Grijze tijgers

Volgens de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid telt ons land op het einde van dit jaar 99.000 extra werklozen. Volgens de Oeso zal de werkloosheidsgraad in Europa tot 10% aangegroeid zijn op het einde van het jaar. Een interessante vraag is wie die extra werklozen zullen zijn? De beschikbare cijfers laten een en ander vermoeden. Er is iets vreemds aan de hand: jongeren verliezen massaal hun job. In de categorie onder de 25 jaar zijn er 30% meer werklozen. Dat valt te verklaren omdat bedrijven vaak afscheid nemen van onlangs aangenomen personeel of uitzendwerkers. Bij de leeftijdsgroep tussen de 25 en de 50 jaar stijgt de werkloosheid 'maar' met de helft in vergelijking met de jongeren, plus 15%. Bij werknemers ouder dan 50 neemt de werkloosheid slechts met 5% toe. In de tranche tussen de 50 en 55jaar neemt ze zelfs af.

Dit fenomeen blijft niet beperkt tot België. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld zijn er nu meer 55-plussers aan de slag dan een jaar geleden (900.000) maar minder (2,9 miljoen) uit de groep tussen de 25 en 44jaar. Dat is een vreemde trend want oudere werkkrachten zijn per definitie dure werkkrachten. En toch willen bedrijfsleiders hun oudere werknemers houden. Zoals bij Boeing, dat lering getrokken heeft uit zijn besparingen in de jaren negentig. Toen moesten er duizenden mensen afvloeien en daarvoor had het bedrijf een vrijwillig vertrekprogramma opgezet. Het resultaat was dat een flink pak oudere werknemers het voor bekeken hield. Daardoor kampte Boeing nog jaren later met een gebrek aan ervaren personeel. Eind januari kondigde het bedrijf opnieuw aan dat er 10.000 jobs moesten verdwijnen. Deze keer zonder vrijwillig vertrekprogramma uit vrees de meest geoefende medewerkers kwijt te spelen.

Dat is goed nieuws voor vijftigplussers. Maar is het ook goed nieuws voor ons allemaal? Want handicapt een economie met een groter aantal oudere werknemers zichzelf niet op het vlak van innovatie? We associëren innovatie immers met jonge breinen. Het antwoord op die vraag is 'neen'. Uit een studie van meer dan zevenhonderd Nobelprijslaureaten blijkt dat vernieuwers in een steeds kortere periode van hun carrière productief zijn. Maar de leeftijd waarop ze een doorbraak realiseren, wordt steeds hoger. In het begin van de 20ste eeuw boekten Nobelprijswinnaars gemiddeld een doorbraak rond hun 36ste. Die leeftijd schoof tussen 1935 en 1965 op met gemiddeld twee jaar. Nu ligt die leeftijd al rond de 40jaar. Vorsers beneden de30 kunnen nu veel minder dan honderd jaar geleden een inventie op hun naam schrijven, behalve wanneer het gaat over nieuwe onderzoeksterreinen. Dat zou een uitleg kunnen zijn die de doorbraken van Page, Brin en consorten op jonge leeftijd verklaart. Na de (internet)revolutie stijgt de leeftijd weer waarop wetenschappers grote ontdekkingen doen.

Dat je niet jong hoeft te zijn om met een goed idee voor de dag te komen, bewijst het tv-programma De Bedenkers. Vlamingen kozen massaal voor het Papiermaatje van senior Sonia Wyllinck en de sliplift van de nog oudere Pierre Van Den Broeck. Ook onze Belgische Nobelprijswinnaars werden op steeds latere leeftijd gelauwerd. Corneille Heymans was46 en Jules Bordet was49 toen ze de Nobelprijs geneeskunde ontvingen in respectievelijk 1938 en 1919. Christian de Duve was57 toen hij de prijs voor geneeskunde kreeg in 1974 en Ilya Prirogine60 toen hij in 1977 de Nobelprijs voor chemie in de wacht sleepte. Er zit dus nog muziek in oude knarren maar hun ervaring komt het best tot haar recht wanneer jonge en oude werknemers bewust in duo of in groep samenwerken. Meer oudere mensen aan de slag is dus niet enkel goed voor het betalen van de pensioenen, maar ook om het economisch weefsel van ons land te vernieuwen.

donderdag 02 april 2009

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Geef je commentaar op dit stuk:

Naam:

E-mail:

Website:

Wil je op de hoogte blijven van volgende commentaren op dit stuk?

Vul het onderstaande woord in:


© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy