Paradox van Parys: Lissabon norm is contraproductief

Europa blijft erop hameren, de formateursnota van de nieuwe regering neemt haar op, de federale regering praat erover en Google geeft meer dan 340.000 zoekresultaten voor '3%' en 'Lissabon'. Waarover gaat het? Alle EU-landen hebben enkele jaren geleden afgesproken om minimaal 3% van hun bruto nationaal product te besteden aan onderzoek en ontwikkeling. Maar slechts twee van die landen halen vandaag de norm. Zowel de privésector als de overheid streeft krampachtig naar die doelstelling en bericht daar jaarlijks over in lijvige rapporten. Want meten is weten. Maar wat je meet, is ook wat je krijgt. En daar zit het probleem.

Sinds Europa de Lissabon-norm heeft vastgelegd, is de afspraak de Heilige Graal van innovatie geworden. Spendeer je als land ongeveer 3% van je BNP aan onderzoek en ontwikkeling, dan ben je per definitie innovatief. Zit je er veraf, dan ben je slecht bezig. Nochtans is zo'n 3%-benadering fout, aftands en contraproductief.

De 3%-norm is fout, omdat ze een zogenaamde 'input'-indicator is. We meten wat we investeren in het innovatiesysteem, maar niet wat eruit komt. Een land kan dus hoog scoren in het lijstje van innovatieve Europese landen, omdat het veel geld tegen innovatie aangooit of veel octrooien laat registreren. Maar wat zo'n lijstje niet vertelt, is of daar ook veel is uit voortgekomen.

Met een pak octrooien, maar geen ondernemers die daar nieuwe producten of diensten mee verzinnen, scoor je hoog voor innovatie op papier, maar laag voor competitiviteit in de realiteit. Daar ben je als samenleving dus bitter weinig mee. Terwijl je ook met één octrooi een rits nieuwe producten op de markt kunt brengen.

De norm is ook aftands, omdat ze eigenlijk gestoeld is op een louter industriële economie. Hoeveel ingenieurs we hebben en hoeveel we investeren in mechanische en elektronische vernieuwing in laboratoria, dat is wat de Lissabon-norm meet. Maar vandaag levert een innovatief businessmodel, strategische innovatie of innovatie in marketing zeker evenveel op als industriële vernieuwing.

Een bedrijfsmodel zoals de Bongo Box uit de grond stampen, Ryanair lanceren of de meubelindustrie op z'n kop zetten met een doe-het-zelf-concept zoals Ikea heeft ontelbare meerwaarden voor een samenleving. Maar de uitgaven die deze vernieuwers doen om hun droom waar te maken, worden niet meegeteld in de inspanningen om de 3%-norm voor innovatie te halen. Net zomin als de inspanningen in dienstensectoren.

Door als konijnen naar de lichtbak van de 3%-norm te staren, lopen we het risico onszelf in de voet te schieten. Ja, er moeten genoeg middelen voor onderzoek en ontwikkeling worden vrijgemaakt. Maar neen, dat betekent niet dat we ons moeten blindstaren. We moeten mee evolueren met het brede spectrum waar innovatie vandaag gelukkig voor staat.

'[Over de 3% norm] schrijven we een nieuw innovatiepact', staat er in de formateursnota van Kris Peeters. Dat is hoopgevend. Laat ons dat pact aangrijpen om die moderne benadering van innovatie in te schrijven in het regeerakkoord. Enkele knappe koppen kunnen dan een meeteenheid verzinnen die niet alleen de input, maar ook de output meet. En die rekening houdt met alle vormen van innovatie. Zo kunnen we het als samenleving niet alleen op papier, maar ook in onze portefeuille beter doen. En meteen kan Vlaanderen Europa tonen hoe het moet. Actie in Vlaanderen!

vrijdag 26 juni 2009

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Geef je commentaar op dit stuk:

Naam:

E-mail:

Website:

Wil je op de hoogte blijven van volgende commentaren op dit stuk?

Vul het onderstaande woord in:


© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy