Survival of the Richest
Hoe komt het dat sommige landen sinds 1800 onmetelijk rijk zijn geworden terwijl andere landen zijn blijven steken in het moeras van de armoede? Het antwoord op die vraag is eenvoudig. Natuurlijke selectie zorgde ervoor dat het gefortuneerde deel van de bevolking meer kinderen kreeg. Dat had tot gevolg dat de normen van die vermogende klasse -hard werk en ondernemerschap- wijd verspreid werden. Het gevolg is dat hun economie floreerde. In landen waar de paupers meer kinderen baarden dan de bemiddelden, hinkte de economie achterop.
Althans, dat is de uitdagende stelling van Gregory Clark, een economisch geschiedkundige aan de Universiteit van Californië. Hij haalt in een nieuw boek een aantal boeiende elementen aan om zijn boude beweringen kracht bij te zetten. Het intrigerende is dat, als zijn stelling steek houdt, Vlaanderen een van de meest ondernemende regio's ter wereld zou zijn. Het omgekeerde is evenwel waar.
De these van het boek AFarewell to Alms -wat zoveel betekent als Het Einde van de Aalmoes- is nieuw. In essentie wuift Clark goodbye aan Adam Smith, en zegt hij adieu aan de renaissance en het verlichtingsdenken. Die gaan er immers van uit dat je de menselijke natuur moet aanvaarden zoals ze is. Met als gevolg dat je de maatschappij het best inricht opdat die vastliggende menselijke natuur optimaal rendeert voor het algemeen belang. Fout, schrijft Clark in zijn boek. Het leven van een doorsnee 17de-eeuwse Engelsman was eigenlijk weinig beter dan het bestaan van de gemiddelde persoon uit de Steentijd. Dat komt door de Malthusiaanse val. Tot aan de industriële revolutie neutraliseerde de bevolkingsgroei het positief effect van elke technologische innovatie. Concreet: elke verbetering die ervoor zorgde dat landbouwtuigen het land efficiënter konden bewerken, viel samen met een groter aantal monden dat gevoed moest worden. De bevolkingsgroei was dus rechtstreeks gerelateerd aan de beschikbaarheid van het voedsel. Dat alles veranderde met de industriële revolutie vanaf 1800. Althans in sommige landen.
Die revolutie was eerder een evolutie volgens Clark. Hij onderzocht sterfgevallen en geboortes in Engeland gedurende zes eeuwen. Daarvoor pluisde hij testamenten uit van de 13de eeuw tot en met 1800. Die tonen duidelijk aan dat de 'rijken' meer en vroeger trouwden én meer kinderen kregen dan de armen in de samenleving. Die gefortuneerde zonen en dochters kregen op hun beurt meer kleine Engelse jongens en meisjes die er warmpjes in zaten dan hun minder welgestelde medeburgers. Met andere woorden: de afstammelingen van de rijkere klasse bezetten na een tijdje ook de laagste treden van de maatschappij. Die nieuwe klasse verspreidde op die manier haar eigen gedragslijnen waartoe principes zoals hard werken, ondernemen, sparen, leren lezen en rationeel redeneren behoren.
Wat gebeurt er wanneer we die theorie toepassen op de zakdoek die Vlaanderen groot is? Ook wij hebben sinds de industriële revolutie behoorlijke sprongen gemaakt in onze economische ontwikkeling. Dat zou betekenen dat ook bij ons de gegoeden de berooiden hebben verdrongen. En dat de gedragskenmerken van de succesvolle elite nu de onze zijn. Maar dan zouden we de meest ondernemende regio van de wereld moeten zijn. Maar nergens anders ondernemen burgers minder dan in Vlaanderen. Zijn wij de uitzondering die Clarks theorie bevestigen? Of klopt zijn stelling en is ten tijde van de 17Provinciën het meest ondernemende bloed van ons grondgebied naar het Calvinistische noorden getrokken? Ik vind dit een fascinerend debat. Maar zolang er geen tegenbewijs is geleverd, ga ik ervan uit dat ondernemen niet genetisch bepaald is. Dan kan je leven met de hoopgevende boodschap dat je door de cultuur van je samenleving te veranderen, mensen kan aanzetten om te ondernemen. En dus meer welvaart te creëren voor iedereen.
donderdag 13 december 2007
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.






You coudln’t pay me to ignore these posts!
geschreven door Nash op zaterdag 14 januari 2012