Collectieve Verdwazing

yellowpress

Veel zakdoeken op de trein deze ochtend. Mensen die stille tranen van achter hun brilglazen deppen bij het bestuderen van de krant. Een soort stille solidariteit. Het lijkt zelfs alsof het geluid in mijn treincoupé gedempter is dan anders. Zelf heb ik totaal geen zin in het pennen van een stuk dat van ver of van dichtbij met onze economie te maken heeft. De wereld staat stil. Collectieve verdwazing. De zon straalt en maakt het contrast met de donkere gebeurtenissen nog scherper.

 

Poken in het privéleven
Het mooie aan het lelijke is dat we allemaal hetzelfde voelen. Voor even toch. Deel uitmaken van een gemeenschap. Twee dames naast me in de trein verdiepen zich in het lijden van een ander door hun hoofd te begraven in een krant die onbeschaamd pookt in het privéleven van zij die vandaag geen kinderen meer hebben. Foto’s van radeloze ouders. Blogberichten van de schoolkinderen op skiklas. Klasfoto’s, vakantiekiekjes en ander gesprokkeld beeldmateriaal. Met daaronder de vermelding van wie het wel en niet gehaald heeft, liefst zo dramatisch mogelijk. Zogenaamde ‘interviews’ van mensen op het kwetsbaarste moment in hun leven. Een overvloed van sensatie op een lege maag. Zout in de wonde. Riooljournalistiek par excellence.

Joni Mitchel
Het zal je maar overkomen. Een kind verliezen onder de lens van de camera’s. Dat deed me aan Joni Mitchel denken, verbasterd door Janet Jackson: “Don’t it always seem to go, like you don’t know what you’ve til it’s gone.” Die ouders zijn niet enkel hun kind kwijt maar ook hun privacy. Meteen stak er een debat op over de enige instantie in dit land die zijn eigen regels aan zijn laars lapt. Minister Lieten publiceerde op haar facebook dat “het recht op informatie beperkt wordt door het recht op privacy.” En daarbij een citaat uit de Code voor de Journalistiek: “Minderjarige worden in de regel niet geïdentificeerd, minstens wordt uiterst terughoudend omgegaan met informatie die identificatie mogelijk maakt. Volledige identificatie en herkenbare beelden zijn in de regel niet toegestaan.” Journaille, racaille zou Sarkozy zeggen.

Commercie & journalisme
Zou er één journalist zijn die de foto’s van de jonge slachtoffers op de voorpagina zette, die vindt dat hij zich netjes aan zijn eigen regels heeft gehouden? Heeft één enkele hoofdredacteur zich afgevraagd wat hij of zij zou vinden als zijn verongelukt kind op de voorpagina belandde? Het is tijd om terug te slaan want wij zijn niet machteloos. In plaats van een minuut stilte stel ik voor dat we morgen geen enkele van die rioolkranten kopen, geen journaals bekijken die zich aan die regels bezondigen en al helemaal geen websites klikken die grossieren in menselijk leed. Want de enige taal die zogenaamde uitgevers en journalisten verstaan is die van het geld. En zo wordt dit alsnog een column over commercie. Die van de journalistiek. Want hoe lager je mikt op de menselijke instincten, hoe hoger de oplage. Als afnemers hebben we natuurlijk ook boter op het hoofd. En toegegeven, als mensen duurt onze ingetogen verbondenheid ook niet altijd lang.   

Even duurt niet lang
De twee dames op mijn trein fluisterden bij het verorberen van hun sensationeel ontbijt tegen elkaar hoe erg het allemaal wel niet was. Dat ze er stil van werden. Tot de treinbegeleidster voorbij kwam en vriendelijk uiteen zette dat onze trein vertraging had. Er was een “aanrijding met een persoon” gebeurd. NMBS-speak voor een dode op het spoor. Eén van de dames reageerde schamper: “Hm, met de trein was je er al geweest.” En dan tegen mij: “Alle dagen is het van hetzelfde, meneer. En het is nooit iemand zijn fout. Het is een accident, het is een bovenleiding. Het is altijd iets. Een schande is het, zeg ik u.” Ware woorden voorwaar.

De Paradox van Parys verschijnt normaal gezien op vrijdag in De Standaard. 

donderdag 15 maart 2012 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy