Paradox van Parys: Verkiezingseconomie - De Standaard 15 mei 2009

Er kan ons land in tijden van crisis niets beters overkomen dan verkiezingen. Want de kiesgang is een regelrechte zegen voor onze economie. U vindt waarschijnlijk samen met 9.900.000 andere Belgen dat we veel te vaak naar het stemhokje worden geroepen en dat onze politici in het parlement er veel te weinig van bakken. Maar wat de meeste mensen niet weten, is dat elke verkiezing een krachtige economische injectie voor ons land betekent. Dat heb ik zelf ontdekt omdat ik besloten heb om me kandidaat te stellen bij de volgende Vlaamse verkiezingen, voor Open VLD in Vlaams-Brabant.

Veel mensen denken dat de politieke partijen de campagnes van de kandidaten financieren. Niets is minder waar, zo heb ik zelf al ondervonden. Kandidaten moeten een beroep doen op hun spaarboekje om hun campagne op poten te zetten. En daarbij komt heel wat geld in de lokale economie terecht. Rekent u even mee. Elke kandidaat die in Vlaams-Brabant op een verkiesbare plaats staat plus één andere kandidaat op de lijst mag 37.500 euro uitgeven. Neem nu CD&V met vijf zitjes in de assemblee: zesmaal 37.500 levert 225.000 euro op. De rest van de lijst effectieve kandidaten en de eerste opvolger mogen 5.000 euro uitgeven. Dat is zestien keer 5.000 of 80.000 euro. De vijftien andere opvolgers kunnen maximaal 2.500 euro spenderen: vijftien keer 2.500 euro is een bedrag van 37.500 euro. De kandidaten van één partij pompen dus makkelijk een kleine 300.000 euro in onze economie.

Voor het totale bedrag dat per verkiezing wordt uitgegeven moeten we met een aantal andere factoren rekening houden. Provincies zoals Antwerpen en Oost-Vlaanderen mogen bijvoorbeeld een pak meer spenderen doordat er meer kiezers wonen. Zo heeft Antwerpen 33 gekozenen en Vlaams-Brabant maar 20. En uiteraard is er meer dan één partij. Reken even de kosten mee die mededingers uit N-VA, CD&V, SLP, PVDA+, LDD, Groen!, Open VLD en SP.A aangaan, en je zou voor het wel en wee van onze economie bijna hopen op een versplinterd partijlandschap. Samen met de Europese verkiezingen komt de totale som zo makkelijk uit op een bedrag van 15 miljoen euro dat migreert van spaarrekeningen naar onze economie. En dan hebben we het nog niet over de verkiezingen in Wallonië gehad of over het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hoe meer partijen en hoe vaker verkiezingen, hoe groter de economische injectie.

Wie wordt daar nu beter van? Drukkers. De jongens en meisjes van de marketing. De houtindustrie. Kranten en tijdschriften. Televisiestations. En De Post. Een behoorlijke opsteker voor een rist sectoren in moeilijkheden. Maar ook voor onze nationale creativiteit zijn verkiezingen een goede zaak. Stelt u zich even voor: zeven partijen in Vlaanderen met elk 36 kandidaten in vijf provincies die elk een slogan en een campagne nodig hebben. Dat zijn 1.260 originele beelden die moeten worden gemaakt, evenveel frisse slogans die moeten worden verzonnen en miljoenen kaartjes en posters die moeten worden gedrukt. Bovendien zorgt onze ingewikkelde staatsstructuur ervoor dat we dat aantal nog eens kunnen verdubbelen. Enkel en alleen al door met twee grote taalgroepen samen te leven in ons land kunnen reclamebureaus dubbel zo veel prestaties aanrekenen. Want een campagne voor de SP.A is niet hetzelfde als een campagne voor de PS. En zo heeft elk nadeel zijn voordeel.

Veel verkiezingen en een ingewikkelde staatsstructuur zijn dan misschien slecht voor de bevolking, maar ze blijken goed voor onze creativiteit en de economie. Nu enkel hopen dat dit de federale regering niet op gedachten brengt om binnenkort verkiezingen uit te schrijven. Kwestie van een relanceplan te hebben.

http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=652A9QOE&kanaalid=336

 

vrijdag 15 mei 2009

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Geef je commentaar op dit stuk:

Naam:

E-mail:

Website:

Wil je op de hoogte blijven van volgende commentaren op dit stuk?

Vul het onderstaande woord in:


© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy