Morgen begin ik

Deze column had al veel eerder af kunnen zijn. Want laat ik eerlijk zijn, dit wekelijkse pareltje proza wordt in de praktijk telkens weer geboren in een zee van uitstel. Al ploeterend pen ik een duizendtal woorden bij mekaar, maar die beginnen pas te vloeien wanneer ik de hete stoom van rollende krantenpersen in mijn nek voel. Want zelfs wanneer ik me stellig voorneem eindelijk mijn gedachten op het scherm te zetten en mijn laptop openklap, voel ik de niet aflatende behoefte om dringend eerst mijn mail te checken, snel even te bekijken of er een vriend is die acuut mijn hulp inroept op Facebook, mijn potloden te scherpen en even na te gaan of er ondertussen nog belangwekkend nieuws is gebeurd.

Hebt u dat ook dat u de deadline mist om tickets te bestellen voor dat concert waar u zo graag naartoe wou? Dat u vergeet op tijd uw cadeaubon te verzilveren, uw rekeningen te betalen of gewoon op tijd te vertrekken? U bent niet alleen, want een vijfde van de bevolking zou aan chronisch uitstelgedrag lijden. Een heel legertje psychologen heeft zich over het fenomeen gebogen. Waarom stellen we uit tot morgen wat we vandaag hadden kunnen doen? En, belangrijker, leidt dit soort tijdverlies tot creativiteitswinst?

Zoals dat gaat met psychologen is er geen eenduidig antwoord. Uitstelgedrag komt in drie soorten voor. De eerste groep chronische uitstellers zijn wel degelijk types die geprikkeld worden door de externe druk van een deadline. Klinkt bekend. Een tweede categorie stelt uit omdat ze faalangst heeft, of - en dat is nieuw voor mij - schrik om succesvol te zijn. En een derde soort schuift alles op de lange baan omdat ze hoegenaamd niet verantwoordelijk wil zijn voor het resultaat. Het fenomeen heeft dus weinig te maken met luiheid, besluiten geleerde professoren, wel met angst. En die angst leidt er dan weer toe dat mensen met uitstelgedrag vaker ziek zijn want meer gestresseerd. De schuldige is de prefrontale cortex van ons brein. Dat deel van onze hersenmassa is verantwoordelijk voor planning, aandacht en controle van impulsen. En dat deel werkt bij chronische uitstellers anders dan bij snelle uitvoerders.

Zoals steeds vallen er leuke statistieken te rapen in de Verenigde Staten. Daar hebben ze uitgezocht dat meer dan de helft van de studenten er in aanmerking zou komen voor psychologische bijstand bij het omgaan met uitstelgedrag.

Daarmee weten we dus dat de oorzaken psychologisch zijn, maar uitstellers kunnen dat gedrag ook omvormen tot een voordeel. Je tijd nemen om iets te overpeinzen. Even mentaal uit de ratrace stappen. Met je twee voeten op je bureau dagdromen uit je raam. Het helpt allemaal om ervoor te zorgen dat je niet steeds met dezelfde oude antwoorden op de proppen komt. Creativiteit gedijt bij uitstel van oordeel. Wat we uitstelgedrag noemen, kan dus ook net nuttig zijn om een aantal alfa-hersengolven op te starten. Maar zoals met de meeste dingen geldt ook hier het adagium dat dit alles het best met mate wordt beoefend. Want een echte chronische uitsteller is een perfectionist die nooit iets afmaakt. Na het creatieve proces moet je ook iets ondernemen. En als je daar niet aan toe komt, heb je wel degelijk een probleem. Al is daar ook hulp voor. Je kunt je bijvoorbeeld aansluiten bij Procrastinators Anonymous of een kijkje nemen op de website Creative Procrastinators, zoals ze zelf zeggen voor 'mensen die te veel nadenken en daardoor niets gedaan krijgen'.

En nu stop ik met pennen. Want het schuren en schaven aan dit stukje begint verdacht veel op uitstelgedrag te lijken. De column waarin elke middelmatige zin vervangen is door een uitmuntend exemplaar is voor een volgende keer.

donderdag 15 januari 2009

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Geef je commentaar op dit stuk:

Naam:

E-mail:

Website:

Wil je op de hoogte blijven van volgende commentaren op dit stuk?

Vul het onderstaande woord in:


© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy