Creativiteits-kabinet

De bekende econoom Geert Noels stelde deze week voor om een oorlogskabinet samen te stellen. Die economen zouden de economische toestand in ons land moeten volgen en bijsturen. Een goed idee. Als we er tenminste voor zorgen dat zo'n kabinet geen vergaarbak wordt van oude krokodillen, maar een springplank voor frisse ideeën. Want laten we eerlijk zijn, alleen door te vernieuwen zullen we nieuwe jobs creëren die hier zullen blijven. Dat geldt ook voor de samenstelling van zo'n groep experts en de opdracht die ze meekrijgen. Die mag niet zijn 'behouden wat we hebben' maar 'creëren voor de toekomst'.

Gisteren deed deze krant al een verdienstelijke poging om een kabinet samen te stellen. Maar het is me opgevallen dat de meeste van die namen al in tientallen raden zitten. En, vooral, dat elk van hen al kleinkinderen heeft. We hebben dus wat meer diversiteit nodig, want du choc des idées jaillit la lumière. In ieder geval hoeven we vooral geen advies van diegenen die aan het roer stonden toen deze ramp had kunnen worden vermeden. Tenzij om te leren hoe het niet moet. Je neemt toch ook geen rijles bij een brokkenpiloot? We moeten dus op zoek naar uitbreiding voor dat kabinet met creatieve en ambitieuze denkers en doeners die alle regeringen van dit land bijstaan. Daarbij moeten we kiezen voor een goede mix tussen ervaring en vernieuwing en mogen we niet in de val van de navelstaarderij trappen. Dat kunnen we vermijden door een heleboel buitenlanders onbevooroordeeld naar ons binnenland te laten kijken.

Hier volgt mijn lijstje met genomineerden. Voorzitter wordt Michael Porter, professor in Harvard en expert op het vlak van competitiviteit van landen. Geert Noels krijgt een plekje naast een aantal innovatieve ondernemers van bij ons. Ik nomineer Jan Kriekels, de succesvolle innovator van Jaga-verwarmingen in Limburg, Wouter Vandenhaute, de man achter de televisievernieuwing in Vlaanderen, en Michèle Sioen, die het gelijknamige industriële en internationale familiebedrijf leidt. Voorts krijgt Isabelle Maenhout een zitje, de ceo en oprichtster van Navitell, dat software voor slimme telefoons maakt. Marc De Vos en Ivan Van de Cloot van het Itinera Instituut voeg ik toe, net zoals twee columnisten van de New York Times. De eerste is Thomas Friedman, auteur van Hot, Flat and Crowded, waarin hij een lans breekt voor globalisering, ondernemerschap en een groene economie. De tweede is Paul Krugman, columnist, hoogleraar en Nobelprijswinnaar economie. Krugman is een expert in het financiewezen. Kan nuttig zijn, denk ik.

De verfrissende kijk van Richard Florida, Canadees en sociaal geograaf, over welke regio's in de toekomst zullen groeien en wat daarvoor nodig is, vind ik onontbeerlijk. En als we dan nog een professor nodig hebben, doe mij dan maar Nouriel Roubini, een van de weinigen die deze crisis voorspeld hebben. André Oosterlinck van de Associatie KU Leuven en Gilbert Declerck, de grote baas van ons grootste onderzoeksinstituut, Imec, zijn vriendelijk uitgenodigd. Dan wil ik er ook graag Paul Bulcke bij, de Belg aan het hoofd van Nestlé. Een aantal vreemde eenden in de bijt zoals Bruno Pieters, jong Belgisch creatief talent bij Hugo Boss, Murielle Scherre, bedrijfsleidster en provocatrice van La Fille'Ô en Gerard Mortier zorgen voor de zotte ideeën. Tot slot wil ik de Brit Sir Ken Robinson voordragen, de creativiteitsexpert die mee het Britse onderwijs hielp hervormen. Ik ben er ongetwijfeld vergeten, dus u mag naar hartenlust extra nominaties insturen via onderstaand mailadres. Dit alles gaat een duit kosten, maar het is voor onze toekomst.

Lorin Parys is voorzitter van Flanders DC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

donderdag 26 februari 2009 - Geef je commentaar (1)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Een huis voor de prijs van een astra

Een huis in Detroit, de hoofdstad van General Motors, kost minder dan een Opel Astra. Dat is de pijnlijke realiteit vandaag. In de buurt van Opel Antwerpen is dat voorlopig nog wel even anders. In Merksem betaal je gemakkelijk twintig keer meer om een huis op de kop te tikken. Dat is positief voor de huiseigenaars, maar niet voor onze economie. Want zelfs binnen de zakdoek die Vlaanderen groot is, creëert ons woonbeleid te weinig mobiliteit. Het pint mensen vast op plekken waar er geen werk is. De crisis is ondertussen zo diep dat - het is een verplicht cliché - ze ook een geweldige opportuniteit vormt. In dit geval om onze Vlaamse honkvastheid overboord te gooien. Een crisis mag je niet verspillen.

Wereldwijd woedt er een harde strijd voor welvaart tussen een aantal superregio's. Een interessant artikel van Richard Florida in The Atlantic Monthly beschrijft hoe veertig megaregio's in de wereld verantwoordelijk zijn voor twee derde van de economische output en tekenen voor negen van de tien geoctrooieerde innovaties. Professor Robert Lucas, winnaar van de Nobelprijs economie, wijst clusters van talent en hun kennis-spillovers aan als de hoofdreden van economische groei. Hoogopgeleide professionals en creatieve talenten die dicht bij elkaar wonen en samenleven in een ecosysteem, genereren ideeën die sneller tot producten en diensten leiden dan getalenteerde professionals op plekken waar een dergelijke densiteit niet bestaat.

In Europa en in ons land gebeurt net hetzelfde, op een andere schaal. Ook in Vlaanderen bestaan er groeiregio's met een tekort aan arbeidskrachten op een steenworp van plekken met een teveel aan potentieel personeel. Toch vertikken we het collectief om te verhuizen naar die plaatsen in ons land waar er jobs zijn, alhoewel we er allemaal beter van kunnen worden. Zeg nu zelf, zou u als Limburger overwegen om naar West-Vlaanderen te verhuizen voor uw werk? Neen, dan zoekt u liever een andere baan. Zelfs verkassen van Leuven naar Brussel, twintig kilometer, is voor de meesten onder ons een probleem.

Die honkvastheid is cultureel, maar ook financieel. Eenmaal een huis gekocht, krijg je nog gemakkelijker een berg verplaatst dan een Belg verhuisd. Dat is jammer, want we moeten net snel kunnen inspelen op de vraag naar en het aanbod van talent op onze mini-arbeidsmarkt. De overheid heeft steeds gepromoot dat zoveel mogelijk mensen eigenaar van hun eigen stek konden worden. Uit sociale redenen. Nu moeten we ons durven af te vragen of dat nog wel slim beleid is. Want terwijl onze overheden er alles aan doen om de economische motor aan te zwengelen, leidt het woonbeleid ertoe dat mensen blijven wonen op plekken waar geen werk is.

Door het feit dat de overheid fiks verdient aan de registratierechten, zijn we nog minder geneigd om te migreren. Een huis verkopen en opnieuw aankopen kost je een pak geld aan registratierechten en notariskosten. Tijd dus voor een verhuispremie. Elke Belg die zijn hebben en houden verhuist om in ons land een nieuwe baan te beginnen, heeft recht op cash. Niet alleen zouden we besparen in de sociale zekerheid met minder werklozen. We zouden eraan verdienen doordat onze groeibedrijven sneller de juiste mensen vinden. Bovendien zouden we minder files hebben wanneer iedereen zou wonen in de buurt van de plek waar hij werkt en zou ook zo het milieu beter af zijn. Iedereen gelukkig.

donderdag 19 februari 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Lehman Sisters

Met het Fortis-drama overtreft de werkelijkheid nog maar eens de verbeelding. Het komt de eerste twintig jaar nooit meer goed met het imago van de banken. Zelf lijken ze daar in ieder geval niet wakker van te liggen. Integendeel, onze bankiers werken zich uit de naad om de laatste restjes vertrouwen in hun instellingen te kelderen. Eerst en vooral hebben bijna alle banken nu een of andere vorm van staatswaarborg waardoor ze makkelijker onder mekaar kunnen lenen. Wordt een interbancaire lening niet terugbetaald, dan gaan ze het geld gewoon halen bij de staat, lezen u en ik. Daarbovenop krijgt de bank ook een waarborg van ons wanneer ze krediet toestaat aan een bedrijf. Betaalt dat bedrijf niet terug, dan doet de overheid dat. Risico voor de banken: nul.

Alhoewel de vereniging van banken blijft beweren evenveel kredieten toe te staan als vorig jaar, blijft het zoeken naar bedrijfsleiders die nog leningen krijgen. Wanneer je ze vindt, dan blijkt daaruit dat nu bankiers minder risico nemen, ze meer winst maken. Waar banken vorig jaar bijvoorbeeld 1,5% winstmarge namen op een krediet, kan dat vandaag makkelijk oplopen tot het dubbele. Bankieren lijkt me dus een beroep met toekomst. Eerst laat je de boel in mekaar storten door slecht management, dan socialiseer je de risico's om vervolgens je winst te verhogen. En als kers op de taart beloon je jezelf. Bij die beloning wordt niet op een cent meer of minder gekeken, het is immers toch belastinggeld. Alleen al in de VS betaalden de bankiers zichzelf in december 18,4 miljard dollar aan bonussen uit voor puike prestaties. Meer dan 4miljard dollar daarvan vloeide naar Merrill Lynch, net voor het door Bank of America moest worden overgenomen om een faillissement te vermijden.

Bankiers lijken nochtans geen goede leerlingen. Ze blijven rustig het onverkoopbare verkopen. Neem nu de bankanalisten die ons moeten vertellen wanneer we best een aandeel kopen, verkopen of bijhouden. Blijkt dat wat er ook in de markt gebeurt, deze heren zelden een 'verkoop'-aanbeveling op een aandeel kleven. Statistieken bewijzen dat analisten voor 95% van de aandelen een 'koop' of 'houd bij' als advies geven. Dat leidt tot de hilarische situatie dat analisten vandaag en masse aanbevelen om aandelen te kopen. Net zoals ze dat een jaar geleden op het toppunt van de markt deden. Hoe slechter de economische situatie wordt, hoe meer aandelen we moeten kopen. Hoe beter de economische situatie wordt, hoe meer aandelen we moeten kopen. Sterk. Ter illustratie: stel dat je in oktober van vorig jaar het advies van enkele slimme Citigroup-analisten had gevolgd en aandelen-Bank of America had ingekocht, dan was je nu al 77% van je investering kwijt.

Dit alles kan ons enkel doen besluiten dat het anders moet. Maar hoe? Wie rondkijkt op een willekeurige trading-vloer, merkt daarbij een merkwaardig gebrek aan vrouwen op. Zou de wereld er anders hebben uitgezien als Lehman Brothers Lehman Sisters was? We hebben hier al geschreven dat de beste beslissingen worden genomen door teams met een diverse samenstelling. Een team zónder vrouwen neemt dus slechtere beslissingen dan een team mét vrouwen. Een Britse studie treedt die stelling bij. De onderzoekers maten dagelijks met ochtendlijke speekseltests het testosteron-niveau van mannelijke traders en vonden een verband met de winst die de bank die dag maakte. Meer testosteron betekent meer bereidheid om risico te nemen en dus vaak ook meer winst. Jammer genoeg betekent meer testosteron ook meer kans op irrationele beslissingen: als de jongens aan de trading desk crashen, dan gaat ook dat behoorlijk hard. Maar vrouwen zijn niet onschuldig. Zij kiezen immers alfamannen met een hoge sociale status om zich voort te planten. Daarom nemen mannen meer risico wanneer ze onder financiële druk staan en worden omringd door andere mannen met een soortgelijke status. Ze strijden dan voor het leiderschap. Vrouwen hebben daar geen last van. De volgende voorzitter van Fortis zou dus best een vrouw zijn.

donderdag 12 februari 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De grootvader van facebook

Deze week is Facebook jarig. 'Klik klik hoera', kopte Het Nieuwsblad. Want de socialenetwerksite is een innovatie waar we ondertussen met zo'n twee miljoen Belgen aan verslingerd zijn. In elke krant vond je gisteren foto's van Mark Zuckerberg, de twintiger die de socialenetwerksite uit de grond stampte. Maar ondertussen zijn wij wel vergeten dat onze landgenoot Paul Otlet op zijn 27ste al grootse plannen had voor een wereldwijd netwerk van computers. In het jaar 1895. Met behulp van dat netwerk zouden gebruikers uiteindelijk kunnen 'deelnemen, applaudisseren, staande ovaties geven en in koor zingen'. Social networking avant la lettre dus.

En dat was zeker niet het enige waar we Otlet eigenlijk voor zouden moeten kennen. De Brusselaar is ook de vader van de hyperlink, u weet wel, het balkje tekst waar u in cyberspace op klikt om vervolgens te worden meegenomen naar een internetpagina met gelinkte informatie. Otlet maakte een zoeksysteem dat gebruikers de kans bood om met wieltjes en haken miljoenen fiches met daarop informatie over alle mogelijke beschikbare boeken te raadplegen.

Een intrigerende man dus, maar wie was die Paul Otlet? Zijn levensverhaal leest als een trein. Hij werd geboren in Brussel in 1868. Zijn moeder, verwant met Emile Verhaeren, stierf wanneer hij drie was. Zijn vader, die fortuin had gemaakt door overal ter wereld trams te verkopen, hield de jongen thuis uit overtuiging dat het onderwijssysteem dodelijk was voor jonge creativiteit. Paul Otlet studeerde uiteindelijk voor advocaat in Brussel en in Leuven. Maar het duurde niet lang voor de nog jonge Otlet zich stortte op zijn voorliefde voor boeken en het in kaart brengen van publicaties.

Dat deed hij niet alleen. Hij werkte samen met Henri Lafontaine, een collega-vredesactivist. Die laatste investeerde zelfs het geld van zijn Nobelprijs voor de vrede in hun gezamenlijk project, de bibliografie van alle gepubliceerde kennis. Daarvoor had Paul Otlet zijn plannen neergeschreven om wereldwijd elektrische telescopen met elkaar te verbinden. Op die manier zouden mensen berichten naar elkaar kunnen sturen, dossiers delen en zelfs vanuit hun luie stoel alle verzamelde kennis kunnen raadplegen. Hij noemde zijn uitvinding een 'netwerk'. Klinkt bekend.

Officieel runde Otlet met zijn broer een bedrijf dat investeerde in mijnen en spoorwegen. In werkelijkheid ging al zijn aandacht naar zijn papieren internetversie. Die bestond uit een collectie van meer dan 15 miljoen steekkaarten van 7 op 12 centimeter die alle boeken, foto's, krantenknipsels en posters catalogiseerde. De Kennisstad, Mundaneum gedoopt, hield kantoor op het Jubelpark en je kon er via de post of telegraaf eender welke vraag stellen. Voor een vast bedrag kreeg je een antwoord opgestuurd over om het even welk onderwerp. In zijn topjaar kreeg het Mundaneum 1.500 vragen van over de hele wereld te verwerken. Het zou de bètaversie van Google geweest kunnen zijn.

In 1934 verloor Otlet de steun van de Belgische regering. De visie van een toekomst zonder papier strandde zo op een berg steekkaarten. Een deel van het Mundaneum verhuisde en Otlet stierf in 1944, arm en bijna vergeten. Pas in 1968 herontdekte een student aan de ULB de collectie. In Bergen, waar Google binnenkort investeert, bevindt zich vandaag het piepkleine Mundaneum-museum.

Dat verlichte geesten in ons land nauwelijks het verdiende respect krijgen, bleek bij de verkiezing van de Grootste Belg. Daar strandde Otlet op nummer 64. In de lijst van de niet-genomineerde landgenoten.

donderdag 05 februari 2009 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy