We hebben geen bazen meer
Gisteren heb ik van een door de wolf geverfd ondernemer een verhaal gehoord dat ik de laatste tijd al een paar keer in verschillende varianten heb opgevangen. De man vertelde me over één van zijn medewerkers die hij een opdracht voor een klant gegeven had en die hem twee weken later was komen vinden met de melding dat hij zijn project niet interessant vond. Op de vraag wat hij al gedaan had volgde het antwoord ‘niets'. Op de vraag of hij überhaupt nog van plan was om er een vinger voor uit te steken was het antwoord, neen. En als er hem werd duidelijk gemaakt dat die klant er wel voor zorgde dat zijn loon betaald werd en hij binnenkort een interessanter project kon doen, volgde een schouderophalen. En de bons van de baas.
Participatieve bla bla
Een medewerker ontslaan wegens gebrek aan interesse, is vloeken in de kerk van het participatief leiderschap. Het is een van de nieuwste buzz words in management speak. Een taal die om de haverklap nieuwe woorden verwelkomt. Als het even kan met een boek, een lezingenreeks en een stuk of wat interviews die de bedenker van het laatste concept een aardige stuiver oplevert. "Participatief leidinggeven," zo leert de participatie wiki ons, "is het geheel van leiderschapsopvattingen en -gedragingen, die vertrekken van uit de centrale idee dat je in een organisatie of in een groep, binnen de krijtlijnen van een missie of een opdracht, permanent beroep doet op en aansluiting zoekt bij het aanwezige menselijke kapitaal, dit wil zeggen bij de drijfveren, de ambities, de opvattingen, de ontwikkelingsbehoeften en de ideeën van de medewerkers." Echt waar.
Fout van de baas
Als ik bovenstaande met enige moeite ontcijfer, moet de baas die een ongeïnteresseerde medewerker aan de deur zet eigenlijk zelf vrezen voor ontslag. Medewerkers niet gemotiveerd? Ligt aan de baas. Ontwikkelingsbehoeften van de medewerkers verkeerd ingeschat? Gebrek aan participatief leiderschap. Het is de uitwas van een recent fenomeen waarbij de baas je beste vriend moet zijn, je interne zielenroerselen moet kennen en mee op uitstap gaat. Kortom de nieuwe baas mag alles zijn, behalve de indruk wekken de baas te zijn. God verhoede dat hij of zij een direct order zou geven aan zijn ondergeschikten - woordgebruik dat je ongetwijfeld een fikse bekeuring van de participatieve politie oplevert.
Ziekte verovert Vlaamse werkvloer
De ziekte waarbij de baas je beste vriend is, verovert de Vlaamse werkvloer. We hebben geen echte bazen meer. Vooral in grotere organisaties, verwarren leidinggevenden hun job met die van politicus. En willen ze vooral door iedereen ‘tof' worden gevonden, eerst en vooral in de 360° evaluaties van hun medewerkers. Maar tof is overgewaardeerd. Bazen moeten leiden, knopen doorhakken en potten breken. Consensusleiderschap leidt naar Japanse toestanden. Waar een beslissing zo lang op zich laat wachten dat de concurrentie ondertussen al lang een nieuw product op de markt heeft en de economie al een decennium stagneert.
Eerlijkheid loont
Natuurlijk doe je als baas beroep op de sterke punten van je medewerkers. En niemand hangt voor zijn plezier de onpopulaire Hans uit. Maar uit ervaring weet ik dat medewerkers het uiteindelijk wel appreciëren als je hen ook gewoon zegt dat hun werk niet goed is of de job niet geschikt voor hen. Anders begint de werkvloer op een slecht toneelstuk te lijken waarvoor niemand meer een recensie durft te schrijven. Van kritiek word je beter, ook al is die niet tof. Van gezwijmel word je middelmatig.
Baas en bediende
Oh, en die medewerker die door de ervaren ondernemer aan de deur werd gezet is een paar weken geleden erg rijk geworden toen het bedrijf waar hij intussen werkte door facebook werd overgekocht. Being nice doesn't always pay. Dat geldt dus duidelijk voor baas én bediende.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
vrijdag 04 mei 2012
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Dit bevat zeker een kern van waarheid. Iemand moet in ondernemingen het voortouw nemen, en soms weinig populaire beslissingen nemen die de onderneming op lange termijn dienen. Niet iedereen is hiervoor geschikt. Niet alles kan voorwerp zijn van participatie en ik denk dat veel werknemers dat inderdaad ook beseffen. Maar zij worden vaak ook begoocheld door allerlei modieuze termen, zoals dat iedereen alles kan enz.
Nochtans behoeft het ook enige nuancering. Want er kan ook worden vastgesteld dat het management niet altijd het belang van de onderneming dient op lange termijn, doch bv. niet zelden enkel de korte termijn winst ten behoeve van aandeelhouders. In hun leidinggeven worden zij trouwens ook vaak beïnvloed door ‘oude wijn in nieuwe vaten’, allerlei ideeën die worden opgedaan in dure opleidingen, maar waar het soms ook om lege concepten gaat die enkel mooi gelabeld worden.
Dus: heel terechte opmerkingen in dit opiniestuk. Er is nood aan een herwaardering en positieve appreciatie van de rol van het management, dat tegenwoordig al te vaak op goedkope wijze aan de schandpaal wordt genageld. Maar tegelijk ook een kanttekening voor verdere gedegen invulling van deze rol, met inachtname van het ondernemingsbelang - en ruimer: maatschappelijk belang - op lange termijn.
geschreven door .(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit email adres te bekijken) op zaterdag 02 juni 2012




Dag Loryn, Ik ben het niet helemaal eens met je stuk en als je mijn opiniestuk in de volkskrant leest van 1 mei , zul je ook wel begrijpen waarom. Je kun het ook aanklikken via mijn website en vandaar naar mijn weblog.
hartelijke groeten,
Evert
geschreven door evert van wijk op vrijdag 04 mei 2012