Tag cloud
creativiteit innovatie economie leuven campagne open vld crisis ondernemerschap ondernemen jobs begroting creatieve economie ondernemers banken starten besparen flanders dc schuld militant onderwijs nmbs fietsen talent politiek partijjul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
Papieren bos
Groot nieuws begin deze week: onze staatsboekhouding ontspoort en de volgende generatie betaalt. Niet echt verwonderlijk. We zijn met meer dan tien miljoen Belgen en werken met minder dan drie en een half miljoen in de privésector. Dat betekent dat 35% van onze landgenoten inkomsten moet genereren voor zes en een half miljoen medeburgers. Een snelle rekensom. Van onze zeven miljoen potentiële arbeidskrachten haken er 2,3 miljoen gewoon af. Daarnaast geniet 12% van onze bevolking van een uitkering, goed voor 1,2 miljoen mensen. Trek daar een miljoen Belgen van af die onze welvaart administreren maar zelf niet creeëren. Dan blijft er een flinterdun deeltje van onze bevolking over dat effectief de taart bakt. Met zulke cijfers zou je denken dat we alles in het werk stellen om medeburgers die wat willen ondernemen het leven gemakkelijk te maken. Hieronder drie anekdotes die vooral het tegendeel bewijzen.
Stel: je wilt investeren in Vlaanderen en een logistiek centrum bouwen. Dat ging zo. Bij de bouwaanvraag voor het logistiek centrum bleek één van de negentien (!) adviezen negatief. Dat lag aan het feit dat de betrokken adviseur van mening was dat er een bos stond op het industrieterrein waar de loods zou komen. Een zonevreemd bos dus, maar een bos niettemin. En om dat bos te rooien heb je een kapvergunning nodig. Enig probleem was dat er op het terrein in heinde en verre geen bos te bespeuren was. Je nodigt de ambtenaar uit voor een eenvoudig plaatsbezoek om het misverstand de wereld uit te helpen, maar dat was buiten de principes van de man gerekend. Die weigerde 'af te stappen', want dat deed hij voor geen enkel dossier. Wat doe je dan na ettelijke dagen en uren geredeneer? Een kapvergunning aanvragen.
Of neem nu het recente reglement dat een niet nader genoemde Vlaamse centrumstad net heeft aangenomen. Dat regelt hoe het vaststellen van leegstand in zijn werk gaat. Dat gebeurt als volgt. De bevoegde ambtenaar stapt in zijn auto en rijdt willekeurig rond. Bij elk gebouw met een bordje 'te huur' of 'te koop' gaat hij uit van een vermoeden van leegstand. Aangezien die beambte niet kan vaststellen of er effectieve leegstand is, stuurt hij dan maar een 'akte van leegstand-vaststelling' op naar de eigenaar, de taks volgt automatisch. Die eigenaar moet dan maar bezwaar aantekenen als het gebouw wel betrokken is. Enkel de ambtenaar die eerder de leegstand vaststelde, heeft ook de macht om die 'vaststelling' ongedaan maken. Resultaat van deze weldoordachte regelgeving is dat bedrijven die actief hun onroerend goed verhuren of verkopen gestraft worden. Wie echte leegstaande gebouwen bezit, hoeft zich geen zorgen te maken.
En ten slotte nog deze. Na een aantal onbeantwoorde mails en telefoons naar een lokale Dienst Economie besloot een collega-ondernemer om zijn vraag persoonlijk te gaan stellen. Ook dat bleek niet gemakkelijk, want hij had zich niet tijdens het spreekuur aangemeld. Dan maar opnieuw bellen. Zijn eerste telefoon bleef onbeantwoord, zijn tweede werd opgenomen door een assistente in het landschapskantoor dat perfect zichtbaar was door het raam aan de straat. Gevraagd naar de dossierbehandelaar bleek die niet beschikbaar. Ofschoon die wel gewoon voor zijn computer zat. Toen mijn collega de assistente daar attent op maakte, schrok de dame even. Na intern overleg, makkelijk te volgen door het raam, kreeg mijn collega de bevoegde persoon niet aan de lijn. Bleek dat hij had gebeld tijdens één van de telefoonvrije uren.
Als we meer dan drie en een half miljoen Belgen aan de slag willen om de pensioenen te betalen, schieten we onszelf in de voet als we alles zo moeilijk te maken.
donderdag 26 maart 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Surplacen of demarreren
Gisteren zei een kennis tegen me dat zijn grootste hoop voor zijn zoon van17 was dat hij later iets buiten België zou gaan doen. Zo zijn er ongetwijfeld nog vaders, bezorgd dat het beste wat hun zoon hier kan bereiken, surplacen is. Maar als al die zonen emigreren, verlaat de toekomst ons land. Ik ben in 2000 afgestudeerd in een heel andere wereld. Alles kon en we geloofden rotsvast dat we het beter zouden doen dan onze ouders. Het moeilijkste was kiezen tussen de gekste jobaanbiedingen van softwarebedrijfjes met biljarttafel tot advocatenbureaus met extralegale voordelen. Zes maanden later spatte de droom uit mekaar en barstte de dotcombubbel. Een jaar later stortte het World Trade Center in. Veel van mijn vrienden zijn toen hun job kwijtgeraakt. Nu, acht jaar later, staat er weer een pak kennissen aan de deur. De werkloosheid bij jongeren is met een derde toegenomen in vergelijking met vorig jaar. Diegenen die nog een job hebben, kunnen fluiten naar een promotie. En Joost mag weten wanneer dat weer verandert.
Een schril contrast met de generatie van mijn ouders. Die groeide op na de Tweede Wereldoorlog en heeft globaal gezien goed geboerd. Ja, er was de olieschok in de jaren zeventig en een dipje in de jaren tachtig en negentig. Maar dat heeft fundamenteel niets veranderd aan het feit dat de wereldeconomie elk jaar sinds 1945 gegroeid is. De meeste babyboomers sluiten nu hun professionele loopbaan af, zijn welvarender dan hun voorgangers en kunnen op beide oren slapen. Maar diezelfde babyboomers hebben nagelaten de toekomst van hun kinderen voor te bereiden. Iedereen weet dat het onmogelijk is om dezelfde pensioenregeling aan te houden voor mijn generatie en die van onze kinderen. Er zijn geen maatregelen genomen om de ontgroening en vergrijzing aan te pakken toen het goed ging. Een spaarpot is er niet, een schuldenberg wel. Politiek oogt de erfenis van de babyboomers evenmin fraai want het systeem dat zij bedacht hebben, maakt elke verandering schier onmogelijk. Voor de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog zal de economie krimpen. En wellicht niet voor de laatste keer vraag ik me af of wij het beter zullen doen dan onze ouders.
Gelukkig is noodzaak de moeder van innovatie. België zou het eerste land kunnen zijn dat de crisis gebruikt om zich radicaal om te vormen. We hebben grote en gedurfde ideeën nodig. Een grondige hervorming van ons onderwijssysteem bijvoorbeeld zodat we onze kinderen kunnen leren met onzekerheid om te gaan, risico te nemen, scherp te redeneren en constant te innoveren. Waarom zetten we in elke school geen 3D-prototyping machine voor ondernemende scholieren? Of we kunnen radicaal kiezen om te investeren in de eerste vrachtwagen aangedreven door een groene energiebron. Of ons bedrijfsmodel grondig herbekijken en overstappen op tijdelijke verenigingen van telkens andere getalenteerde mensen die hun expertise poolen rond opdrachten. Waarom kiezen we niet voor een schandalig groot onderzoeksprogramma op wereldformaat dat een vaccin tegen Alzheimer en kanker moet vinden? Of geven we elke Belg op zijn 18de verjaardag zijn eigen bedrijfje cadeau en stellen hem vrij van belastingen op de winsten voor tien jaar. Waarom voeren we geen burgerdienst in om Vlamingen en Walen in de sociale sector aan de slag te laten gaan? We moeten alles ter discussie durven stellen. De wereld opnieuw maken betekent dat we onze zekerheden inruilen voor een wissel op de toekomst en het algemeen belang boven het individueel belang stellen. En daar heb je in de eerste plaats geen moedige politici voor nodig maar vooral vooruitziende kiezers. Op die manier zullen een aantal vaders wellicht wensen dat hun zonen hier blijven. En zullen die laatsten trots zijn om aan een ambitieus project mee te werken.
donderdag 19 maart 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Hoera, ‘t is crisis!
Soms kan het leven eenvoudig zijn. Als bedrijven meer verkopen, houden meer mensen hun baan. Als meer mensen hun baan houden, verkopen bedrijven meer. Een beetje Cartesiaans aangelegde bedrijfsleider denkt dan: je moet blijven investeren in marketing, want het commerciële beleid drijft de verkoop. Toch lijdt er niemand meer onder de crisis dan de frisse jongens en meisjes van de marketing. Want snel wat pijnloos snoeien is zo gebeurd op het marketingbudget. Het risico van een kortzichtige snoeistrategie is in eigen vlees te snijden. Anticyclisch investeren loont, ook in marketing.
Dat is de boodschap van een vlot boekje met de titel Ilove the crisis, dat op zijn beurt de opvolger is van Hoera, 't is crisis. Het werkje is van de hand van enkele bijdehandse marketingmensen die kennelijk zelf anticyclisch investeren. Om klanten te overtuigen om ook tijdens een recessie afstand te doen van hun zuurverdiende centen, brachten ze een aantal argumenten samen.
Zo investeert maar een kwart van de bedrijven meer in reclame tijdens recessies. Op zich niet slim, want als het weer goed gaat, doet 80procent van de bedrijven dat. En dan is het natuurlijk een pak moeilijker om je te onderscheiden. Bedrijven die hun reclamebestedingen tijdens de recessie van 1981-1982 stabiel hielden of verhoogden, konden eind 1985 rekenen op een groei in verkoopvolume van liefst 275procent. Ondernemingen die hun investeringen terugschroefden, moesten zich tevredenstellen met een schamele 19 procent, zo laten onderzoeken zien.
Als u nu nog niet overtuigd bent, helpen een aantal voorbeelden misschien. Zo stak McDonald's tijdens de recessie van 1990-1991 zijn reclamebudgetten in de diepvries. De ovenverse pizza's van zijn concurrent Pizza Hut maakten daar dankbaar gebruik van en snoepten marktaandeel af. In 1990-91 gaf Nike het startschot van de wereldwijde 'Just do it'-campagne. Reebok verkoos die race uit te zitten en bespaarde op zijn marketingbudget. Op het einde van de dip van begin jaren negentig vernegenvoudigde Nike zijn winst. Reebok werd op het vlak van marktaandeel voorbijgestreefd door zijn uitdager en is nooit meer bijgebeend. Zo zijn er tal van voorbeelden. Ilove the crisis verwijst naar de lancering van de iPod, in de nasleep van de dotcom-crisis en nauwelijks enkele weken na 9/11. Of naar succesvolle sociale media zoals Flickr, MySpace en Facebook die allemaal werden ontwikkeld toen de internetmarkt in een diepe crisis zat, tijdens de eerste jaren van deze eeuw.
Als een bedrijf dan overtuigd is om te blijven investeren in marketing, dan moet die marketing zelf ook slim en vernieuwend zijn. Daar is de autobouwer Hyundai een mooi voorbeeld van. In december keek het bedrijf aan tegen een spectaculaire daling van zijn verkoop in Noord-Amerika en sloot het jaar af met min 37 procent. Maar de Koreanen verstaan de Amerikanen. Hun marketingafdeling vond een manier om in te spelen op de grootste vrees van potentiële klanten: de vrees om hun baan te verliezen. Die vrees verhindert mensen om grote aankopen te doen. Dus belooft Hyundai dat kopers hun nieuwe auto mogen inleveren, zonder extra kosten, wanneer ze hun baan of inkomen verliezen in de loop van het jaar na hun aankoop. Voor de geïnteresseerden: dit geldt voorlopig enkel in de Verenigde Staten. Het resultaat liet niet op zich wachten. In januari steeg de verkoop van de Hyundai Sonata met 85 procent.
donderdag 12 maart 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
De crisis als excuus
Gisteren werd ik wakker met een mevrouw van de vakbond in mijn radio. Die was boos. De banken zouden de crisis als excuus aanwenden om nutteloze besparingen te realiseren. Bij KBC moet je een jaar langer rondrijden in je bedrijfswagen en wordt je kantoor nu maar twee keer in de week gepoetst. Bij Dexia is het wachten tot sint-juttemis voor er teambuilding en afdelingsfeestjes worden georganiseerd. Zakenreizen zijn er wel nog, maar dan met bestemming vergaderzaal op het einde van de gang. Daar kan je via teleconferenties je gesprekspartners ontmoeten op het scherm. Het contract met de plantendienst: afgeschaft. Het order voor spiksplinternieuwe bureaus: ingetrokken. De verwarming: een graad lager. En bij ING doet het echt pijn want daar verminderen ze bonussen, bijdragen voor langdurig zieken en pensioenspaarpremies. Bij één bank verandert er niets: bij Fortis.
De reden dat de bonden boos zijn, is dat banken de crisis zouden aangrijpen als smoes om voordelen voor hun werknemers af te bouwen. Een scenario dat al lang in de kast gelegen zou hebben en waarvoor ze nu eindelijk een voorwendsel hebben gevonden: de crisis.
Ik vraag me af of die mevrouw uit de radio thuis ook het journaal volgt en de krant leest. En of ze af en toe de beurskoers checkt van Dexia en KBC. Want dan weet ze dat wat ooit onze grootbanken waren, vandaag geen blakende bedrijven zijn met geld op overschot. Besparen op bureaus lijkt me klein bier in vergelijking met de putten die moeten worden gedempt. Maar ik vond het positief dat er eerst bespaard wordt op extra's vooraleer er bespaard wordt op extra mensen. Wedden dat onze bankbedienden liever een job hebben op het einde van de maand dan een plant op hun bureau? Terwijl de wereld rondom ons met de snelheid van het licht verandert, is het misschien tijd dat wij mee nadenken of die ficus hoogst noodzakelijk is voor ons functioneren. Op die manier kunnen we samen de crisis aan en banen redden. Want ook voor mensen die niets willen veranderen, kan de crisis een handig excuus zijn. Maar een gezonde dosis scepsis is nodig. Zo zijn er nu bedrijven die onder een aantal getekende contracten trachten uit te raken. U raadt het al. Met de crisis als excuus. Zo beweert Dow Chemical voor de rechtbank dat de crisis gelijk staat met overmacht. Het chemische concern beweert dat het contract van 15,4 miljard dollar, dat dateert van vorige zomer, om een ander chemisch bedrijf over te nemen niet meer geldig is. Niemand had immers de crisis kunnen voorzien, luidt de redenering. En de crisis is dus een geval van abnormale en onvoorziene omstandigheden die partijen ontslaan van hun verbintenissen. Als het bedrijf deze rechtszaak wint, winnen in ieder geval de advocaten van duizenden andere partijen die graag hun contract willen aangepast zien aan de huidige omstandigheden.
Het zijn niet alleen bedrijven die behendig gebruik maken van de economische toestand. Sommige landen willen de crisis als excuus gebruiken om strenge milieunormen af te zwakken. Andere staten willen graag, onder het mom van de crisis, opnieuw staatssteun toekennen aan noodlijdende bedrijven. Maar het is niet allemaal kommer en kwel. Aan de andere kant van de plas hebben vijf staten van de Verenigde Staten, onafhankelijk van elkaar, plannen om de doodstraf af te schaffen. De reden? De crisis. De staat Maryland heeft becijferd dat het proces en de eventuele executie van iemand die op death row belandt, drie keer duurder is dan een proces waarin geen doodstraf wordt gevraagd. De totale kostprijs om iemand ter dood te veroordelen, is 3miljoen dollar belastinggeld. Een proces dat uitmondt in levenslang kost 1miljoen dollar. Gouverneur Richards van New Mexico vindt het economische argument tegen de doodstraf valabel in deze crisistijden. En er zijn, volgens hem, goedkopere manieren om de misdaadcijfers naar beneden te halen. Of hoe de crisis ook beschaving brengt bij onze trans-Atlantische vrienden.
donderdag 05 maart 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





