Tag cloud
innovatie creativiteit economie crisis leuven open vld europa campagne ondernemerschap ondernemen begroting belastingen jobs onderwijs vlaanderen ondernemers vrouwen eu taal flanders dc kapitalisme subsidies banken overheid voorzitterjun/2013 mei/2013 apr/2013 maa/2013 feb/2013 jan/2013 dec/2012 nov/2012 okt/2012 sep/2012 aug/2012 jul/2012 jun/2012 mei/2012 apr/2012 maa/2012 feb/2012 jan/2012 dec/2011 nov/2011 okt/2011 sep/2011 aug/2011 jul/2011 jun/2011 mei/2011 apr/2011 maa/2011 feb/2011 jan/2011 dec/2010 nov/2010 okt/2010 sep/2010 aug/2010 jul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
Verliezers niet toegelaten
Ik ben dit jaar niet uitgenodigd op het schmooze fest in Davos voor een stevige discussie over de sombere staat van de wereld. En ik ben blijkbaar niet de enige. Vikram, John, Richard en Robert moeten dit jaar ook forfait geven. Het contrast met vorig jaar toen Richard Fuld, de baas van wat ooit Lehman Brothers was, stond te oreren over de richting die de wereld uit moest, kan nauwelijks groter zijn. Uiteraard had zijn speaking slot toen niets te maken met de 400.000 dollar sponsoring die Lehman aan het Forum schonk.
Nochtans zouden Vikram Pandit, John Thain, Richard Fuld en Robert Diamond dit jaar net een gratis pasje moeten krijgen. Die vier heren zijn of waren namelijk ceo van Citigroup, Merrill Lynch, Lehman Brothers en Barclays bank. Want als er iemand ons kan vertellen hoe we in deze situatie verzeild zijn geraakt, zijn zij het wel. En als we moeten leren uit onze fouten, dan heb ik er graag de experts bij.
Nu blijkt dat hun afwezigheid dit jaar niet bij elk van de heerschappen vrijwillig is. Dat kon ik opmaken uit de uitlatingen van de heer Schwab. Klaus Schwab is een Zwitserse zakenman met indrukwekkende universitaire diploma's die samen met zijn vroegere secretaresse, nu zijn vrouw, het World Economic Forum organiseert. Op een berg zoeken ze daar in Davos met bedrijfsleiders, journalisten en politici naar manieren om de economische toestand in de wereld te verbeteren. Je hoeft geen doctoraat op zak te hebben om te weten dat creativiteit en innovatie daarvoor cruciaal zullen zijn.
Alhoewel meneer Schwab niet één, maar zes doctoraten op zak heeft, blijkt hij het toch nog niet helemaal begrepen te hebben. Hij pleit voor meer creativiteit, maar nodigt Richard Fuld niet meer uit. Straffer nog, zelfs al had die willen komen, dan luidt het verdict van het World Economic Forum dat er in Davos geen plek is voor has-beens. 'Het is zoals met een guillotine', legde Schwab in de krant uit. 'Zoveel ex-politici en ceo's willen komen. Wij zeggen neen. Als je één keer verliest, verlies je ook je uitnodiging.'
Niemand twijfelt eraan dat Schwab het meent. Dat bewijst het geval van John Thain. Die was tot voor kort de grote man bij Merrill Lynch maar verloor daar vorige donderdag, na de overname door Bank of America, zijn baan. Zijn geplande speech - o ironie - over 'De Bank van de Toekomst' is voorlopig afgelast.
Waarom laat het Forum gefaalde bedrijfsleiders brutaal of subtiel weten dat ze niet langer welkom zijn? In elk basiswerkstukje over innovatie lees je dat falen succes in de hand werkt als je er maar slim mee omspringt. Want je kunt niet alleen leren uit je fouten. Als je echt openstaat, kun je ook nieuwe dingen ontdekken. Stel je voor dat Alexander Fleming indertijd geen fout had gemaakt en zijn preparaat niet bij het raam vergeten was. En dat hij niet gezien had wat zijn mislukte experiment wel kon opleveren, dan kenden we vandaag geen penicilline. Zonder penicilline geen antibiotica.
