Lijstjesmoe

Ik lijd aan lijstjesmoeheid. Hoe innovatief en concurrentieel is ons land? De Lissabon Council pakte vorige week uit met goed nieuws: België staat, op Zweden na, het dichtst bij de verwezenlijking van de Lissabondoelstellingen. Maar dat was buiten het VBO gerekend. De Vereniging van Belgische Ondernemers becijferde in haar onderzoek naar onze concurrentiekracht dat België maar de vijftiende plaats op 27 landen inneemt. De Europese Commissie kon niet achterblijven en liet weten dat we een innovation follower zijn, zeker geen leider. En Vlaanderen? Doen we wat we zelf doen, beter? Niet echt.

Professor Wim Moesen van de KU Leuven vond in januari dat Vlaanderen bij de top vijf behoort van meest concurrentiële ,,landen''. Niet zo volgens de 838 pagina's cijfers en grafieken van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (Serv), waaruit blijkt dat Vlaanderen wegzakt uit de echte top. Maar ook wij van Flanders DC tekenen schuldig. Eind 2006 brachten we een rapport uit dat aantoont dat Vlaanderen na Baden-Württemberg en Maryland de derde creatiefste regio is van een select kransje innovatieve koplopers.

Kan u nog volgen? Het lijkt me in ieder geval voor onze bewindvoerders moeilijk aan een goed beleid te bouwen als niets is wat het lijkt. Meten is weten, maar weten we nog wat we meten? Steeds minder. En daar zijn drie oorzaken voor. De eerste oorzaak bent uzelf, de tweede is de verkeerde focus van de lijstjes, de laatste de moeilijke meetbaarheid van sommige innovaties.

Laten we het gewoon ootmoedig toegeven. U en ik, wij houden van lijstjes. Ze zijn zo makkelijk en overzichtelijk. Het sluit aan bij onze (mannelijke) drang om alles te catalogeren en de wereld in te delen in termen van winnaars en verliezers. Een lijstje om het te bewijzen: de managementboeken top 10, de 25 innovaties van 2006, de ,,Seven Habits of Highly Effective People'' maar ook de Tijdloze 100, en deze maand in Feeling, ,,Wonderolie: de 10 grootste troeven van deze gladde mooimaker''.

Het probleem zit hem in het feit dat de meeste lijstjes pas een betekenis hebben als je weet wie met wie vergeleken wordt en welke parameters er gebruikt zijn. En daar hebben we in deze tijden van informatie overload weinig tijd voor.

Maar ook de focus van sommige lijstjes is fout. Te vaak besteden ze enkel aandacht aan de som geld die in onderzoek wordt gepompt, het aantal mensen dat in wetenschap en technologie werkt en het aantal geregistreerde octrooien. Alle drie noodzakelijke voorwaarden voor innovatie, maar resultaten geven ze niet weer. En daar draait het tenslotte om.

Wat zijn we met duizenden patenten als niemand er een product van maakt? Neem nu lijstjesaanvoerder Baden-Württemberg: die blinkt uit met de grootste investeringen in onderzoek, de meeste octrooien per inwoner en een benijdenswaardig aantal ondernemers. En toch leert een snelle blik op het aantal nieuwe jobs en het bruto regionaal product dat de regio achterop hinkt.

Voor moeilijk meetbare innovatie hebben de meeste lijstjes al helemaal geen oog. Innovatieve bedrijven als Ryanair, Ikea en Weekendesk - die vernieuwen met hun businessmodel - worden vergeten. Net als bedrijven die de markt veroveren met een innovatieve marketingcampagne. In de Verenigde Staten hebben ze het probleem al ingezien. De minister van Handel riep daar onlangs een grote conferentie bijeen met bollebozen van universiteiten en de ceo's van IBM, Wal-Mart en UPS om te bestuderen hoe ze innovatie beter kunnen meten. Op het lijstje van vooruitdenken mag hij alvast op nummer één.

maandag 05 maart 2007

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Geef je commentaar op dit stuk:

Naam:

E-mail:

Website:

Wil je op de hoogte blijven van volgende commentaren op dit stuk?

Vul het onderstaande woord in:


© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy