvaart vernietigen en armoede veroorzaken.' Maar ook volgende zinsnede zint vele linksgezinden: ‘De huidige economische crisis met zijn ernstige afwijkingen en misstanden vereist een geheel nieuw begrip van zakendoen,' samen met het feit dat de Heilige Vader pleit voor een ‘beschaving van de economie'.
De rechterzijde was er als de kippen bij om het tegendeel te bewijzen. Zo schrijft Benedictus XVI ook dat ‘blinde oppositie' tegen globalisering onverstandig is , omdat het de goede kanten van de groeiende wederzijdse afhankelijkheid over het hoofd ziet. De paus prijst ook de wereldhandel die miljarden mensen uit de armoede heeft getild en waarschuwt hij voor de gevaren van een alles omvattende welvaartsstaat. Een aantal conservatieven vindt dus dat de paus best economisch rechts is.
Innovatie
Het laatste hoofdstuk van de encycliek heet ‘De Ontwikkeling van Volken en Technologie'. In Rome zijn ze, zoals geweten, niet meteen grote aanhangers van alle vormen van vernieuwing. De kerk blijkt daarin te waarschuwen voor de ‘prometheïsche aanmatiging' van de mensheid die denkt ‘zichzelf te kunnen herscheppen door de ‘wonderen' van de techniek.' Want de ‘rede die alleen op de technologie vertrouwt is zonder het geloof ertoe veroordeeld zich te verliezen in de illusie van haar eigen almacht.' Niet alle mogelijke innovatie, is daarom ook wenselijk.
Conclusie
Interessant document om even bij stil te staan dus. Wat moet een mens daar nu van vinden? De helft begrijp je met gewoon Nederlands niet. De andere helft is interessant omdat ze zegt dat de mens een ethisch kader nodig heeft wanneer hij economische handelingen stelt. Maar dat wisten we eigenlijk al. Het had een stuk duidelijker en dus ook relevanter gekund. In elk geval is de conclusie: Benedictus XVI is niet links. En niet rechts. Een echte paus dus.
vrijdag 17 juli 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Pardox van Parys: No worries, mate
Ik heb de kerst Down Under doorgebracht. Een aanrader voor iedereen die graag onder een spar op het surfstrand bij dertig graden Celsius geniet van een glaasje glühwein. Vooraleer ik een voet op Australische bodem zette, was ik een absolute ignoramus van alle Aussie-zaken - de occasionele Flying Doctors-aflevering niet te na gesproken. Dat de Britten er hun gevangenen dumpten nadat ze niet langer in Amerika terecht konden, wist ik. En dat je er spectaculaire landschappen kon zien zonder een ziel tegen het lijf te lopen, verhoopte ik. Tof land, warm klimaat, véél kangoeroes: dat was zowat wat ik verwachtte.
Down Under Wonder
Wat ik ontdekte was een fascinerend land dat op zijn eentje aan de wereldwijde recessie ontsnapt. 95% van de Australiërs heeft een job. De beurs sloot 2009 af met de grootste winst in 16 jaar. De Australische dollar is de meest performante grote munteenheid. En de VN plaatsen het land op nummer twee in de wereldwijde rangschikking van plekken met de meeste levenskwaliteit. Niet gek dus dat driekwart van de bevolking zegt gelukkig te zijn. En alhoewel West-Europa een paar keer in Australië past, lijken ze daar toch een beetje op België. Want ook daar innen de deelstaten maar 18% van de belastingen, terwijl ze meer dan de helft van alle uitgaven doen.
Oude Continent
Als je dat vergelijkt met Belgenland wordt het snel minder mooi weer. Onze werkloosheid kan dit jaar oplopen tot 12%. Wij staan 15 plaatsen lager in dezelfde VN-index. 15% meer mensen zijn ongelukkig bij ons. En dan hebben we het even niet over onze staatsschuld en andere vervelende details. Die weinig montere feiten zijn ook daar beneden doorgesijpeld en worden gebruikt om een glasheldere analyse over de toestand hierboven maken. Daar hoefde ik maar de krant The Australian voor open te slaan. Een ontnuchterende ervaring, waarin de toestand in New South Wales, een van de Australische deelstaten, met Europa werd vergeleken. 'NSW is teruggevallen tot het niveau van een mature Europese staat die terugblikt op een verloren decennium met flauwe groei en spectaculair slecht bestuur. En het zakenleven ervaart NSW als vijandig ten opzichte van nieuwe bedrijven.' Klinkt bekend?
Australisch recept
Kunnen wij dan iets leren van het Australische recept? Zeker. Sinds de jaren tachtig heeft de Labourpartij er de belastingen continu verlaagd om privéconsumptie en investeringen aan te moedigen. De overheid vermeed bewust hogere uitgaven. En de economie is al lang niet meer op Europa gericht maar op de Aziatische groeilanden. Maar dat verklaart niet alles.
Het echte geheime ingrediënt zie je niet in statistieken. Dat is het aanstekelijke enthousiasme van de Aussies, die door het leven gaan met een nauwelijks te temperen optimisme. 'No worries' is er de nationale slagzin. Boot gemist? No worries. Bestelling veranderen? No worries. Job kwijt? No worries. Schijnbaar zonder inspanning werken de Australiërs zich naar de wereldtop. En daarbij zijn ze fier op hun land. 'It's a great day to be an OZ', is een frequent zinnetje dat nieuwslezers zonder voorbehoud uitspreken tijdens het journaal. Een vriendin vroeg me om het best bewaarde geheim, hoe goed het toeven is in haar land, niet aan de rest van Europa te verklappen.
Kangoeroe hartklep
En ja, zelfs voor het teveel aan kangoeroes hebben ze daar een oplossing gevonden. Een gids die ons door een nationaal park in de outback loodste, wist fier te melden dat de buideldieren niet langer voorbestemd waren voor de voorbanden van voorbijrazende voertuigen, maar een hogere roeping toebedeeld kregen. Een Australische universiteit begint binnenkort met het inplanten van kangoeroe-hartkleppen bij mensen. Ze blijken minder snel te verkalken en meer fysieke stress aan te kunnen dan die van hun collega-varkensharten. Zou dat een metafoor zijn voor Australië en Europa?
vrijdag 08 januari 2010 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Trouw
Ik heb de vervelende neiging alles uit te stellen tot het allerlaatste moment. Mijn trouw lijkt daar vooralsnog geen uitzondering op te vormen. Als u dit leest scheidt minder dan 24 uur mij van een van de belangrijkste dagen in mijn leven. En ik word stilaan nerveus. Nee, niet omdat ik aan mijn partnerkeuze twijfel. Wel omdat ik net een telefoontje van de dienst burgerlijke stand heb gekregen. Hallo meneer, waar is uw huwelijkscontract of wilt u volgens het wettelijk stelsel trouwen? Hmm, goede vraag. Hallo notaris, wij komen deze namiddag nog even langs. Gelukkig kan die er mee lachen en heeft ze beloofd alles tegen vanavond klaar te hebben. Oef.
Besognes
En dat was slechts een klein besogne. Want als u deze column wat haastig geschreven vindt, is dat vooral te wijten aan een vestimentaire noodsituatie. Ik heb namelijk nog geen pak om zaterdag aan te trekken. Elke minuut die ik aan dit schrijfsel spendeer, is een minuut langer dat ik mijn garderobe negeer. Mijn wederhelft, die wel over een persoonlijk planningsvermogen beschikt, heeft zich al maanden geleden met verve van deze opdracht gekweten. Het is nu nagelbijten dat er op het rek van de betere Leuvense kledingzaak alsnog een pak in mijn maat op mij hangt te wachten. En dat we een vriendelijke naaister vinden die vanavond overuren wil kloppen. Zodat ik niet over mijn broekspijpen val op de trappen van het stadhuis.
Weddingplanner
Iemand zoals ik had dus duidelijk beter beroep gedaan op een relatief nieuw beroep. Dat van de huwelijksfeestplanner. Dat is iemand die u bij het handje neemt en uw hele trouwdag voor u regelt. Voor een commissie van een slordige tien procent op de kost van uw feestje welteverstaan. Want telt u vooral even mee. Een pak, een receptie, een ring, een reis, een bezoek aan de notaris, een zaal, een traiteur, een DJ, een fotograaf, bloemen en drukwerk. Zoiets dikt aan.
1.4 miljard
Een gemiddeld huwelijk kost tussen de 25.000 en de 85.000 euro. Als we snel tellen is dat met 45.000 trouwende koppels per jaar goed voor een omzet van om en bij de 1.4 miljard euro. Weddingplanner Roula Stoelen van My Dream Day vertelt dat een doorsnee koppel zo'n 150 personen uitnodigt op hun feest. Wij geven gemiddeld 50 euro per persoon aan de tortelduifjes. Dat wil zeggen dat wij Belgen voor 337.500.000 euro aan huwelijkscadeaus per jaar uitwisselen. De meeste koppels betalen hun trouw trouwens zelf. Dat blijkt de beste remedie om uit het vaarwater van ouders en schoonouders te blijven volgens Stoelen.
Babyborrel
De huwelijken die mevrouw Stoelen begeleidt houden volgens haar goed stand. Hoe ze dat weet? "Met kerstmis doe ik een update van mijn hele bestand. Want elk huwelijk is een potentiële babyborrel of jubileum. En elke scheiding heeft de kiem van een tweede huwelijk in zich," zegt ze. Kortom, trouwen is een belangrijke economische motor.
Presentje
Blijkt trouwens dat we al eens worden opgelicht door die trouwindustrie. Wist u dat als u een presentje aanvinkte op de huwelijkslijst van uw nichtje en haar aanstaande u hen helemaal geen zilveren theelepeltje cadeau hebt gedaan? Zij krijgen gewoon de waarde van de optelsom van alle geselecteerde cadeaus en mogen dat bedrag dan naar believen spenderen in de winkel. Een beetje vreemd toch wanneer u dat bedankbriefje voor de theelepel in de bus vindt.
Crisis
Conclusie: de beste manier om uit een recessie te geraken is een collectief trouwfestijn. Want elk getrouwd paar injecteert onze economie met geld en liefde. En getrouwde koppels blijken nu ook nog gelukkiger dan ongehuwd samenwonenden. En gelukkige mensen zijn productiever. Dus zou onze economie beter af zijn indien iedereen in de echt verbonden was. Ik doe morgen mijn deel. Waar wacht u nog op?
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
vrijdag 04 juni 2010 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





