De toekomst is vrouwelijk

Vorige week was ik op reis in Azië. Ik moest denken aan een bekend citaat van Mahatma Gandhi. Die antwoordde op de vraag 'wat denkt u over westerse beschaving?' met 'ik zou dat een goed idee vinden'. Daarmee had hij de westerse journalist niet zonder enig flegma op zijn plaats gezet. Zo voelde ik me ook na een serie vergaderingen met zakenvrouwen, politica's en onderneemsters. Want terwijl wij nog denken dat we de rest van de wereld wat bij te brengen hebben op het vlak van emancipatie, maken ondertussen meer vrouwen in ontwikkelingslanden het mooie weer dan in onze samenleving. En dat is misschien net de reden waarom landen zoals Vietnam, Thailand en Maleisië aan een indrukwekkende economische remonte bezig zijn.

In de hoofdstad van Maleisië zwaaien vrouwen vaak de plak. De officiële godsdienst van Maleisië is de islam, de wet beschouwt alle etnische Maleisiërs als islamiet en de sharia heeft het laatste woord over huwelijk, erfenis en hoederecht. Maar als Maleisië een islamitisch land is, dan maakt mijn kandidatuur voor de functie van paus een reële kans. Alcohol is even alomtegenwoordig als winkelcentra in Kuala Lumpur, dames van lichte zeden zorgen voor afkoeling in het verzengende klimaat en maar één op de vijf vrouwen draagt een hoofddoek. Maar vrouwen maken wel de helft van de arbeidsmarkt uit. Het hoofd van de stadsadministratie van Kuala Lumpur is een gesluierde vrouw. De bazen van drie grote makelaarskantoren die ik ontmoette: drie vrouwen. Het hoofd van een bank? Een dame.

Hetzelfde verhaal in Bangkok. De ceo van een groot vastgoedbedrijf? Mevrouw Churyet. De senior vice president business development van een investeringsbedrijf? Mevrouw Panichewa. De vice-secretaris-generaal van de board of investment? Juist, mevrouw Inthaiwong. In Ho Chi Minh-stad was het hoofd van de planningsautoriteit van de andere kunne, net als een schare jong opgeleide professionals die ik ontmoette. En in Singapore was het speuren naar een man in vergaderingen. De kans dat een Aziaat op zakenreis in Europa evenveel vrouwen tegen het lijf loopt als ik vorige week, is even groot als een definitieve staatshervorming vóór 15juli. Nochtans zijn wij het continent van de gelijke kansen, ritslijsten bij de verkiezingen en positieve discriminatie. Hoe komt het dan dat in de opkomende economieën in Azië vrouwen straks vlot onze dames voorbijfietsen op de bedrijfsladder?

Carrièrevrouwen in ontwikkelingslanden, bevestigt een studie van PricewaterhouseCoopers, hebben het makkelijker om door het glazen plafond te breken dan hun collega's in het Westen. Zo kunnen Indiase vrouwen makkelijker kiezen voor een carrière als ondernemer doordat ze een beroep kunnen doen op een uitgebreide familie voor gezinshulp. In Duitsland is dat niet het geval en werkt maar 16% van alle vrouwen met kinderen onder de zes voltijds.

Maar het is ook een verhaal van vraag en aanbod. In ontwikkelingslanden zorgt de enorme groei voor een acute nood aan talent. Maleisië kent bijvoorbeeld een volledige tewerkstelling. Vrouwen links laten liggen is geen optie. De cultuur past zich aan, net zoals in Europa gebeurde tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. In China zorgt de enigkindpolitiek ervoor dat veel meisjes bijzonder goed opgeleid worden. En kan het land onmogelijk groeien zonder een beroep te doen op getalenteerde vrouwen.

Wie weet zit daar wel het geheim van de snelgroeiende economieën. Een studie van de London Business School concludeert immers dat teams innovatiever zijn wanneer vrouwen op zijn minst één derde van de teamleden uitmaken. De helft vrouwen in een team is optimaal. Vergeet positieve discriminatie, zonder vrouwen laten we winst liggen. Waar wachten wij/zij nog op?

donderdag 26 juni 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

De wereld is toch rond

Zürich is de beste plaats ter wereld om te leven. Brussel staat op de veertiende plaats, blijkt uit nieuw onderzoek van de hr-groep Mercer. Doet dat er überhaupt nog toe, vroeg ik me af. Een paar jaar geleden deed Thomas Friedman ons toch geloven dat de wereld plat is? Locatie, stelde hij, is nog nooit zo onbeduidend geweest voor een bloeiende en innoverende economie. Niet zo, stelt een nieuw boek van de hand van Richard Florida. Locatie is doorslaggevend in het leven van mensen en het welslagen van bedrijven.

In 2005 publiceerde Thomas Friedman The world is flat. Zijn these is dat elke plek op de wereld door de oprukkende communicatietechnologie met gelijke wapens aan de start komt in de wereldwijde concurrentiestrijd. Het internet, opensourcing, outsourcing, insourcing, PDA's en software waarmee je werk van op elke plek kan delen, zorgen ervoor dat locatie onbetekenend wordt. Goed nieuws voor ontwikkelingslanden. Zij kunnen meteen meestappen in de race om marktaandeel, winst en welzijn. Moderne communicatietechnologie zorgt er immers voor dat IT'ers, boekhouders en advocaten in het Indiase Bangalore problemen oplossen voor Microsoft in Seattle, KPMG in Stockholm en advocatenkantoren in New York. Globalisering3.0 was een feit. Iedereen leek mee, The Financial Times loofde het boek voor zijn originele inzichten en de zakenbank Goldman Sachs bedacht het boek met een prijs.

Maar er kwamen ook barsten in de platte wereld. De eerste kritische kanttekening kwam van een Harvard-professor die fijntjes liet optekenen dat 90% van alle web-, telefoon- en kapitaalverkeer lokaal is. Nu gooit professor Richard Florida de knuppel pas goed in Friedmans hoenderhok. In Who's your city stelt Florida dat de plek waar je beslist te wonen van even groot belang is voor je persoonlijk geluk als de keuze van je partner en job. Globalisering maakt de wereld dan wel kleiner, getalenteerde mensen zullen samenhokken op enkele cruciale locaties in de wereld. Plekken waar het prettig leven is, worden magneten voor talent. Mensen gaan immers op zoek naar andere mensen die op hen lijken en met wie ze vriendschappen kunnen sluiten. De globale war on talent heeft dan tot gevolg dat bedrijven die vijvers van potentiële werknemers zullen volgen. En niet langer omgekeerd. Plekken zoals Londen, Boston en Bangalore leveren daar het beste bewijs van. Eigenaardig genoeg vond The Financial Times ook dit boek geweldig.

Is de wereld dan toch rond? Zoals in elk goed debat zit er een grond van waarheid in beide visies. Beide auteurs spreken elkaar ook niet echt tegen, al doet zoiets natuurlijk wel wonderen voor de boekenverkoop. Ja, technologie zorgt ervoor dat meer landen en regio's kunnen deelnemen aan de wereldwijde economie. En neen, je hoeft niet langer op een bepaalde plek in de wereld fysiek aanwezig te zijn om er te werken. Maar het klopt dat levenskwaliteit, talent en economische groei een aantal supercreatieve regio's zullen creëren. En ja, dezelfde dynamiek speelt binnen de grenzen van landen en regio's.

De strijd om de stad of regio met het scherpste profiel, de hoogste levenskwaliteit en het grootste reservoir aan talent is dus begonnen. Steden zoals Lyon, Milaan, Barcelona, Singapore, Bangkok en zelfs Hanoi hebben dat maar al te goed begrepen. Zij zijn continu op zoek naar het nieuwste, beste en meest innoverende project voor hun stad en regio. Een regio met een beetje ambitie wil een van die overblijvende supercreatieve clusters zijn. We moeten ons dus constant durven te meten met andere steden in de wereld, nieuwe jonge mensen aantrekken met vernieuwende ideeën en ambitieuze projecten opzetten die laten zien aan de wereld dat het ons menens is. De grootste fout die we kunnen maken is denken dat de rest van de wereld op ons zit te wachten.

donderdag 12 juni 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

Tabula Rasa

Een goed idee voor België, dat was de opdracht voor deze column. Niet eens zo'n slecht idee, want ons koninkrijk leidt onder het feit dat we geen duidelijk idee hebben dat kort en krachtig de visie van ons land samenbalt. De Fransen koketteren met liberté, égalité, fraternité en arrogante restaurantbediening. De Amerikanen hebben de American Dream, de pursuit of happiness en het ongebreidelde geloof in zichzelf. De Britten vertrouwen op cool Brittania, de queen en droge humor. En de Chinezen zwaaien met het Rode Boekje en bandeloos kapitalisme. Zelfs kleine landen geven hun onderdanen enkele ideeën met de moedermelk mee. In Zwitserland zijn bankrekeningen geheim, in Singapore word je ondernemer en in het Vaticaan best katholiek. Bier en chocolade gaan ons niet redden. In België moeten we op zoek naar wat ons definieert als Belg. Ik ben het samen met negen en half miljoen landgenoten hartsgrondig beu 's ochtends wakker te worden en te horen over de geweldige doorbraak in onze staatshervorming die erin bestaat dat er een jaar na de verkiezingen wordt onderhandeld over de onderhandelingen. Daarom stel ik voor dat we gewoon opnieuw beginnen en met z'n allen een fris idee voor ons land verzinnen. Een unique selling proposition definiëren, een scherp idee dat zegt wie we zijn, hoe we ons internationaal positioneren en wat we samen nog gaan doen. Zo'n strategiebepaling pak je als land uiteraard professioneel aan. Een paar tips om met zo'n idee op de proppen te komen.

1. Kijk niet op een euro meer of minder, het gaat hier tenslotte om het staatsbelang.

2. Ga enkel met de beste in zee. Haal de knapste koppen uit de wereld naar hier. Een kijk van buitenaf is absoluut noodzakelijk. Vraag Michael Porter, wereldbefaamd Harvard-professor en expert in strategie en concurrentieposities van landen, om een competitive forces-analyse te maken. Zijn werk in het opnieuw op de kaart zetten van enkele Oostbloklanden na de val van de Muur is opmerkelijk.

3. Raadpleeg de bevolking, maar geef de belangengroepen geen vetorecht.

4. Voer consequent uit wat beslist is.

5. Steek wat geld in slimme marketing. Geen overbodige luxe trouwens, want als goed idee voor ons land kreeg ik onlangs volgend ontnuchterend advies van een New Yorkse vriend van me: 'Start by investing some money to tell people you actually exist.' Laat de rest van de wereld weten dat we bestaan en waarmee we ons willen onderscheiden van de concurrentie.

En als we dan toch nieuwe ideeën aan het verzinnen zijn voor ons land, moeten we het zeker eens over volgende suggesties hebben. Laat iedereen Nederlands en Frans leren op school. Voer een federale kieskring in. Vertel op het journaal af en toe eens iets over een andere taalgemeenschap en niet enkel in Afrit 9-stijl. En o, ja, schaf die taalgrenzen gewoon af. En daarmee bedoel ik niet dat we moeten raken aan de grenzen van Vlaanderen. Getuigt het niet gewoon van een gezond democratisch beginsel wanneer een gemeente meer dan 60procent Franstalige inwoners een tweetalige gemeente wordt? We leven in een snel veranderende en globaliserende wereld waar enkele krampachtige taalregels van een halve eeuw geleden het verschil heus niet zullen maken. Wat wel indruk maakt, is een gezonde portie zelfvertrouwen. Want ja, er is ons Vlamingen onrecht aangedaan in het verleden. Soldaten uit de Eerste Wereldoorlog zijn omgekomen omdat ze de bevelen van hun Franstalige oversten niet verstonden. We mogen pas sinds 1869 Nederlands spreken in het parlement. En onze koningin is amper de taal van haar onderdanen machtig. Maar jongens, ondertussen tekenen we voor 80procent van de export van dit land, behoren we tot de welvarendste regio's van Europa en maken we onze eigen wetten over onderwijs, cultuur, economie en welzijn. Ik ontmoet toch ook betrekkelijk weinig vrouwen op straat die nog steeds chagrijnig rondlopen omdat ze pas in 1948 voor het eerst mochten gaan stemmen? Du choc des idées jaillit la lumière zeggen ze in het Frans maar die choc komt er maar zelden in ons land omdat we mekaar nog amper kennen en vastzitten in een stellingenoorlog. En dat is een verlies aan potentiële innovatie en zo dreigen we met bier en chocolade te blijven zitten.

woensdag 11 juni 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

chloorkip

'Innovatie' rijmt op 'inflatie'. Dat laatste, zoals u ondertussen aan den lijve hebt mogen ondervinden, betekent dat goederen en diensten duurder worden. Met andere woorden: het geld in uw loonzakje wordt minder waard, want u kunt er zich minder mee aanschaffen. Zeker de prijzen van ons voedsel rijzen de laatste tijd de pan uit. Dat is jammer voor u en mij. Maar inflatie heeft ook onverwacht positieve effecten. Ze stimuleert, bijvoorbeeld, innovatie in domeinen waar vroeger geen hond naar omkeek. Als een product immers erg goedkoop en overvloedig beschikbaar is, loont het niet de moeite om te innoveren. De kans is dan erg klein dat je je investeringen in vernieuwingen gemakkelijk kunt terugverdienen. Innovators concentreren zich liever op lucratieve domeinen.

En voedsel, zoals de Wereldvoedseltop in Rome vandaag nog maar eens onderstreept, wordt opnieuw een sector waarin geld kan worden verdiend. De prijs van etenswaren is in de voorbije drie jaar met 83procent toegenomen. Er zou geen beterschap in zicht zijn tot 2015. De prijsstijging van basisproducten zoals rijst en graan is het frappantst. Piet Vanthemsche van de Boerenbond wijst naar de Chinezen en hun steeds rijkere dieet als belangrijke oorzaak voor de stijgende voedselprijzen. Gecombineerd met een wereldwijde slechte oogst in de voorbije twee jaar betekent dat een ramp voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Die besteden tot 80procent van hun inkomen aan voedsel -bij ons is dat maar 12procent- en worden dus extra hard getroffen.

Maar een stijgende prijs is op zich dus goed nieuws voor vernieuwingen in de sector. Zo leidden hogere voedingsprijzen na de Depressie tot de introductie van de tractor in de Amerikaanse landbouw. Vandaag kunnen duurdere voedingsmiddelen de prijs van nieuwe technologieën in de sector naar beneden halen. Bedrijven kunnen nu gemakkelijker investeren in genetisch gewijzigd voedsel dat beter bestand is tegen droogte. Of in precisielandbouw, waarbij computersystemen en gps-satellieten de grond en vochtigheidscondities constant in het oog houden. Een landbouwer kan dan zijn bemesting en bewatering zo aanpassen aan de gegevens die hij binnenkrijgt, met een efficiëntiewinst tot 15procent als resultaat.

De hogere voedselprijzen hebben ook een positief effect op het vrijmaken van de handel. Het wordt nu immers wel erg moeilijk om subsidies te blijven toekennen om de prijs van bijvoorbeeld rijst op te krikken, terwijl de helft van de wereldbevolking zich nauwelijks zijn dagelijkse portie graan en rijst kan veroorloven .

Voor we collectief gaan lijden aan infatuatie over de stijgende inflatie en verhoogde innovatie, een kleine sommatie. De meeste economen zien geen relatie tussen innovatie en inflatie. Daarbij komt dat meer innovatie in de landbouwsector niet noodzakelijk resulteert in meer proviand. Want voedingsstoffen als suiker en maïs zijn ook brandstof geworden. Professor Schnable van de Universiteit van Iowa legt het zo uit: 'De oogst zal naar de hoogste bieder gaan. En in de westerse wereld zijn we nu eenmaal bereid om meer te betalen voor brandstof dan arme mensen kunnen betalen voor voedsel.'

Van sommige innovaties in de voedselindustrie blijf ik trouwens liever gespaard. Neem nu onze Yankee-vrienden die in Europa met chloor behandelde kippen op de markt willen brengen. Hoeven we hun echt uit te leggen waarom de chloorkip hier geen bestseller wordt, of schrijven we ze gewoon in voor een cursus marketing? Iemand zin in een cyaankali-aardbei?

donderdag 05 juni 2008 - Geef je commentaar (0)

Vind je dit interessant? Deel het met anderen.

© Lorin Parys. - webdesign blau - Lorin Parys. RSS 2.0 - disclaimer en privacy