Blogitems met de tag: Crisis

We beginnen eraan: 3.000 Nieuwe jobs in Machelen-Vilvoorde

Groen licht voor superproject Machelen: 3.160 nieuwe banen
Over twee jaar kan Bart Verhaeghe eindelijk beginnen te bouwen aan het futuristische complex Uplace Machelen. Het project levert 3.160 jobs op. Had Vlaams minister Patricia Ceysens niet op de valreep groen licht gegeven voor de investering van 560 miljoen euro, dan liep de lijdensweg van Bart Verhaeghe uit tot in 2019. Ondernemer Verhaeghe (43) bouwt wereldwijd vastgoedcomplexen waarbinnen wonen, werken en vrije tijd gecombineerd worden. Uplace Machelen, op de 8,5ha van het vroegere Marly-Carcoke, moet zijn visitekaartje in eigen land worden: tienduizenden vierkante meters woningen, hotelkamers, attracties, ervaring- en conceptwinkels, kantoren en openbare ruimte. De 3.160 voltijdse jobs plus de 120.000 mandagen voor de bouw zijn een godsgeschenk voor de noordrand van Brussel.

Zie ook http://www.lorinparys.be/index.php/lp/mediatheek/ 

Verhaeghe zit al drie jaar ongeduldig te kijken naar zijn maquette. Want hij botste tot nog toe op een muur van regels. Zijn project moet passen in het START-plan voor Zaventem, het masterplan voor de Vlaamse rand rond Brussel en het tweede masterplan voor Vlaams-Brabant. En dan moest Uplace ook nog passen in het brownfield-decreet van twee jaar geleden. Dat moedigt ondernemers in theorie aan om vervuilde terreinen te saneren en te ontwikkelen - maar in de praktijk zorgde het vooral voor vertragingen.

In februari slaakte Verhaeghe een noodkreet: als de Vlaamse regering de knopen niet doorhakte vóór 7juni, zou zijn project nog veel meer vertraging oplopen. Vlaams minister Patricia Ceysens (Open VLD) bracht gisteren goed nieuws: er worden achttien brownfield-projecten goedgekeurd op de laatste bijeenkomst van de Vlaamse regering op 29mei. Samen zijn ze goed voor 1miljard euro investeringen en tienduizend jobs.

Met een investering van 560 miljoen euro weegt Uplace het zwaarst op deze lijst. De eveneens goedgekeurde ontwikkeling van de 75ha van Petroleum Zuid in Antwerpen is goed voor 4.000 voltijdse jobs, al komen die er pas tegen 2020. In haar lijstje gaf Ceysens Verhaeghe trouwens een speciale vermelding: 'Uplace heeft op een meer dan kennelijke wijze zijn stabiliteit, slaagkans en relevantie aangetoond.'

Bart Verhaeghe is tevreden: 'De overheid gelooft in ons en belooft ons te helpen om de volgende hordes snel en efficiënt te nemen. Een enorme aanmoediging om door te zetten, zodat we tegen 2015 kunnen openen. Zonder deze beslissing was het wellicht 2019 geworden.'
'Blijft het feit dat een ontwikkeling van tien jaar twee tot drie keer langer is dan in de buurlanden. Vlaanderen heeft de vele Europese regels zeer streng omgezet, zodat veranderen bij ons een log en langdurig proces werd. Kunnen we ons dat nog permitteren in tijden van crisis?' (fds)

Bron: Nieuwsblad 13 mei 2009

woensdag 13 mei 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Verkiezingseconomie - De Standaard 15 mei 2009

Er kan ons land in tijden van crisis niets beters overkomen dan verkiezingen. Want de kiesgang is een regelrechte zegen voor onze economie. U vindt waarschijnlijk samen met 9.900.000 andere Belgen dat we veel te vaak naar het stemhokje worden geroepen en dat onze politici in het parlement er veel te weinig van bakken. Maar wat de meeste mensen niet weten, is dat elke verkiezing een krachtige economische injectie voor ons land betekent. Dat heb ik zelf ontdekt omdat ik besloten heb om me kandidaat te stellen bij de volgende Vlaamse verkiezingen, voor Open VLD in Vlaams-Brabant.

Veel mensen denken dat de politieke partijen de campagnes van de kandidaten financieren. Niets is minder waar, zo heb ik zelf al ondervonden. Kandidaten moeten een beroep doen op hun spaarboekje om hun campagne op poten te zetten. En daarbij komt heel wat geld in de lokale economie terecht. Rekent u even mee. Elke kandidaat die in Vlaams-Brabant op een verkiesbare plaats staat plus één andere kandidaat op de lijst mag 37.500 euro uitgeven. Neem nu CD&V met vijf zitjes in de assemblee: zesmaal 37.500 levert 225.000 euro op. De rest van de lijst effectieve kandidaten en de eerste opvolger mogen 5.000 euro uitgeven. Dat is zestien keer 5.000 of 80.000 euro. De vijftien andere opvolgers kunnen maximaal 2.500 euro spenderen: vijftien keer 2.500 euro is een bedrag van 37.500 euro. De kandidaten van één partij pompen dus makkelijk een kleine 300.000 euro in onze economie.

Voor het totale bedrag dat per verkiezing wordt uitgegeven moeten we met een aantal andere factoren rekening houden. Provincies zoals Antwerpen en Oost-Vlaanderen mogen bijvoorbeeld een pak meer spenderen doordat er meer kiezers wonen. Zo heeft Antwerpen 33 gekozenen en Vlaams-Brabant maar 20. En uiteraard is er meer dan één partij. Reken even de kosten mee die mededingers uit N-VA, CD&V, SLP, PVDA+, LDD, Groen!, Open VLD en SP.A aangaan, en je zou voor het wel en wee van onze economie bijna hopen op een versplinterd partijlandschap. Samen met de Europese verkiezingen komt de totale som zo makkelijk uit op een bedrag van 15 miljoen euro dat migreert van spaarrekeningen naar onze economie. En dan hebben we het nog niet over de verkiezingen in Wallonië gehad of over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hoe meer partijen en hoe vaker verkiezingen, hoe groter de economische injectie.

Wie wordt daar nu beter van? Drukkers. De jongens en meisjes van de marketing. De houtindustrie. Kranten en tijdschriften. Televisiestations. En De Post. Een behoorlijke opsteker voor een rist sectoren in moeilijkheden. Maar ook voor onze nationale creativiteit zijn verkiezingen een goede zaak. Stelt u zich even voor: zeven partijen in Vlaanderen met elk 36 kandidaten in vijf provincies die elk een slogan en een campagne nodig hebben. Dat zijn 1.260 originele beelden die moeten worden gemaakt, evenveel frisse slogans die moeten worden verzonnen en miljoenen kaartjes en posters die moeten worden gedrukt. Bovendien zorgt onze ingewikkelde staatsstructuur ervoor dat we dat aantal nog eens kunnen verdubbelen. Enkel en alleen al door met twee grote taalgroepen samen te leven in ons land kunnen reclamebureaus dubbel zo veel prestaties aanrekenen. Want een campagne voor de SP.A is niet hetzelfde als een campagne voor de PS. En zo heeft elk nadeel zijn voordeel.

Veel verkiezingen en een ingewikkelde staatsstructuur zijn dan misschien slecht voor de bevolking, maar ze blijken goed voor onze creativiteit en de economie. Nu enkel hopen dat dit de federale regering niet op gedachten brengt om binnenkort verkiezingen uit te schrijven. Kwestie van een relanceplan te hebben.

http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=652A9QOE&kanaalid=336

 

vrijdag 15 mei 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Ondernemers kunnen de wereld veranderen.

 Heel knap filmpje dat weing commentaar behoeft. Een betere samenvatting dan waarin ik geloof had ik zelf niet kunnen maken. En goedkoop gemaakt met een boodschap die to the point en effectief is. Als iedereen zijn ondernemende kwaliteiten aanspreekt, kunnen we de wereld aan. Waar wachten we op?

dinsdag 19 mei 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Absurdistan bij de sp.a: loon van managers

Deze morgen heb ik me verslikt in mijn koffie. 'De toplonen van de bankiers moeten dringend aan een norm onderworpen worden, en bij uitbreiding de toplonen van elke sector die overheidssteun krijgt. Het is al te gemakkelijk dat een ceo tweehonderd mensen op straat zet en daar nog voor beloond wordt ook. Voor ons moet er een band gecreëerd worden tussen het aantal ontslagen en het loon van een topmanager: hoe meer hij er ontslaat, hoe minder hij verdient', zegt Caroline Gennez in een gesprek met De Standaard.

Laat ons beginnen met het begin. De overheid heeft niets te zoeken in de interne keuken van een bedrijf. De aandeelhouders, die de eigenaars zijn van een bedrijf, moeten uitmaken wie ze hoeveel van hun zuur geïnvesteerde centen willen uitbetalen. Dat is een goed principe. Want stel je even voor dat de overheid zich als expert zou moeten mengen in de manier waarop een bedrijf wordt gerund in de  de tapijtindustrie, in hoogtechnologisch voedselbedrijven of advocatenkantoren. Schoenmaker blijf bij je leest. Eigenaars van bedrijven runnen bedrijven, de overheid runt het overheidsapparaat. Wat mij betreft is aan dat laatste nog genoeg werk.  

Mevrouw Gennez heeft een punt dat wanneer de overheid geld toestopt aan bedrijven, geld dat van ons komt, ze toezicht moet houden op de goede besteding van dat geld. Dus indien een bank door ons wordt gesubsidieerd hebben wij als burger-belastingbetaler-aandeelhouder van zo'n bank het recht om mee de belangrijke beslissingen te nemen. En dus kunnen we mee beslissen over het loon van het top management. Logisch allemaal. 

Maar een link maken tussen het aantal mensen die ontslagen worden en het loon van een manager is niet slim. Want op zo'n manier zet je een manager aan om zo veel mogelijk mensen binnen het bedrijf te houden terwijl dat op langere termijn de jobs van nog meer mensen zou kunnen kosten. Moedige beslissingen ontmoedigen omdat ze op korte termijn geen eenvoudig politiek antwoord geven is niet wat we nodig hebben. Het zou paradoxaal zijn dat wanneer bedrijven eindelijk hun belonings-systemen zouden aanpassen en bonussen niet langer op korte termijn winst afstemmen maar op de lange termijn gezondheid van een bedrijf dat de politiek dan weer net het omgekeerde zou doen. En een maatregel invoeren die een korte termijn politiek aanmoedigt, véél mensen houden alhoewel dat bedrijfseconomisch onverantwoord kan zijn, ten nadele van de lange termijn financiële gezondheid van een bedrijf is een boomerang. Want één keer de gezondheid van een bedrijf in gevaar komt, zullen er nog meer mensen moeten afvloeien. En zal de sp.a er opnieuw staan om weer aan de alarmbel te trekken om de belangen van de (kleine) aandeelhouder en bediende te verdedigen. Terwijl hun voorgestelde maatregel net het pervers effect zou kunnen hebben om het jobverlies te vergroten en de financiële gezondheid van een bedrijf te verkleinen.  

woensdag 20 mei 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Minder geld, meer creativiteit? - De Standaard 22 mei 2009

DE PARADOX VAN PARYS - De honderd rijkste zakenfamilies van ons land werden het voorbije jaar 7,2 miljard euro armer. Dat is 288 miljard oude Belgische franken of 10 procent van hun vermogen dat als sneeuw voor de zon smolt. Ik hoor u al denken et alors? U bent waarschijnlijk zelf behoorlijk wat centen kwijt en toch niet helemaal zeker van uw baan. Waarom zou u dan slaap laten voor een aantal fatcats die heus geen boterham minder eten door de aandelenkoersen? Begrijpelijk, maar niet helemaal terecht. Het beursverlies van onze rijkste zakenfamilies is ook een aderlating voor Vlaanderen. Want geld en creativiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Dat wordt mooi geïllustreerd door het onuitroeibare cliché dat creativiteit hoogtij viert in moeilijke economische tijden. De redenering gaat als volgt. Wanneer het moeilijk gaat, wordt iedereen verplicht om meer met minder te doen en zo worden allerlei vernieuwingen geboren. Economische groei komt niet van meer te koken, maar wel van nieuwe recepten te pionieren. En die nieuwe recepten floreren wanneer de ingrediënten schaarser worden. Kortom, crisissen zijn gouden tijden voor innovatie.

