Tag cloud
innovatie creativiteit leuven economie europa campagne ondernemerschap open vld ondernemen crisis begroting vlaanderen jobs kapitalisme ondernemers overheid besparen creatieve economie belgië flanders dc onderwijs tobback politiek vrouwen bankenfeb/2012 jan/2012 dec/2011 nov/2011 okt/2011 sep/2011 aug/2011 jul/2011 jun/2011 mei/2011 apr/2011 maa/2011 feb/2011 jan/2011 dec/2010 nov/2010 okt/2010 sep/2010 aug/2010 jul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
Reactie op Beslissingen Open Vld Fractiedagen
De militanten van de groep ‘Voor een rechtlijnige Open Vld' zijn blij met de Verklaring van Oostende. Open Vld geeft daarmee aan effectief naar zijn basis te luisteren en een nieuw en rechtlijnig hoofdstuk te willen schrijven. Hieronder lijsten we kort onze strijdpunten op en toetsen we ze aan wat er dit weekend is beslist op de fractiedagen van Open Vld. We kijken nu vooral uit naar een rechtlijnige begroting en de opportuniteit om inhoudelijk te kunnen wegen op de standpunten van onze partij.
1. Kritische analyse van de opeenvolgende verkiezingsnederlaag
Volgens de leden van onze groep was niet ons programma, wel ons gebrek aan rechtlijnigheid en onze politieke stijl het probleem. De ‘Verklaring van Oostende' (op basis van interne bevraging bij 1.000 leden en post-electoraal onderzoek van Dimarso) volgt en stelt dat: "Gebrek aan slagkracht, leiderschap, standvastigheid en eendracht. Niet de ideologie is het probleem, wel de vertaling ervan en de manier van aan politiek doen." Wij zijn tevreden met die conclusie.
De lakmoesproef van onze rechtlijnigheid wordt de opmaak van de federale begroting. Open Vld kan niet toegeven op het standpunt dat minstens twee derde van de begrotingsinspanning structureel langs de uitgavenkant moet liggen en maximaal 1/3de langs de inkomstenkant. Een land waar het overheidsbeslag tot de hoogste in de westerse wereld behoort heeft geen probleem op vlak van te weinig inkomsten, wel een probleem van te hoge uitgaven.
2. Herstel van de dialoog met de basis
Wij zijn tevreden dat de partij besloot provinciale meetings te organiseren. Dit kan maar een eerste stap zijn in het herstellen van de dialoog met de basis. Wij stelden eerder voor om in dit verband de huidige partijraad te versterken in haar rol en impact. Het feit dat deze zich zal uitspreken over de Verklaring van Oostende is positief.
3. Voorzittersverkiezingen voor het einde van het jaar
Van bij haar stichting heeft Open Vld de ledendemocratie hoog in het vaandel gedragen. Wij zijn van mening dat de voorzittersverkiezingen een belangrijke stap zullen zijn in het versterken van ons politiek profiel, het betrekken van de basis en het sluiten van de rangen.
4. Verbreding van het leiderschap
Wij juichen de beslissing toe om bij de komende voorzittersverkiezingen te werken met ‘team-kandidaturen'. Dit biedt bij uitstek de kans om het leiderschap te verbreden en te zoeken naar complementaire, evenwichtige teams, waarbij ervaring en nieuwe gezichten elkaar kunnen aanvullen.
5. Inhoudelijk congres
Wij zijn tevreden dat we op 8 en 9 mei 2010 een toekomstcongres organiseren met als thema's: competitieve arbeidsmarkt, relance economie, strijd tegen de corruptie en modernisering van justitie. We stellen voor om ook over de rol van de overheid in de samenleving te spreken en over het verzekeren van een duurzame sociale bescherming. We kijken nu vooral uit naar de opportuniteit om inhoudelijk te kunnen wegen op de standpunten van onze partij.
zondag 27 september 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Kommer en Vreugd
Laat ons zeggen dat het geen topweek is geweest voor de Belgische ondernemers. Als we eerlijk zijn, is het niet bepaald een florissant jaar geweest. Toch blijkt uit nog ongepubliceerde cijfers dat onze jeugd bijzonder positief staat tegenover ondernemers. Vreemd, want neem nu het nieuws van deze week. Het begon al slecht tijdens het weekend met de heer Lippens die de aftrap gaf van een onstuimig mediaoffensief. De Standaard vatte het eerder deze week perfect samen: een kans om te zwijgen doet zich spijtig genoeg geen twee keer voor. De voorzitter van wat ooit één van onze grootste bankinstellingen is geweest, leek net terug van een missie naar Mars, waardoor hij het voorbije jaar het nieuws op aarde had gemist. Hij gaf zelf geen fout toe, wees met een beschuldigende vinger naar de regering en andere bestuurders en beweerde nooit iemand te hebben opgeroepen om te investeren in Fortis. Extra pijnlijk wanneer de krant je oude quote opdiept waarin je net dat doet.
Maar de week was nog lang niet afgelopen, zo bleek. Minister Van den Bossche had ontdekt dat kredietmaatschappijen met waarborgen van de overheid vooral woningkredieten uitdeelden aan hen die het niet nodig hebben. En bij dat uitdelen vergaten ze natuurlijk ook zichzelf niet. Bijna vanzelfsprekend was er ook deze week een nieuwe klacht tegen handelsrechter De Tandt. De voorzitter van de Brusselse rechtbank van koophandel wordt er nu ook van beticht een faillissement corrupt te hebben afgewikkeld. Ondertussen viel de mededingingsautoriteit binnen bij de elektriciteitsleveranciers Electrabel en SPE omdat die kunstmatig hoge groothandelsprijzen zouden hanteren. En om het helemaal compleet te maken, was er de aanhouding van de ex-topman van het VBO, Luc Vansteenkiste. Die zou zich vergist hebben van bestuursmandaat toen hij bij de holding Bois Sauvage verklapte wat hij als bestuurder van Fortis had vernomen.
Waarom zijn er plots zo veel meer malversaties bij ondernemers en ondernemingen? Is dit een trend, puur toeval of gewoon weer de fout van de vermaledijde media? En ondernemen we daardoor minder? Ik stak mijn licht op bij iemand die het kon weten.
Hallo, professor Crijns van de Vlerick School? 'Wat deze week gebeurde, is volstrekt normaal en puur toeval', steekt hij van wal. 'Het is wel zo dat er meer negatief bedrijfsnieuws is dan vroeger omdat mensen nu eenmaal sneller geneigd zijn een scheve schaats te rijden in het midden van een financiële crisis. Daarmee zitten we op een omslagpunt. Na de grote beurshausse, waar alles mogelijk was en hoogmoed regeerde, zien we nu dat wie hoog klimt, ook laag kan vallen.'
Nochtans blijkt uit nieuw statistisch onderzoek, uitgevoerd tijdens de crisis, dat onze jeugd een erg positieve indruk heeft over ondernemerschap. 'Dat komt omdat mensen tijdens een recessie beginnen te voelen waar Abraham de mosterd haalt. En dat kan een positief effect hebben. Het ondernemerschap uit noodzaak groeit en in crisistijd kun je goedkoper starten door het overnemen van activa van failliete bedrijven. Maar we hebben wel meer schrik om te falen en het is moeilijker om financiële middelen los te maken. Voorlopig is het nog niet duidelijk wat het netto-effect van die twee verschijnselen is.'
De enige remedie is, volgens Crijns, acht keer meer positief nieuws brengen dan er negatieve berichten verschijnen, want één negatief bericht heeft dezelfde kracht als zeven positieve berichten.
vrijdag 25 september 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Heilige Koe
Zes miljoen liter melk. Goed voor twee olympische zwembaden wit spul is er gisteren door een duizendtal boeren en meer dan vierhonderd tractoren uitgereden op een akker in Ciney. De, voornamelijk Waalse, melkstaking heeft haar mediatiek effect niet gemist. Dat het kommer en kwel is in sommige van onze landbouwbedrijven staat buiten kijf. De Waalse landbouwfederaties klagen dat de prijs die ze voor een liter melk krijgen, gemiddeld 19cent is. Terwijl het 33cent kost om een liter te produceren. In de supermarkt betalen we tot een euro voor zo'n liter. De oplossing volgens vele boeren? De Europese Commissie. Die moet opnieuw strengere maximumhoeveelheden opleggen. Zo zou de prijs de hoogte moeten in gaan. Maar wat als zulke quota niet de oplossing maar het probleem zijn?
Neem nu dit merkwaardige feit. De boeren willen het melkquotum met 1% verlagen maar de Europese landbouwers produceren nu al 4% minder melk dan toegelaten. Zo'n verlaging zou dus geen enkel effect hebben buiten het feit dat de melkveehouders weer naar overheidsplanning grijpen. Maar die vraag hoorde je niet in 2007 toen melk duur was doordat de Chinezen yoghurt ontdekten en de Australiërs met massale droogte kampten. Nu we minder kaas eten door de recessie, moeten we plots terug naar een geleide economie. Maar wanneer de crisis straks over is, zullen de boeren niet snel genoeg op de nieuwe vraag kunnen inspelen. Het duurt immers even vooraleer een koe oud genoeg is om gemolken te worden. En zo dreigen de boeren dus in hun eigen voet te schieten.
Er zijn ongetwijfeld andere creatieve oplossingen dan quota. Zondag is het de Dag van de Landbouw, waarop het Europese landbouwbeleid wordt gepromoot. Volgens de Boerenbond is dat beleid de gezinspolis voor voldoende, kwaliteitsvol en betaalbaar voedsel en voor een leefbaar platteland. Maar is dat wel zo? De EU spendeert de helft van haar budget aan landbouwsubsidies. Dat is zo'n 50miljard euro. De Europese toelagen zijn niet bepaald een gezinspolis voor de landbouwers uit de derde wereld. We doen ze er oneerlijke prijsconcurrentie mee aan, daarna zadelen we hun markten op met onze surplusproducten en daarna stoppen we ze subsidies voor ontwikkelingshulp toe. Krankjorum, als je het mij vraagt.
Voor we het afschaffen, kunnen we beginnen met dat Europees subsidiehuis op orde te zetten. En daar is werk aan. Dit jaar moesten de lidstaten voor het eerst bekendmaken wie er profiteert van die subsidies. Dat lijstje bevat verrassende namen. Zo krijgt de Britse Queen voor meer dan een half miljoen euro aan subsidies als landeigenaar. De Kerk staat met veel abdijen en kloosters hoog op de lijst en de multinational Cargill ontving vorig jaar 10,5 miljoen euro steun. Voor alle duidelijkheid, het bedrijf boekte vorig jaar een omzet van 120 miljard euro. In Italië is een bank de grootste winnaar van de subsidieprijzenpot. In Spanje een bedrijf dat alcoholische dranken op de markt brengt. Kunt u nog volgen? Als subsidies het doel hebben om het inkomen van landbouwers aan te vullen, dan schieten ze royaal hun doel voorbij.
Maar het kan ook anders en creatiever. Op de Dag van de Landbouw wordt de creativiteit van onze landbouwers in de bloemetjes gezet. Creatief van nature is het thema. Want werken met beperkingen doet onze boeren zoeken naar nieuwe manieren van produceren of met inventieve producten op de markt komen. Zo zouden we op de Dag van de Landbouw kunnen nadenken over hoe we van melk opnieuw een premium product maken. Als Belgen bereid zijn om verschillende euro's neer te tellen voor vitaminewater, dan kan een exclusief melkmerk niet ver weg zijn.
vrijdag 18 september 2009 - Geef je commentaar (1)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: L’Etat C’est Moi
We stijgen een plaatsje in de lijst van competitieve landen die het Wereld Economisch Forum (WEF) gisteren bekend maakte. Hoera. Maar wat blijkt? De overheid, die de smeerolie moet zijn in ons economisch radarwerk, is de stok in ons wiel. Nu weet ik wel dat sinds de gebeurtenissen van een jaar geleden de roep om meer overheid steeds luider klinkt. De redenering is dan dat te weinig overheid ons genekt heeft en we meer regels moeten verzinnen om minder heibel te krijgen in de toekomst.
De nieuwste cijfers van het WEF zouden de aanhangers van die theorie reden twee keer moeten doen nadenken. Volgens het nieuwste Competitiviteitsrapport is de overheid in ons land al lang geen deel van de oplossing meer, maar maakte ze deel uit van het probleem.
In dat rapport rangschikt het WEF 133 landen en gebruikt het daarvoor een aantal factoren. Globaal bezetten we plek 18 in die lijst. Maar drie factoren hangen als een economische albatros rond onze nek. Het aantal overheidsregels zet ons op plaats 112 in de tabel. Ecuador, Ivoorkust en Kameroen doen het beter; enkel landen als Zimbabwe, Bangladesh en Rusland hebben nog meer regels. Niet echt iets om trots op te zijn. Bovendien hebben we van de 133 landen de op tien na zwaarste schuldgraad. En de kers op de taart is onze belastingsdruk: met plaats 130 doen enkel Argentinië, Hongarije en Brazilië slechter.
Nu we krap bij kas zitten is de omvang van ons overheidsapparaat trouwens een bijzonder relevante discussie. België telde in 2004 meer dan 34 ambtenaren per 1.000 inwoners. In Nederland waren dat er 23. In Cyprus 4. Het zou natuurlijk kunnen dat we al die overheidswerknemers nodig hebben om performant te zijn. Maar ook dat blijkt niet waar. In internationale vergelijkingen halen we een performantiescore van 79%, veel slechter dan de score van onze Noorderburen met een kleiner overheidsapparaat. Ergens gaat er dus iets fout. Daar moeten we het echt eens over hebben. Uw en mijn kinderen zullen er binnen een paar jaar niet mee kunnen lachen als we laten betijen en de lont aan een bom onder hun toekomst aansteken.
Maar het is een beetje makkelijk om alles op het aantal ambtenaren te steken want de overheid dat zijn u en ik. Dat vraagt een mentaliteitswijziging, ook bij onze ondernemers. Nog niet zo lang geleden zat ik in een panelgesprek over economie en innovatie. Daarbij viel me op dat onze verwachtingen ten opzichte van de overheid haast genetisch bepaald lijken. Ten eerste had de moderator de neiging om elke vraag aan een panellid te beginnen met ‘Wat moet de overheid daaraan doen?'. En ieder panellid pikte daar plichtsbewust op in met een antwoord dat steevast begon met ‘De overheid moet...'.
Maar moet de overheid wel zoveel? En moeten wij wel zoveel verwachten? Is het niet makkelijker een zaak te beginnen, te innoveren en te internationaliseren met minder regels? Waarom is het bijvoorbeeld nodig dat de overheid in een socio-economische vergunning bepaalt hoeveel sokken een winkelier mag verkopen en hoe zijn assortiment eruit ziet? En waarom moeten daar mensen op toezien met sancties en boetes? Zoiets gaat mijn pet te boven.
Het antwoord is dus niet meer overheid - want daar hebben we er al genoeg van - maar een slimmere overheid. Wereldwijd was de slinger misschien doorgeslagen naar te weinig regulering van de financiële markten maar lokaal was hij bij ons al lang uit de bocht gegaan, in de andere richting. Het is dus tijd om de slinger naar het midden op te schuiven. Meer regulering internationaal. Minder regels nationaal. Zodat ondernemers kunnen ondernemen en consumenten consumeren. En wij er allemaal wel bij kunnen varen.
vrijdag 11 september 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Paradox van Parys: Ode aan de banken
Een bank is een plek die je geld leent als je bewijst dat je het niet nodig hebt. Dat werd al in de jaren vijftig verteld. Veel fans hebben de banken er in tussentijd niet bijgewonnen. De socialistische vakbond wil onze banken een crisisbelasting doen ophoesten. Sp.a wil ze uitsluiten van de notionele interestaftrek. En Laurette Onkelinckx ziet een kans om het gat in de begroting kleiner te maken door ‘de banken de crisis te laten betalen'. Enkel Groen! kwam gisteren origineel uit de hoek en kant zich tegen zo'n algemene belasting.
Het is bon ton om in te beuken op de rol van de banken. En het lijkt er op alsof ze dagelijks druk in de weer zijn om hun kritikasters nieuwe ammunitie te geven. Een bonus hier en een vertrekpremie daar, geven op zijn minst de indruk dat het bankiers worst zal wezen wat de publieke opinie denkt, zolang er maar kreeft op hun bord belandt. Maar zo'n hoofdschotel zou wel eens gevolgd kunnen worden door een bitter en duur dessert. Of je het nu wilt of niet, de overheid is opnieuw een belangrijke speler geworden op de financiële markten. En de overheid, dat is het grote publiek. Je hoeft dus geen genie te zijn om in te zien dat je als bank dus beter start met aan iedereen duidelijk te maken welke belangrijke rol je vervult in het ondersteunen van ondernemerschap, het nemen van risico en het scheppen van welvaart.
Het grote publiek uitleggen wat banken doen en hoe de economie opereert lijkt me dus een goed idee. Onze banken kunnen misschien eens hun licht opsteken op 48 Wall Street in New York. Daar huist het Museum for American Finance, een afdeling van het befaamde Smithsonian. Dat museum is er gekomen na de crash van 19 oktober 1987 toen de markt op één dag meer dan 500 biljoen dollar aan waarde verloor en het publieke vertrouwen in de financiële sector Siberisch koud werd.
Het museum legt klaar en helder uit hoe de markten werken, waar het fout is gegaan en wat daar de belangrijkste oorzaken van waren en waarom we over een bull of bear market spreken. Het heeft ook een mini-tentoonstelling over het ontstaan van de eerste Amerikaanse bank en zijn oprichter, Alexander Hamilton. Dat verhaal begon exact deze week 400 jaar geleden toen de Engelsman Henry Hudson in opdracht van de Nederlandse Oostindische Compagnie faalde in zijn zoektocht naar een snelle Aziatische route en daarbij toevallig slaagde in het stichten van New Amsterdam, nu New York. 167 jaar later scheidden de kolonies zich af van het Verenigd Koninkrijk met als resultaat een nieuwe staat maar ook een grote schuld bij de Fransen en de Hollanders die de opstand financierden. Alexander Hamilton noemt schuld de prijs van vrijheid en overtuigt zijn collega's bij de oprichting van de V.S. ervan dat een nationale schuld, indien niet excessief, een nationale zegen kon zijn. Goede raad die sommige van zijn opvolgers als Secretary of the Treasury duidelijk in de wind slaan. Bij zijn dood tijdens een duel liet Amerika's eerste financier ironisch genoeg een pak schulden achter. Het is niet geweten of zijn vrouw en acht kinderen dat een zegen vonden.
De rest van het museum is wisselend van kwaliteit maar bevat goede ideeën voor een Europese variant. Zo is er een expo over de financiële crisis die goed bedoeld is maar verzandt in een chronologische letterbrei waar je enkel met het uithoudingsvermogen van een bergbeklimmer aan begint. AIG en Lehman, tot vorig jaar nog sponsors van het museum, staan nu tentoon als onderdeel van het museum. Maar je kan ook weetjes leren zoals het feit dat de kredietkaart in 1956 is geboren in de Cabin Grill, waar mensen met ‘Diner's Club' betaalden. Het legendarische etentje staat ondertussen bekend als ‘het eerste avondmaal' in de industrie die meer dan 600 miljoen plastieken betaalkaarten in omloop heeft.
Meer weten over wat onze banken doen, en beter uitleggen hoe de economie in mekaar zit, zou tot onze basiskennnis moeten behoren. Want onze financiële instellingen mogen dan wel verguisd worden, wat zouden we zonder ze zijn? En als voor wie dat gaat betalen, hebben we een suggestie: Gebruik een deel van het bonusgeld voor zo'n initiatief. Dat is wat we win-win noemen.
vrijdag 04 september 2009 - Geef je commentaar (1)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





