Jean-Paul, Didier en Roch
Ik ben voor goedbetaalde ceo's. Voor mijn part verdienen Jean-Paul Votron (Fortis), Didier Bellens (Belgacom) en Roch Doliveux (UCB) stukken van mensen. We hebben talent nodig aan het hoofd van onze ondernemingen, want zij bakken elke dag de taart. Hoe beter de bakker, hoe groter de taart en hoe meer we achteraf kunnen verdelen. Op voorwaarde dat ceo's hun eigen ruiten niet ingooien.
'Slechts weinigen kunnen wat ik kan', liet Jean-Paul Votron enige weken geleden optekenen. Zonder enig spoor van ironie. Ondertussen kunnen we dat spijtig genoeg enkel beamen. Weinig mensen hebben het uitzonderlijk talent om te presideren over de meest spectaculaire koersval van wat ooit een steraandeel was, vervolgens doodleuk op vakantie te vertrekken, daar onhandig over te communiceren en zich dan te laten redden door de voorzitter -die op zijn beurt de situatie enkel erger maakt. Het is inderdaad weinigen gegeven. Zeker als je bijna 330.000 euro verdient. Per maand. Dat is vijftien procent meer dan vorig jaar. De prijs van het aandeel daalde intussen met 35%. Maar Jean-Paul is niet alleen. Didier Bellens van Belgacom zag zijn loon met 45% de hoogte in gaan. Een stijging die volgens sommigen gelijk is aan zijn kans op ontslag. De winnaar bij de Bel-20-bedrijven vorig jaar was Roch Doliveux, de ceo van UCB. Die nam meer dan zes miljoen euro mee naar huis.
Met zulke bedragen is een column gauw gevuld. Je maakt de Belgische grootverdieners een beetje belachelijk, daarin vaak geholpen door de ceo's zelf. Voor je het weet, heb je een snedig stukje waar je leuke reacties op krijgt. En klaar is Kees. Maar de echte vraag is of we mensen met uitzonderlijke prestaties uitzonderlijk moeten belonen? En of onze Vlaamse aard ons de das niet omdoet in deze discussie?
Er valt namelijk iets te zeggen voor een flinke beloning voor topmanagers. Ze staan immers aan het roer van onze economie, zorgen ervoor dat de schatkist belastingen int en dat er geld is om de mensen die het nodig hebben te ondersteunen met een uitkering. Een riant salaris creëert de waan van onfeilbaarheid. En de minste fout wordt ongenadig afgestraft. Dat komt met het terrein -en het salaris- en daar hebben we weinig medelijden mee. We moeten ons wel durven afvragen of we beter af zijn als er binnenkort enkel nog tweederangsfiguren aan het hoofd staan van Umicore, Fortis en Bekaert doordat de echte kleppers in Parijs, Londen en New York het grote geld verdienen. Willen we talentvolle managers zoals Thomas Leysen, Bert De Graeve en Theo Dilissen kwijt? Londen ligt op een boogscheut, Parijs op een steenworp.
Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat onze volksaard meespeelt in de hele heisa rond topverloningen. Doe maar gewoon en steek je kop niet boven het maaiveld uit, lijkt ons nationaal motto. Al wie zijn nek uitsteekt, dreigt kennis te maken met de guillotine en het gegniffel als het mis gaat. Ceo's die een hoog loon opstrijken, de premier van het land en voetbaltrainers weten waarover ik spreek. Geld is vandaag nog altijd de graadmeter van succes. Iemand die erg succesvol is, is dan ook erg rijk. Is dat erg? Neen, want we worden er allemaal beter van wanneer mensen meer geld willen verdienen, in ons land investeren, ondernemerschap etaleren en jobs creëren.
U en ik, de aandeelhouders van bedrijven, bepalen het loon van de topmanagers. Laat ons dus gewoon allemaal een beetje redelijk zijn. Ceo's krijgen een passend salaris dat internationale vergelijkingen doorstaat, maar ook rekening houdt met de koers van het bedrijf en hoeveel werknemers in het bedrijf werken. Het bedrijf meldt dat bedrag netjes aan zijn aandeelhouders. Die krijgen een competente manager in de plaats die hun spaargeld niet als sneeuw voor de zon doet verdwijnen. En in ruil daarvoor beperken we onze afgunst voor mensen die successen boeken. Het leven kan eenvoudig zijn.
donderdag 10 juli 2008
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





