Paradox van Parys: Terug naar de Kerktoren

Niets zo sterk als de roep van de roots. Vorig weekend vierden we de verjaardag van een vriend die met vrouw en kind in Londen woont. Hij doet iets met financiering voor een grote instelling, zij iets met marketing in een internationaal concern. Het was een verrassingsfeestje voor hem maar zij hadden de grootste verrassing voor ons, want tijdens de festiviteiten maakten ze hun nakende terugkeer naar het Vlaamse vaste land bekend. Na omzwervingen op drie eilanden - New York, Sydney en The City - had iedereen hen opgegeven als verloren voor het vaderland. De feestvierders waren dus verbaasd.

Ex-expat

Maar eigenlijk was dat geheel onterecht want bij nader inzien waren de helft van de aanwezigen ex-expats. Een van de vrienden had net een stek in Antwerpen gekocht na een baan in Londen. Een andere had zijn werk voor een milieu advies bedrijf in Oxford geruild voor een carrière in de vaderlandse politiek en weer een andere was op de terugweg van Dubai. Als ik snel tel, ken ik zo meer dan tien Vlaamse koppels die afgelopen tijd van heinde en verre naar Vlaanderen zijn terug gekeerd.

Elastische Vlaamse Klei

En omdat het nooit te vroeg is om van een trend te gewagen besloot ik dat hier meer aan de hand is dan puur toeval. De website van de FOD Economie geeft me gelijk. Het aantal Belgen dat sinds 1998 jaarlijks uit het buitenland naar huis keert stijgt exponentieel. De teller staat op meer dan 35.000 per jaar. Een evolutie die gelijke tred houdt met het aantal Belgen dat jaarlijks afscheid neemt en dat afklokt op meer dan 40.000 per jaar. In totaal wonen meer dan een half miljoen Belgen buiten de grenzen. De Vlaamse klei bestaat dus nog steeds, al is de nieuwe samenstelling een tikkeltje elastischer.

Odysseus

Landgenoten die liever hier dan daar het mooie weer maken zijn goed nieuws voor onze economie. Echte innovatie is vooral een verhaal van confrontatie van verschillende inzichten. En als je een tijdje in het buitenland hebt gewoond en gewerkt dan breng je nieuwe kennis mee naar hier. Dat heeft de Vlaamse regering een tijdje geleden ook ingezien. Ze heeft daarom het Odysseus programma in het leven geroepen om wetenschappelijk toptalent de weg naar Vlaanderen te doen vinden. Het programma zorgt ervoor dat wetenschappers onderzoek van wereldniveau kunnen doen in Vlaanderen en daarvoor tot anderhalf miljoen euro per jaar opstrijken. Wat blijkt? Meer dan de helft van de Odysseus-onderzoekers zijn Vlaamse verloren zonen.

Wat hebben wij dat anderen niet hebben?

Wat heeft Vlaanderen dan dat Californië, Canada en Canberra ontberen? Uit mijn eigen, geheel onwetenschappelijke, enquête blijkt: ouders en een goede sociale zekerheid. Zeg maar de krachten van de natuur en de zorgen van nonkeltje staat. Je moeder en vader drie straten in plaats van drie vluchten verwijderd is eens zo handig als je zelf klein grut in huis hebt. Een groep vrienden in je stad met wie je hetzelfde culturele kader deelt, is net iets persoonlijker dan een groep nieuwbakken kennissen met wie je een pagina op facebook deelt. En, zo blijkt, een lange afwezigheid doet ook verlangen naar onze sociale zekerheid. Want bijna gratis naar de dokter is in verre landen ook vaak een verre droom. En wat niemand zei, maar misschien ook wel speelt is dat je in Vlaanderen een grote vis in een kleine vijver kan zijn, terwijl je in het buitenland vaak een kleine vis in een ietwat grote vijver bent.

Persoonlijke heimat

Ikzelf ben gisterenavond nog even langs mijn persoonlijke heimat gelopen. Mijn moeder informeerde langs haar neus weg of wat ik in de krant schrijf elke week ergens uit afschrijf. En mijn vader had omstandige commentaar bij de wisselende kwaliteit van mijn stukjes. Niets zo heilzaam als in twee minuten met je twee voeten op de grond te worden gezet door de twee mensen die je eigenhandig op de wereld hebben gezet. Nu weet ik weer waarom ik ben teruggekeerd uit het buitenland.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

donderdag 25 februari 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: The Belgians are coming

Afgelopen weekend heb ik doorgebracht met belangrijk en omvangrijk veldonderzoek naar onze Vlaamse creatieve industrie. Vrij vertaald, ik ben gaan winkelen. Ik wou weten hoe onze bekende designers het er van afbrengen in de Big Apple en nam de proef op de som in het energieke Meatpacking District van Manhattan. Een buurt die onder stroom staat met hippe hotels, baanbrekende bars en modieuze merken. En wie op zoek is naar de allerlaatste mode, begint best bij Jeffrey. Een poepchic warenhuis waar je een weldoordachte outfit kunt aanschaffen die de buitenwereld moet doen geloven dat je die nonchalant uit je kast hebt geplukt.

Hot in the capital of cool

Voor de gewone stervelingen onder ons beperkt een tripje naar dat walhalla van de goede smaak en exorbitante prijzen zich evenwel tot kijken en niet aanraken. Een stel stijlvolle sportschoenen die eruit zien alsof ze door de eerste de beste stukadoor dagelijks gebruikt zijn bij het uitvoeren van pleisterwerkzaamheden kost al gauw 600 dollar. Bij het binnenkomen vroeg ik toch dapper of ze misschien iets hadden van een Antwerpse designer. De verkoper keek me een beetje vreemd aan. Ik maakte me al klaar om uit te leggen dat het hier een stad niet ver van Brussel betrof. Maar even later begreep ik zijn verwarring want mijn vraag leidde tot een lange en enthousiaste rondleiding door de helft van de winkel. Ivan, zoals de man heette, liet me rekken met Margiela t-shirts, vesten en broeken van Ann Demeulemeester, schoenen van Raf Simmos en een collectie van "Dries" hemden zien terwijl hij honderduit vertelde over de professionele successen en levensverhalen van elke ontwerper. Er was maar één conclusie: we are hot in the capital of cool.

NY Fashion Week

Dat is goed nieuws. Want maandag hadden we met het Flanders Fashion Institute, onderdeel van Flanders DC, een pak volk uitgenodigd op de 44ste verdieping van het NY Times gebouw, de kantoren van Flanders House. Opzet was om zeven nieuwe designers te lanceren op de Amerikaanse markt. Geen beter tijdstip dan de NY Fashion Week om Amerikaanse pers, professionele aankopers en fashionistas warm te maken voor de producten van onze creatieve industrie. Daarom liet Showroom Antwerp niet alleen zeven nieuwe mode ontwerpers los maar ook zeven Vlaamse juweel ontwerpers die met Antwerpse diamant de HRD Awards hadden gewonnen. En ook een speciale fotoreeks, door Flore Zoé, die het hele ontwerp proces van idee tot uitvoering in beeld bracht waren van de partij.

Small but mighty Belgium

En dat het een succes was. Het was over fraaie koppen lopen. Diane Von Fürstenberg, ontwerpster, uitvindster van de wrap dress en voorzitter van de Amerikaanse Raad van Modeontwerpers, was laaiend enthousiast. De stukken van Anke Loh, Marc Philippe Coudeyre, Anna Heylen, Lenney Leleu, Stephan Schneider, Peter Ceursters en Idriz Jossa inspireerden lyrische reacties. De Amerikaanse pers noemde ons land achteraf ‘the gift that keeps on giving' op vlak van creativiteit. De meest invloedrijke mode blog merkte op dat ‘some of the biggest names in fashion have come out of small-but-mighty Belgium so it made sense that a presentation of up-and-coming Flemish designer would draw a big fashion week crowd and offer some very cool pieces.' Een andere dan weer riep Antwerpen uit tot ‘avant-garde stijl hoofdstad zonder gelijke'. En veel meer van dat.

Sinatra

We zijn dus echt wel meer dan bier en chocola en dat begint door te sijpelen. Onze creatieve industrie is ons uniek visitekaartje in de wereld en een belangrijke groei motor. Hoe meer we daar van exporteren, hoe meer jobs we hier creëren. Als we het nu ook zelf, met een vleugje New Yorkse zelfzekerheid, geloven, kunnen we het land van de creativiteit worden en de wereld laten zien dat de F in Fashion voor Flanders staat. Frank Sinatra zong het, de Vlamingen doen het. If you can make it there, you can make it anywhere.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 19 februari 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: Zijn rijke Belgische kinderen slimmer?

Dat is de vraag die ik me stel bij het lezen van een artikel dat woensdag in deze krant verscheen. ‘In Vlaanderen zitten vier keer meer kansarme leerlingen in het beroepsonderwijs dan kinderen uit een gegoed milieu', zegt professor Hindriks van de UCL. In het algemeen secundair onderwijs zitten drie keer meer leerlingen uit een gegoed milieu. Het ASO is er dus voor de gegoede klasse, het TSO voor de middenklasse en het BSO voor de kansarme klasse. Het onderwijs in Vlaanderen - en Wallonië - zou moeten emanciperen maar bezondigt zich aan segregeren. Dat kan niet. Net zo min als een begaafde leerling achter mag blijven omdat hij voor ligt op de rest van zijn klas, mag een leerling zijn voorbestemd voor achterstelling louter door geboorte. De kans dat een leerling uit een bescheiden milieu zich dankzij zijn opleiding ‘opwerkt' tot een hogere sociale klasse, is bijzonder klein in België weet de studie van Hindriks nog.

Migranten

De OESO bevestigt en laat weten dat we er nog veel minder van bakken op school als het gaat over kinderen van migranten gaat. Bij de laag geschoolden vind je bij ons twee keer zo veel kinderen van migranten als Belgen. Zonen van immigranten hebben drie keer meer kans om geen werk te hebben of niet op school te zitten dan jongens uit een Belgische familie. Je kan, volgens de OESO, maar beter niet in België op school zitten als immigrant, want je kans op een baan is nergens anders in Europa slechter. Dat is ronduit een ramp als we een goed draaiende economie willen en het hoofd bieden aan de vergrijzing.

Grenzen bereikt

Hoe kan dit allemaal? Het is in ieder geval niet alsof het beleid heeft stil gezeten. Integendeel. Sinds de jaren zestig werken we aan de democratisering van het onderwijs. Dat is bijna gratis in ons land. We hebben hopen studiebeurzen. In de lagere school geldt de maximumfactuur, geen uitstapjes boven een bepaald plafond. We hebben Centra voor Leerlingenbegeleiding. We besteden meer dan 7.000 EUR per kind in het onderwijs. En bijna het dubbele voor kansarme leerlingen. En toch blijkt dat het allemaal weinig zoden aan de dijk zet. Je afkomst bepaalt je toekomst. Gelijke kansen op school zijn, na decennia investeren, nog steeds geen feit. Het beleid moet blijven innoveren en experimenteren met het weghalen van de beschotten tussen ASO, BSO en TSO. De aangekondigde hervorming van het middelbaar, die leerlingen toelaten later te kiezen tussen richtingen, kan hier soelaas brengen. Je kan leerlingen individueler coachen en extra ondersteuning voorzien.

Ouders aan zet

Maar als we iets moeten leren uit vijftig jaar inspanning, is dat meer van hetzelfde geen optie is. Het past niet om te roepen dat de overheid meer moet doen, er is nog nooit meer gedaan. We zitten aan de grenzen van wat de overheid kan doen. En dus is het nu tijd om te zeggen dat ook de ouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Om zoon en dochterlief te stimuleren hun talenten maximaal te laten renderen. Om kinderen gezonde ambitie bij te brengen en verder te laten springen. Om te helpen zorgen voor een rijke woordenschat bij migrantenkinderen. In Leuven help ik af en toe een jonge Marokkaanse Belg met lezen en schrijven. Zonder extra hulp redt die jongen het eenvoudigweg niet. Maar naschoolse bijles is zinloos als er thuis enkel Marokkaans wordt gesproken, als de scouts in het weekend niet kan, maar lessen Arabisch wel. Wat helpt een maximumfactuur als Nederlandstalige televisie afwezig blijft maar Al-Arabyia alomtegenwoordig is thuis? Daar zou ik het graag over hebben.

