zeitgeist 2008
Op het einde van het jaar is enige zelfkastijding op haar plaats. Daarom ondergaan we gedwee de jaaroverzichten die en masse op ons worden afgevuurd. Sigrid Spruyt heeft zelfs de weinig benijdenswaardige taak op zich genomen om als samensteller van het jaaroverzicht de horror van de regeringsonderhandelingen, kleine en grote rampen en de groene trui van Tom Boonen straks voor ons op te rakelen. Traditiegetrouw volgen daarna de voorspellingen van onze vrienden trendwatchers. Die schotelen ons, schijnbaar zonder enige inspraak, voor wat we ons volgend jaar aanschaffen, aantrekken en wat we ons niet langer aantrekken. Wat mij fascineert, is dat we geboeid achterom- en vooruitkijken maar dat niemand 'vandaag' kan situeren. Over enkele dagen schrijven we 2008 en tot dusver hebben we geen term om dit decennium te beschrijven. En voor hen die denken dat dit het tijdperk van de innovatie is, is er slecht nieuws. Een nieuwe studie beweert dat 1873 het topjaar was voor inventiviteit. Sindsdien gaat het bergafwaarts. Vandaag zouden we even vindingrijk zijn als, pakweg, onze voorouders in het jaar 1600.
Innovaties - sociale, muzikale en economische vernieuwingen - drukken meestal hun stempel op hoe de geschiedenis naar een decennium kijkt. De Beatles, de opkomst van televisie en de farmacologische doorbraak van de eeuw, de pil, bedachten de sixties met het adjectief swinging. De jaren 70 met Studio54, de introductie van de fax en oranje lavalampen staan onuitwisbaar in het collectieve geheugen gegrift als het disco-tijdperk. De jaren80 tekenden voor het epitheton greedy om samen met Ronald Reagan, de walkman en de pc de greedy eighties te worden. Het internet, housemuziek, de mobiele telefoon en Google bepaalden de tien laatste jaren van de vorige eeuw. De jaren negentig, officieel beëindigd door Osama bin Laden op 11september 2001, gaan gewoon door het leven als de nineties.
Terwijl we vlot over de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig praten, meestal met bijhorend adjectief, schiet onze woordenschat tekort wanneer we het hebben over de eerste tien jaren van deze eeuw. Hoe noemen we het huidig decennium? Niemand spreekt over de jaren 0. En vooral, wat definieert dit decennium? De iPod, de oorlog tegen terrorisme en YouTube? We ontberen duidelijk een grote innovatie, zoals de telefoon, de gloeilamp, de computer of het internet, om de eerste tien jaren van deze eeuw te kenmerken.
Daarbij komt dat het aantal innovaties per inwoner gevoelig afneemt, volgens de onderzoeker Jonathan Huebner. Hij nam de 7.200 belangrijkste innovaties uit de geschiedenis en relateerde die aan de omvang van de wereldbevolking. Bleek dat 1873 het piekjaar van innovatie was en dat we sindsdien in een neerwaartse spiraal zitten. Nu produceren we gemiddeld zeven grote technologische vernieuwingen per miljard mensen per jaar, evenveel als in 1600. Huebners stelling is dat innovatie als een boom is en dat we de meeste grote takken al ontdekt hebben. Ons rest enkel nog het opsporen en ontdekken van blaadjes en twijgjes.
Die bewering is redelijk onzinnig. Ze doet denken aan de mythe van Prometheus. Hoe zouden wij kunnen weten dat we alle hoofdtakken van wat er te ontdekken valt al uitgeplozen hebben? Dit om te zeggen dat er een gouden opportuniteit ligt voor een paar slimme Vlamingen om met een doorbraakinnovatie alsnog dit decennium te boekstaven.
vrijdag 28 december 2007
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





