Paradox van Parys: Ode aan de banken
Een bank is een plek die je geld leent als je bewijst dat je het niet nodig hebt. Dat werd al in de jaren vijftig verteld. Veel fans hebben de banken er in tussentijd niet bijgewonnen. De socialistische vakbond wil onze banken een crisisbelasting doen ophoesten. Sp.a wil ze uitsluiten van de notionele interestaftrek. En Laurette Onkelinckx ziet een kans om het gat in de begroting kleiner te maken door ‘de banken de crisis te laten betalen'. Enkel Groen! kwam gisteren origineel uit de hoek en kant zich tegen zo'n algemene belasting.
Het is bon ton om in te beuken op de rol van de banken. En het lijkt er op alsof ze dagelijks druk in de weer zijn om hun kritikasters nieuwe ammunitie te geven. Een bonus hier en een vertrekpremie daar, geven op zijn minst de indruk dat het bankiers worst zal wezen wat de publieke opinie denkt, zolang er maar kreeft op hun bord belandt. Maar zo'n hoofdschotel zou wel eens gevolgd kunnen worden door een bitter en duur dessert. Of je het nu wilt of niet, de overheid is opnieuw een belangrijke speler geworden op de financiële markten. En de overheid, dat is het grote publiek. Je hoeft dus geen genie te zijn om in te zien dat je als bank dus beter start met aan iedereen duidelijk te maken welke belangrijke rol je vervult in het ondersteunen van ondernemerschap, het nemen van risico en het scheppen van welvaart.
Het grote publiek uitleggen wat banken doen en hoe de economie opereert lijkt me dus een goed idee. Onze banken kunnen misschien eens hun licht opsteken op 48 Wall Street in New York. Daar huist het Museum for American Finance, een afdeling van het befaamde Smithsonian. Dat museum is er gekomen na de crash van 19 oktober 1987 toen de markt op één dag meer dan 500 biljoen dollar aan waarde verloor en het publieke vertrouwen in de financiële sector Siberisch koud werd.
Het museum legt klaar en helder uit hoe de markten werken, waar het fout is gegaan en wat daar de belangrijkste oorzaken van waren en waarom we over een bull of bear market spreken. Het heeft ook een mini-tentoonstelling over het ontstaan van de eerste Amerikaanse bank en zijn oprichter, Alexander Hamilton. Dat verhaal begon exact deze week 400 jaar geleden toen de Engelsman Henry Hudson in opdracht van de Nederlandse Oostindische Compagnie faalde in zijn zoektocht naar een snelle Aziatische route en daarbij toevallig slaagde in het stichten van New Amsterdam, nu New York. 167 jaar later scheidden de kolonies zich af van het Verenigd Koninkrijk met als resultaat een nieuwe staat maar ook een grote schuld bij de Fransen en de Hollanders die de opstand financierden. Alexander Hamilton noemt schuld de prijs van vrijheid en overtuigt zijn collega's bij de oprichting van de V.S. ervan dat een nationale schuld, indien niet excessief, een nationale zegen kon zijn. Goede raad die sommige van zijn opvolgers als Secretary of the Treasury duidelijk in de wind slaan. Bij zijn dood tijdens een duel liet Amerika's eerste financier ironisch genoeg een pak schulden achter. Het is niet geweten of zijn vrouw en acht kinderen dat een zegen vonden.
De rest van het museum is wisselend van kwaliteit maar bevat goede ideeën voor een Europese variant. Zo is er een expo over de financiële crisis die goed bedoeld is maar verzandt in een chronologische letterbrei waar je enkel met het uithoudingsvermogen van een bergbeklimmer aan begint. AIG en Lehman, tot vorig jaar nog sponsors van het museum, staan nu tentoon als onderdeel van het museum. Maar je kan ook weetjes leren zoals het feit dat de kredietkaart in 1956 is geboren in de Cabin Grill, waar mensen met ‘Diner's Club' betaalden. Het legendarische etentje staat ondertussen bekend als ‘het eerste avondmaal' in de industrie die meer dan 600 miljoen plastieken betaalkaarten in omloop heeft.
Meer weten over wat onze banken doen, en beter uitleggen hoe de economie in mekaar zit, zou tot onze basiskennnis moeten behoren. Want onze financiële instellingen mogen dan wel verguisd worden, wat zouden we zonder ze zijn? En als voor wie dat gaat betalen, hebben we een suggestie: Gebruik een deel van het bonusgeld voor zo'n initiatief. Dat is wat we win-win noemen.
vrijdag 04 september 2009
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.






Normally I’m against killing but this article slaughtered my ignornace.
geschreven door Maud op maandag 16 januari 2012