Vlaamse klei
Waarom zijn wij een managersvolk en geen ondernemersnatie? Maandagochtend berichtte De Standaard dat we één van de minst ondernemende plekken op aarde zijn. Minder dan één op de tien Belgen haalt het in zijn hoofd om een eigen zaak te starten. Dat bevestigt zo ongeveer elke opeenvolgende analyse, studie en enquête van de laatste tijd. Je zou voor minder gaan geloven dat we als volkje weinig kaas hebben gegeten van het succesvol groeien van bedrijven. En toch lijken we daar net heel beslagen in te zijn. Het lijstje met binnenlands gekweekt toptalent dat buitenlandse ondernemingen runt, is ronduit indrukwekkend. Zeker als je rekening houdt met de zakdoek die Vlaanderen groot is.
Een paar namen ter illustratie. Jean-François Van Boxmeer, Patrick De Maeseneire en Paul Bulcke bevestigen het cliché dat we een land van bier en chocolade zijn. Zij staan respectievelijk aan het roer van de Nederlandse brouwerstrots Heineken (voorlopig zonder merkbaar smaakeffect), de Zwitserse voedingsgigant Nestlé en chocolademaker Barry Callebaut uit Zürich.
In de automobielsector zitten Vlamingen ook stevig aan het stuur. Bij onze zuiderburen maakte Pierre-Alain Desmedt lange tijd het mooie weer als executive vice-president bij Renault, bijgestaan door Luc Landuyt als ontwerper. Bentley teert op het designertalent van Dirk Van Braeckel en rekent op Frederik Daems voor zijn wereldwijde communicatie. Luc Donckerwolcke was designchef bij Lamborghini en neemt nu Seat onder handen. Zijn collega Steven Crijns tekent voor Lotus. Guy Demuynck, een andere Vlaming, was vroeger de grote baas van KPN en is nu de nummer één van Kroymans in Nederland.
Maar ook in ander landen en sectoren laten we zien wat voor een vruchtbare managersbodem de Vlaamse klei is. Sophie Vandebroeck is CTO van de gigant Xerox. Het Amerikaanse chipbedrijf Xilinx werd lang geleid door de Vlaming Wim Roelants. Herman Nauwelaerts mag zich baas van 3M in Europa noemen. Patrick Tillieux behoort tot de top van het grootste Duitse mediabedrijf, ProSiebenSat1. Rudy Provoost maakt het mooie weer bij Philips Lighting. In China managet Koen Van Praet twee biotechbedrijven en in Japan is Hans Rubens een van de bazen van Konishi Brewing Company. Op creatief vlak staan Vlamingen aan het hoofd van Jil Sander, Dior, Hugo Boss en de Opera van New York. En zo kunnen we nog even door.
Punt is dat er duidelijk wat in ons water zit. Alleen zijn we een onverbloemd managersvolk en geen ondernemersnatie. Dat is een essentieel verschil omdat ondernemers risico's nemen, terwijl managers in se loonslaven zijn. Maar waarom managen wij Vlamingen liever dan risico te nemen? Waarschijnlijk kunnen ook hier de simpelste wetten uit de economie helpen om een antwoord te formuleren.
Als je kijkt naar de Vlaamse economie sinds 1945 zie je dat we lang in trek zijn geweest als vestigingsplaats voor buitenlandse dochterondernemingen. Die zochten veel personeel en waren bereid daar goed voor te betalen. Vandaag zijn we minder populair als investeringsland maar zorgen de vergrijzing en de ontgroening voor krapte op de arbeidsmarkt. In beide gevallen speelt de wet van vraag en aanbod. Hoe meer banen en hoe minder kandidaten, hoe hoger het loon. Hoe hoger het loon, hoe groter de verleiding om een free rider te zijn, volgens Johan Albrecht van Itinera. Een free rider wacht tot anderen in zijn plaats banen hebben gecreëerd en gaat dan solliciteren. Op zich niets mis mee.
Alleen mag je basis van ondernemers niet zo klein worden dat je als regio zelf nog maar weinig nieuwe bedrijven uit de grond stampt. Die zijn essentieel voor het proces van creatieve destructie en innovatie. En alleen wie zelf innoveert gaat er op vooruit.
donderdag 08 mei 2008
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





