Tag cloud
creativiteit innovatie economie leuven campagne open vld crisis ondernemerschap ondernemen jobs begroting creatieve economie ondernemers banken starten besparen flanders dc schuld militant onderwijs nmbs fietsen talent politiek partijjul/2010 jun/2010 mei/2010 apr/2010 maa/2010 feb/2010 jan/2010 dec/2009 nov/2009 okt/2009 sep/2009 aug/2009 jul/2009 jun/2009 mei/2009 apr/2009 maa/2009 feb/2009 jan/2009 dec/2008 nov/2008 okt/2008 sep/2008 aug/2008 jul/2008 jun/2008 mei/2008 apr/2008 maa/2008 feb/2008 jan/2008 dec/2007 nov/2007 okt/2007 sep/2007 aug/2007 jul/2007 jun/2007 mei/2007 apr/2007 maa/2007 feb/2007
New York Blues
New York City is mijn favoriete stad. De zon schijnt er deze week, maar de sfeer is er bedrukt. Vorige week paradeerden modellen nog op de catwalk voor de camera's van New York Fashion Week. Deze week wandelt de ene kartonnen doos na de andere het gebouw van investeringsbank Lehman Brothers buiten, voor het oog van tientallen reporters. Sinds 1850 en tot maandag was Lehman één van 's werelds meest prestigieuze financiële instellingen. Die kunnen we nu toevoegen aan het rijtje van Fannie Mae en Freddie Mac, Merril Lynch, Bear Sterns en AIG die allemaal hun geloof belijden in een nieuwsoortig financieel instrument: de CDO's. Geen enkele van die instellingen bestaat vandaag nog onder zijn huidige vorm en CDO's spelen een hoofdrol in hun ondergang. En dat doet de vraag rijzen: kan te veel innovatie je de das om doen?
In 2000 studeerde ik af van een Amerikaanse law school en ging ik als broekje aankloppen bij een Wall Street advocatenkantoor. Al gauw maakte ik daar kennis met de wondere wereld van de Collateralized Debt Obligations of kortweg CDO's. Dat zijn vrij vertaald bedrijven die schuldbewijzen uitgeven die op hun beurt gedekt worden door de inkomstenstroom van een aantal activa. Die activa konden de royalty's zijn van een artiest, maar waren meestal een stuk minder spannende hypotheekaflossingen van huiseigenaars. Een bende slimme mensen had zo een methode bedacht om schuld te verpakken, te verkopen en van de boeken te halen. En dat zorgde voor meer cash in ons financieel systeem. Meer dan 500 miljard dollar van dergelijke schuldbewijzen zijn ondertussen in omloop. Maar velen geven nu dit innovatief financieel product mee de schuld van de huidige financiële crisis.
Wat ging er mis? Financiële innovatie, gekoppeld aan boekhoudkundige spitsvondigheden, juridisch-technisch kunst- en vliegwerk en tax voordelen samen met een overenthousiast toekennen van leningen om zo meer geld te verdienen zijn de ingrediënten van een dodelijke cocktail gebleken. CDO's werden zo complex dat maar enkele mensen op het einde van de rit werkelijk begrepen welk risico ze namen. Het lijkt er dus op dat diensteninnovatie ook zijn grenzen heeft. Hoe virtueler een product wordt, hoe reëler het risico. Wanneer je niet langer de eenvoudige vraag kan beantwoorden hoe groot het gevaar op verlies is en wanneer dat zich dit kan voordoen, heb je een probleem. Op een bepaald moment zijn we met z'n allen vergeten die basisvragen te stellen bij het uitdenken van bijzonder ingewikkelde financiële producten. Met de gekende resultaten. Tegelijk is deze crisis een mooie illustratie dat er een beroep bestaat dat zich weinig moet aantrekken van de conjunctuur. Draait de wereldeconomie gesmeerd dan boomt het in het corporate departement van grote advocatenkantoren. Staan de economische knipperlichten op oranje dan draait het bankruptcy departement een verdieping lager op volle toeren. Enkele weken geleden innoveerde mijn oud kantoor met een nieuw departement onder de naam: Distressed Credit Markets Advisory.
Maar we hadden dit alles kunnen zien aankomen. De beurskoers valt volgens sommigen immers samen met de zoom van de rok. In de wilde jaren twintig zagen we voor het eerst blote vrouwenbenen en ging de beurs de hoogte in. In het zwarte jaar 1929 crashte de beurs na een modeseizoen met lange vrouwenrokken. De minirok doet in de jaren zestig zijn intrede samen met de bull market. De recessie in de jaren zeventig: langere rokken in de mode. De kapitalistische jaren tachtig van Ronald Reagan werden gevierd met opklimmende zomen. In de jaren 2000 verscheen Paris Hilton op het toneel met iets wat van ver op een rokje leek. De mode die vorige week tijdens de New York modeshows werd gedefileerd doet weinig goeds vermoeden: lange rokken die de enkels verbergen...
donderdag 18 september 2008 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.
obamanomics
Met Sarah Palins zwangere dochter, John McCains 72ste verjaardag en Obama's feestje voor 70.000 volgelingen zou je haast vergeten dat er ook belangrijke onderwerpen op het spel staan bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. En niet enkel voor de Amerikanen. Het economische en innovatieve beleid van de nieuwe Amerikaanse president heeft een impact tot over de oceaan. België is immers het op elf na grootste exportland voor de Verenigde Staten. Op zijn beurt staat het land van Jefferson en Washington met stip genoteerd in de top van onze handelspartners. Tijd dus om te kijken wat Barack en John te vertellen hebben over innovatie. Niet zo veel, blijkt. Al kunnen we wel één ding besluiten: Obama is een Mac, McCain een pc.
Obama heeft een waslijstje van innovatie-actiepunten die hij gebundeld heeft in een documentje van negen bladzijden. De eerste zwarte presidentskandidaat van een grote partij wil een nationale chief technology officer, hij wil kinderen de vaardigheden meegeven om wereldwijd competitief te zijn, het federale budget voor basisonderzoek verdubbelen, inzetten op hernieuwbare-energiebronnen en het internet in alle Amerikaanse gezinnen laten toekomen. Allemaal noodzakelijk, maar niet echt vernieuwend.
Maar waar het schier onmogelijk is om in de Amerikaanse politiek een non-verhaal te overleven als de zwangerschap van je ongehuwde tienerdochter, blijken van de pot gerukte en weinig doordachte beleidsvoorstellen geen hindernis te vormen voor een serieuze kandidatuur. Leest u even mee in het verkiezingsprogramma van Obama: alle beslissingen en belangrijke vergaderingen van overheidsagentschappen moeten gebeuren voor het alziende oog van een webcam die live beelden streamt op het internet. De expertise van het grote publiek moet worden aangewend om bepaalde problemen op te lossen en elke ambtenaar is verplicht om in de modernste technologie te voorzien zodat iedereen ook in bovengenoemde vergaderingen kan participeren. En elke wet moet voor haar ondertekening vijf dagen op de site van het Witte Huis staan voor commentaar. Wij hopen alleszins dat men daar nu al begonnen is met het installeren van een extra grote mailbox. Vrij vertaald zou dat voor ons betekenen dat elke ministerraad en elke beslissing van Kind& Gezin tot de Vlaamse Watermaatschappij voor het oog van een internetcamera moet worden genomen. En dat elke misnoegde burger in die vergadering per internet kan binnenbreken. Daar komen zeker legislatieve pareltjes van.
Maar als Obama de digitale president wordt, is McCain de analoge versie van de commander in chief. Zijn innovatiebeleid staat bol van de algemeenheden en een onverdroten geloof in de vrije markt. McCains website heeft het over het vrijmaken van durfkapitaal, het verminderen van de belastingen en het verschaffen van belastingskrediet voor onderzoek. En het internet moet gevrijwaard worden van overbodige regulering.
Zelf gebruikt de man het internet nauwelijks en hij gaat daar prat op. E-mails? 'Die worden mij constant getoond door mijn staff', zegt John McCain. Zelf een mailtje versturen zit er niet in. Zijn vrouw, verklaarde hij verbaasd, is er wel in geslaagd om instapkaarten voor lijnvluchten thuis af te printen. Wauw. Goed, McCain is dan misschien geen digitale adept, hij heeft tenminste nog geen gewag gemaakt van 'de internets' en 'het Google', in tegenstelling tot de huidige president. Maar de echte vraag is of McCains digitale onkunde ons iets vertelt over zijn geschiktheid als president. Meer dan 73procent van de Amerikanen gebruikt het internet, maar als president hoef je niet meteen te weten hoe je Wikipedia gebruikt wanneer de CIA je opzoekingswerk verricht, al is ook dat geen garantie op succes.
Maar een president moet wel weten hoe het leven van de gewone Amerikaan eruitziet. Hoe kun je immers de moderne wereld besturen als je er zelf niet in leeft? Misschien moet hij zijn licht eens opsteken bij John Abraham Lincoln. Die was wel een innovatiefanaat en gebruikte als een van de eersten de telegraaf en communiceerde zo rechtstreeks met zijn generaals. En hij won de burgeroorlog.
donderdag 04 september 2008 - Geef je commentaar (0)
Vind je dit interessant? Deel het met anderen.





