De Morgen - Lorin Parys: Ons onderwijs heeft geen fastfood maar Michelin model nodig

Lorin Parys stelt dat ons onderwijs te eenzijdig gebaseerd is op kennis-overdracht.

 

 

 

 

 

 

Als we ons talent willen klaarstomen voor de creatieve kenniseconomie moeten we ons onderwijs stoelen op het Michelinmodel. Dat is een probleem, want vandaag regeert het fastfoodmodel: alles is gestandaardiseerd en smaakt hetzelfde. Sterrenrestaurants daarentegen zijn kwalitatief hoogstaand en allemaal verschillend, en zo moet ook ons onderwijs zijn. Dat is de essentie van het verhaal van Sir Ken Robinson, een wereldvermaarde expert in onderwijs en creativiteit. Hij sprak gisteren op een Forum dat Flanders DC in Antwerpen organiseert voor 1.200 leerkrachten uit de Proeftuinen.

De vakbonden hadden alvast protest beloofd, zij zijn de veranderingen beu. Maar als de enige constante in onze wereld verandering is, kunnen we onze kinderen en leerkrachten toch niet grootbrengen in een stilstaande omgeving? Dan dreigen we hen te veroordelen tot de werkloosheid, zeker nu met de crisis wel eens de Grote Knop zou kunnen omdraaien naar de creatieve economie.

De blauwdruk van enkele ideeën voor een grote ommezwaai in ons secundair onderwijs werd eerder al bekend. Zo'n oefening komt geen seconde te vroeg, want de fundamenten van ons onderwijs zijn gestoeld op het kennistijdperk, en dat is dood. Voor echte innovatie op school moeten we alles durven te herdenken maar ook de moed hebben om te behouden wat goed is. Daarvoor moeten we niet alleen komaf maken met het fastfoodmodel, maar moeten we ook de lineaire mythe van ons onderwijs bij het grofvuil zetten. In een interview met Roy Van Dalm zegt Robinson dat "de reden dat ons talent zo slecht ontwikkeld wordt en onze creativiteit niet floreert" uit die lineaire mythe stamt. Het systeem van opeenvolgende leerjaren die een doorgaande lijn in de tijd vormen, is een overblijfsel van een industrieel verleden.


Nu leven we in een tijdperk van ideeën, waarin mensen uit het overaanbod van informatie de juiste dingen moeten halen, nieuwe verbanden leggen en daar iets mee ondernemen. We hebben nood aan kritische, inventieve en ondernemende Vlamingen. Mensen die de zaken waar we al lang zeker van zijn in vraag kunnen en durven stellen. Daar zijn Vlaamse tieners niet op voorbereid wanneer ze van ons secundair onderwijs afzwaaien. Want dat onderwijs is te eenzijdig gebaseerd op kennisoverdracht.


Uit de technologie-index van het Wereld Economisch Forum blijkt dat ons onderwijs het goed doet op vlak van bijvoorbeeld wiskunde en wetenschappen. Maar dat is niet genoeg. Want zaken zoals kritisch en creatief denken meten we niet, maar we weten wel dat we daarin niet aan de top staan. Niet dat onze kinderen niet creatief zijn. 'Elk kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven', zei Picasso ooit. En gelijk had hij. George Land en Beth Jarman onderzochten de capaciteit om creatief te denken bij kinderen tussen 3 en 5 jaar oud en volgden hen tot ze 25 waren. Wat bleek? Van de 3- tot 5-jarigen dacht 98 procent erg creatief, maar op hun 25ste, dus na een hogere opleiding, was nog maar 2 procent van de jongeren een creatieve denker.


Hoe kan dat nu? Kinderen en jongeren leren op school dat er op elke vraag maar één juist antwoord is. Fouten maken wordt afgestraft. Nochtans is een aantal van de beste uitvindingen uit vergissingen en afwijkend denken ontstaan. Denk maar aan Alexander Fleming, die penicilline ontdekte toen hij zijn preparaat bij het raam vergat, of aan de buitenissige evolutietheorie van Charles Darwin.


De sleutel tot verandering in ons onderwijs ligt dus niet alleen in het afstappen van een lineair systeem of het invoeren van een Michelinmodel. De leerkrachten en hun opleiding zijn de echte katalysatoren van innovatie. Net die leerkrachten liggen meer dan ooit onder vuur van leerlingen, (over)bezorgde ouders, inspecteurs en ministers. Vroeger maakte de onderwijzer samen met de pastoor en de notaris de dorpse top drie rond. Vandaag staat de leerkracht niet meer in de top tien van maatschappelijk aanzien. Dat moet veranderen.


Hoe? Geef hen meer vrijheid, verhoog de mobiliteit tussen onderwijs en privé, vereenvoudig de administratie en beloon hen meer naar werken en volgens resultaten. Tot slot moeten we onze leerkrachten anders opleiden en zorgen dat ze van zender van informatie verworden tot coach van talent. Dat is niet gemakkelijk. Als coach plots creativiteit aanmoedigen terwijl je daar zelf niet toe opgeleid bent is als vragen aan iemand die nooit een voetbalwedstrijd heeft gezien welke ploeg het beste speelde.


Daar willen we bij Flanders DC iets aan doen. Daarom lanceerden Flanders DC en de Proeftuinen gisteren een opleiding 'innovatiecoördinator' voor het secundair onderwijs. Die is vrijwillig, niet opgelegd, en gratis. Omdat we de mensen die er deze woelige maatschappelijke tijden iets van willen maken de nodige inzichten en vaardigheden willen meegeven. Alleen zo kunnen we een onderwijs creëren dat zijn leerlingen niet alleen de juiste antwoorden in handboeken geeft, maar hen ook nieuwe antwoorden leert geven op nieuwe vragen. En daar kunnen we als regio enkel beter van worden.

Bron: De Morgen 28 mei 2009

 

donderdag 28 mei 2009

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Geachte dhr. Parys,

Met enige consternatie las ik het stuk in ‘De Morgen’ van afgelopen donderdag.  Hoewel ik ook de mening ben toegedaan dat creativiteit een positieve zaak is en dat dit meer mag toegelicht worden in ons onderwijssysteem, vond ik het pleidooi voor ‘minder kennis en meer creativiteit’ om uit te groeien tot een ‘economisch’ succesvol individu nogal tenenkrullend.  Mijn eerste vraag zou kunnen zijn hoe je die creativiteitsontwikkeling in het onderwijs dan wel zou willen/kunnen invullen.  Gevleugelde woorden over ‘hoe het zou moeten’ in columns en opiniestukken zijn niet zo moeilijk te poneren.  Ze in de praktijk brengen echter wel.  Onderwijzend personeel heeft in vele gevallen totaal geen ‘knowhow’ hoe meer creativiteit aan te brengen.  Je kan dat ook niet van ze verwachten.  Naast het overbrengen van de eigenlijke leerstof, waar ze voor zijn opgeleid, moeten ze steeds meer voor opvoeder spelen (ouders durven hun kinderen immers niet meer te ‘omlijnen’) en ook het vakoverschrijdend werken, maakt hun taak er niet eenvoudiger op.  In welke mate zouden ze dan het overbrengen van creativiteit nog eens bij hun takenpakket kunnen voegen? 

Hetgeen mij echter vooral tegen de borst stoot, ook als ‘wetenschapper’, is het feit dat u meer creativiteit blijkbaar in rechtstreeks verband brengt met minder kennisoverdracht.  Dat doet mij zeer sterk refereren aan het vrij ‘inhoudloze’ debat ‘of meer kennen, of meer kunnen’, dat onze (zelfverklaarde) pedagoochelaars nu al enige tientallen jaren voeren op het onderwijs- en academische domein.  Volgens mij hoeft meer ‘kennen’ niet noodzakelijk in verband te staan met het inboeten aan creatieve processen of omgekeerd.  U stelt het echter als een ‘of-of-verhaal’ voor, ik hou het liever bij een ‘en-en verhaal’. 

Uit uw betoog blijkt verder dat u ‘traditionele’ kennisoverdracht niet echt veel waarde toekent (u laat het althans zo uitschijnen) en dat ons onderwijs uitgerekend in dat bedje ziek is.  Bijgevolg zou ze te weinig aandacht hebben voor de creativiteit van kinderen/jongeren.  Welnu, naar mijn mening heeft ons onderwijs opnieuw meer aandacht nodig voor de ‘loutere’ kennisoverdracht.  Want deze gebeurt de dag van vandaag veel te weinig.  En dat valt duidelijk te merken.  Bij ons op de universiteit krijg ik verhalen te horen dat studenten, in mijn geval geschiedenisstudenten, nauwelijks weten wanneer ongeveer Columbus Amerika heeft ontdekt.  Kan voor u een ‘fait divers’ lijken, maar het is toch redelijk pijnlijk dit te moeten vaststellen van achttienjarigen die een volwaardige ASO-opleiding genoten hebben, Latijnse dan nog wel.  Of een ander voorbeeld: weinig studenten kunnen nog maar zonder DT-fouten schrijven.  Ook de meest onmogelijk geachte andere schrijffouten, die eigenlijk een basisschoolkind niet meer zou mogen maken, passeren de revue.  En daar wringt nu juist het knelle schoentje.  De jongste decennia, met in versneld tempo de meest recente tien jaar, is ‘kennis’ voor de ‘onderwijsvernieuwers’ een vies woord geworden.  ‘Vies’ in de zin dat kennis leidde tot de vorming van kleurloze, saaie en slaafse individuen die niet voor zichzelf kunnen denken en niet kunnen bijdragen tot de ontwikkeling en uitvoering van de innovaties binnen onze vrijemarkt maatschappij. 

Het op de achtergrond stellen van kennis heeft nochtans zeer nefaste gevolgen, meneer Parys, die zelfs nu al merkbaar zijn binnen onze dagdagelijkse samenleving.  Vanaf de invoering van het VSO - begin jaren zeventig - is men in ons onderwijs met allerlei meer ‘creatieve’ leeromgevingen beginnen experimenteren (gelukkig zijn vele daarvan ondertussen terug in de koelkast gestopt).  Deze evolutie leidde tot een geleidelijke afkalving van de parate kennis onder de bevolking.  Onder het mom van: ‘zulke feitjes kan men toch in een encycopedie opzoeken of (later) op het world wide web.’  Spellingsregels en grammatica mogen we onze (lagere) schoolkinderen absoluut niet meer opdringen, want het is ‘ouderwets’ en te ‘disciplinair’.  ‘Bovendien doodt het iedere vorm van creatief omspringen met taal.’  Nu moet u mij eens uitleggen hoe een kind een cratieve spreekbeurt voor zijn klasgenoten kan houden, zonder dat hij op de hoogte is van voldoende basiskennis van de Nederlandse taal, of voor mijn part een andere taal.  In ‘vreemde’ talen is de toestand vaak nog schrijnender.  En het onderwijs gaat er slaafs in mee, althans de ‘mannen uit Brussel’, en een heel deel van de pedagogen, die meestal wel voor of in een kennisomgeving werken, maar er een sport van maken deze voortdurend aan te vallen.  Vindt u het in alle eerlijkheid normaal dat een leerling in het Frans slaagt voor de eindtermen als hij tijdens een creatieve oefening (waar u toch zo voor pleit) ‘moi, pain, boulanger’ tegen de bakker uitkraamt?  Want het is uitgerekend zulk levensecht voorbeeld dat heel de tendens naar meer creativiteit en minder kennis impliceert. 

‘Kennis is macht en macht is kennis’, dit is een credo dat reeds ten tijde van de 16e-eeuwse humanisten te boek werd gesteld.  En hoewel ik vermoedelijk een ruimere historische belangstelling heb dan uzelf, raad ik u toch aan eens over deze uitspraak na te denken.  Wat zijn we met creativiteit zonder voldoende kennis?  Niets, twee maal niets !  Als je een designwoning bouwt moet je ook eerst beginnen met een degelijke (algemene) basisfundering, anders stort je woning snel in elkaar, als er al een woning van gekomen is.  Deze ‘zeemanswijsheid’ uit de bouwsector, kunnen we gerust transponeren naar het onderwijs.  Wat ben je met creatief converseren in pakweg het Engels als je nooit een degelijke grammaticale basis hebt genoten of voldoende Engelse woordenschat?  Wat ben je met op een creatieve manier omspringen met statistieken als je nooit een gefundeerde basis algebra hebt genoten?  Wat ben je met een column te schrijven in een jongerenmagzine als je nooit degelijk zonder fouten hebt leren schrijven, etc.  .  Zo kan ik nog wel een paar ‘uurtjes’ doorgaan, maar ik hoop dat mijn voorbeelden iets duidelijk hebben proberen te maken. 

Namelijk dat, hoe je het ook draait of keert, alles moet beginnen bij kennisoverdracht in ons onderwijs.  Met een goede basis kan hieruit creativiteit voortvloeien.  Ik ben met u akkoord in de zin dat het de economie en bij uitbreiding onze samenleving ten goede kan komen dat het onderwijs meer aandacht aan ‘creatieve ontwikkeling’ zou besteden, maar dit mag niet exclusief in de nek van het bestaand leerkrachtenkorps terecht komen.  Daarvoor zal de maatschappij nog eens extra moeten investeren in gepast extra onderwijzend personeel en meer middelen en infrastructuur ter beschikking moeten stellen.  Ik neem aan dat u en ik hiertoe wel bereid zouden zijn.  Maar krijgen we ook steun vanuit de ‘publieke opinie’, die platgeslagen wordt met een populistisch discours van ‘nutteloze of economisch niet onmiddellijk rendabele uitgavenposten’, zodat elke geïnveesteerde cent in de non-profit sector er voor de goegemeente één te veel wordt. 

Tot slot kom ik nog eens terug op de begrippen ‘kennis’ en ‘creativiteit’.  U vergelijkt in de column de ongebreidelde creativiteit van de kleuter met de ‘verstarde’ houding van 25-jarigen (wat leuk, in ben er nu net zelf 25).  Welnu, ik weet niet hoever uw kennis ontwikkelingspsychologie rijkt, maar men zou ook kunnen opperen dat een kleuter naïever is en nog geen al te realistische verwachtingen heeft hoe de maatschappij en het professionele domein in elkaar zitten.  Uitgerekend kennisaccumulatie zorgt ervoor dat we de wereld rondom ons beter gaan vatten, en onze vaak goedbedoelde, maar dikwijls ook onrealistische creatieve denkbeelden aan de realiteit gaan aanpassen.  En nog een opmerking in de marge: denkt u nu werkelijk dat de ontwikkelingen van Fleming en/of Darwin tot stand kwamen louter en alleen door de creatieve meerwaarde van beide heerschappen?  Hoe naïef.  Inderdaad, beide heren kleurden buiten de lijntjes, net zoals Vesalius, Newton, Einstein, Baekeland, Petrarca, Watson, Edison, Curie, ...  en nog een ‘ontelbaar’ aantal andere figuren die baanbrekend voor wetenschappelijke of geestelijke innovaties waren.  Maar allen hadden ze gemeen dat zij een goede basisscholing genoten, met vaak repetitieve kennisoverdacht, alvorens ze op eigen initiatief de meer experimentele en creatieve toer op gingen.  Zonder die ‘traditionele’ scholing was hun creativiteitsmechanisme nooit in gang gezet en zouden vernoemde indivduen in het beste geval onopvallende conformistische figuren in hun lokale en periodieke samenlevingsverbanden zijn geworden. 

Mijn slotadvies is dus het volgende: ik zeg net als u volmondig ja tegen de aanwakkering van creativiteit in ons onderwijs, mits er aan een aantal voorwaarden (meer middelen en ruimte) voldaan wordt.  Ik zie echter geen heil in de afbouw van de kennisoverdracht in het onderwijs.  Wel ingtegendeel: de mechanismen van degelijke kennisoverdracht zijn nu reeds gedurende vele jaren teveel uitgehold, en bepaalde ‘tradities’ mogen mijns inziens gerust hersteld dienen te worden, athans op het gebied van kennis en onderwijs.  Het voonaamste bestaat eruit dat we waken op de creatie van een ‘en-en-verhaal’ en niet het ‘of-of-concept’ dat u lijkt voor te stellen.   

Met beleefde groet,

Drs. Vincent Van Roy
Aspirant van het FWO Vlaanderen (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek)
(wetenschaps)historicus Universiteit Antwerpen
Departement Geschiedenis: Centrum voor Stadsgeschiedenis
Prinsstraat 13, 2000 Antwerpen
S.D. 214
.(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit email adres te bekijken)

geschreven door Vincent Van Roy op zondag 31 mei 2009

Bedankt voor uw reactie (op de site van De Morgen zijn er trouwens heel wat binnengelopen http://tinyurl.com/muc5ye). Ik pleit in het opiniestuk voor drie veranderingen in het onderwijs: weg van de eenheidsworst en naar een model dat verschillen tussen scholen toelaat; afstappen van het lineaire onderwijsmodel zodat we onze kinderen maatwerk kunnen bieden; en een grondige aanpassing van de opleiding tot leerkracht - die trouwens moeten beloond worden naar werken en resultaten, eenvoudiger bruggen met de privé moeten kunnen maken en minder administratie moeten ondergaan.

Die aanpassing van de leerkrachten opleiding moet onze leraars inderdaad in staat stellen om creatief denken bij onze kinderen meer en beter te stimuleren. Alhoewel ik houd van een stevig debat liggen onze standpunten daarvoor niet ver genoeg uiteen. Kennis of vaardigheden is inderdaad een valse keuze. Iedereen moet eerst een sokkel basiskennis hebben om van daaruit nieuwe ideeën te distilleren. Creativiteit behelst net het combineren van kennis in een nieuw idee.

geschreven door .(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit email adres te bekijken) op zondag 31 mei 2009

Op naar het Michelinmodel

In De Morgen van 28 mei ontvouwde Lorin Parys zijn op z’n minst nogal verrassende visie op ons Vlaamse onderwijs (De Gedachte, DM 28-05-09). Kennis is goed voor de vuilnisbak, het komt erop aan de leerlingen te coachen tot ze zo innovatief zijn dat ze vanzelf gaan ondernemen dat het niet mooi meer is. Het is toch evident dat de leerling niets moet weten als we leven “in een tijdperk van ideeën, waarin mensen uit het overaanbod van informatie de juiste dingen moeten halen”. Wat die ‘juiste’ dingen dan zijn, dat zal deze volstrekt onwetende dankzij zijn aangeboren creativiteit vanzelf wel uitmaken, als tenminste het onderwijs die creativiteit al niet in de kiem gesmoord heeft door de lerende met oefeningen, herhaling, geduldige uitleg en ander saaie leerprocessen ertoe te brengen zich de manier van omgaan met een bepaalde kennisinhoud eigen te maken. Deze bevlogen pedagoog strekt zijn vorminsgproject zelfs uit tot de leerkrachten, want als alles om ons heen continu verandert, “kunnen we onze kinderen en leerkrachten toch niet grootbrengen in een stilstaande omgeving”? Dat we daar niet vroeger op gekomen zijn! Aangezien de kernwetten van de fysica, de grondbeginselen van de biologie, de structuurprincipes van de taal, kortom alles in een continue wenteling van vernieuwing en aanpassing gevat zit, moet je de leerlingen vooral niet lastig vallen met hen die bij te brengen, want morgen kan de wet van de zwaartekracht alweer afgeschaft zijn, of heeft iemand uitgevogeld dat de aarde toch plat is, en dan is al die moeite voor niets geweest. Gedaan met dat soort leerkrachten die de arme hersentjes van onze heerlijke hummels pijnigen met de tafels van vermenigvuldiging, of de tabellen van Mendeljev, die hebben nog altijd niet door dat ze “van zender van informatie moeten verworden tot coach van talent”. ‘Verworden’, Lorin, heb je dan nooit je Nederlands geleerd? Of is het echt een Freudiaanse lapsus?
Laten we Lorin volgen naar het Michelinmodel! Of het beeld komt van de banden, het Michelinmannetje of de Michelingids is niet duidelijk, maar er is een vermoeden dat het toch eerder iets met auto’s te maken heeft, want in dit model zijn “de leerkrachten … de echte katalysatoren van innovatie”. Weg met het soort onderwijs dat doet alsof er ‘juiste’ antwoorden op vragen bestaan, iedereen weet toch allang dat dit het kind vertimmert tot een eendimensionaal wezen dat nooit door zal hebben dat je “nieuwe antwoorden moet kunnen geven op nieuwe vragen”, het soort vragen en antwoorden namelijk waar we als regio beter van worden.

geschreven door .(JavaScript moet ingeschakeld zijn om dit email adres te bekijken) op donderdag 04 juni 2009

Geef je commentaar op dit stuk:

Naam:

E-mail:

Website:

Wil je op de hoogte blijven van volgende commentaren op dit stuk?

Vul het onderstaande woord in:


© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy