Paradox van Parys: Zijn rijke Belgische kinderen slimmer?
Dat is de vraag die ik me stel bij het lezen van een artikel dat woensdag in deze krant verscheen. ‘In Vlaanderen zitten vier keer meer kansarme leerlingen in het beroepsonderwijs dan kinderen uit een gegoed milieu', zegt professor Hindriks van de UCL. In het algemeen secundair onderwijs zitten drie keer meer leerlingen uit een gegoed milieu. Het ASO is er dus voor de gegoede klasse, het TSO voor de middenklasse en het BSO voor de kansarme klasse. Het onderwijs in Vlaanderen - en Wallonië - zou moeten emanciperen maar bezondigt zich aan segregeren. Dat kan niet. Net zo min als een begaafde leerling achter mag blijven omdat hij voor ligt op de rest van zijn klas, mag een leerling zijn voorbestemd voor achterstelling louter door geboorte. De kans dat een leerling uit een bescheiden milieu zich dankzij zijn opleiding ‘opwerkt' tot een hogere sociale klasse, is bijzonder klein in België weet de studie van Hindriks nog.
Migranten
De OESO bevestigt en laat weten dat we er nog veel minder van bakken op school als het gaat over kinderen van migranten gaat. Bij de laag geschoolden vind je bij ons twee keer zo veel kinderen van migranten als Belgen. Zonen van immigranten hebben drie keer meer kans om geen werk te hebben of niet op school te zitten dan jongens uit een Belgische familie. Je kan, volgens de OESO, maar beter niet in België op school zitten als immigrant, want je kans op een baan is nergens anders in Europa slechter. Dat is ronduit een ramp als we een goed draaiende economie willen en het hoofd bieden aan de vergrijzing.
Grenzen bereikt
Hoe kan dit allemaal? Het is in ieder geval niet alsof het beleid heeft stil gezeten. Integendeel. Sinds de jaren zestig werken we aan de democratisering van het onderwijs. Dat is bijna gratis in ons land. We hebben hopen studiebeurzen. In de lagere school geldt de maximumfactuur, geen uitstapjes boven een bepaald plafond. We hebben Centra voor Leerlingenbegeleiding. We besteden meer dan 7.000 EUR per kind in het onderwijs. En bijna het dubbele voor kansarme leerlingen. En toch blijkt dat het allemaal weinig zoden aan de dijk zet. Je afkomst bepaalt je toekomst. Gelijke kansen op school zijn, na decennia investeren, nog steeds geen feit. Het beleid moet blijven innoveren en experimenteren met het weghalen van de beschotten tussen ASO, BSO en TSO. De aangekondigde hervorming van het middelbaar, die leerlingen toelaten later te kiezen tussen richtingen, kan hier soelaas brengen. Je kan leerlingen individueler coachen en extra ondersteuning voorzien.
Ouders aan zet
Maar als we iets moeten leren uit vijftig jaar inspanning, is dat meer van hetzelfde geen optie is. Het past niet om te roepen dat de overheid meer moet doen, er is nog nooit meer gedaan. We zitten aan de grenzen van wat de overheid kan doen. En dus is het nu tijd om te zeggen dat ook de ouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Om zoon en dochterlief te stimuleren hun talenten maximaal te laten renderen. Om kinderen gezonde ambitie bij te brengen en verder te laten springen. Om te helpen zorgen voor een rijke woordenschat bij migrantenkinderen. In Leuven help ik af en toe een jonge Marokkaanse Belg met lezen en schrijven. Zonder extra hulp redt die jongen het eenvoudigweg niet. Maar naschoolse bijles is zinloos als er thuis enkel Marokkaans wordt gesproken, als de scouts in het weekend niet kan, maar lessen Arabisch wel. Wat helpt een maximumfactuur als Nederlandstalige televisie afwezig blijft maar Al-Arabyia alomtegenwoordig is thuis? Daar zou ik het graag over hebben.
De bal ligt in het kamp van de ouders. Want rijke of Belgische kinderen zijn niet slimmer dan hun collega's uit arme of migranten gezinnen.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
donderdag 11 februari 2010
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





