De autoriteit van het idee
Wat is er mis met onze universiteiten? En wat kunnen we leren van een van 'swerelds beste instituten voor hoger onderwijs? Niemand beter dan Lawrence Summers om daar wat inzicht in te verschaffen. Hij is niet zomaar de eerste de beste yankee, al is Summers beslist wel old school. Letterlijk dan. Op zijn cv staan jobs als hoofdeconoom van de Wereldbank, minister van Financiën onder president Bill Clinton en, meest recent, president van Harvard University. Hij was dinsdag te gast op een geslaagd evenement van het Itinera Instituut in Brussel (DS 9januari). Daar liet hij zijn licht liet schijnen over de toekomst van de universiteit en de belangrijke rol die ze speelt op het vlak van innovatie. De Verenigde Staten worden in deze contreien vaak geciteerd vanwege allerhande excessen, maar zelden hoor je een onvertogen woord over de Amerikaanse Ivy League-universiteiten. Wat maakt die instellingen tot fabrieken van vernuft?
Volgens Larry Summers ligt dat onder meer aan de cultuur die heerst aan Amerikaanse hogescholen. Om dat vage begrip te illustreren vertelt hij een anekdote. Als president van Harvard doceerde Summers een cursus in wereldwijde kapitaalstromen aan eerstejaarsstudenten. Zoals steeds had hij zijn pupillen de opdracht gegeven om een aantal artikels te lezen en in de les van commentaar te voorzien. Bij die verplichte lectuur was een artikel van de hand van Summers zelf, geen leek in de materie. Het was immers tijdens zijn bewind als minister van Financiën dat de VS de langste periode van continue economische groei kende. En hij speelde een rol van betekenis bij het oplossen van de Aziatische financiële crisis. Tijdens de discussie over zijn artikel in de les, vertelt Summers, gaf een jonge student droogweg volgend commentaar: 'Het stuk is best interessant, President Summers. Alleen is het jammer dat uw gegevens nergens in de buurt komen van het bewijzen van uw stelling. Ik vond dan ook dat het tekortschoot.' De rest van de klas? Die stemde daar mee in.
Stel je voor. Een 17-jarige snotneus, amper vier weken op de Harvard-banken, verwijst zonder verpinken de theorie van zijn professor, een expert in zijn vakgebied en de rector van zijn universiteit, publiekelijk naar de prullenmand. Geweldig. Al vergat de gastspreker wel te vermelden dat hijzelf het slachtoffer werd van een van zijn uitspraken. Hij had beweerd dat vrouwen van nature minder aanleg hebben voor wetenschappen. Iets wat zelfs in het intellectuele wonderland dat Harvard heet niet door de beugel kon.
Met zijn verhaal steekt Summers, zonder het te weten, zijn vinger diep in de grootste wonde van onze Vlaamse universiteiten. Beeld je in dat dat hier gebeurd zou zijn tijdens een college van pakweg een professor economie. Terwijl Summers' klas achteloos naar het volgende artikel overschakelde, zou dezelfde opmerking hier een incident heten. Een voorval dat gegarandeerd nog enkele weken over de tongen zou gaan bij medestudenten en collega-professoren. Ik kon me tijdens mijn academische carrière niet voorstellen dat een Vlaamse student met gezonde slaagambities in een volle aula zijn hand zou opsteken om dergelijke kritiek te spuien. En ik spreek niet over de cultuur die decennia geleden in onze instellingen rondwaarde. Ik moet nog naar mijn tien-jaar-afstudeerreünie.
In tempore non suspecto pende ik voor het studentenblad Veto in Leuven een artikel over onderwijsvernieuwing. Professor Blanpain, groot voorstander van de Angelsaksische onderwijsprincipes, vatte ons onderwijssysteem toen gebald samen als: 'Wij lullen maar wat en jullie blokken die brol.' Dat illustreert treffend hoe we niet één, maar twee problemen hebben in Vlaanderen: studenten die niet mondig genoeg zijn, en professoren die niet voorbereid zijn op een botsing van ideeën tussen gelijken. Willen we Vlaanderen een stuk innovatiever maken, dan moeten we de idee van autoriteit ruilen voor de autoriteit van het idee.
donderdag 10 januari 2008
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