Maar het World Economic Forum is niet echt consequent met zichzelf. Nog nooit stonden er meer politici op de gastenlijst dan dit jaar. Zij zijn, gezien hun toenemende economische macht, de nieuwe sterren van het Forum. Nochtans is meer dan één van de aanwezige beleidsmakers mee verantwoordelijk voor wat er met onze portefeuille en jobs is gebeurd. Politici die falen, zijn blijkbaar meer welkom dan bedrijfsleiders die floppen. Wellicht zou het een eenzame bedoening geweest zijn daar op die berg als ook gekozenen niet meer welkom zouden zijn. De antibiotica voor de huidige crisis moeten we nog vinden. Maar wie kan ons beter op weg helpen dan degenen die aan het roer stonden toen de griep uitbrak?
donderdag 29 januari 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Yes, we too can change
Ons land kampt met een werkloosheid die groeit als kool en een hopeloosheid die wortel schiet bij bevreesde bankbedienden en angstige arbeiders in autofabrieken. De belastingontvangsten vallen tegen. Het consumentenvertrouwen daalt. En onze staatssecretaris van Begroting schrikt zich een hoedje bij de economische vooruitzichten voor ons land. We spreken niet langer over groeiprognoses, 'krimpprognose' is de nieuwe term.
Je zou dus denken dat de roep om verandering in ons land vanop alle kerktorens zou weerklinken. Er was, zo luidde de theorie, een behoorlijke economische schok voor nodig om iedereen te overtuigen dat het anders moest. Change, quoi. Het heette toen dat er geen sense of urgency was om voluit te gaan voor vernieuwing. Die verandering zou er pas komen wanneer we met zijn allen zouden voelen dat als we blijven doen wat we altijd gedaan hebben, we zullen blijven zitten met wat we altijd gehad hebben: een oude politieke cultuur, te weinig ondernemerschap, een gebrek aan ambitie, een verlammende angst om risico te nemen en een cultuur die de middelmaat verheerlijkt.
Een beetje positivo begon dus te geloven dat de sterren hadden samengespannen om change in België mogelijk te maken. We beginnen de crisis immers allemaal echt te voelen. Buren, vrienden, familie voelen dat het slecht gaat, we stellen aankopen uit, maken ons zorgen over mensen die we kennen die hun baan verliezen en we beginnen na te denken over hoe onze kinderen het ooit nog zo goed krijgen als wijzelf. In de Verenigde Staten is net de zoon van een zwarte die niet bediend werd in een blank restaurant, president geworden. Een man die hoop symboliseert, verandering incarneert en de hele wereld intrigeert. Met slogans als Change We Can Believe In en Yes We Can begeesterde hij mensen van Amerika tot Angola, van Andorra tot Australië.
Maar wat blijkt? We zijn nog nooit zo politiek verdeeld geweest als vandaag. In België gaan we ten onder aan eindeloos gepalaver. In Vlaanderen gaan de politieke partijen ten onder aan niet voor het oog waarneembare ideologische schakeringen. We komen als burgers niet meer samen achter een paar grote ideeën, maar we sloven ons uit in het zoeken van de zeven verschillen. Volgens een recente opiniepeiling rondt geen enkele Vlaamse partij de kaap van 20procent van de stemmen. Veel verandering hoeft er dus alvast niet verwacht te worden, want geen enkele partij heeft de aanhang om een stevig programma te realiseren.
Op het vlak van ondernemerschap is er wel verandering, maar in de slechte zin. De nieuwste cijfers van de Global Entrepreneurship Monitor zijn sinds gisteren bekend. We ondernemen niet meer, maar minder. Een van de redenen is dat we niet minder, maar meer schrik voor verandering hebben gekregen. Waar bij andere volkeren een crisis een kantelmoment lijkt te zijn om een nieuwe weg in te slaan, kruipen wij dieper onder de dekens. Enkel in Japan zijn ze conservatiever wat het opstarten van een nieuwe onderneming betreft. En uit de cijfers van Vlaanderen in Actie (VIA) blijkt dat we wel denken dat we tot de top behoren, maar daar in de realiteit ver van verwijderd zijn.