Dat was ook de stelling van Joseph Schumpeter, die verkondigde dat door creatieve destructie nieuwe starters oude bedrijven uit de markt drijven met frisse ideeën. Net zoals er na een bosbrand verschillende nieuwe dier- en plantensoorten zouden ontstaan in het afgebrande gebied, kan een crisis een vruchtbare bodem zijn voor nieuwe spelers. Dat is ook wat er vandaag kan gebeuren. Op voorwaarde dat de overheid niet onnodig subsidies geeft aan bedrijven die anders niet zouden overleven. In een crisis zie je dus een groter aantal nieuwe starters met creatieve bedrijfsmodellen. Die zijn essentieel om ons economisch weefsel te vernieuwen.

Minder geld levert dan misschien meer ideeën op. Maar vandaag vindt dat groter aantal ideeën minder geld. Zelfs bestaande bedrijven met goede ideeën komen van kale bankreizen thuis. En dat nadat de overheid meer dan twee miljard kredietwaarborgen voor kmo's opzij heeft gezet. Hoe moeten nieuwe ondernemers dan aan het nodige startkapitaal geraken? De bank zegt nee tegen ondernemingen zonder geschiedenis. Venture capital-fondsen nemen de telefoon niet op, want die hebben de handen vol met hun eigen probleemportefeuilles. Friends, family and fools zijn minder scheutig om geld toe te steken na een blik op hun eigen vermogen.

Vroeger kon je dan terecht bij Vlaanderens ondernemende families. Tibotec Virco is zo'n verhaal dat zonder een paar durvers uit vermogende geslachten nooit uit de startblokken zou zijn geschoten. En zonder hen zou het bedrijf dus ook nooit een kleine vijfhonderd banen hebben gecreëerd. Ook SN Brussels Airlines kreeg vleugels door de financiële inbreng van een paar oude families. En zo zijn er ontelbare kleine en grote succesverhalen uit ons land die steunen op het geld van zakenfamilies. Maar vandaag valt het te betwijfelen of die succesverhalen nu ook nog het daglicht zouden zien. Want de families die ooit de radars van ons economisch netwerk smeerden, hebben behoorlijke averij opgelopen en houden dus de vinger op de knip.

Enkel en alleen de verschillende families die KBC verkankeren, hadden in januari van dit jaar al meer dan drie miljard euro verloren. Namen zoals Van Waeyenberghe, Vlerick-Sap, Santens, Poulussen en Gevaert lees je niet elke dag in de krant, maar ze spelen daarom geen minder belangrijke rol voor ondernemend Vlaanderen. Als zij verliezen, verliezen wij ook.

http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=122AIHIE

vrijdag 22 mei 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Ode aan de banken

Een bank is een plek die je geld leent als je bewijst dat je het niet nodig hebt. Dat werd al in de jaren vijftig verteld. Veel fans hebben de banken er in tussentijd niet bijgewonnen. De socialistische vakbond wil onze banken een crisisbelasting doen ophoesten. Sp.a wil ze uitsluiten van de notionele interestaftrek. En Laurette Onkelinckx ziet een kans om het gat in de begroting kleiner te maken door ‘de banken de crisis te laten betalen'. Enkel Groen! kwam gisteren origineel uit de hoek en kant zich tegen zo'n algemene belasting.

Het is bon ton om in te beuken op de rol van de banken. En het lijkt er op alsof ze dagelijks druk in de weer zijn om hun kritikasters nieuwe ammunitie te geven. Een bonus hier en een vertrekpremie daar, geven op zijn minst de indruk dat het bankiers worst zal wezen wat de publieke opinie denkt, zolang er maar kreeft op hun bord belandt. Maar zo'n hoofdschotel zou wel eens gevolgd kunnen worden door een bitter en duur dessert. Of je het nu wilt of niet, de overheid is opnieuw een belangrijke speler geworden op de financiële markten. En de overheid, dat is het grote publiek. Je hoeft dus geen genie te zijn om in te zien dat je als bank dus beter start met aan iedereen duidelijk te maken welke belangrijke rol je vervult in het ondersteunen van ondernemerschap, het nemen van risico en het scheppen van welvaart.

Het grote publiek uitleggen wat banken doen en hoe de economie opereert lijkt me dus een goed idee. Onze banken kunnen misschien eens hun licht opsteken op 48 Wall Street in New York. Daar huist het Museum for American Finance, een afdeling van het befaamde Smithsonian. Dat museum is er gekomen na de crash van 19 oktober 1987 toen de markt op één dag meer dan 500 biljoen dollar aan waarde verloor en het publieke vertrouwen in de financiële sector Siberisch koud werd.

Het museum legt klaar en helder uit hoe de markten werken, waar het fout is gegaan en wat daar de belangrijkste oorzaken van waren en waarom we over een bull of bear market spreken. Het heeft ook een mini-tentoonstelling over het ontstaan van de eerste Amerikaanse bank en zijn oprichter, Alexander Hamilton. Dat verhaal begon exact deze week 400 jaar geleden toen de Engelsman Henry Hudson in opdracht van de Nederlandse Oostindische Compagnie faalde in zijn zoektocht naar een snelle Aziatische route en daarbij toevallig slaagde in het stichten van New Amsterdam, nu New York. 167 jaar later scheidden de kolonies zich af van het Verenigd Koninkrijk met als resultaat een nieuwe staat maar ook een grote schuld bij de Fransen en de Hollanders die de opstand financierden. Alexander Hamilton noemt schuld de prijs van vrijheid en overtuigt zijn collega's bij de oprichting van de V.S. ervan dat een nationale schuld, indien niet excessief, een nationale zegen kon zijn. Goede raad die sommige van zijn opvolgers als Secretary of the Treasury duidelijk in de wind slaan. Bij zijn dood tijdens een duel liet Amerika's eerste financier ironisch genoeg een pak schulden achter. Het is niet geweten of zijn vrouw en acht kinderen dat een zegen vonden.

De rest van het museum is wisselend van kwaliteit maar bevat goede ideeën voor een Europese variant. Zo is er een expo over de financiële crisis die goed bedoeld is maar verzandt in een chronologische letterbrei waar je enkel met het uithoudingsvermogen van een bergbeklimmer aan begint. AIG en Lehman, tot vorig jaar nog sponsors van het museum, staan nu tentoon als onderdeel van het museum. Maar je kan ook weetjes leren zoals het feit dat de kredietkaart in 1956 is geboren in de Cabin Grill, waar mensen met ‘Diner's Club' betaalden. Het legendarische etentje staat ondertussen bekend als ‘het eerste avondmaal' in de industrie die meer dan 600 miljoen plastieken betaalkaarten in omloop heeft.

Meer weten over wat onze banken doen, en beter uitleggen hoe de economie in mekaar zit, zou tot onze basiskennnis moeten behoren. Want onze financiële instellingen mogen dan wel verguisd worden, wat zouden we zonder ze zijn? En als voor wie dat gaat betalen, hebben we een suggestie: Gebruik een deel van het bonusgeld voor zo'n initiatief. Dat is wat we win-win noemen.

vrijdag 04 september 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Trouw

Ik heb de vervelende neiging alles uit te stellen tot het allerlaatste moment. Mijn trouw lijkt daar vooralsnog geen uitzondering op te vormen. Als u dit leest scheidt minder dan 24 uur mij van een van de belangrijkste dagen in mijn leven. En ik word stilaan nerveus. Nee, niet omdat ik aan mijn partnerkeuze twijfel. Wel omdat ik net een telefoontje van de dienst burgerlijke stand heb gekregen. Hallo meneer, waar is uw huwelijkscontract of wilt u volgens het wettelijk stelsel trouwen? Hmm, goede vraag. Hallo notaris, wij komen deze namiddag nog even langs. Gelukkig kan die er mee lachen en heeft ze beloofd alles tegen vanavond klaar te hebben. Oef.

Besognes
En dat was slechts een klein besogne. Want als u deze column wat haastig geschreven vindt, is dat vooral te wijten aan een vestimentaire noodsituatie. Ik heb namelijk nog geen pak om zaterdag aan te trekken. Elke minuut die ik aan dit schrijfsel spendeer, is een minuut langer dat ik mijn garderobe negeer. Mijn wederhelft, die wel over een persoonlijk planningsvermogen beschikt, heeft zich al maanden geleden met verve van deze opdracht gekweten. Het is nu nagelbijten dat er op het rek van de betere Leuvense kledingzaak alsnog een pak in mijn maat op mij hangt te wachten. En dat we een vriendelijke naaister vinden die vanavond overuren wil kloppen. Zodat ik niet over mijn broekspijpen val op de trappen van het stadhuis.

Weddingplanner
Iemand zoals ik had dus duidelijk beter beroep gedaan op een relatief nieuw beroep. Dat van de huwelijksfeestplanner. Dat is iemand die u bij het handje neemt en uw hele trouwdag voor u regelt. Voor een commissie van een slordige tien procent op de kost van uw feestje welteverstaan. Want telt u vooral even mee. Een pak, een receptie, een ring, een reis, een bezoek aan de notaris, een zaal, een traiteur, een DJ, een fotograaf, bloemen en drukwerk. Zoiets dikt aan.

1.4 miljard
Een gemiddeld huwelijk kost tussen de 25.000 en de 85.000 euro. Als we snel tellen is dat met 45.000 trouwende koppels per jaar goed voor een omzet van om en bij de 1.4 miljard euro. Weddingplanner Roula Stoelen van My Dream Day vertelt dat een doorsnee koppel zo'n 150 personen uitnodigt op hun feest. Wij geven gemiddeld 50 euro per persoon aan de tortelduifjes. Dat wil zeggen dat wij Belgen voor 337.500.000 euro aan huwelijkscadeaus per jaar uitwisselen. De meeste koppels betalen hun trouw trouwens zelf. Dat blijkt de beste remedie om uit het vaarwater van ouders en schoonouders te blijven volgens Stoelen.

Babyborrel
De huwelijken die mevrouw Stoelen begeleidt houden volgens haar goed stand. Hoe ze dat weet? "Met kerstmis doe ik een update van mijn hele bestand. Want elk huwelijk is een potentiële babyborrel of jubileum. En elke scheiding heeft de kiem van een tweede huwelijk in zich," zegt ze. Kortom, trouwen is een belangrijke economische motor.

Presentje
Blijkt trouwens dat we al eens worden opgelicht door die trouwindustrie. Wist u dat als u een presentje aanvinkte op de huwelijkslijst van uw nichtje en haar aanstaande u hen helemaal geen zilveren theelepeltje cadeau hebt gedaan? Zij krijgen gewoon de waarde van de optelsom van alle geselecteerde cadeaus en mogen dat bedrag dan naar believen spenderen in de winkel. Een beetje vreemd toch wanneer u dat bedankbriefje voor de theelepel in de bus vindt.

Crisis
Conclusie: de beste manier om uit een recessie te geraken is een collectief trouwfestijn. Want elk getrouwd paar injecteert onze economie met geld en liefde. En getrouwde koppels blijken nu ook nog gelukkiger dan ongehuwd samenwonenden. En gelukkige mensen zijn productiever. Dus zou onze economie beter af zijn indien iedereen in de echt verbonden was. Ik doe morgen mijn deel. Waar wacht u nog op?

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 04 juni 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Wie is Olli Rehn?

Rehn

Dankzij de uiterst efficiënte interventie van onze federale minister van Overheidsbedrijven Magnette weet half Vlaanderen vandaag wie Olli Rehn is. Een taak waar de woordvoerder van meneer Rehn zich de voorbije jaren met beduidend minder succes van gekweten heeft. Want onze minister vroeg zich gisteren op de RTBf af wie van ons die Rehn eigenlijk kende. Dat was een poging om aan te tonen dat die meneer Rehn, die EU Commissaris voor Economie is, geen democratische legitimiteit heeft bij ons. En dat hij dus vooral niet moet komen vertellen dat onze federale staat minder moet uitgeven om een geloofwaardige begroting in mekaar te boksen die minder dan 3% te kort heeft. Het zijn kwatongen die beweren dat die uithaal iets te maken had met het feit dat de PS nu eenmaal met plezier lijkt te spenderen zonder de staat te willen rationaliseren.

Mysterieuze man
Wat weten we over die mysterieuze man Rehn? Olli is in 1961 geboren in het Finse Mikkeli. Hij is getrouwd en zijn dochter heet Silva. Voor hij in zijn latere leven aan Oxford ging studeren, was hij verkoper van wisselstukken. Verder levert enig speurwerk een voorliefde voor voetbal op en schijnt hij graag naar rock en jazz te luisteren. Allemaal erg boeiend en we zullen niet talmen deze informatie aan collega columnist Magnette over te maken. Daarbij misschien ook goed even aan te stippen dat alle lidstaten, ja dus ook België, het Europees Parlement en de Commissie de maatregelen die Rehn nu uitvoert gevraagd, gedebatteerd en goedgekeurd hebben. En ja, er moet bespaard worden. En neen, de Belgen kunnen geen extra belastingen aan. Of het moet al enige tijd geleden zijn dat de heer Magnette zelf nog eens de benzinetank van zijn ministeriële wagen heeft opgevuld. En natuurlijk moet er niet enkel bespaard worden, maar moeten we ook groei creëren.

Schijndiscussie
Dat is de echte discussie die deze schijndiscussie zo professioneel verbergt. Want wist u dat het bruto nationaal product per hoofd in de Verenigde Staten de helft hoger ligt dan in de EU? De helft. Zelfs het beste grote Europese land, Duitsland, heeft een output die 20% onder die van de vermaledijde Verenigde Staten ligt en een even groot percentage armen (15%). De verdeling van die rijkdom is een ander discussiepunt maar dat onderwerp kan je pas beslechten als je eerst behoorlijk wat produceert. Anders ben je niet rijkdom maar armoede aan het verdelen.

Tweede en stille crisis is de echte
Als we dus groei willen creëren dan zullen we onze tweede - en stille - crisis moeten oplossen. Die gaat over Europa's historisch gebrek aan flexibiliteit en competitiviteit. Adam Davidson legt haarfijn uit dat we na wereldoorlog II genoten hebben van massale investeringen uit Amerika, maar dat we na de olieschok van 1973 gedurende 25 jaar lang trager gegroeid zijn dan onze Noordamerikaanse vrienden. Sinds midden de jaren 90 is er gewerkt aan een interne Europese markt en munt. Maar die kunnen nooit tot genoeg groei leiden als het principe van creatieve destructie niet kan toegepast worden. Dat de overheid niet bij machte is om ooit iets af te schaffen - en dat dit een groot deel van ons huidig probleem verklaart - wisten we al. Maar als bedrijven zich ook niet snel genoeg kunnen aanpassen door een starre arbeidswetgeving, kunnen ze ook niet investeren in nieuwe producten en diensten.

En dus hebben we vandaag net te weinig Europa. Alhoewel Paul Magnette een Europa met meer flexibiliteit verguist, sloopt hij zo ongewild ook de basis van de sociale zekerheid die hem zo na aan het hart ligt.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

vrijdag 13 januari 2012 - Geef je commentaar (4)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy