Paradox van Parys: My Toyota is van plastiek
Ik behoor tot de gelukzakken die zich zonder Toyota door het leven loodsen. Stel je voor dat je eerst een harperende vloermat aan je been hebt. En dat, een keer je dat euvel hebt verholpen, je moet vaststellen dat je gaspedaal een eigen leven leidt. En je dus opnieuw naar de garage moet voor een herstelling. Gevaarlijk en vervelend. Maar hopelijk schepen ze je daar bij Toyota dan niet met een Prius als vervangauto op. Want zoals ze onderhand ondervonden hebben in Japan, houdt miserie van gezelschap. Een Prius blijkt niet ongevraagd te versnellen zoals andere modellen, maar desgevraagd ook niet te stoppen. En het zat het merk niet mee want gisteren getuigde een onfortuinlijke Toyota bestuurster met de naam Akira Suzuki voor de internationale pers dat ze zich "niet langer veilig voelt in haar Toyota". O ironie.
Solden
Maar het verhaal van Toyota is voor nog een andere dan louter technische redenen interessant. Het illustreert perfect de grenzen van een systeem waarin de overheid zich met overgave in de markt gestort heeft. Neem nu de Amerikaanse Etienne Schouppe. Die paste gisteren schaamteloos het spreekwoord ‘de een zijn dood, is de ander zijn brood' toe. De minister van Transport, met de toepasselijke naam Ray La Hood (wat zoveel betekent als ‘Ray De Motorkap'), raadde gisteren aan om alle Toyota's die onder het terugroeporder vallen meteen aan de kant te zetten. Hij vermeldde er nog net niet bij dat het solden is bij Buick of dat er koopjes te doen zijn bij aanschaf van een gloednieuwe Chevy. Je kan het hem ook moeilijk kwalijk nemen want de man is als vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering natuurlijk ook eigenaar van GM. En de Amerikaanse schatkist hoestte vorig jaar 57.6 miljard dollar op om meerderheidsaandeelhouder te worden van het vlaggenschip van Detroit. In zo'n omstandigheden is elke extra verkochte Cadillac mooi meegenomen.
Japanse Etienne Schouppe
Ondertussen zit de Japanse Etienne Schouppe ook flink verveeld met de zaak. Want ja, het ministerie van transport voert een diepgaand onderzoek naar de veiligheid van de productie bij Toyota, dat spreekt. Maar wacht eens even, wie heeft er in maart van 2009 meer dan 3 miljard dollar geleend aan datzelfde Toyota? Juist, de regering van Japan. Dat onderzoek zal dus wel de nodige diepgang hebben. Maar nu ook weer niet zoveel dat het buitenlandse merken de kans zou geven om marktaandeel te winnen van Japans' nationale trots. Of de veiligheid van de bestuurders hiermee gebaat is, is nog maar de vraag. Maar per slot van rekening brengt elke onverkochte Camry de afbetaling van die lening in gevaar.
Obama
Wij in Vlaanderen weten al langer dat de wereldwijde concurrentie voor de verkoop van uitstootmonsters op het scherp van de snee en via de politiek wordt gevoerd. Uiteindelijk doet die Nick Reilly, topman van GM, ook maar wat Obama hem opdraagt. Maar we zijn meer dan eens de pineut. Als burgers betalen we belastingen die de overheid prompt pompt in noodlijdende autobedrijven. Diezelfde overheid heeft als belangrijkste taak om haar burgers te beschermen. Dat doet ze door in te grijpen met regels en sancties. Maar de staat komt zichzelf tegen als groot aandeelhouder van industriële mastodonten wanneer zo'n sancties eigen bedrijven pijn kunnen doen. Het is immers verdomd moeilijk arbiter te zijn als je ook als speler op het veld staat.
12de man op het veld
Daarom kies ik voor een overheid die zich toelegt op het fluiten van de wedstrijd, zonder ambiguïteit. Een overheid die slim reguleert maar niet participeert. Want de crash van Toyota is ook de crash van ons ‘nieuw' systeem waarin de overheid aan elke kant van de tafel zit en constant moet kiezen tussen de belangen en de veiligheid van alle burgers en haar rol als aandeelhouder.
De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.
vrijdag 05 februari 2010
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