De bal ligt in het kamp van de ouders. Want rijke of Belgische kinderen zijn niet slimmer dan hun collega's uit arme of migranten gezinnen.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

donderdag 11 februari 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Paradox van Parys: My Toyota is van plastiek

Ik behoor tot de gelukzakken die zich zonder Toyota door het leven loodsen. Stel je voor dat je eerst een harperende vloermat aan je been hebt. En dat, een keer je dat euvel hebt verholpen, je moet vaststellen dat je gaspedaal een eigen leven leidt. En je dus opnieuw naar de garage moet voor een herstelling. Gevaarlijk en vervelend. Maar hopelijk schepen ze je daar bij Toyota dan niet met een Prius als vervangauto op. Want zoals ze onderhand ondervonden hebben in Japan, houdt miserie van gezelschap. Een Prius blijkt niet ongevraagd te versnellen zoals andere modellen, maar desgevraagd ook niet te stoppen. En het zat het merk niet mee want gisteren getuigde een onfortuinlijke Toyota bestuurster met de naam Akira Suzuki voor de internationale pers dat ze zich "niet langer veilig voelt in haar Toyota". O ironie.

Solden

Maar het verhaal van Toyota is voor nog een andere dan louter technische redenen interessant. Het illustreert perfect de grenzen van een systeem waarin de overheid zich met overgave in de markt gestort heeft. Neem nu de Amerikaanse Etienne Schouppe. Die paste gisteren schaamteloos het spreekwoord ‘de een zijn dood, is de ander zijn brood' toe. De minister van Transport, met de toepasselijke naam Ray La Hood (wat zoveel betekent als ‘Ray De Motorkap'), raadde gisteren aan om alle Toyota's die onder het terugroeporder vallen meteen aan de kant te zetten. Hij vermeldde er nog net niet bij dat het solden is bij Buick of dat er koopjes te doen zijn bij aanschaf van een gloednieuwe Chevy. Je kan het hem ook moeilijk kwalijk nemen want de man is als vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering natuurlijk ook eigenaar van GM. En de Amerikaanse schatkist hoestte vorig jaar 57.6 miljard dollar op om meerderheidsaandeelhouder te worden van het vlaggenschip van Detroit. In zo'n omstandigheden is elke extra verkochte Cadillac mooi meegenomen.

Japanse Etienne Schouppe

Ondertussen zit de Japanse Etienne Schouppe ook flink verveeld met de zaak. Want ja, het ministerie van transport voert een diepgaand onderzoek naar de veiligheid van de productie bij Toyota, dat spreekt. Maar wacht eens even, wie heeft er in maart van 2009 meer dan 3 miljard dollar geleend aan datzelfde Toyota? Juist, de regering van Japan. Dat onderzoek zal dus wel de nodige diepgang hebben. Maar nu ook weer niet zoveel dat het buitenlandse merken de kans zou geven om marktaandeel te winnen van Japans' nationale trots. Of de veiligheid van de bestuurders hiermee gebaat is, is nog maar de vraag. Maar per slot van rekening brengt elke onverkochte Camry de afbetaling van die lening in gevaar.

Obama

Wij in Vlaanderen weten al langer dat de wereldwijde concurrentie voor de verkoop van uitstootmonsters op het scherp van de snee en via de politiek wordt gevoerd. Uiteindelijk doet die Nick Reilly, topman van GM, ook maar wat Obama hem opdraagt. Maar we zijn meer dan eens de pineut. Als burgers betalen we belastingen die de overheid prompt pompt in noodlijdende autobedrijven. Diezelfde overheid heeft als belangrijkste taak om haar burgers te beschermen. Dat doet ze door in te grijpen met regels en sancties. Maar de staat komt zichzelf tegen als groot aandeelhouder van industriële mastodonten wanneer zo'n sancties eigen bedrijven pijn kunnen doen. Het is immers verdomd moeilijk arbiter te zijn als je ook als speler op het veld staat.

12de man op het veld

Daarom kies ik voor een overheid die zich toelegt op het fluiten van de wedstrijd, zonder ambiguïteit. Een overheid die slim reguleert maar niet participeert. Want de crash van Toyota is ook de crash van ons ‘nieuw' systeem waarin de overheid aan elke kant van de tafel zit en constant moet kiezen tussen de belangen en de veiligheid van alle burgers en haar rol als aandeelhouder.

De Paradox van Parys verschijnt op vrijdag in De Standaard.

vrijdag 05 februari 2010 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy