De Kauwgummythe
De gelijkenissen tussen Singapore en Vlaanderen zijn op het eerste gezicht frappant. Een klein maar goed gelegen land met een paar miljoen inwoners die vreedzaam samenleven en een handvol officiële talen spreken. Geen natuurlijke rijkdommen maar wel een open economie gebaseerd op diensten en industrie met een wereldhaven van formaat. Er zijn ook opmerkelijke verschillen. Zo betalen wij geen boete voor het begaan van misdrijven als het niet doorspoelen van de plee, het bezit van kauwgum of het bekijken van Will& Grace. 'Singapore is truly a fine city', gaat het lokale grapje. En in het stemhokje kunnen wij echt een keuze maken.
Toch geeft dit stadstaatje ons het nakijken. Op zijn eerste verjaardag, bijna 42 jaar geleden, zat tien procent van de piepjonge natie zonder werk, de regering zonder cash en het land zonder hoop. Een jonge Cambridge-geschoolde eerste minister paste een eenvoudig economisch recept consequent toe. Om buitenlandse investeringen aan te trekken zorgde hij voor politieke stabiliteit, goedkope arbeidskrachten en een vrije wisselkoers. Tien jaar later had iedereen in Singapore werk. Vandaag is de natie niet weg te branden uit de hitlijsten van innovatieve hoogvliegers en heb je evenveel kans een arme Singaporees tegen het lijf te lopen als een pinguïn op de Noordpool aan te treffen.
Hoe komt het dat dit minirijkje met nauwelijks vier miljoen onderdanen in amper een kwarteeuw veranderd is in een brullende Aziatische Tijger? En waarom doen wij het niet minstens even goed? Het antwoord is even complex als eenvoudig: ambitie. Singapore heeft een droom. De stadstaat wil binnenkort stevig op de kaart staan als onvervalste wereldstad. Elke Singaporees deelt die droom. En iedereen in Singapore lijkt de ondernemende microbe te hebben om die droom in daden om te zetten. Zo verkoopt de lokale Kinokuniya boekenwinkel meer dan vijftien meter boeken over ondernemerschap en innovatie. Een eigen zaak beginnen is het ultieme streven van veel inwoners.
Maar ondernemers die de stap al gezet hebben, houden het daar niet bij. Zij beschouwen Azië als hun thuismarkt. Neem nu Pua Seck Guan, ceo van een bedrijf dat in vijf jaar tijd 92 winkelcentra uit de grond stampte. Na zestien winkelcentra in de Leeuwenstad te hebben gebouwd -het landje heeft er ruim zestig en noemt zichzelf nog 'undershopped'- kon hij niet anders dan zijn bedrijf internationaliseren, vertelt hij. China, India en Maleisië gingen voor de bijl. Zelfde verhaal bij SingTel, de plaatselijke variant van Belgacom. Sinds de privatisering in 1992 kan het terugblikken op 124 miljoen abonnees en een beurswaarde van 24miljard dollar.
De regering is de grootste supporter van ondernemerschap. Ze zag erop toe dat de Maleisiërs, Chinezen en Indiërs die het schiereiland bevolken vlot Engels spreken; helpt bij het opzetten van ambitieuze projecten en zorgt voor training. Bijvoorbeeld op dienstverlening aan toeristen. Een snoepje van de dame van de grenscontrole, je naam bij het ontbijt in het hotel en een gratis BigMac als die niet binnen de 60seconden op je dienblad ligt.
En wat die kauwgum betreft, zo'n vaart loopt het niet. Zonder na te denken liep ik, nota bene onder een verbodsbordje, voorbij een politieagent. Met kauwgom in de mond. Ik heb me haast verslikt, de heer in kwestie verpinkte niet.
maandag 23 juli 2007
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