Waarom is het zo moeilijk voor ons Vlamingen om het glas halfvol te zien en te beseffen dat verandering ook verbetering kan betekenen? Als we dan toch door de donkere tunnel moeten die de crisis is, laten we dan zorgen dat we uitkomen op een betere plek dan waar we vertrokken zijn. Om het met de woorden van een jonge president te zeggen: vanaf vandaag moeten we ons herpakken, het stof van ons afschudden en opnieuw beginnen aan de opbouw van een nieuw land. Elke Belg moet erkennen dat hijzelf plichten heeft tegenover zichzelf, onze natie en de wereld. Dat is de prijs en de belofte van burgerschap.
donderdag 22 januari 2009 - Geef je commentaar (1)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Morgen begin ik
Deze column had al veel eerder af kunnen zijn. Want laat ik eerlijk zijn, dit wekelijkse pareltje proza wordt in de praktijk telkens weer geboren in een zee van uitstel. Al ploeterend pen ik een duizendtal woorden bij mekaar, maar die beginnen pas te vloeien wanneer ik de hete stoom van rollende krantenpersen in mijn nek voel. Want zelfs wanneer ik me stellig voorneem eindelijk mijn gedachten op het scherm te zetten en mijn laptop openklap, voel ik de niet aflatende behoefte om dringend eerst mijn mail te checken, snel even te bekijken of er een vriend is die acuut mijn hulp inroept op Facebook, mijn potloden te scherpen en even na te gaan of er ondertussen nog belangwekkend nieuws is gebeurd.
Hebt u dat ook dat u de deadline mist om tickets te bestellen voor dat concert waar u zo graag naartoe wou? Dat u vergeet op tijd uw cadeaubon te verzilveren, uw rekeningen te betalen of gewoon op tijd te vertrekken? U bent niet alleen, want een vijfde van de bevolking zou aan chronisch uitstelgedrag lijden. Een heel legertje psychologen heeft zich over het fenomeen gebogen. Waarom stellen we uit tot morgen wat we vandaag hadden kunnen doen? En, belangrijker, leidt dit soort tijdverlies tot creativiteitswinst?
Zoals dat gaat met psychologen is er geen eenduidig antwoord. Uitstelgedrag komt in drie soorten voor. De eerste groep chronische uitstellers zijn wel degelijk types die geprikkeld worden door de externe druk van een deadline. Klinkt bekend. Een tweede categorie stelt uit omdat ze faalangst heeft, of - en dat is nieuw voor mij - schrik om succesvol te zijn. En een derde soort schuift alles op de lange baan omdat ze hoegenaamd niet verantwoordelijk wil zijn voor het resultaat. Het fenomeen heeft dus weinig te maken met luiheid, besluiten geleerde professoren, wel met angst. En die angst leidt er dan weer toe dat mensen met uitstelgedrag vaker ziek zijn want meer gestresseerd. De schuldige is de prefrontale cortex van ons brein. Dat deel van onze hersenmassa is verantwoordelijk voor planning, aandacht en controle van impulsen. En dat deel werkt bij chronische uitstellers anders dan bij snelle uitvoerders.
Zoals steeds vallen er leuke statistieken te rapen in de Verenigde Staten. Daar hebben ze uitgezocht dat meer dan de helft van de studenten er in aanmerking zou komen voor psychologische bijstand bij het omgaan met uitstelgedrag.
Daarmee weten we dus dat de oorzaken psychologisch zijn, maar uitstellers kunnen dat gedrag ook omvormen tot een voordeel. Je tijd nemen om iets te overpeinzen. Even mentaal uit de ratrace stappen. Met je twee voeten op je bureau dagdromen uit je raam. Het helpt allemaal om ervoor te zorgen dat je niet steeds met dezelfde oude antwoorden op de proppen komt. Creativiteit gedijt bij uitstel van oordeel. Wat we uitstelgedrag noemen, kan dus ook net nuttig zijn om een aantal alfa-hersengolven op te starten. Maar zoals met de meeste dingen geldt ook hier het adagium dat dit alles het best met mate wordt beoefend. Want een echte chronische uitsteller is een perfectionist die nooit iets afmaakt. Na het creatieve proces moet je ook iets ondernemen. En als je daar niet aan toe komt, heb je wel degelijk een probleem. Al is daar ook hulp voor. Je kunt je bijvoorbeeld aansluiten bij Procrastinators Anonymous of een kijkje nemen op de website Creative Procrastinators, zoals ze zelf zeggen voor 'mensen die te veel nadenken en daardoor niets gedaan krijgen'.
En nu stop ik met pennen. Want het schuren en schaven aan dit stukje begint verdacht veel op uitstelgedrag te lijken. De column waarin elke middelmatige zin vervangen is door een uitmuntend exemplaar is voor een volgende keer.
donderdag 15 januari 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
Retailtherapie
Vorig weekend was het over de koppen lopen in elke grote winkelstraat die ons land rijk is. Maar de spectaculaire koopjes zijn de afsluiter van een veeleer bitter jaar voor de winkeliers. Na het hoerageroep over de koopjes dreigt de stemming snel om te slaan bij de consument. Dat is deels te wijten aan de crisis en deels aan de spiraal van 'zichzelf vervullende voorspellingen'. Met andere woorden, we praten en denken onszelf dieper het dal in. Daar moeten we tegenin durven gaan. Trendwatcher Ann De Kelver vertelde me dat Giuliani's advies voor landgenoten die wilden helpen op 11september, als volgt luidde: 'Neem een dagje vrij en ga shoppen'. Reclamemaker Guillaume Van der Stighelen sloot zich daar onlangs bij aan: 'Voor wie kan, is consumeren een sociale plicht', zei hij in De Tijd. Maar als ik mijn sociale plicht moet doen, dan moet daar tegenover staan dat winkeliers ook de hand in eigen boezem durven steken. Hebben ze de jongste jaren genoeg vernieuwd en lossen ze de verwachtingen in van de veeleisende, moderne klant? Want in een moeilijke handelsomgeving zitten ook kansen.
Zo innoveren nog veel te weinig handelaars door in te spelen op ons veranderend winkelgedrag. Dat heeft een heuse metamorfose ondergaan. Vroeger was winkelen hoofdzakelijk een functionele activiteit. Je hebt iets nodig en gaat naar de winkel. Onderzoek wijst uit dat twintig jaar geleden ongeveer 80% van de shoppers perfect wist wat ze zochten. Vandaag heeft 80% van de winkelende Belgen geen enkel idee van wat ze zich willen aanschaffen tijdens een shoppingtrip. Winkelen ontpopt zich steeds meer tot pure vrijetijdsbesteding. Handelaars moeten dus concurreren met cinema's, Plopsaland en de Zoo want consumenten zijn op zoek naar shoppertainment.
Die evolutie zadelt verkopers op met een behoorlijke uitdaging. Want hoe verleid je iemand om iets bij jou te kopen wanneer die persoon niet eens zelf weet dat hij potentieel op zoek is naar wat jij verkoopt? Het antwoord is simpel: door belevenis toe te voegen aan je winkelervaring. Een van de meest succesvolle retailers van het ogenblik is het kledingmerk Abercrombie& Fitch. Zij treden met succes alle retailwetten met de voeten. Zo openen ze winkels op de duurste locaties en verven vervolgens de uitstalramen zwart. Om binnen te komen moet je aanschuiven, net zoals in een club. Een halfnaakt mannelijk model begroet je aan de ingang en eenmaal binnen krijg je luide muziek te horen die het nagenoeg onmogelijk maakt om een gesprek te voeren. De omgeving is duister en ziet eruit als een overgeproportioneerde woonkamer met comfortabele zetels. Niet voor iedereen dus, maar wel een belevenis die ervoor zorgt dat jongeren daar afspreken én consumeren.
Daarnaast wordt de winkel steeds meer het marketinginstrument bij uitstek. Innoverende winkeliers slaan munt uit het feit dat traditionele marketing dood is. Wij, kritische klanten geloven steeds minder wat ons wordt aangeprezen in onpersoonlijke radio-, televisie- en krantencampagnes. Die boodschappen worden ook steeds talrijker nu het aantal merken snel toeneemt. De kans dat ze ons bereiken, wordt dus kleiner en de efficiëntie van een traditioneel marketingbudget neemt af. Apple is het beste voorbeeld van een merk dat zijn winkels als deel van zijn marketing gebruikt. Klanten kunnen er een echte belevenis meemaken. De nieuwe flagship-winkel is een plek waar je les kan volgen in een auditorium, gratis advies kan krijgen van een Apple-genie achter een Genie Bar en alles kunt uitproberen. Uiteraard is dit alles 24uur per dag open en is het design van de winkel deels in handen van Steve Jobs. Het succes van de winkels is legio.
donderdag 08 januari 2009 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.


