It’s the mentality, stupid

bekaert

Bekaert, onze Vlaamse industriële parel, kondigde een paar weken geleden aan dat het 1.200 banen schrapt waarvan 600 in ons land. Dan duikt al snel de redenering op dat onze torenhoge loonkosten ons de das om doen. U weet wel, een werkgever die u pakweg 3.700 euro bruto betaalt moet daar in feite nog eens 2.100 euro bijtellen om zijn totale maandelijkse kost te kennen. Die loonkost, hoor je sommige politici dan debiteren, is sociaal omdat ze een hele reeks sociale voorzieningen financiert. Van de werkloosheidsverzekering tot de sociale zekerheid. Maar die loonkosten zijn ondertussen zo hoog dat ze asociaal geworden zijn. Omdat mensen er hun job door verliezen, ondernemers hun plannen niet doorzetten om jobs te creëren of weinig mensen veel moeten produceren om die kosten te compenseren. Kortom, die kosten zijn een rem op de beste sociale maatregel, een job voor iedereen.

Niet alleen hoge loonkosten
Maar wat er opmerkelijk is aan het Bekaert verhaal is dat het niet de hoge loonkosten zijn die het bedrijf tot die maatregel noopten. Officieel heette het de marktomstandigheden te zijn maar er is meer aan de hand en officieus hoor je ook dat het niet alleen die loonkosten zijn. Toch blijft het opmerkelijk dat een Belgisch bedrijf met meer dan 28.000 werknemers wereldwijd vijftig procent van de jobs die het op de tocht zet in zijn thuisland liquideert. Terwijl minder dan tien procent van het totaal aantal werknemers van de groep in België werken. Er is dus wel iets aan de hand. 

Mentaliteit
Het is niet de loonkost die het grote probleem vormt van het bedrijf in ons land, wel onze mentaliteit. Dat is wat een Bekaert insider me deze week vertelde. De wil om te werken zou hier niet sterk genoeg zijn, terwijl die in Azië wel duidelijk aanwezig is. Een voorbeeld? Als er in de onderzoeksafdeling moet getest worden op regelmatige tijdstippen en het gekwalificeerde personeel daarvoor niet altijd aanwezig is omdat zoiets volgens hun CAO niet hoeft, dan wil het bedrijf zo'n meting laten uitvoeren door wie er wel is. Anders gaan de testresultaten verloren. Maar zoiets wordt dan weer gedwarsboomd door werknemersorganisaties die daar een uitholling van bepaalde functies en afspraken in zien. Het resultaat is dat zo'n project dan gewoon wordt doorgeschoven naar een andere onderzoeks- & ontwikkelingsafdeling van het bedrijf in de wereld. En dat heeft dus niets met loonkost te maken. Wel met zaken die we makkelijk zelf kunnen veranderen. Tenminste als daar bij het bedrijf zelf en zijn werknemers de wil voor aanwezig is.

Kop-Staart
Het Bekaert verhaal zet ook een andere conventionele wijsheid op zijn kop. We denken hier nog vaak dat we sterk zijn in kop-staart bedrijven. Lees, we doen hier het onderzoek en de ontwikkeling, de productie gebeurt ergens anders en tenslotte commercialiseren wij de producten hier. Maar bij het Bekaert Technology Center in Deerlijk, dat cruciaal is voor het onderzoek en ontwikkeling binnen de groep, zouden één derde van de 300 banen verdwijnen. De andere onderzoekscentra in de wereld van het bedrijf groeien ondertussen als kool. Veel minder kop dus, enkel nog een beetje staart hier. Het is dus niet enkel hoeveel jobs er verdwijnen, maar ook welke jobs. Het gaat dus niet alleen over productiefuncties maar ook over de werknemers die van levensbelang zijn voor de innovatie binnen de groep. En die verliezen we ook bij bosjes.

Tak, boom, zagen
Door een stugge mentaliteit en het verlies van sleutelposities binnen de groep komt een scenario dichterbij waarbij Bekaert hier nog enkel een klein hoofdkwartier heeft. Niet omdat er zo een plan op tafel ligt, wel omdat het steeds moeilijker wordt om hier actief te zijn.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

vrijdag 24 februari 2012 - Geef je commentaar (7)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Een diploma voor de prijs van 5 iPads

ipad

Jo Libeer van Voka lanceerde woensdag een aantal ideeën om het gat van meer dan 500 miljoen euro in de kas van de Vlaamse regering dicht te rijden. Eentje daarvan was de verhoging van het inschrijvingsgeld voor universiteits- en hogeschoolstudenten. Libeer heeft een punt. Want nu kan je voor de prijs van een iPad een jaar opleiding volgen aan een universiteit die wereldwijd tot de top-100 behoort. Vandaag betaal je voor een heel jaar cursus aan pakweg de KULeuven 580 euro. Met een studiebeurs tel je daar zelfs maar 80 euro voor neer. Bij onze vrienden in Wallonië, toch niet bekend als de meest asociale regio, ben je 800 euro kwijt voor een jaar universiteit. Dat is bijna 40% meer dan in Vlaanderen.

Sociale politiek
Waarom vind ik nu dat Voka een punt heeft? Eenvoudig omdat het lage inschrijvingsgeld als instrument voor een sociale politiek compleet gefaald heeft. Het invoeren van het betrekkelijk beperkte inschrijvingsgeld gebeurde vanuit een correcte sociale reflex: de universiteit moest toegankelijk zijn voor iedereen. De 'democratisering van ons onderwijs' heette dat, en die politiek had als doel om evenveel arbeidersdochters als dokterszonen op de aulabanken te laten plaatsnemen. Het is een ambitie die ik graag ondersteun. Want ik geloof in sterke startkansen voor iedereen. En in de kracht van ons onderwijs om dat waar te maken. Niet je afkomst maar wel je toekomst telt, weet je wel. Als dus een laag collegegeld het middel is om dat nobel doel te bereiken, dan betaal ik daar graag belastingen voor. Maar niets is minder waar bij ons.

Klopt niet
Uit een studie van het Leuvense Hoger Instituut voor de Arbeid blijkt dat kinderen van hogere bedienden vier keer meer kans hebben om universitair onderwijs te volgen of zich in te schrijven aan de universiteit. Dat was vlak na de Tweede Wereldoorlog zo, en dat is nu nog steeds zo. De invoering van een gering inschrijvingsgeld heeft daar dus niets aan veranderd. In geen enkel ander Oeso-land dan België is het diploma van je ouders of het inkomen van ma en pa zo bepalend voor het feit of je al dan niet universitaire studies start. En die link is sinds 1976 in ons land enkel nog sterker geworden, het lage inschrijvingsgeld ten spijt.

Massificatie, geen democratisering
Begrijp me niet verkeerd, er zitten meer leerlingen in de aula's van ons hoger onderwijs dan twintig jaar geleden. En er zitten dus ook meer arbeiderskinderen dan toen aan de universiteit. Maar alle sociale groepen zijn gegroeid in aantal en het relatieve aantal kinderen uit gezinnen met een lager inkomen is niet gestegen.

Winst
Omdat we als samenleving enorme returns krijgen van iedereen die hoger onderwijs volgt, vind ik dat we stevig mogen bijdragen aan de studiekosten. Maar iemand met een universitair diploma kan zelf ook rekenen op een mooie winst. Die komt gemiddeld neer op 16% extra inkomsten per jaar, na belastingen. Dus is een grotere kostendekkingsgraad van een jaar universiteit best op zijn plaats. En zoiets hoeft dus niet asociaal te zijn. Beurzen moeten er zijn voor degenen die anders de kans niet zouden krijgen om te studeren. En voor de jongeren die we nu zouden vragen meer te betalen, kan de overheid best eens nadenken over een uitgesteld betalingsplan. Op het ogenblik dat onze investering in iemands universitaire studie vruchten begint af te werpen, zoals een stevig loon, dan kan zo iemand zijn persoonlijke bijdrage aan zijn studie beginnen terug te betalen. En winnen we allemaal. Onze begroting, onze kenniseconomie en onze studenten en hun kinderen studenten die geen lege staatskas erven.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard. 

vrijdag 17 februari 2012 - Geef je commentaar (6)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Als links rechts wordt

China

Als u de Republikeinse voorverkiezingen in de Verenigde Staten een beetje gevolgd heeft, dan heeft u het al gemerkt. "Europa" is daar een scheldwoord geworden. Het synoniem voor de luie welvaartsstaat waar veel te veel mensen van een uitkering leven en ondernemerschap niet beloond wordt. Volgens de OESO geven we in België 27 % van ons bruto nationaal product aan sociale voorzieningen uit. In de Verenigde Staten bijna de helft daarvan of minder dan 15%.

Obame is Europese socialist
Toch wordt Obama er constant beschuldigd een "European style socialist" te zijn. En zoiets staat in Amerika zowat gelijk met spuwen op de vlag. In de VS vinden ze dus dat er te veel geld vloeit naar sociale voorzieningen en ten minste een deel van het electoraat wil daar verandering in zien. Een groot deel van de dynamiek in het Republikeins kamp spruit zelfs voort uit de sterke wil om Obama's ziekteverzekeringsprogramma af te schaffen. Want veel te Europees. Dat is op zich al een beetje paradoxaal want Obama's beleid is een stuk rechtser dan dat waar een doorsnee Europese rechtse partij zich op laats voorstaan. 

Onbetaalbaar
Terwijl een deel van de Amerikanen ons beschuldigen veel te genereus te zijn met onze uitkeringen, lijken de feiten ze deels gelijk te geven. Want ondertussen kunnen wij die sociale voorzieningen in Europa nog amper betalen. Onze mensen moeten langer werken en mogen pas later op pensioen. Er is minder geld voor werkloosheidsuitkeringen. De ziekteverzekering in ons land mag niet meer groeien aan het tempo van voorheen. De ironie hier is dat een pak van die maatregelen uitgerekend mee door socialisten is genomen.

Onze pensioenhervorming is het werk van minister Van Quickenborne maar gebeurde wel met een socialistische premier in de Wetstraat 16. De draconische Griekse besparingsmaatregelen waren het werk van een socialistisch kabinet dat weliswaar met het geweer van Europa en het IMF tegen de slaap veranderingen doorvoerde waar een rechtse Griekse regering voorheen niet van zou durven dromen hebben. In Italië doet premier Mario Monti, met de steun van links, zelfs zijn eigen pensioenminister huilen op televisie bij het aankondigen van zoveel pijnlijke besparingen die het kabinet van de rechtse Berlusconi nooit had durven nemen.

Communistisch en kapitalistisch China
Links en rechts zijn dus geografisch erg verschillende begrippen. En om helemaal de ironische tour op te gaan financieren de communistische Chinezen al een hele poos de vrije markt economie van de Verenigde Staten door hun obligaties op te kopen. Iets waar Europa ondertussen ook jaloers op is. Daarom trok de EU recent op bedeltocht naar de Chinese grootmacht maar kwam van een kale reis thuis.

Hong Kong
Terwijl wij in Europa ruzie maken over linkse hogere belastingen en rechtse lagere uitgaven pakken ze het in Hong Kong anders aan. Nog niet zo lang geleden mocht ik naar een diner waar de Donald Tsang, de chief executive van Hong Kong zijn stadsregio aanprees. De autonome regio die deel uitmaakt van communistisch China heeft een overschot van 65 miljard euro op de begroting. Daarmee kan de regering bijna twee jaar verder. Werkloosheid zakte onder de 3.5% in 2011 en de basis belastingsschaal werd met 75% verminderd voor natuurlijke personen en vennootschappen. Het onderwijs en de creatieve industrie konden op meer budget rekenen.

Met andere woorden, niets is wat het lijkt in de links/rechts tegenstelling. Maar de recepten die werken zijn wel duidelijk. Waarop wachten we om ze toe te passen?

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

 

donderdag 02 februari 2012 - Geef je commentaar (3)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy