De Paradox van Parys: De toekomst van De Standaard

Peter Vandermeersch verlaat de krant. De Standaard is haar gezicht en kapitein kwijt. Dat hoeft niet erg te zijn. Er lopen heus nog een paar andere mensen rond op aarde die een krant kunnen leiden. Maar in een tijdperk waarin alles wordt gepersonaliseerd, moet een krant door iemand worden geïncarneerd. En dat een krant ook een kapitein nodig heeft, wordt best geïllustreerd door de huizenhoge golven op de woelige krantenzee.

Laatste krant ter wereld
Want in oktober 2044 slaan we de laatste krant ter wereld open. Als je de jaarlijks dalende lezerstrend van de sector doortrekt, dan lezen we binnen 34 jaar onze laatste courant. Misschien wordt De Standaard, met zijn stijgende oplagecijfers, wel de laatste der Mohikanen. Ook het verdwijnen van de krant hoeft niet erg te zijn zolang we maar met iets nieuws op de proppen komen. Voor een product dat zichzelf per definitie elke dag heruitvindt, kan dat geen probleem zijn. Of toch?

Lezer wil mee beslissen
Vandaag wordt de essentie van hoe een krant gemaakt wordt, in vraag gesteld door de lezer. Die wil mee beslissen over de inhoud. Voor een krant is dat vreemd. Terwijl elk ander succesvol product gestoeld is op de wensen van het grootst mogelijk aantal klanten, is dat net omgekeerd voor kranten. Daar leest de klant wat de krant beslist hem voor te schotelen. Als enkel lezersaantallen telden was de redactie al lang overgegaan tot het dagelijks publiceren van een blote deerne op pagina drie. Kwestie van de circulatie de hoogte in te pompen. Zo werkt dat niet bij een krant als De Standaard. Een dagblad is immers een schoolvoorbeeld van ‘curated consumption'. Ik koop een krant omdat ik een ploeg vertrouw. Een ploeg die mij, een bepaald soort lezer, begrijpt. En die elke dag, met vallen en opstaan, selecteert wat ik interessant vind. Daar heb ik als lezer weinig over te zeggen. Meest gelezen artikels - genre ‘BV wereld geshockt over outing Bart en Luc' - indachtig, prijs ik me daar soms gelukkig over.

De wereld op zijn kop
Maar niets is voor altijd. Deze week start Yahoo met een nieuwe nieuwsbenadering. Zij laten lezers beslissen welke artikels moeten worden geschreven. Hoe? Simpel. Ze monitoren zoektermen en clicks en vissen zo uit waar u interesse in hebt. Zo merkte Yahoo Sports tijdens de vorige olympische spelen dat veel surfers wilden weten waarom duikers douchen na hun wedstrijd. Dus lieten ze gezwind een artikel schrijven over het ‘douchemysterie' - het heeft te maken met het soepel houden van de spieren. En kon hun commercieel departement onmiddellijk gerichte advertenties voor duik- of douchegerij bij dat artikel verkopen. Echt nieuw is de aanpak niet. Twee miljoen Koreanen lezen OhMyNews, een krant gemaakt door meer dan 30.000 burger-journalisten. En in Wisconsin beslissen lezers elke dag online wat het hoofdartikel van de krant van morgen wordt.

Keuzes
Met andere woorden, er dringen zich belangrijke keuzes op. Wat vroeger éénrichtingsverkeer was, is nu een drukke tweerichtingsstraat. Dat kan een krant niet negeren. Maar in welke mate laten ze de lezer mee regeren? En welke geloofwaardige businessmodellen kan De Standaard uit zijn ‘curator' status distilleren om te profiteren van lifestyle diensten en producten onder die naam? Pertinente vragen over vernieuwing die alleen een sterke redactie, aangevoerd door een dito algemeen hoofdredacteur, kan beantwoorden. De toekomst van De Standaard is in hun én onze handen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 09 juli 2010 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De Paradox van Parys: Maak het internet ons dom?

Elke week een column. Pakweg 50 keer per jaar een heldere gedachte op papier. Of toch een poging daartoe. Dat lukt, met enig eufemisme, de ene week al wat beter dan de vorige. Maar waar ik zelden last mee heb, is met de keuze van een idee. Het onderwerp vindt mij. Soms klap ik gewoon mijn laptop open en ontdek ik zelf pas na een paar minuten tokkelen waar het over gaat. Het is heerlijk om voor een paar uur stapelverliefd te worden op een gedachte. Die rond te draaien in je hoofd en daarna af te leveren op papier. In 3.500 tekens, netjes ambachtelijk verpakt in 550 woorden. Klaar. Want wanneer de aardappelschillen op de Mens & Economie-sectie belanden, ben ik mijn onderwerp meestal alweer vergeten. Op zoek naar nieuwe inspiratie, een nieuwe liefde voor een week.

Geheim van creativiteit
Waar die vandaan komt, is moeilijk te achterhalen. ‘Het geheim van creativiteit is je bronnen weten te verbergen.' Dat komt niet van mij. Mijn bron is ene Albert Einstein, berucht
om zijn creatieve hersenspinsels in een tijd zonder informatiesnelweg. Vandaag speelt dat internet een enorme rol in onze collectieve inspiratie. We hebben allemaal al wat van het
internet geplukt en gebruikt op het werk. Het lijkt alsof we allemaal een pak verstandiger zijn geworden, want we kunnen ons beroepen op de kennis van miljoenen mensen. Maar
klopt dat wel, dat het internet ons slimmer maakt?

Korte en lange termijn
Neen. Wired Magazine - en ik laat alweer mijn bron zien - schrijft dat, elke keer dat we online gaan, we terechtkomen in een omgeving die oppervlakkig en snel denken promoot. Het internet breekt onze focus en herorganiseert ons brein. De hersenarchitectuur van ervaren webgebruikers verandert door veelvuldig surfen. En niet ten goede. Want onze intelligentie hangt af van hoeveel informatie we overbrengen van ons kortetermijngeheugen naar ons langetermijngeheugen. Uit dat langetermijngeheugen kunnen we dan putten om complexe ideeën te vormen. Maar die overgang tussen korte- en langetermijngeheugen is ook een flessenhals. Het kortetermijngeheugen is een klein vatje, het langetermijngeheugen een bodemloos vat. De informatieoverdracht tussen beide werkt beter als je maar één ding tegelijkertijd doet. Want een korte onderbreking veegt de inhoud van wat we aan het opslaan zijn in ons kortetermijngeheugen, onherroepelijk weg.

Minder creatief?
Laat nu net die onderbreking de essentie zijn van het internet. Mails, tweets, chatgesprekken en Facebook melden ons wanneer een muis een scheet in een fles laat. Als we iets online lezen, worden we meteen afgeleid door links, reclame en filmpjes. En dus slaan we minder op. We weten dus wel meer, maar worden niet intelligenter. En sommigen beweren dat onze hedendaagse technologie, met zijn constante instantverlangen naar analyse, creativiteit verhindert. Dat we daardoor de tijd en ruimte ontberen om bijvoorbeeld goede boeken te schrijven ‘in stilte en in het donker', zoals Proust zei.

Niet akkoord
Ik ga daar niet mee akkoord. Het internet ontsluit een schat aan kennis. We beslissen nog altijd zelf of we de computer aan- of uitzetten. En hoeveel we ons laten onderbreken. Gelukkig maar dat ons brein zich aanpast. Stel je voor dat we met de schedelinhoud van een primaat voor ons scherm zouden zitten. Maar welaan, de vakantie is een excellente toetssteen voor deze theorie. U zet alles eens uit en laat ons daarna weten of u slimmer bent teruggekeerd. Geniet ervan.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 02 juli 2010 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy